De was

| 29 mei 2018

Ik hou ervan als functionele dingen ook mooi zijn. Dat heb ik niet van mijn moeder, want die wil vooral dat functionele dingen niet te duur zijn. Ik heb er graag meer voor over als – bijvoorbeeld – mijn gieter, afstandsbediening of doosje lucifers aangenaam is om naar te kijken. Het zal om die reden zijn dat mijn moeder een oerdegelijke Curver wasmand heeft (OK, niet de goedkoopste, maar hij gaat wel je hele leven lang mee) en ik een vrolijke stoffen wasmand met print van Sissy Boy (ook niet de goedkoopste, maar je kunt hem wel heel makkelijke recyclen als je toe bent aan een nieuw design).

En zo is er voor iedereen met een huishouden wel zijn of haar eigen wasmand. Grote wasmanden, kleine wasmanden, wasmanden die makkelijk te dragen zijn, gefragmenteerde wasmanden (die heeft mijn dochter. Wij kennen hem beter als de vloer). Dat is maar goed ook, want als iets nooit ophoudt, dan is het wel de was.

Nou kan ik me afvragen dat je je hier, op dit punt, als lezer afvraagt wat de was te maken heeft met grote ruimtelijke opgaven. Hoewel ik er ook volledig op vertrouw dat een deel van jullie al lang heeft gezien dat het bijhouden van de was ook een grote, ruimtelijke opgave is. Al is het maar omdat de was aan de lijn drogen veel impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit, maar gezien de energietransitie wel wenselijk is.

Hoe dan ook, ‘het oneindige’ hebben de was en grote, ruimtelijke opgaven dus met elkaar gemeen. We zullen altijd blijven staan voor vraagstukken die impact hebben op het landschap. De vraag is niet óf die gewassen moeten worden, de vraag is hóe.

Ruimtelijke opgaven aanpakken met besef van culturele waarde van een plek

De afgelopen twee jaar heb ik van heel dichtbij mogen zien hoe mijn collega’s bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samenwerkingen zijn aangegaan met ontwerpers, ambtenaren, waterschappen, wetenschappers en kenniswerkers om cultuurhistorie startpunt te laten zijn van ruimtelijke ingrepen. Met passie, maar vooral ook heel veel doorzettingsvermogen. Soms het (voor)oordeel van zich afschuddend dat de RCE alleen maar monumentale panden in stand wil houden. Want dat is bij Erfgoed en Ruimte niet de insteek. De insteek is om ruimtelijke opgaven met besef van culturele waarde van een plek aan te pakken.

In die twee jaar heb ik alles opgezogen als een spons. Dat de landkaarten van Jacob van Deventer inspiratie geven voor huidige stadsopgaven. Dat de stresstest goed toekomstperspectief kan geven als je goed kijkt naar historische waterlopen. Dat wederopbouwgebieden ook uiterst charmant kunnen zijn. Allemaal als je maar goed kijkt.

Eind van dit jaar is het programma Erfgoed en Ruimte klaar. Dan hebben we in tientallen projecten een schat aan kennis geworven. Om die kennis te presenteren, ben ik samen met collega’s bezig met het organiseren van een congres. Een congres waarmee we de toekomst inluiden. Waarmee we weer een stap dichterbij de volgende generatie zijn. Niet een congres over wat was, maar een congres over wat komt.

Daarna stopt mijn werk als communicatieadviseur bij Erfgoed en Ruimte. Ik zal hopelijk doorgaan naar de volgende klus en daar weer een schat aan nieuwe kennis opdoen. En anders heb ik altijd de was nog. Die houdt nooit op.

Misja Boonzaayer
Communicatieadviseur van het programma Erfgoed en Ruimte
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed