Cultuurhistorie versterkt identiteit van het gebied
Verlokkend landschap

| 15 juni 2016

Steden die veel in groen investeren, doen het economisch beter. Dat blijkt uit een recent onderzoek naar de rol van landschap en erfgoed bij het aantrekken van nieuwe bedrijven en hoogopgeleide kenniswerkers. Rond Schiphol betaalt een ontwikkelaar van bedrijventerreinen al mee aan de aanleg van nieuwe parken en recreatieve routes binnen de Stelling van Amsterdam.

In 1938 installeerde de stad al een Green Belt om zijn ommeland tegen verstedelijking te beschermen. Zeventig jaar later deed burgemeester Ken Livingstone er met zijn East London Green Grid nog een schepje bovenop. Een netwerk van groengebieden en rivieren ging de belangrijkste stedelijke centra met de Thames en de Green Belt verbinden. Livingstones opvolger Boris Johnson breidde het project in 2012 uit tot het All London Green Grid, een multifunctioneel netwerk ter verbetering van de leefkwaliteit van de stad. Nieuwe parken en groene daken moeten de stad verkoelen, de luchtkwaliteit verbeteren, de kans op overstromingen verkleinen en de Londenaren meer recreatiemogelijkheden bieden. Deze zomer krijgt met de opening van de eerste Cycle Superhighway ook het fietsverkeer in de metropool een flinke impuls.

‘Geen samenhang in investeringen Groene Hart’

Merten Nefs van de Vereniging Deltametropool kan alleen maar dromen van zoveel politieke daadkracht in Nederlandse steden. En daar is niet per se een gekozen burgemeester voor nodig, zoals in Londen. ‘In buitenlandse metropolen zien lokale bestuurders het landschap als een instrument om nieuwe bedrijven en hoogopgeleide kenniswerkers aan te trekken. Dat besef moet in Nederland groeien. We hebben de verantwoordelijkheid voor grote open gebieden als het Groene Hart ook te veel versnipperd over allerlei bestuurslagen en beleidssectoren, waardoor de samenhang in investeringen ontbreekt.’

160419-FE4549-FredErnst-30cm

Groene groei

Om meer aandacht te vragen voor de rol die groengebieden en cultuurhistorie kunnen spelen in het vestigings- en leefklimaat van grote steden, heeft de Vereniging Deltametropool afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de relatie tussen het landschap en het economisch functioneren van metropolen. Dat deed ze met een aantal partners die nauw bij het onderwerp zijn betrokken, zoals het Landbouw Economisch Instituut (LEI), Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Enkele weken geleden werden in het Kunstfort in Vijfhuizen de belangrijkste resultaten gepresenteerd.

Hoewel het lastig bleek om spijkerharde conclusies te trekken over het effect van groeninvesteringen op vestigingsplaatskeuzen van bedrijven en hoogopgeleide kenniswerkers, zijn er volgens Nefs wel duidelijke correlaties tussen de twee variabelen gevonden. ‘In een vergelijkende studie onder Amerikaanse counties deden bijvoorbeeld gebieden die veel in groen en de ontsluiting ervan investeerden het economisch duidelijk beter. In veel wetenschappelijke literatuur wordt ook een sterke relatie gelegd tussen een attractief landschap en succes in de kenniseconomie.’

Plekken met betekenis

In het onderzoek is het landschap breed opgevat; behalve natuur maakt ook cultureel erfgoed nadrukkelijk deel uit van de leefomgeving van stedelingen. Voor Jeroen Bootsma van de RCE, die meeschreef aan het rapport, is dat een logische keuze. ‘Hogeropgeleiden willen graag op een betekenisvolle plek wonen. Cultuurhistorie kan daar invulling aan geven en een plek een sterke identiteit bezorgen. Bovendien zijn, zeker in Nederland, grote delen van het landschap door de mens gevormd.’

Historische landschappen blijken een belangrijke inspiratiebron te kunnen zijn voor hedendaagse ontwerpers. Zo liet landschapsarchitect Adriaan Geuze als buitengewoon hoogleraar landschapsarchitectuur aan Wageningen Universiteit zijn studenten onderzoek doen naar de rol en betekenis van nieuwe landgoederen in de 16e en 17e eeuw. Zij kregen vervolgens de opdracht om voor een bestaande plek in West-Nederland een inrichtingsplan te maken waarin net als vroeger voedselproductie en recreatie met elkaar worden gecombineerd. De manier waarop bestuurders in de Rhein-Ruhr-regio het industrieel erfgoed hebben gebruikt om hun gebied op te waarderen, vindt Bootsma inspirerend. ‘Het industriële verleden wordt in het Landesentwicklungsplan doelbewust als een onderscheidende kwaliteit ingezet bij het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid.’

Adobe Creek

In de Rhein-Ruhr-regio zijn lokale overheden en bedrijven samen opgetrokken in de transformatie van het voormalige industriegebied tot een aantrekkelijke culturele en toeristische regio. Het onderzoek van de Vereniging Deltametropool beschrijft metropolen waar bedrijven uit eigen beweging groengebieden veiligstellen om medewerkers een aangename woon- en werkomgeving te bieden.

Een aansprekend voorbeeld is de Peninsula Open Space Trust (POST), opgericht door enkele grote technologiebedrijven in de San Francisco Bay Area. Deze vereniging koopt gebieden aan en beheert ze vervolgens als natuur- en recreatiegebieden voor bewoners van de regio. Adobe is een van de bekendere leden van POST en zorgde er op deze manier voor dat de kreek waarnaar de onderneming is vernoemd, als groengebied behouden bleef.

Metropolitaan landschap

In Nederland bestaat geen traditie waarin bedrijven aantrekkelijke delen van het landschap voor werknemers en bewoners beheren. Gedeputeerde Tjeerd Talsma (PvdA) van de Provincie Noord-Holland vindt dat geen probleem, maar zou het wel toejuichen als ondernemingen via fondsen meebetalen aan de beheer- en exploitatiekosten van natuur- en recreatiegebieden. ‘Dat zijn de longen van een regio, maar er moet ieder jaar door de overheden veel geld bij worden gelegd.’

Defentielinie Amsterdam Vuurtoreneiland

Vuurtoreneiland Durgerdam bij Amsterdam

Er is in zijn ogen winst te behalen als overheden en terreinbeheerders beter met elkaar gaan samenwerken. ‘Al die beschermde landschappen, recreatiegebieden en groene scheggen rond de steden zou je tot één metropolitaan landschap moeten bundelen. Alleen al in het Noord-Hollandse deel van de Randstad wonen drie miljoen mensen. Die willen ook in de toekomst in het groen kunnen recreëren. Nu kun je zelfs vanuit hartje Amsterdam in een kwartier in het buitengebied komen. Dat is een belangrijke vestigingsplaatsfactor die niet verloren mag gaan.’

Overheden en terreinbeheerder moeten beter samenwerken

Als het aan Jeanet van Antwerpen ligt, zal het zover niet komen. Als directeur van gebiedsontwikkelaar SADC neemt ze regelmatig in de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen rond Schiphol de aanleg van groengebieden mee. ‘Ik vind het de verantwoordelijkheid van een gebiedsontwikkelaar om integraal naar een regio te kijken. En het landschap vormt nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van de kwaliteit van een gebied.’

Groene Geniedijk

SADC is op dit moment onder meer betrokken bij de aanleg van een park rond de Geniedijk. Deze loopt als onderdeel van de Stelling van Amsterdam langs een van de bedrijventerreinen van de onderneming. Bij Halfweg heeft de ontwikkelaar plannen om een betere ruimtelijke verbinding tussen zijn bedrijvenpark en een nabijgelegen fort te realiseren. En langs de Ringvaart is bij Schiphol Logistics Park met hulp van SADC het Ringdijkpark ontstaan.

Van Antwerpen: ‘Als het aan mij ligt, worden dat vooral plekken waar voor bewoners en werknemers iets te beleven valt. Ik heb een hekel aan kijkgroen. De tijd dat een ontwikkelaar alleen in heggetjes en ander schaamgroen wilde investeren, is ook echt voorbij.’

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? Onder de naam Visie Erfgoed en Ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.kiezenvoorkarakter.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaves.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *