Prikkelende vergezichten voor Rotterdam

| 24 mei 2016
Jaco Boer

Jaco Boer

Tussen alle voorspelbare verhalen over ruimtelijke ontwikkeling en woningbouw stond afgelopen week in de Volkskrant een verfrissend pleidooi van Jan Dirk Dorrepaal en Steven van Schuppen. De twee ruimtelijke adviseurs/onderzoekers reageerden met hun ingezonden artikel op de uitlatingen van stedenbouwkundige Riek Bakker in een interview over de uitdagingen van Rotterdam.

Waar de grand old lady van de stadsontwikkeling heilig gelooft in een nieuwe schaalsprong om de Maasstad uit zijn sociaal-economische stagnatie te halen, riepen Dorrepaal en Van Schuppen de stadsbestuurders op om niet opnieuw naar voren te vluchten.

In een prikkelende analyse van kansen en bedreigingen kwamen ze tot de conclusie dat Rotterdam voor veel fundamentelere vragen staat dan de actuele discussie over de bouw van een derde of vierde stadsbrug. Demografische prognoses geven aan dat de stad de komende jaren eerder zal krimpen dan groeien.

Als er toch nieuwe woningen, kantoren en voorzieningen nodig zijn om verouderde gebouwen te vervangen, kunnen die beter in de hoger gelegen (want droge) delen van de delta komen. Dus liever bouwen in de duinen van Hoek van Holland en op de opgespoten zandplaten van de Botlek, Europoort en Maasvlakte dan langs de Nieuwe Maas.

Bij de dienst Stadsontwikkeling zullen ze hoogstwaarschijnlijk met gefronste wenkbrauwen naar het pleidooi van het tweetal hebben gekeken. Als Rotterdam de afgelopen eeuw ergens in uitblonk, dan was het wel dat ze zichzelf telkens uit het moeras omhoog wist te bouwen. Dat deed ze in de wederopbouwjaren en twintig jaar geleden werd met de Erasmusbrug en Kop van Zuid het trucje nog eens herhaald.

Toch slaan Dorrepaal en Van Schuppen in hun analyse van de uitdagingen van Rotterdam wel degelijk de spijker op de kop. De stad staat voor de kolossale opgave om de gevolgen van de klimaatverandering en energietransitie op te vangen. Ze zal de komende jaren een antwoord moeten vinden op de stijgende zeespiegel, hogere waterafvoer via de rivieren en bodeminklinking, terwijl een belangrijk fundament onder de haven – de petrochemische industrie – door de overgang naar een duurzamere energievoorziening weg zal vallen.

De oplossing die Dorrepaal en Van Schuppen aandragen, is op dit moment voor de Maasstad waarschijnlijk een brug te ver. Maar hun pleidooi om fundamenteler en zonder oogkleppen op naar de toekomst van de stad te kijken kunnen de bestuurders ter harte nemen. Het is een gotspe om over de bouw van nieuwe bruggen en woonwijken aan het water te discussiëren als je op langere termijn je bewoners geen droge voeten en een baan kunt garanderen.

In het Deltaprogramma van Deltacommissaris Wim Kuijken wisten de stadsbestuurders de bouw van een sluizencomplex in de Nieuwe Waterweg nog te voorkomen. Het zou de economie van de havenstad naar hun idee te hard hebben getroffen. Maar je kop in het zand steken en doorgaan op de weg die in het verleden zoveel succes opleverde, is niet de oplossing. Daarvoor zijn de veranderingen simpelweg te groot en fundamenteel.

Jaco Boer
Journalist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *