Kiezen

| 26 januari 2017

Een goed bewaard geheim; dat blijft de inhoud van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) over de strategische opgaven voor de fysieke leefomgeving. Het kabinet komt hiermee in februari naar buiten, vóór de verkiezingen. Althans dat is de bedoeling.

Aanvankelijk zou vorig jaar al een Nationale Omgevingsagenda worden gepubliceerd, met daarin de agendering van rijksopgaven, gevolgd door de NOVI, als beleidsdocument van het nieuwe kabinet. Maar dat proces liep traag, omdat het toch moeilijker bleek dan gedacht om tot een breed gedragen visie op de fysieke leefomgeving te komen. Die visie moet namelijk wel van de Rijksoverheid zijn en dus breed gedragen. En daar zit ‘m de kneep. Waar de Omgevingswet aanstuurt op integraliteit in visie en beleid, blijkt dat departementaal nog geen gelopen koers.

Waar de departementsleiding en beleidsambtenaren bij IenM zelf aan moeten wennen is dat ruimte geen beleidsterrein meer is voor het zittende kabinet.

De fysieke leefomgeving daar gaat het om en daar gaan meerdere ministers en Rijksambtenaren over. Alles wat de stad betreft zit bij BZK, economie en investeringsklimaat zit nog altijd bij EZ, net als natuur, Financiën en Defensie hebben weer heel andere ruimtelijke belangen. IenM is dan wel het departement van de harde infrastructuur en de leefomgeving, maar wie zegt dat ze daar de kar moeten trekken in het debat.

Minister Melanie Schultz van Haegen wil graag nog vóór de verkiezingen komen met een eerste stap op weg naar een NOVI. Begrijpelijk. Haar loopbaan als minister loopt af. Ik kan mij voorstellen dat ze liever de geschiedenisboekjes in gaat als de minister die de Omgevingsvisie heeft neergezet met een nieuwe visie op de ruimtelijke leefomgeving en een andere manier van werken voor de overheid daarbij, dan als de minister van meer asfalt en scheuren op de snelwegen.

Wat weten we over de NOVI. Dat integraal afwegen en prioriteren centraal staan, net als in de Omgevingswet. Dat geldt ook voor uitvoerbaarheid. Meer dan in het huidige omgevingsrecht probeert de Omgevingswet en dus ook de NOVI ervoor te zorgen dat ambities en beleidsdoelen daadwerkelijk worden gehaald. Bijvoorbeeld via verplichte (en niet verplichte) programma’s waarin uit te voeren maatregelen worden opgenomen. Deze programma’s moeten ook gemonitord worden, als extra stimulans voor het behalen van beleidsdoelen uit een omgevingsvisie.

De veelheid van geagendeerde onderwerpen is dan wel lastig. In de conceptversie die vorige maand nog deel 1 heette zijn heel veel thema’s en opgaven benoemd waar je het moeilijk mee oneens kunt zijn. Maar waarvoor kiezen we nou eigenlijk?

Dat zou dan in een volgende deel van de NOVI komen te staan.

Er is blijkbaar voor gekozen om deel 1 Strategische opgaven, deel 2 Uitwerking en consequenties en deel 3 Ontwerpnota en uitvoeringsprogramma gescheiden te presenteren. In deel 2 van de NOVI wordt pas gekeken naar de haalbaarheid van alle voorstellen. Maar waarom kan dat niet parallel? Wat is dan de zin van het apart en vroegtijdig uitbrengen van deel 1? Meerdere bronnen geven aan dat onhandig te vinden. Vroegtijdig bepalen of een opgave uitvoerbaar is, lijkt cruciaal.

Geen keuze maken, is ook een keuze. Dat lijkt mij niet in lijn met wat er zelfs vanuit liberaal perspectief wordt bedoeld met het werken in de geest van de Omgevingswet. Of hikt onze liberale minister van IenM, samen met haar even zo liberale collega’s op BZK en EZ, aan tegen de constatering dat kiezen ook inhoudt dat je je verantwoordelijkheid als Rijksoverheid pakt en dus meestuurt?

Wie zal het weten? We wachten met smart op de witte rook boven het gebouw waar de NOVI wordt uitgedacht.


Marcel Bayer

Hoofdredacteur ROm

Meer blogs van Marcel lezen?