De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland
Een NOVI in samenhang

| 14 februari 2019

auteur Wil Borm/bormdekkers@casema.nl
De schrijver is secretaris van Adviesgroep Borm & Huijgens, die adviseert op het terrein van integraal waterbeheer.

Opmaat voor de NOVI
Binnenkort presenteert het kabinet de concept-NOVI, waarin de hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefruimte worden vastgelegd. ROm biedt ruimte aan vakgenoten om het debat te voeden met hún visie over waar het naartoe moet en wat daarvoor nodig is. Bijdragen zijn welkom: marcel.bayer@romagazine.nl

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dient niet alleen samenhang te geven, maar ook in samenhang te zijn samengesteld. De Rli wijst daar nog maar eens op in zijn advies afgelopen november. Eerder, bij de invoering van de Omgevingswet eind juni, was de strekking van het manifest van koepelorganisaties IPO, VNG en UvW eveneens ‘Werk als één overheid’. Maar wie het Kabinetsperspectief NOVI leest, moet constateren dat het allerbelangrijkste thema, een klimaatbestendig Nederland, veel te weinig integraal doorwerkt in de visie.

Dit artikel verscheen eerder in ROm 1-2, januari-februari 2019, ROm is gratis voor ambtenaren. Wordt nu abonnee!

Meer dan de helft van Nederland brachten we beneden de zeespiegel, waardoor ons land tot de gebieden behoort waar de bevolking het meeste risico loopt bij zeespiegelstijging. We zullen het water in toenemende mate blijven keren, bergen en bemalen. Het tijdstip waarop de peilstijging voor de Noordzeekust in een versnelling komt is niet te voorspellen. Wanneer de ruimtelijke ordening dan niet is aangepast, kan het te laat zijn.

Water in een circulaire economie
De mens is onderdeel van de wereldomvattende natuur en zijn leefomgeving is beperkt tot gebieden met voldoende zoet water. Minder dan een tienduizendste van het water op aarde is zoet oppervlaktewater, waarvan veel leven en welvaart afhankelijk is. Naar schatting worden halverwege deze eeuw meer dan vijf miljard mensen getroffen door zoetwatertekort.
Alle reden om in dichtbevolkte delta’s zuinig om te gaan met het zoete water, te streven naar een circulaire eco-economie en verzilting effectief te bestrijden. Maar zolang het merendeel van de rivieraanvoer wordt verbruikt om tegendruk te bieden aan het indringende zout via de Nieuwe Waterweg, worden de zoetwatertekorten nijpender.

Waterveiligheid in het geding
Voor zeewaterveiligheid is een krachtige en aangroeiende kust van belang. Rijkswaterstaat is dan ook op zoek naar alternatieven om een systeemsprong in de kustbescherming te bewerkstelligen. Zowel de stormvloedkering in de Oosterschelde als de Haringvlietsluizen zijn niet berekend op een meter zeespiegelstijging. Een gesloten of afsluitbare kustlijn is voorwaarde voor zeewaterveiligheid. Als we niets doen, zijn we straks weer terug bij af, met sombere vooruitzichten. Ingenieur Frank Spaargaren – onder wiens supervisie de stormvloedkering in 1986 afkwam – wees hier op in BN/De Stem (3 maart 2017).
Voor rivierwaterveiligheid ontbreekt vooralsnog een nationale noodberging die extreem hoge rivieraanvoeren gedurende stormopzet kan opvangen. De ruimte hiervoor vinden we alleen op zee.

Voorlopig is terughoudendheid bij ruimtelijke ordening op zee gewenst

Mocht zich onverhoopt een watersnoodramp voordoen, dan zijn we daar nauwelijks op voorbereid. Vitale functies dienen bij voorbaat veiliggesteld te zijn.
Met zandsuppleties, dijkverhogingen en een vlotte doorstroming redden we het niet en maatregelen om klimaatverandering te vertragen zijn marginaal vergeleken met grote systeemmaatregelen.

Het huidige Deltaprogramma is een eerste aanzet voor de opdracht van de tweede Deltacommissie om ons duurzaam te beschermen tegen en samen te werken met het water.
Hoe de overheid de bovenbeschreven problemen gaat oplossen, blijft vooralsnog de vraag.
Een stijgende zeespiegel en een land dat steeds verder daalt, samen met extremen in riviergedrag en een grotere kans op stormen met orkaankracht, maken dat het de hoogste tijd wordt voor een totaalplan voor een klimaatbestendig Nederland.

Mobilisatie van alle expertise
Bij het ‘Waterschap Nederland’ zijn in de eerste plaats de waterschappen (UvW), de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de landelijke politiek, de samenstellers van het Deltaprogramma en Rijkswaterstaat betrokken. Ook kennisinstituten en adviesraden spreken terecht een woordje mee. Daarnaast spelen de belangen van onder meer landbouworganisaties, industrie, natuurbeheer, woningbouw en recreatie.

Men moet en kan het alleen eens worden op basis van kennis van zaken en een wetenschappelijke grondslag. Daarom zal de taak om te komen tot een masterplan voor klimaatbestendigheid moeten worden toevertrouwd aan een team van deskundigen.
Alle mogelijke expertise dient hierbij gemobiliseerd te worden.
Een doorlopende kust en grensoverschrijdende rivieren maken internationale samenwerking meer dan gewenst. Zodra er voor de lange termijn gekozen wordt voor een landelijke systeemkeuze, heeft dit cruciale gevolgen voor een NOVI.

De impact van een landelijke systeemkeuze
Zonder een voorkeur uit te spreken, illustreren we hier de impact van een grote structurele maatregel voor de lange termijn. Als voorbeeld nemen we de Haakse Zeedijk, een kilometers brede klimaatdijk zo’n 25 km ver in zee. Deze dijk omsluit een aantal bekkens, waarin het peil rond 0 NAP gehandhaafd blijft.
De bekkens vormen een ruime nationale noodberging, verbeteren de zoetwatervoorziening, verminderen de verziltingsdruk, scheppen veilige binnenkustvaart, optimaliseren de concurrentiepositie van de havens en bieden mogelijkheden voor natuur en recreatie.
De zeedijk beschermt de huidige kust, creëert wegen voor het vrachtvervoer en geeft ruimte aan nieuwe infrastructuur. Tal van projecten, zoals containertransferia, een nationaal vliegveld boven zeeniveau en duurzame energieopwekking en -opslag kunnen meeliften met de planrealisatie. Bestaande en geplande windturbineparken in zee bemoeilijken de nog nader te bepalen en aan te leggen infrastructuur. Voorlopig is daarom terughoudendheid bij ruimtelijke ordening op zee gewenst.

Beeld en bron Adviesgroep De Haakse Zeedijk

Schematische weergave van de Haakse Zeedijk (zwart: primaire dammen, rood: zeesluizen).
Zeeschepen hoeven hoogstens eenmalig te schutten. De Maasvlakte en Europoort blijven (voorlopig) in open verbinding met zee. Spuisluizen handhaven het waterniveau in de bekkens op 0 NAP en over ruim een eeuw wordt er ook uitgemalen. Het rivierwater stroomt vrij in de bekkens via open/afsluitbare keringen (blauwe pijlen). Drijvende golfdempers bevorderen zandaanwas en voorkomen afslag. Samenwerken met de ondiepe zeebodem en de zand aanvoerende stromingen vormt de basis van deze tweede kustlijn. Beeld en bron Adviesgroep De Haakse Zeedijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tijd van vrijblijvendheid en ongeremde groei is voorbij

Een groot voordeel van deze ‘boezem in zee’ is dat de rivieren op het huidige peil blijven en niet meestijgen met de zeespiegel, waardoor de bestaande landelijke infrastructuur de komende eeuwen niet aangepast hoeft te worden.
Een stapsgewijze aanleg van de Haakse Zeedijk begint met kustbescherming door drijvende golfdempers en de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg (Plan Sluizen).
De voormalige zeegaten worden als eerste toegevoegd aan de nationale noodberging, doorstroming met zoet water verbetert de milieukwaliteit en de zoetwatervoorraden worden uitgebreid.

Daadkrachtige en kundige aansturing
Als opmaat naar de NOVI presenteerde Adviesgroep Borm & Huijgens in augustus 2018 de nota De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland. In november 2018 verscheen het rapport Hoogste tijd voor het maken van een masterplan waterveiligheid van dr. ir. Gerd Kamerling c.s. dat enkele plannen voor de lange termijn vergelijkend in beeld brengt. Hij geeft aan dat we verantwoorde keuzes dienen te maken, waarbij elke stap een afgerond project is binnen het grote geheel. Onze strijd voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening moeten en kunnen we winnen.

Harde keuzes zijn daarbij onvermijdelijk. Geen bestaande visie, innovatie, conservatieve aanname, vermeend natuurbelang, bestemming of bescherming blijft overeind als deze conflicteert met de algemene belangen. De tijd van vrijblijvendheid en ongeremde groei is voorbij. Men zal gebonden zijn aan de eenmaal gekozen koers, ontwikkeld door een team met deskundigheid op alle gebied. De drive tot aanpassing aan de klimaatverandering is bij betrokkenen alom aanwezig en men wacht op een daadkrachtige aansturing door de overheid. De NOVI biedt, op basis van het masterplan klimaatbestendigheid, de overheid de kans om een stevig fundament voor de toekomst te leggen.