Bouwen en wonen anno 2016

| 9 november 2016
Uko Post

Uko Post

Op het Wooncongres in Den Haag vertoonden de diagrammen weer mooie, stijgende lijnen: het consumentenvertrouwen in de woningmarkt neemt toe, er worden steeds meer woningen verkocht en de koopprijs zit ook in de lift. Toch waren ook de sombere geluiden niet van de lucht: bestaand bebouwd gebied wordt maar mondjesmaat herontwikkeld, er worden te weinig woningen gebouwd en de woningnood in grote delen van ons land neemt toe. Kunnen we nou gerust gaan slapen of niet?

Zoals vaak in het leven, ligt de waarheid in het midden. De stad is momenteel mateloos populair, met als gevolg: veel vraag naar woningen, een oplopende prijs en een schaarser wordend aanbod. Het lukt de markt op dit moment niet daar tegenop te bouwen. En als ik zo hoor hoe verschillend er over oplossingen gedacht wordt, dan zie ik dat nog niet zo gauw veranderen. Het ene kamp wil van de knellende banden af en wil snel veel woningen bouwen, onder meer in de weilanden buiten de stad (“het gas erop”, “geen kassabonplanologie en semicommunisme meer” en “laat de rode contouren los en wijs donkergroene contouren aan”).

Daar tegenover staan de voorstanders van transformatie van het bestaande stedelijke gebied. Zij zien veel potentie in herontwikkeling. “De helft van de woningvraag kan in de gebouwde omgeving opgelost worden. Dat is geen druppel op een gloeiende plaat”.

Het is voor de congresganger best vermakelijk om deze uitgesproken standpunten te horen, maar het geeft mij geen gerust gevoel. Hetzelfde onbehagen krijg ik als ik naar de nieuwe Woningwet kijk waar we nu alweer enige tijd mee werken. Veel huurders zullen er niet zoveel van gemerkt hebben, maar op de werkvloer zijn we er maar druk mee. Laat ik een paar voorbeelden geven:

  • Sinds deze zomer zit Zutphen in één woningmarktregio met gemeenten als Urk en Hardenberg. Er is woningmarkttechnisch gezien geen enkel verband tussen Zutphen en deze twee gemeentes; ze liggen ook nogal ver bij elkaar vandaan. In Limburg en Groningen/Drenthe zijn de afstanden nog groter. De Minister heeft alle regio’s goedgekeurd. Is dit wat hij beoogd had?
  • Het passend toewijzen pakt voor de huurder soms gunstig uit omdat de corporatie veel huren verlaagd heeft, maar het werkt wel segregatie in de hand en het beperkt de woningzoekende soms in zijn keuzevrijheid. De Minister hoeft waarschijnlijk minder huurtoeslag te verstrekken, maar zijn we er op lokaal niveau nou veel mee opgeschoten?
  • En dan de scheiding DAEB/niet-DAEB (google svp even als dit je niks zegt). Hoe leg ik dit uit op een feestje? Corporaties bouwen hierdoor minder middeldure huurwoningen, een segment waar juist nu behoefte aan is.

Toch is er ook nog veel waar ik wel blij van word. Als burgers in een lab-achtige context op zoek gaan naar de identiteit van hun straat en enthousiast meedenken over hoe die straat levendiger kan worden. Als de voormalige stadsdichter een fraai gedicht schrijft over die straat en daarmee precies aangeeft waar de schoen klemt.

Als er zomaar opeens een roze piano met gifgroen krukje op een brug wordt gezet met de uitnodiging: spelen maar. Als ik steeds meer fraaie muurpoëzie zie verschijnen in de stad. Als blijkt dat het erg meevalt met dat grote azc aan de rand van de wijk. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Anno 2016 gaat er in bouwen en wonen-land gelukkig ook veel goed en dat is mooi om te zien.

Uko Post
Adviseur Ruimte en Wonen bij Gemeente Zutphen

Meer blogs van Uko Post