Dorpenacademie verkent nieuwe samenwerkingsvormen
Leren van andere dorpen

| 6 juli 2016

Het Nederlandse platteland is een broedplaats voor bewonersinitiatieven rond leegstaand erfgoed. Met de Dorpenacademie verkent kennis- en inspiratieplatform Ruimtevolk nieuwe samenwerkingsvormen tussen burgers, ondernemers en bestuurders om herbestemmingen te laten slagen. ‘Projecten waarin mensen de problemen van de ander helpen oplossen, hebben het meeste succes.’

Aan de noordrand van Venray ligt het Sint Annapark, een bosachtig terrein met monumentale paviljoens uit het begin van de twintigste eeuw. Tot enkele decennia geleden werden er psychiatrische patiënten verpleegd, maar de zorginstelling koos ervoor zijn activiteiten op een andere locatie te concentreren. De gebouwen kwamen leeg te staan en raakten in de loop der jaren in verval. In afwachting van herbestemming vestigden zich op het terrein wel enkele tijdelijke initiatieven. Inwoners van Venray kunnen er nu naar yogales, een kunstexpositie bezoeken of een spannend boek meenemen naar een leescafé.

Sint Annapark in Venray is een voormalige psychiatrische zorginstelling die wacht op een nieuwe bestemming. Beeld RCE

Sint Annapark in Venray is een voormalige psychiatrische zorginstelling die wacht op een nieuwe bestemming. Beeld RCE

Linda Reintjes is als actieve bewoner erg blij met deze voorzieningen en wil het Sint Annapark ook in de toekomst een belangrijke rol binnen de lokale gemeenschap laten spelen. Het dorp heeft immers al meer dan honderd jaar een nauwe band met de psychiatrische instellingen. Veel inwoners hebben er gewerkt of namen patiënten in het kader van de gezinsverpleging in hun huizen op. ‘Het zou toch zonde zijn als deze plek voor Venray verloren gaat.’

Inmiddels heeft Reintjes een eerste gesprek gehad met de mogelijke koper van het terrein. Deze vastgoedontwikkelaar heeft aangegeven open te staan voor de inbreng van bewoners. Voor Reintjes komt het er nu op aan zoveel mogelijk draagvlak voor haar ideeën te verwerven en meer organisaties bij haar plannen te betrekken. Maar hoe doe je zoiets als je daar geen ervaring mee hebt? De Dorpenacademie bracht uitkomst. ‘Initiatiefnemers die al verder zijn met hun project gaven mij allerlei tips. Dat varieerde van het opzetten van een blog tot het creëren van “buikpijn” bij bewoners om hen bewust te maken van wat er speelt.’ Reintjes vond het ook erg leerzaam om te horen hoe wethouders op veel plaatsen zoeken naar manieren om met bewonersinitiatieven samen te werken. Ze zag daarnaast hoe initiatiefnemers weerstanden en scepsis onder bewoners wisten te overwinnen. ‘Ik ben nu nog gemotiveerder om met mijn project door te gaan.’

Erfgoed als ankerpunt

Het enthousiasme van Linda Reintjes zal Sjors de Vries van het kennis- en inspiratieplatform Ruimtevolk als muziek in de oren klinken. Zijn Dorpenacademie bestaat inmiddels anderhalf jaar en heeft al veel initiatiefnemers en bestuurders in Nederlandse dorpen met elkaar in contact gebracht. Medio 2015 vroegen het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hem om in krimpgebieden en regio’s met een stagnerend bevolkingsaantal bijeenkomsten te organiseren waarin burgers en bestuurders hun ervaringen met herbestemmingsprojecten kunnen uitwisselen. In de dorpen zijn het vaak de karakteristieke en beeldbepalende gebouwen die interessante aanknopingspunten bieden voor nieuwe voorzieningen. Het zijn de ankerpunten van een gemeenschap waarmee bewoners en ondernemers zich verbonden voelen en waarvoor ze zich willen inzetten.

‘Het zijn juist de dorpen waar innovatieve bewonersprojecten opbloeien’

Dat had De Vries al gemerkt in de Dorpenlabs die hij sinds 2013 organiseert en exclusief bedoeld zijn voor lokale initiatiefnemers die ervaringen willen uitwisselen. De bijeenkomsten zijn inmiddels opgenomen in de Dorpenacademie, waarmee Ruimtevolk ook de komende jaren plattelandsgemeenten op weg wil helpen. ‘Het zijn juist de dorpen waar innovatieve bewonersprojecten opbloeien. De urgentie om te vernieuwen is hier niet alleen groter dan in de steden, maar de inwoners zijn het ook meer gewend om samen ergens de schouders onder te zetten en de gemeenschap vooruit te helpen.’ Een mooi voorbeeld vindt hij de Friese dorpen die al in de jaren negentig probeerden hun voorzieningen overeind te houden via onder meer de opbrengsten van lokale windenergiecoöperaties. ‘Daarmee waren de dorpsbewoners hun tijd ver vooruit.’

Bijeenkomsten van de Dorpenacademie in Holwerd. ‘In de regel het meest succesvol zijn projecten waarin mensen de problemen van de ander helpen oplossen’ (Frank Strolenberg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Beeld Sjors de Vries

Bijeenkomsten van de Dorpenacademie in Holwerd. ‘In de regel het meest succesvol zijn projecten waarin mensen de problemen van de ander helpen oplossen’ (Frank Strolenberg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Beeld: Sjors de Vries

Verschillende werkelijkheden

Om van herbestemmingsprojecten een succes te maken, moeten alle partijen wel leren op een andere manier met elkaar te samenwerken. ‘Veel bestuurders weten niet goed hoe ze bewonersinitiatieven een plek moeten geven in hun beleidskaders en besluitvormingstrajecten. Op onze bijeenkomsten horen ze van hun collega’s in andere gemeenten en regio’s hoe zij dit aanpakken. Ook leren ze vanuit de ogen van burgers naar de kansen en mogelijkheden van leegstaande gebouwen te kijken. Dat werkt inspirerend en brengt de uitvoering van lokale projecten een stap dichterbij’, aldus De Vries.

Op een andere manier samenwerken begint meestal met het leren kennen van elkaars uitgangspunten. Professionals en dorpelingen blijken namelijk op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken, vertelt Frank Strolenberg van de RCE. ‘Bestuurders en ambtenaren hebben de neiging om overal een label op te plakken en gebouwen en activiteiten in categorieën in te delen. Bewoners kijken eerder integraal naar hun dorp en vragen zich af hoe bepaalde panden kunnen worden gebruikt om voorzieningen overeind te houden.’ Als docent van de Dorpenacademie én adviseur in herbestemmingsprojecten ziet hij die verschillende referentiekaders nogal eens botsen. ‘In de regel het meest succesvol zijn projecten waarin mensen de problemen van de ander helpen oplossen.’

Ruimte voor zelfsturing

Wethouder Rainer Kersten uit Vaals herkent het verhaal over uiteenlopende gezichtspunten en belangen. ‘Ik was van tevoren erg benieuwd hoe verschillende partijen vanuit hun eigen positie naar een project kijken en er samen een succes van weten te maken. Daarover heb ik op de bijeenkomst van de Dorpenacademie veel geleerd.’ Het was voor hem ook verhelderend om – een keer buiten alle theoretische modellen om – van initiatiefnemers zelf te horen wat ze van een bestuurder verwachten. ‘Ik voel nu beter aan hoe ik bewoners op weg kan helpen. En dat is lang niet altijd met geld.’

‘Ik voel nu beter aan hoe ik bewoners op weg kan helpen’

Ook Jan Welles, wethouder in Gennep, vroeg zich af hoe hij bewoners het best kan ondersteunen bij hun initiatieven. Het was de belangrijkste reden om naar de Dorpenacademie te gaan. ‘Een aantal dorpelingen is van plan een van onze kerken een nieuwe functie te geven. De bijeenkomst heeft mij bevestigd in mijn opvatting dat je zoveel mogelijk ruimte moet bieden aan deze vorm van zelfsturing. Burgers kunnen daar prima mee overweg.’

De Dorpenacademie is onderdeel van het kennisprogramma ‘Van Onderop!’. Meer info: www.vanonderop.ruimtevolk.nl.

Auteur: Jaco Boer
Beeld: Ruben van Vliet

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? Onder de naam Visie Erfgoed en Ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.kiezenvoorkarakter.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaves.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *