Omgevingsvisies verbinden onder- en bovengrond
Op weg naar een 3D-ruimtelijke ordening

| 30 maart 2017

Met de Structuurvisie Ondergrond, die eind 2016 is gepubliceerd, staat de 3D-ruimtelijke ordening op de agenda. Een samenhangende visie en integraal beleid voor ondergrond en bovengrond is uitgangspunt voor de nationale Omgevingsvisie en voor regionale en lokale omgevingsvisies. De Provincie Overijssel werkt aan een ‘ladder voor de ondergrond’, een concrete werkwijze om afwegingen met de ondergrond een plek te geven in de fysieke leefomgeving.

Lees het complete artikel in ROm 3, maart 2017

De ondergrond klopt op de deur
Aardbevingen in Groningen, discussies over schaliegas en ondergrondse CO2-opslag, warmte-koude opslag, geothermie, gebiedsgericht grondwaterbeheer, ondergronds bouwen en de aanleg van nieuwe kabels en leidingen. De ondergrond staat steeds prominenter op onze ruimtelijke en politieke agenda. In dit magazine schreef Geert Roovers vorig jaar (De ondergrond klopt op de deur, ROm 6, juni 2016) over het samenhangend geheel van de boven- én ondergrond, en de kansen die de ondergrond biedt voor de energietransitie, klimaatverandering en verstedelijking. Hij liet zien hoe op verschillende plaatsen in ons land sprake is van een ruimtelijk zoekproces naar de toegevoegde waarde van de ondergrond, en de inbedding daarvan: een 3D-ruimtelijke ordening. We zijn nu een half jaar verder, en vervolgen de verkenning naar de samenhang van ruimte en ondergrond, en de concrete invulling van deze 3D-ruimtelijke ordening.

De ontwerp-Structuurvisie Ondergrond (STRONG), gepresenteerd vorig jaar november en aangeboden aan de Tweede Kamer, brengt voor het eerst de ruimtelijke ordening en de ondergrond op nationale schaal bij elkaar. In de structuurvisie spreekt het Rijk zich uit over de nationale drinkwater- en energievoorziening, en de weging van deze beide belangen ten opzichte van elkaar. De structuurvisie spreekt zich uit over zaken als de winning van aardgas, olie, geo-thermie en opslag van stoffen in de ondergrond. De visie bestaat uit richtinggevende uitspraken, procedureafspraken en procesrichtlijnen. Zo hebben de provincies met het Rijk afspraken gemaakt over de wijze waarop zij de komende twee tot drie jaar zogenaamde ‘Aanvullende Strategische Voorraden’ gaan aanwijzen; grondwatervoorraden bedoeld voor het opvangen van grotere tekorten en calamiteiten op de middellange termijn (een periode van 10 tot 25 jaar). Na aanwijzing neemt het Rijk de gebieden en de bepalingen ten aanzien van mijnbouwactiviteiten hierin, van de provincies over. Ook stelt het Rijk dat provincies gebieden met goede potenties voor geothermie, winning van aardgas uit kleine velden en CO2-opslag zoveel mogelijk buiten de begrenzing van Aanvullende Strategische Voorraden moeten houden.

Denkmodel STRONG

Denkmodel STRONG

 

Denkmodel
In de Rijksstructuurvisie legt het Rijk een aantal principes vast voor het omgaan met ondergrond in de ruimtelijke ordening, te weten een watersysteembenadering, het gebruik van omgevingsmanagement en – dus- het toepassen van 3D-ruimtelijke ordening. Het Rijk werkt deze 3D-benadering uit op basis van eerder gedachtengoed dat onder meer is ontwikkeld door SIKB en de Gemeente Rotterdam.

Het Rijk spreekt over ‘3D-ruimtelijke ordening’ onder verwijzing naar het samenhangende ruimtebeslag van bovengrondse en ondergronds activiteiten. Zo stelt de structuurvisie: ‘Voor mijnbouwactiviteiten zijn er bovengrondse installaties nodig en boringen naar de diepe ondergrond. Leidingen in de toplaag van de ondergrond zorgen voor transport naar het afzetgebied. Nieuwe mijnbouwactiviteiten moeten dus niet alleen worden afgestemd op ander ondergronds gebruik maar ook ingepast in het bestaande bovengrondse gebruik. Het onttrekken van grondwater voor de drinkwatervoorziening stelt bijvoorbeeld randvoorwaarden aan het gebruik van de bovengrond. Het bovengrondse ruimtebeslag is hiermee tamelijk groot. Ook het ondergrondse ruimtebeslag is groot, althans als het gaat om het gebruik van de watervoerende pakketten. Ander gebruik is daarin niet wenselijk of slechts onder strenge randvoorwaarden.’ Aansluitend stelt men dat een ’driedimensionale ruimtelijk ordening, als praktisch handvat voor duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van de ondergrond, is geboden.’ Echter, een definitie, doelstelling of concrete invulling van deze 3D-ruimtelijke ordening ontbreekt – de wijze waarop het kan worden ingevuld, wordt vrijgelaten. De structuurvisie verwijst wel naar een denkmodel, dat eerder door gemeente Rotterdam en SIKB is ontwikkeld. Het denkmodel geeft een aantal denkstappen en bijbehorende vragen inzake bovengronds en ondergronds gebruik en hun samenhang [zie kader].
Met de Rijksstructuurvisie krijgt het begrip 3D-ruimtelijke ordening een prominente plaats in ons beleid voor de fysieke leefomgeving. De structuurvisie spreekt zich niet uit over de wijze waarop dit concreet zijn beslag moet krijgen. Regionale en lokale partijen houden daarmee ruimte om het begrip op hun eigen wijze in te vullen. Overijssel is daarmee al aan de slag gegaan.

Driedimensionaal kijken naar de ondergrond. In Overijssel staat de drinkwaterwinning op 1.

Driedimensionaal kijken naar de ondergrond. In Overijssel staat de drinkwaterwinning op 1.

 

Provinciale ladder
De Provincie Overijssel wil met behulp van de 3D-benadering kennis opdoen over kansen en belemmeringen van de ondergrond, instrumenten ontwikkelen om duurzaam beheer van de ondergrond mogelijk te maken en werken aan de samenhang tussen verschillende beleidsdoelvoor[1]. Een afwegingsladder moet zorgen voor meer zeggenschap over de ondergrond. CDA Statenlid Rob Engbers stelt in februari 2016: ‘Met deze ladder wordt duidelijk waar we de prioriteiten leggen bij het gebruik van de ondergrond. Drinkwaterwinning staat voor Overijssel op 1[2].

Met de actualisatie van de omgevingsvisie, waarvan het ontwerp in het najaar 2016 is gepubliceerd, zet de provincie de volgende stap. Ondergrond is één van de thema’s in deze actualisatie, en de provincie geeft daarin haar beeld van een 3D-ruimtelijke ordening. Ze stelt dat ‘in een 3D-benadering het ruimtegebruik bezien moet worden vanuit maatschappelijke opgaven, waarin de tweedimensionale benadering van de bovengrond verbonden wordt met de derde dimensie van de ondergrond.’

De provincie vult de benadering verder in door een basisprioritering vast te stellen voor functieafwegingen in de ondergrond: drinkwaterwinning – hernieuwbare energie – tijdelijk gebruik – permanent gebruik. Een aantal activiteiten, zoals de opslag van radioactief afval en schaliegaswinning, sluit de provincie uit. De provincie stelt tevens dat zij deze afwegingsystematiek verder zal uitwerken door prioritering en gebruik van een afwegingsladder op basis van informatie over effecten, risico’s, kosten, baten en de mogelijkheden voor monitoring. De provincie onderzoekt daarbij de mogelijkheden van het gebruik van de methodiek van fingerprints, zoals deze door de Rijksuniversiteit Groningen wordt ontwikkeld.[3] Met de fingerprints is de impact van keuzes met betrekking tot de ondergrond te vergelijken.

Lees het complete artikel in ROm 3, maart 2017

[1] Zie ook Statenvoorstel nr. PS/2015/867

[2] http://cdaoverijssel.nl/nieuws/681-overijssel-stelt-kaders-ondergrond-vast-voor-meer-zeggenschap-over-eigen-bodem.html

[3] Zie onder meer de Inaugurele rede van professor Herber, hoogleraar geo-energie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en het Statenvoorstel nr. PS/2015/867 van de provincie Overijssel.