Transformatie als groeiende opgave

| 6 januari 2016

Naast nieuwbouw is transformatie van bestaand vastgoed en gebieden een belangrijke ontwerpopgave geworden. En naast de ontwerpopgave is de maatschappelijke context uiterst relevant. Behalve de kwaliteit van het gebouw speelt het gebied waar het gebouw staat en de maatschappelijke omgeving een grote rol bij het succes van een transformatie. Architectenbureau OeverZaaijer onderzocht en presenteert een opmerkelijke transformatie van het voormalige Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) in Den Haag.

Leegstaand vastgoed kan niet altijd getransformeerd worden. Soms is sloop-nieuwbouw beter, bouwkundig en financieel. Toch zien we steeds meer transformatie opgaven, bij kantoren, winkels, zorgcomplexen en bij industrie- en logistieke terreinen. De verbetering van de werk- en leefomgeving is daarbij belangrijk. Het gaat niet alleen om geld.

Eigenaren van gebouwen en terreinen willen natuurlijk value for money. Zo heeft het Rijksvastgoedbedrijf tot taak een goede marktconforme verkoopprijs te ontvangen voor haar bezittingen. Maar sociaal-maatschappelijke, culturele en duurzame waarden voor het gebouw en zijn omgeving zijn minstens zo belangrijk. Economische en financiële modellen moeten gelijke tred houden met de flexibiliteit van het proces. Voor transformatie geldt bij uitstek: ‘Value is not about commodities, but about communities’.

OeverZaaijer, een architectenbureau met een stedenbouwkundige invalshoek, heeft onderzoek gedaan naar de kansen voor transformatie van het voormalig ministeriegebouw aan de Anna van Hannoverstraat in Den Haag. Er zit namelijk veel waarde in het transformeren van een gebouw naar een kleine stad. Van monofunctioneel naar een multifunctionele kashba. Een multiculturele mozaïek als ontmoetingsplek. Voor het voormalig ministerie van SoZaWe in Den Haag betekent dit dat er condities geschapen moeten worden om daar een community te creëren met een waardesprong, ook voor de buurt.

b1 LOPENDE ZAKEN gebouw SoZaWe

Het voormalige ministeriegebouw van SoZaWe. De huidige woningbehoefte vanuit de maatschappij kan het gebouw zijn oorspronkelijke betekenis terug geven. Beeld: OeverZaaijer

Metaforen

In de zomer van 2015 is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verhuisd naar ‘De Resident’, het gebouw naast station ‘Laan van NOI’ leeg achterlatend. Zestien achthoekige torens, met ruimte voor 32 werkplekken op elke verdieping, verbonden via hoge atria. Een totaal van 69.000 m2 vloeroppervlak.

Het ministerie van SoZaWe is ontworpen door Herman Herzberger conform de principes van het structuralisme; een ruimtelijke structuur welke ontvankelijk zou zijn voor persoonlijke toe-eigening en territoriumdrang van mensen die erin verblijven. Dit komt tot uiting in de grijze betonstenen wanden, de betonnen kolommen en draagstructuur, waarmee de architect participatie en in-bezit-name probeerde te bewerkstelligen door de gebruikers hiermee uit te dagen.(1)

Wat misschien wel belangrijker is dan de stenen, is de gedachte erachter. Van tijd en ruimte naar plek en gebeurtenis. Alles om het ‘thuis’ komen van de mens te ondersteunen.

In de loop der jaren zijn door het beheer en beveiliging van het gebouw veel idealen teniet gedaan, zoals de opeen lopende gradaties in openbaarheid (de mantra van Aldo van Eyck, elke stad is een groot huis, elk huis is een kleine stad). Toch zijn deze kwaliteiten nog steeds aanwezig. De huidige woningbehoefte vanuit de maatschappij kan het gebouw zijn oorspronkelijke betekenis terug geven.

Het vierkante stramien met werkeilanden die tot een groeiende reeks clusters zijn gekoppeld, gecombineerd met een hoge vide welke de clusters verbindt, zijn natuurlijke metaforen voor het huis, de buurt, de wijk, de straten en pleinen. Het gebouw transformeert in een stad met de juiste ingrediënten.

Community

Voor de korte termijn komt er tijdelijke huisvesting voor asielzoekers in dit grote gebouw. Uit persberichten is op te maken dat dit slechts voor enkele maanden de bedoeling is. Daarna zouden er statushouders kunnen gaan wonen. Onze vraag is of er niet ook andere groepen een plek zouden moeten krijgen in dit gebouw, zoals jongeren en jonge gezinnen.

Vanuit de gedachte dat er in dit gebouw meerdere, verschillende groepen een woning krijgen, denken wij aan het opbouwen van een community. Bij grote woningbouwprojecten is een dergelijke community het antwoord op de zozeer gewenste verscheidenheid van en interactie tussen verschillende groepen in de samenleving.

Daarbij is het ook goed dat een gemeenschap kan groeien. Voor een community is meer nodig dan al¬leen huisvesting. Gemeenschappelijke ruimten, werkplekken en andere voorzie¬ningen helpen de verbinding te leggen met anderen in de samenleving en met de omgeving van het gebouw; het station, het park, de wijk Bezuidenhout en Voorburg.

Het gebouw transformeert in een stad met de juiste ingrediënten

Het voormalig ministeriegebouw kan ruimte bieden aan vele gemeenschappelijke voorzieningen. In de torens kunnen op korte termijn appartementen en kamers worden gerealiseerd, waarna de plinten zich stapsgewijs kunnen vullen met een divers programma. Voor faciliteiten en voorzieningen in de plinten kunnen samenwerkingsverbanden met hogescholen en het beroepsonderwijs worden aangegaan. Daarnaast kunnen er ondersteunende functies komen zoals een uitzendbureau, juridisch loket, fitness center, kapsalon, wasserette. Op de buurt gerichte functies zoals een grand café of restaurant, gezondheidscentrum, pop up stores, startups, eco-supermarkt, werkplaats, 3D studio zullen het gebouw op buurt- en wijkniveau laten ‘landen’ en ‘verbinden’. Door dit nieuwe programma wordt het gebouw op de onderste lagen transparanter en opener van karakter gemaakt, waardoor de fysieke verbindingen met het station en het park worden versterkt.

Voor de torens is een community opbouw van verschillende doelgroepen mogelijk, die stuk voor stuk te maken hebben met een urgente woningbehoefte.

Statushouders

Kleinere groepen statushouders worden makkelijker geaccepteerd

De tendens in Nederland is om vluchtelingen in grote complexen te zetten. In de meeste asielzoekerscentra is er weinig interactie met de rest van de samenleving. Vluchtelingen mogen niet werken en de complexen zijn zodanig gesitueerd dat er weinig mogelijkheid is tot integratie. Deze situaties kunnen jaren duren. Het plaatsen van vluchtelingen, met hun verschillende achtergronden, andere gewoonten en gezinssituatie, in één groot gebouw leidt vaak tot spanningen en uiteindelijk tot agressie. De maatschappelijke acceptatie blijft uiterst gering.

Op het moment dat vluchtelingen een verblijfsvergunning ontvangen en statushouders worden, zou het wegnemen van deze spanning een eerste stap zijn richting integratie met de plaatselijke gemeenschap. Kleinere groepen statushouders worden makkelijker geaccepteerd, omdat ze worden gezien als personen in plaats van een (dreigende) groep. Deze aanvaarding maakt het mogelijk om relaties op te bouwen en uitwisseling te creëren.

bLOPENDE ZAKEN gebouw SoZaWe IMG_9170EDIT kopie

Beeld: OeverZaaijer

Studenten

Op de Nederlandse woningmarkt is sprake van een snel groeiende behoefte aan studentenhuisvesting. In Den Haag is momenteel vraag naar 1.570 extra studentenkamers. De voornaamste reden van de groei in het aantal studenten is de nieuwe Haagse dependance van de Universiteit Leiden.(2)

Al geruime tijd is er te weinig gebouwd voor werkende jongvolwassenen die tegelijkertijd aan het begin staan van hun wooncarrière. Zelfs al hebben ze werk, dan nog duurt het verkrijgen van een zelfstandige woonruimte die aan redelijke eisen voldoet in de stad vaak veel te lang. De instabiele woonsituatie die daardoor ontstaat kan het leven van deze jongeren aanzienlijk beïnvloeden, met een negatieve spiraal als gevolg.

Starterswoningen zijn woningen met maximaal twee slaapkamers. De toetreding van jonge huishoudens speelt een belangrijke rol als het gaat om de groei van het aantal huishoudens en de vraag naar woningen. De gemiddelde toetredingsleeftijd nam in het verleden geleidelijk af, maar gedurende de crisis verlieten jongeren op een telkens latere leeftijd het ouderlijk huis of een onzelfstandige (studenten)woning. Aanpassingen van de financieringscondities door banken hebben de bereikbaarheid van een zelfstandige woning voor jonge huishoudens verder beperkt. Het voormalig ministeriegebouw kan aan deze behoefte tegemoetkomen door het opnemen van appartementen voor deze doelgroep in de woningmix.

Veerkracht en flexibiliteit

Het transformeren van het gebouw van het voormalige Ministerie van SoZaWe naar een woongebouw voor verschillende doelgroepen in de vorm van een community is kansrijk. Het ontwerp dat wij voor dit gebouw hebben gemaakt, schept een geweldige combinatie van huisvestingsmogelijkheden. Een extra toren kan als hostel dienen of worden ingericht als short-stay appartementen. Het ontwerp kent de nodige veerkracht en flexibiliteit om ook in de toekomst te kunnen blijven transformeren afhankelijk van de veranderende omstandigheden.

We beseffen dat we het hebben over mensen met verschillende achtergronden en mogelijkheden en dat we daarbij het gebouw aan moeten passen aan de vraag en niet de vraag aan het gebouw. En last but not least, ook voor de omgeving moet dit een verrijking betekenen.

Chris Zwiers
Architect directeur OeverZaaijer architectuur en stedebouw
c.zwiers@oeverzaaijer.nl

(1) Architectuur in Nederland, jaarboek 1998-1999
(2) Marktonderzoek Duwo, eind 2014

Dit is een weergave van het artikel in ROmagazine 12, december 2015
Neem een abonnement op ROm of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *