Leren van natuurlijke en historische systemen
Ontwerpen aan een klimaatrobuust land

| 31 oktober 2018

auteur Jaco Boer

‘De strijd tegen klimaatverandering en wateroverlast zal nooit af zijn’ (Henk Ovink)

Steden verdichten én hittebestendig maken

Spectaculair stedelijk landschap van Rotterdam Central District moet groener en blauwer worden.

Kade Eindhoven. Kijken naar het verleden en van daaruit voorstellen doen waarin uiteenlopende opgaven slim met elkaar zijn gecombineerd. Dat is de aanpak die ontwerpbureau marco.broekman en ingenieursbureau Witteveen + Bos volgden in hun ontwerpend onderzoe k voor een klimaatbestendig en gezond Eindhoven.

Beeld Marco Broekman

 De bijdrage die cultuurhistorici en ontwerpers kunnen leveren aan het vormgeven van een klimaatrobuust Nederland. Die uitdaging stond centraal op een bijeenkomst afgelopen zomer in Rotterdam in het kader van de 8e Internationale Architectuur Biënnale. Bestuurders reflecteerden er met ontwerpers, onderzoekers en erfgoedexperts op inspirerende initiatieven voor klimaatadaptatie en de energietransitie.

 

Dit artikel is eerder verschenen in ROm 10, oktober 2018. ROm is gratis voor ambtenaren bij de overheid. Vraag hier vandaag nog een abonnement aan.

Nederland staat voor de opgave om zich in relatief korte tijd voor te bereiden op de noodzakelijke energietransitie en de gevolgen van klimaatverandering. Met het Nationaal Klimaatakkoord, dat hoogstwaarschijnlijk dit najaar wordt gesloten, zijn deze onderwerpen nog hoger op de agenda van bestuurders en beleidsmakers gekomen. De thema’s vormen een belangrijk vertrekpunt voor de nationale en lokale omgevingsvisies waar deze partijen op dit moment hard aan werken. Om hen te inspireren zette het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een ontwerpprogramma op rond klimaat en energie dat eind van dit jaar afloopt. Tijdens de 8e Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam reflecteerden bestuurders met ontwerpers, onderzoekers en erfgoedexperts alvast op enkele uitkomsten en gingen daarbij dieper in op de rol van cultuurhistorici en vormgevers. Met hun verbeeldingskracht en kennis van historische watersystemen en structuren kunnen zij voor de klimaat- en energietransitie vernieuwende oplossingen aandragen die sectorale belangen overstijgen, luidde een van de conclusies van de dag.

Opgaven slim combineren
Voordat op concrete projecten werd ingegaan, schudde Henk Ovink als watergezant van de drie betrokken ministeries het publiek wakker met zijn boodschap dat de strijd tegen klimaatverandering en wateroverlast nooit af zal zijn. Daarom is er voortdurende innovatie nodig en moeten er slimme coalities worden gesloten. Gelukkig kan Nederland terugkijken op een eeuwenlange en succesvolle omgang met het water en heeft het daarin een unieke cultuur van samenwerken ontwikkeld, constateerde Ovink. ‘Zet deze in voor de huidige complexe klimaatopgave.’
Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, ging in zijn toespraak verder in op de complexiteit die Ovink had aangesneden in zijn verhaal over de klimaatproblematiek. Hij pleitte ervoor om conflicterende opgaven niet los van elkaar op te pakken, maar slim te combineren tot innovatieve oplossingen. Als voorbeeld haalde hij de noodzaak aan om steden te verdichten én hittebestendig te maken. Op het eerste gezicht lijken die twee doelstellingen onverenigbaar. Maar met stadsblokken van zeven of acht lagen kunnen hoge dichtheden worden bereikt en is er voldoende ruimte voor groene binnenhoven en pleinen. ‘Berlijn en Parijs laten zien dat het kan.’

Verbindend verhaal
Eric Frijters, lector Future Urban Regions van de samenwerkende Academies van Bouwkunst, drukte ontwerpers op het hart om de stad als een levend organisme te zien, waarin water, data, afval en kapitaal onophoudelijk circuleren. Wie locaties klimaatrobuust wil maken, moet ingrijpen in die stromen en door alle schaalniveaus heen ontwerpen, was zijn conclusie. Hij lichtte die opvatting toe met een voorstel voor een klimaatbestendige herinrichting van de Zuid-Hollandse Delta waarin een geothermisch netwerk alles met elkaar verbindt.
Ellen Vreenegoor, programmaleider Water en Erfgoed bij de RCE, gaf aan dat we in onze zoektocht naar klimaatadaptatie ook veel kunnen leren van historische watersystemen. In het verleden zijn er tal van ingenieuze oplossingen bedacht om droge voeten te houden én van het water te profiteren. Zulke innovaties kun je niet klakkeloos naar de huidige tijd toe kopiëren, maar wel als inspiratiebron gebruiken voor hedendaagse ontwerpen. Zo wordt er iedere keer een nieuwe laag aan het verhaal van een locatie toegevoegd.

Vanuit de zaal werd ook opgemerkt dat cultuurhistorie voor een verbindend verhaal kan zorgen en draagvlak creëert voor de grote transities van deze tijd. Maarten Tas van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie sloot daar aan het einde van de bijeenkomst op aan. Hij pleitte voor integrale beleids- en ontwerpvisies die oplossingen bieden dicht bij de dagelijkse belevingswereld van burgers. ‘Alleen zo kan het noodzakelijke draagvlak voor ingrijpende veranderingen ontstaan.’

Ontwerpen aan de grote transities
In het kader van het Ontwerpprogramma Erfgoed en Ruimte van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie werken zestien ontwerpteams in lokale projecten aan de grote transitieopgaven rond energie en klimaat. Vanaf komende winter worden de resultaten in een rondreizende tentoonstelling met bijbehorend debatprogramma en magazine onder de aandacht gebracht. ROmagazine zal er aandacht aan besteden.

De aftrap vindt plaats op 3 december in de Van Nellefabriek waar de RCE een grote werkconferentie houdt over de inspirerende rol van cultuurhistorie in actuele ruimtelijke transities in onze steden en het landschap. Meer informatie over de rondreizende expositie en de RCE-werkconferentie is te vinden op: https://stimuleringsfonds.nl/nl/actueel/nieuws/save_the_dates_erfgoed_en_ruimte_dit_najaar/ en https://erfgoedenruimte.nl/agenda/werkconferentie-erfgoed-en-ruimte.

Meer groen en water in Rotterdam Central District
De omgeving van het Centraal Station in Rotterdam ziet er stenig uit. Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger lagen er sloten en lommerrijke singels met brede waterpartijen. Het regenwater dat zich in dit lagere deel van het centrum verzamelde, kon zo gemakkelijk worden afgevoerd. De singels zorgden ook voor een betere hygiëne en waren populaire woonstraten voor de gegoede burgerij. Die veelal onzichtbare culturele erfenis, meer dan 150 jaar geleden geïntroduceerd door stadsarchitect Rose, is door een team van Arconiko architecten, Plein06, Designlab 2902 en bureau SteenhuisMeurs opgepakt om het Rotterdam Central District klimaatrobuust te maken. ‘Op dit moment wordt het regenwater nog ondergronds via persleidingen weggepompt. Wij streven naar bovengrondse oplossingen voor de groeiende water- en hitteproblematiek die de totale kwaliteit van het gebied verbeteren’, legt Frido van Nieuwamerongen van Arconiko architecten uit.

In hun ontwerpend onderzoek doorgrondden de bureaus voor alle deellocaties eerst de natuurlijke systemen en stedenbouwkundige structuren en koppelden die aan actuele klimaatdata. Daarna maakten ze ontwerpen die voortbouwden op nog aanwezige cultuurhistorische elementen of lieten zich bij een gebrek hieraan inspireren tot de introductie van een soortgelijke structuur. Een voorbeeld van de eerste benadering is het voorstel om aan de rand van het Oude Westen intact gebleven delen van de oorspronkelijke singelstructuur verder uit te bouwen en de plek meer groene allure te geven. Voor de noordoostkant van het Rotterdam Central District pleiten de ontwerpers voor een nieuwe stadssingel in de geest van Rose die niet alleen extra waterberging biedt maar ook een nieuwe recreatieve route tussen Centraal Station en de Rotte vormt.