Waterloopkundig lab wordt monumentaal beleefbos

| 18 mei 2016

Ruim veertig jaar was het Waterloopbos in de Noordoostpolder een openluchtlaboratorium voor waterloopkundigen. Met zelfgebouwde schaalmodellen werd gerekend aan tientallen dammen, sluizen en havens voor opdrachtgevers uit de hele wereld. De komende jaren moet het bos uitgroeien tot een plek waar beleving van natuur en cultuurhistorie vloeiend in elkaar overlopen, met een in stukken gezaagde Deltagootruïne als spectaculaire entree.

Het Waterloopbos is misschien wel een van de merkwaardigste natuurgebieden in Nederland. Wandelend langs de zilvergrijze wilgen en varens stuit je er onverwachts op de haven van Bangkok of het Noordzeekanaal. In miniatuurformaat welteverstaan, en teruggebracht tot hun basale kenmerken. Veertig jaar lang deden de ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium er met zelfgebouwde schaalmodellen onderzoek naar ingrepen in het waterbeheer. Ze berekenden de stevigheid van dammen of sluizen en onderzochten de stroming in rivieren. De Deltawerken zijn er nagebootst, maar ook de havens van Rotterdam, Vlissingen, Beiroet en Lagos hebben hun vorm grotendeels te danken aan de experimenten in dit bos. In totaal zijn hier zo’n tweehonderd onderzoeken voor binnen- en buitenlandse opdrachtgevers uitgevoerd.

Deltagoot

Impressie van de overwoekerde Deltagoot.

 

Overwoekerde modellen

Vanaf de jaren zeventig begonnen computers het werk in de openlucht over te nemen. De grillige werkelijkheid werd voortaan digitaal nagebootst. In 1996 werden de ingenieurs van het laboratorium overgeplaatst naar Delft. Het Waterloopbos met zijn 32 permanente onderzoekplaatsen werd aan zijn lot overgelaten. Modellen raakten overwoekerd en kademuurtjes brokkelden af. In 2002 kocht Natuurmonumenten het bos van een projectontwikkelaar, nadat omwonenden hadden geprotesteerd tegen de komst van duizend vakantiebungalows. Sindsdien zijn sommige onderzoekplaatsen weer onder de varens en het mos vandaan gehaald. Andere modellen liggen nog in het bos verborgen of zijn zo vervallen geraakt dat ze amper nog te herkennen zijn. Op de open plekken waar de waterloopkundigen hun onderzoeken uitvoerden, is een afwisselende plantenwereld ontstaan die profiteert van de contrasten tussen licht en donker of droge en vochtige grond. IJsvogels en libellen scheren er over het water, dat via een ingenieus systeem van stuwen, aan- en afvoersloten en kleppen met een verval van vijf meter door het bos heen stroomt.

Het verleden als inspiratiebron voor toekomstig watermanagement

Trial and error

Samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft Natuurmonumenten de afgelopen jaren gewerkt aan een ontwikkelplan om de cultuurhistorische en ecologische waarden van het Waterloopbos in stand te houden en de beleving van de plek te verbeteren. Het initiatief sluit aan bij het RCE-programma Eigenheid en Veiligheid van de Visie Erfgoed en Ruimte. Het verleden zal daarin inspiratiebron zijn voor toekomstig watermanagement. Bovendien werd het Waterloopbos afgelopen maand uitgeroepen tot rijksmonument. ‘Het Waterloopkundig Laboratorium heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de wederopbouw van Nederland. Via trial and error hebben ingenieurs er een schat aan waterloopkundige kennis opgedaan die ons land op dit gebied een uitstekende naam heeft bezorgd’, motiveert RCE-projectleider Arne Haijtsma deze stap.

Deltagoot

De Deltagoot, toen en straks.

Lijn naar de toekomst

In het kader van het ontwikkelplan inventariseerde adviesbureau SteenhuisMeurs welke onderdelen van het bos de moeite waard zijn om te behouden en zo nodig te herstellen. Die selectie was geen eenvoudige zaak. ‘Een deel van de modellen is té vervallen om te kunnen renoveren. Bovendien werden veel testlocaties na een opdracht omgebouwd en weer gebruikt voor nieuwe onderzoeken’, vertelt boswachter Norbert Kwint. In overleg met provincie, gemeente en andere betrokkenen werd ook besloten om het bos in vier zones op te delen. In een rustig deel komt het accent te liggen op de ontwikkeling van nieuwe waternatuur. Dichter bij de ingang zullen van de tientallen schaalmodellen die tussen 1951 en 1996 zijn gebouwd, er acht worden hersteld en twee nagebouwd. Ze vormen samen een staalkaart van de verschillende soorten onderzoek die de waterloopkundigen in het bos uitvoerden. Niet ver daarvandaan mogen bedrijven en organisaties uit de watersector hun nieuwste hoogstandjes aan bezoekers presenteren. Zo wordt niet alleen de lijn uit het verleden naar de toekomst doorgetrokken, maar dragen deze partijen ook bij aan een duurzame exploitatie van het rijksmonument. ‘Dit kan een prachtige etalage worden voor waterloopkundig Nederland’, vertelt Kwint enthousiast.

Waterloopbos versmelt waterstaatskunst en natuur

7,5 miljoen euro

Waar in het plan slechts een deel van de oude schaalmodellen weer ‘leesbaar’ wordt gemaakt, zal het stelsel van waterlopen, kleppen en schuiven dat de ‘bloedsomloop’ van het laboratorium vormde volledig worden hersteld. Zo begint Natuurmonumenten binnenkort met de renovatie van de eerste romijnstuw die dringend aan een opknapbeurt toe is. Natuurmonumenten betaalt de operatie uit eigen middelen. Voor de uitvoering van het totale ontwikkelplan, dat zo’n 7,5 miljoen euro kost en tien jaar zal duren, wordt een beroep gedaan op subsidies, fondsen en loterijen. Vanuit het bedrijfsleven en de watersector is al belangstelling getoond om met Natuurmonumenten samen te werken in het gebied.

Licht, schaduw en reflectie

Het klapstuk van de nieuwe ontwikkelingen in het Waterloopbos wordt de herbestemming van de Deltagoot bij de entree van het gebied. Deze betonnen bak van 250 meter lang en vijf meter breed is tot vorig jaar gebruikt voor experimenten met golfslag rond dammen, duinen en boorplatforms. Verschillende Deltawerken, waaronder de beroemde Oosterscheldekering, zijn er op schaal ontworpen en getest. Landschapsarchitect Ronald Rietveld van bureau RAAAF heeft voor het bouwwerk samen met Atelier de Lyon een spectaculair ontwerp gemaakt. De zeven meter hoge goot wordt op het maaiveld uitgegraven, waarna betonplaten uit de wanden worden gezaagd en negentig graden om hun as worden gedraaid.

Door de verschillende formaten en hellingen van de uitgezaagde platen ontstaat volgens Rietveld ‘een majestueuze ruimte die zich naar het omringende landschap opent en bezoekers uitdaagt tot een ontdekkingstocht’. De ingreep maakt ‘de grootsheid van de Deltawerken voelbaar’ en zorgt voor ‘een indrukwekkende ruimtelijke ervaring van licht, schaduw en reflectie die gedurende de dag en de seizoenen verandert’. Omdat het kunstwerk in de loop der jaren door de natuur overwoekerd zal raken, is de versmelting van waterstaatskunst en natuur in het Waterloopbos dan compleet.

Jaco Boer

Meer informatie over dit praktijkvoorbeeld uit de Visie Erfgoed en Ruimte (RCE) is te vinden op www.kiezenvoorkarakter.nl.

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? Onder de naam ‘Visie Erfgoed en Ruimte’ zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *