Toekomst werelderfgoed veilig gesteld met gebiedsgerichte aanpak
Kinderdijk als motor voor regionale ontwikkeling

| 26 april 2016

 

Het nieuwe ontwikkel- en exploitatiemodel van Kinderdijk geldt als voorbeeld voor andere (wereld)erfgoedsites. De succesfactoren van de aanpak liggen in het benutten van het bezoekerspotentieel, het ontlasten van de regio via bezoekersmanagement en het organiseren van een regionaal financieel arrangement gebaseerd op investeringen en niet op subsidies. Een gebiedsgerichte aanpak dus.

bPRAKTIJK Bezoekerscentrum Kinderdijk M&DB Architecten (2) kopie

Impressie van het nieuwe bezoekerscentrum dat ervoor moet zorgen dat bezoekers het erfgoed in een breder perspectief kunnen plaatsen. Beeld M&DB Architecten

Enkele jaren geleden stond de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) op de drempel van een technisch faillissement. Er was geen duurzaam financierings- en organisatiemodel. Om de molens te redden heeft de Gemeente Nieuw-Lekkerland (nu Gemeente Molenwaard) deze voor het symbolische bedrag van 1 euro overgenomen en is een garantstelling van een miljoen euro met de bank aangegaan. Om het werelderfgoed voor de toekomst te behouden, stonden de SWEK, de gemeenten Molenwaard en Alblasserdam en Provincie Zuid-Holland vervolgens voor de opgave om tot een ander, duurzaam exploitatiemodel te komen.

‘Vervoer over water is de juiste weg’

Totaalervaring

Het molengebied is altijd vrij toegankelijk geweest. Voor een paar ‘attracties’, zoals het bezoeken van een molen, wordt wel een bescheiden bijdrage gevraagd. Veel bezoekers komen niet verder dan een kijkje vanaf de openbare weg. Dat gaat veranderen. In 2017 opent een nieuw bezoekerscentrum. Het werelderfgoed wordt ontwikkeld tot een echte toeristische bestemming, een totaalbeleving.

Door meer en betere attracties en voorzieningen te creëren, krijgen bezoekers een rijkere ervaring, blijven ze langer in het gebied en besteden ze meer. Daarnaast kunnen door deze aantrekkelijkere ervaring de prijzen van toegangskaartjes voor het bezoekerscentrum en de attracties omhoog. Met deze hogere inkomsten kan het gebied beter worden onderhouden. Met slim bezoekersmanagement wordt de toenemende bezoekersstroom zo opgevangen dat dit niet ten koste gaat van de leefbaarheid voor omwonenden.

Dat gebeurt onder meer met een reserveringssysteem voor parkeerplaatsen, realtime digitale informatie in de regio over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen en het inrichten van een Stop&Go-zone voor touringcars. Fatih Özdere (PvdA), wethouder Economie en Toerisme van Gemeente Molenwaard, noemt het ‘rust creëren in de drukte, voor inwoners en ook voor de bezoekers’. ‘Visitormanagement is hierbij een prima instrument’, vindt hij. ‘De toeristen komen toch; je kunt beter aan de voorkant organiseren dan je laten overvallen door de toeristenstroom.’

Overheidsbijdragen van nu zijn investeringen in regionale economie

Riviercruises

Het werelderfgoed is van twee kanten bereikbaar via een smalle dijkweg. Woningen en bedrijven liggen direct aan de weg en het verkeer rijdt deels door een dorpskern. Er is een busverbinding, maar de reistijd vanaf Rotterdam of Utrecht is lang. Vanaf het water is Kinderdijk echter uitstekend bereikbaar, maar tot voor kort waren er geen directe vaarverbindingen naar de werelderfgoedsite.

Het toenemende vervoer van en naar Kinderdijk blijkt, zoals voorzien in de verschillende scenario’s, grotendeels via het water te kunnen worden opgevangen. Dit ontlast de toegangswegen en is bovendien duurzamer en sneller dan vervoer via bus of auto. In de toekomst kan dat zelfs nog duurzamer worden wanneer de Waterbus elektrisch gaat varen. ‘De waterwegen als verbindende schakel tussen Rotterdam, Kinderdijk en Dordrecht vormen een geweldige kans om Kinderdijk als bestemming te laten floreren’, meent Gerbrand Schutten, directeur Waterbus. ‘Voor reizigers gaat het uiteindelijk toch om de bestemming. Zeker als die bijzonder, attractief en goed bereikbaar is.’

Vliegwiel
De financiering voor de ontwikkelingen in werelderfgoed Kinderdijk zijn onderdeel van een regionaal investeringsprogramma van tien private en publieke partijen. Samen werken zij aan de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en de aantrekkelijkheid van het gebied tussen Kinderdijk, de Biesbosch en Dordrecht (de Waterdriehoek). Vanuit deze samenwerking wordt zes miljoen euro geïnvesteerd in het werelderfgoed. Fondsen en bedrijven dragen ook een miljoen bij aan de verdere doorontwikkeling.

Financiële injectie heeft draagvlak en betrokkenheid vergroot

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is als deelnemer in SWEK en vanuit haar Visie Erfgoed en Ruimte adviseur bij de gebiedsvisie en het uitvoeringsprogramma. ‘Met gebiedsgerichte erfgoedzorg proberen we het geheel van het molenlandschap opnieuw een plek te geven’, legt Ben de Vries uit. Hij is programmaleider werelderfgoed RCE, dat namens de rijksoverheid in vijf jaar tijd zo’n 1,2 miljoen euro in Kinderdijk investeert. Vooral in de educatieve functie, die het bezoekerscentrum en andere kleinere plekken moeten gaan vervullen. De Vries ziet dat de financiële injectie het draagvlak en de betrokkenheid heeft vergroot en heeft bijgedragen aan een omslag in het denken. ‘Het maakt tongen los, andere portemonnees gaan open, men is bereid om met z’n allen de schouders eronder te zetten.

Lisette van der Meer

Samenwerking in de Waterdriehoek
De plannen voor de herontwikkeling van Kinderdijk zijn onderdeel van een regionaal investeringsprogramma voor de Waterdriehoek: het gebied dat het werelderfgoed Kinderdijk verbindt met de historische stad Dordrecht en het Nationaal Park de Biesbosch. Het water in deze regio vormt zowel fysiek als mentaal de verbinding tussen de bijzondere iconen. Daar liggen grote kansen voor de markt van riviercruises. Inmiddels wordt Cruise Port Hollandse Delta opgericht, een platform van publieke en private partijen dat zich gaat bezighouden met de reserveringen, de promotie en het afstemmen van de benodigde investeringen.
Het is zeker geen exclusieve samenwerking: op projectniveau wordt met veel andere organisaties samengewerkt. De negentien vliegwielprojecten die in 2013 zijn gestart, hebben geleid tot een programma van meer dan vijftig projecten die in uitvoering of al afgerond zijn. Dit vormt een gezamenlijk investeringsprogramma van meer dan 15 miljoen euro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *