Transformatie in de stad

| 15 februari 2018

Zo heet het programma waar ik vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed leiding aan mag geven. Het is een van de drie thema’s van de Visie Erfgoed en Ruimte, waarin de Rijksoverheid cultuurhistorie een factor van betekenis wil laten zijn bij alle belangrijke ruimtelijke opgaven.

Een van die belangrijke ruimtelijke opgaven is de invoering van de verplichte gemeentelijke omgevingsvisie. En hoewel ik me realiseer dat de hele wereld projecten, cursussen en programma’s organiseert rond dit thema, denk ik dat ‘onze aanpak’ een kans in zich heeft, die je niet zou moeten willen laten lopen.

Hoewel de omgevingsvisie in de basis lijkt op de het oude instrument van de structuurvisie, zijn er twee belangrijke verschillen. Allereerst moet de omgevingsvisie een integraal verhaal worden en vervangt daarmee meerdere sectorale visies. En deze moet ook nog eens op basis van participatie tot stand komen. Ga er maar aan staan… Juist dit is wat ‘onze aanpak’ interessant maakt. Ik schrijf ‘onze aanpak’ bewust tussen aanhalingstekens, want er zit geen patent op en het zou zomaar eens ‘uw aanpak’ kunnen worden.

Een integraal verhaal

Het domein van Erfgoed en Ruimte gaat niet over ‘monumenten’ of over ‘archeologie’, het is veel breder dan dat. Erfgoed en Ruimte gaat over het ‘integrale verhaal van gisteren’. Hoe heeft de ruimtelijke structuur zich door de tijd heen ontwikkeld? Is zichtbaar wanneer economische voorspoed of achteruitgang optrad, waar dat gebeurde en hoe zich dat uitte? Welke volkshuisvestelijke keuzes zijn er in het verleden gemaakt? Wat is er in de loop der jaren veranderd aan de waterbeheersing van de stad? Hoe zag de binnenstad er in de jaren voor de stadsvernieuwing eruit? Tot welke ingrepen heeft dit geleid en heeft het gebracht wat we ervan verwacht hadden? Maar ook vragen als hoe de sociale en maatschappelijke voorzieningen door de tijd heen anders zijn gaan werken, etc, etc. De antwoorden op dit soort vragen – en vooral de relaties ertussen – bepalen in samenhang het ‘integrale verhaal van gisteren’.

Hierin schuilt een fantastische kans. Namelijk door samen het ‘integrale verhaal van gisteren’ te maken, aan te vullen of te analyseren, wordt richting geboden voor het ‘integrale verhaal van morgen’. Kortom, er wordt een basis gelegd voor het gesprek over de dilemma’s en onderwerpen in een integrale omgevingsvisie. Dit zou kunnen in de vorm van een tijdlijn, als (eerste) bouwsteen voor de omgevingsvisie.

Tijdlijn als participatieproject

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een aantal tijdlijnen van Nederland opgesteld: NL Stedenland, NL Kavelland, NL Energieland, en NL Waterland. De tijdlijnen laten de ontwikkeling van Nederland op een aantal thema’s zien, maar plaatsen vooral ook de opgaven waar we nu voor staan in een historisch perspectief. De tijdlijnen worden veelvuldig als praatplaat gebruikt rond opgaven als bijvoorbeeld waterveiligheid en energietransitie. Recent hebben deze tijdlijnen navolging gekregen in een meer integrale tijdlijn voor het IJsselmeergebied.

We willen nu nog een stap verder gaan met het instrument van de tijdlijn. De ontwikkeling van een tijdlijn voor een stad of gemeente lijkt een ideale basis te bieden voor een interactief participatietraject. Partijen kunnen uitgenodigd worden om hieraan bij te dragen vanuit de eigen optiek, het specialisme of belang. Waarschijnlijk zijn meerdere rondes noodzakelijk. In een eerste ronde zou er intern met de gemeentelijke organisatie aan de tijdlijn gewerkt kunnen worden. In een tweede ronde worden dan externe stakeholders betrokken. Het is in ieder geval van belang om hier de nodige tijd voor uit te trekken, het proces niet vooraf ‘in beton te gieten’ en oog te hebben voor het krachtenveld. En om hierop te anticiperen.

Hondenpoep en zwerfvuil

Het mooie van de geschetste participatie is dat u dan niet een gesprek voert op het niveau van ‘hondenpoep en zwerfvuil’, maar dat participatie plaatsvindt op een hoger abstractieniveau, namelijk het niveau van de doorgaande ontwikkeling van uw stad of gemeente. De resultaten – door middel van participatie opgehaald – in de vorm van een integrale tijdlijn kunnen dan worden vertaald naar trendlijnen, die een bouwsteen kunnen vormen voor de omgevingsvisie.

Frank Buchner

Frank Buchner is Programmaleider Wederopbouw bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Reageren?

Geïnspireerd geraakt door deze aanpak? Laat het weten, we denken graag met u mee. Reacties naar aanleiding van dit artikel worden bijzonder op prijs gesteld. Dat kan door te reageren op het artikel zelf, of te mailen naar F.Buchner@cultureelerfgoed.nl