‘Veranderende rol voor burgers en ondernemers is voor iedereen wennen’
Rotterdamse pilots verminderen regeldruk

| 17 april 2019

auteur Ton van Leeuwen

‘Uiteindelijk moet elk ambtenaar eraan wennen dat een integrale aanpak het nieuwe normaal is.’ Beeld Sylhouette

 

 

 

 

 

 

 

 

Verminderen van regeldruk: daar kan niemand op tegen zijn, zou je zeggen. In de praktijk vergt het een lange adem, zo blijkt uit pilots in de gemeente Rotterdam. De daar opgedane kennis komt goed van pas bij de implementatie van de Omgevingswet.

Dit artikel staat in de volledige versie in ROm 4, april 2019. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein fysieke leefomgeving. Word nu abonnee.

Een restauranteigenaar die van een parkeerplaats een terras wil maken, of een jonge creatieveling die in een leegstaand pand een pop-upstore wil openen: het is in Nederland vaak makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Zelfs het organiseren van een simpel evenement kan al een flinke uitdaging zijn’, weet Julia de Wachter, tot voor kort programmamanager Anders Geregeld bij de Gemeente Rotterdam. ‘Van afvalbeheer tot politie-inzet en van geluidhinder tot logistiek, overal zijn aparte procedures en contactpersonen voor. Regels zijn belangrijk, maar we willen niet dat die onze stad onaantrekkelijk maken voor ondernemers.’

Contactpunten in kaart
Begin 2015 was Rotterdam een van de gemeenten die deelnam aan de pilot ‘Verlichte regels winkelgebieden’, onderdeel van de landelijke Retailagenda van het ministerie van EZ. ‘Het experimenteren met regeldrukvermindering beviel zo goed dat we er als gemeente zelf een vervolg aan hebben gegeven’, vertelt De Wachter. ‘Vanuit de afdeling Economie zijn we het programma Anders Geregeld gestart. Daarin organiseren we onder meer pilots met het anders toepassen van regelgeving en het optimaliseren van processen. Ook verbeteren we onze informatievoorziening over regels en de uitzonderingen erop.’

‘Het meestgebruikte alternatief: tijdelijk niet handhaven’

Speciaal hiervoor heeft Rotterdam een experimenteermogelijkheid toegevoegd aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). ’Daardoor kan het college van B en W toestemming geven om regels tijdelijk te versoepelen’, vertelt Heleen Lobbe, coördinator team juristen Public Affairs bij de gemeente. ‘In de praktijk maken we echter het meest gebruik van het alternatief: tijdelijk niet handhaven. In onze pilots kan dat door ‘interne’ afspraken te maken met de buitenwacht. Zo staan we samen met handhavers toe dat winkelwaren flexibeler worden gestald.’
Weer een andere aanpak werd gevolgd bij de tijdelijke opheffing van het stopverbod op de West-Kruiskade. ‘Hiervoor hebben we een verkeersbesluit genomen, met de mogelijkheid de verkeersmaatregel later weer terug te draaien.’

Complexe afwegingen
Net als De Wachter is Lobbe in Rotterdam al jarenlang betrokken bij het verminderen van regeldruk. Het naar eigen inzicht schrappen van regels ziet zij als ‘laaghangend fruit’. ‘Als je echt iets wilt veranderen, moet je je verdiepen in de situatie van de ondernemer. En in de samenhang tussen lokale verordeningen en landelijke regelgeving. Dan blijkt dat de afwegingen, die je in de praktijk moet maken, vaak heel complex zijn.’
Ze geeft een voorbeeld. Stel dat een winkelgebied een jaarlijks terugkerend evenement wil organiseren; dan zou je zeggen dat je daar in één keer een meerjarige vergunning voor moet kunnen geven. Maar welke artiesten komen er optreden? En hoe wordt er promotie gemaakt; is dat ook via social media? Dat soort aspecten kunnen elk jaar anders uitpakken en grote gevolgen hebben voor de veiligheid.

Doolhof
Een ander belangrijk aandachtspunt is verkokering van de gemeentelijke organisatie. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting bij winkelgebiedmarketing. Wie met een bord, vlag of tekening identiteit wil geven aan een straat, krijgt met verschillende regels te maken. Het moet passen in de omgeving, mag het verkeer niet hinderen en niet aanstootgevend zijn. Die regels hebben allemaal een functie, maar horen vaak bij verschillende gemeentelijke domeinen. Zo kan het voor een aanvrager soms als een doolhof aanvoelen, waarin het na elke stap weer een verrassing is wat hij tegenkomt.
Het programmateam probeerde het proces van zo’n aanvraag in kaart te brengen. ‘We kwamen tot de conclusie dat de procedures voor een ondernemer eigenlijk niet te begrijpen waren’, vertelt Julia de Wachter. ‘We zijn daarom met ze in gesprek gegaan en hebben op basis van hun behoeften een wegwijzer gemaakt: een beknopt overzicht van alle relevante regelgeving, zodat in één oogopslag en in begrijpelijke taal duidelijk is waar een ondernemer aan toe is. Dat was best een uitdaging, want zo’n wegwijzer moet natuurlijk wel kloppen, ook in juridisch opzicht.’

Regeldruk gaat vooral over de ervaring met regels’

De wegwijzer is klaar voor gebruik en zal in de pilotgebieden zorgen voor lagere regeldruk, verwacht De Wachter, zelfs als de regels zelf niet veranderen. ‘Regeldruk gaat vooral over de ervaring met regels. Als ondernemers in een vroeg stadium weten dat iets niet mag en ze snappen waarom, dan voelt dat al veel minder als druk.’

Oefenen
Het programma Anders Geregeld is sterk gerelateerd aan de implementatie van de Omgevingswet. Ook daar komt de ‘klant’ – burger en ondernemer – immers centraler te staan en draait het om continue afweging van belangen in de openbare ruimte. Heleen Lobbe, in Rotterdam ook betrokken bij de Omgevingswet, vindt dat er veel is te leren van de ervaringen bij Anders Geregeld: ‘Bijvoorbeeld dat weerstand vaak voortkomt uit een onderbuikgevoel en dat je daarop moet reageren met bewijsmateriaal. Daarom is het zo belangrijk om pilots te doen. Daarmee kun je relatief eenvoudig veel kennis en ervaring opdoen.’

Rotterdam doet veel pilots. Procesmanager Remco Verschoor faciliteert ze, in de geest van de Omgevingswet. ‘Als iemand een bouwvergunning nodig heeft, kan die zijn plannen vooraf al afstemmen met de buren. Wanneer de aanvrager dit als documentatie bij het plan voegt, houden we daar rekening mee in een versnelde beoordeling. Zo kunnen we in kleine stapjes al nuttige ervaring opdoen met een andere manier van denken. Want een andere mindset is waar het bij de Omgevingswet voor 75 procent om gaat.’

Je moet breder gaan denken dan alleen voor je eigen domein’

In die mindset is samenwerking met andere partijen van essentieel belang. Daar oefent de gemeente mee in een speciaal aangewezen experimenteergebied. Verschoor: ‘In citylab Cool-Zuid testen we op kleine schaal of de net vastgestelde conceptversie van de Omgevingsvisie werkt. Bieden we voldoende ruimte en tegelijk voldoende kaders? Van oudsher zijn we gewend: de overheid bepaalt, de burger vindt daar iets van. Daar moeten we vanaf en dat gaat gepaard met weerstand. Dat gedrag moet je niet veroordelen, maar je moet wel kijken waar het vandaan komt en hoe je bezwaren kunt wegnemen.’

Afstappen van KPI’s
Uiteindelijk moet iedere ambtenaar eraan wennen dat een integrale aanpak het nieuwe normaal is. ‘Kijk naar de woningbouwopgave’, zegt Verschoor. ‘Daarbij is niet alleen van belang hoeveel woningen we bouwen en voor wie, met net zo goed hoe we met de nieuwbouw bijdragen aan de circulaire economie en de energietransitie. Of het nu gaat om regeldrukvermindering of de Omgevingswet, je komt er niet als je naar de standaard kritische prestatie-indicatoren, de KPI’s, blijft kijken. Je moet breder gaan denken dan alleen voor je eigen domein.’