Verwar volle terrassen niet met sociale cohesie

| 29 mei 2019

Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam, publiceerde op 8 mei een column in ROm met als hoofdboodschap dat het ‘gentrificationproces’ onterecht door kranten wordt bestempeld als oorzaak van afnemende sociale cohesie in buurten. Een heel erg slechte column is het niet, maar over de inhoud en de argumentatie kun je wel een mening hebben. Op Twitter noemde ik zijn column daarom ‘onsamenhangend en op drijfzand gebaseerd’. Op zijn verbaasde reactie vroeg ik hem of ik zijn column moest fileren. Het antwoord was ‘Fileer!!! Ik zie er naar uit.’ Bij deze.

In zijn column refereert Gadet bij het begrip sociale cohesie aan de jaren vijftig. Hij roept een beeld op van Mariadorp waar iedereen elkaar kent. Zelf heeft hij ook dat soort herinneringen aan zijn jeugd: ‘iedereen kende me en ik kende iedere dorpsgenoot’. Boodschappen werden opgeschreven in een boekje van de kruidenier en die rekening werd eens per week betaald. Dat lijkt een mooi en romantisch beeld, maar behalve dat het een beetje naar spruitjes riekt, zijn het toch vooral ideaalbeelden of hoogstens vertekende herinneringen. Zelfs in een dorp met een paar honderd inwoners zijn er altijd lokale verschoppelingen die helemaal niemand wil kennen. En juist die schappelijke kruidenier had ook slapeloze nachten vanwege dat ene gezin dat wel bestelde maar al een tijdje niet meer betaalde. Het opvoeren van die ‘kruidenier’ is van het niveau Swiebertje en De Kameleon. Maar als je iets wilt vertellen over sociale cohesie, gentrificatie en de grote stad, dan is beginnen bij een klein dorpje natuurlijk geen goed idee. Jammer dat Gadet niet de stad als (historisch) uitgangspunt heeft genomen. Want daar speelt de gentrificatie.

‘Jammer dat Gadet niet de stad als (historisch) uitgangspunt heeft genomen’

Daarna schetst Gadet het recept voor sociale cohesie. Nodig: homogene bevolkingsgroepen, traditionele gezinshuishoudens en beperkte vrijetijdsmogelijkheden. Als je kunt aantonen dat deze zaken sinds de jaren 70 zijn afgebrokkeld, heb je eigenlijk je oorzaak-gevolg-relaas al klaar en zet je gentrificatie als oorzaak van afnemende sociale cohesie buiten spel.
Gadet vertelt dat de bouwstenen van sociale cohesie vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw zijn veranderd. We hebben meer vrije tijd, meer mobiliteit en een sterkere gerichtheid op de eigen woning. In de jaren 90 komen daar de eenpersoonshuishoudens bij. Ook vrouwenemancipatie (het traditionele gezin verdwijnt nagenoeg), hoger opleidingsniveau en continue welvaartsstijging worden als oorzaken aangevoerd. Het Sociaal en Cultureel Planbureau constateert volgens Gadet dat mensen veel minder bij elkaar over de vloer komen.

Maar let op! De mensen ontmoeten elkaar in het publieke in- en exterieur, zo vertelt Gadet. Die trend zet zich volgen hem nog steeds door, blijkens de overvolle parken, bomvolle restaurants en cafés. ‘Het sociale netwerk neemt niet af, maar verspreidt zich over de stad.’ En hier gaat Gadet finaal de mist in. Hij gaat totaal voorbij aan de werking van dat ‘sociale netwerk’. Hij negeert de sociologische en psychologische elementen. Gadet ziet over het hoofd dat het sociale netwerk ook van karakter is veranderd. Met zijn spreidingsidee laat hij zien dat hij meer van de fysische geografie dan van de sociale geografie is.

Het sociale netwerk is ook van karakter veranderd’

Natuurlijk zijn we allemaal verbonden via onze smartphones, en we zitten allemaal aan de witte wijn op een terras, maar Gadet maakt een paar waarnemingsfouten. Het is allereerst de grotere stad waar je dit ziet. Daarnaast verwart hij volle terrassen met sociale cohesie, ook al noemt hij het ‘lossere verbanden’. Gadet ziet over het hoofd dat die terrassen vol zitten met overwegend jonge autochtone mannen en vrouwen van hbo- en wo-niveau. Etnische groepen zijn ondervertegenwoordigd (kijk om je heen) en jongeren die door de week in de fabriek staan, op de tram rijden of de stad schoonhouden zie je er ook niet, net als uitgeprocedeerden en asielzoekers. Als er al etnische groepen aan de Radler zitten, zijn het expats die bevorderen dat het horecapersoneel je in het Engels aanspreekt. Die expats gaan overigens niet echt een verbinding aan met hun buurt, want ze hebben geen tijd en zijn over drie jaar weer weg. Dan zitten ze in een andere wereldstad waar vergelijkbare patronen zichtbaar zijn.

Gadet verwart ‘sociale contacten’ systematisch met sociale cohesie. Dat laatste duidt op samenhang in een samenleving, het je oprecht bekommeren om je naaste moet je niet verwarren met groepen die zich op dezelfde plaats bevinden en die zich suf communiceren via een touchscreen. Ik zie een analogie met de ooit bejubelde informatiesamenleving: we are drowning in information, but starving for knowledge.
Want ondertussen neemt het aantal zelfmoorden sinds 1950 toe (bijna een verviervoudiging) en slikt (al meerdere aansluitende jaren) meer dan een miljoen mensen antidepressiva. Eenzaamheid is al een groot probleem en gaat met de oprukkende vergrijzing en de toenemende schaarste van zorgvoorzieningen (de Amsterdamse thuiszorg heeft 4.000 vacatures) alleen maar toenemen. Instagrammen vanuit je hipsterbuurt of updates checken in het OV is wat anders dan betrokken zijn bij je medemens.

’Je suf communiceren via een touchscreen is wat anders dan je echt bekommeren om de medemens’

Dan de buurt. Gadet verplaatst zich in de gentrifiers en stelt dat zij ‘voorzieningen om de hoek eisen.’ Zij vormen ‘draagvlak en draagkracht van (nieuwe) buurtvoorzieningen’. Maar hoe kun je nou de hele tijd met je smartphone bezig zijn op een terras, terwijl je die glazen wijn er morgen moet aftrainen bij de sportschool? En hoe wil je dat combineren met het leveren van een bijdrage in de buurt? Heeft Gadet wel eens gepraat met gentrifiers? Of er een tijdje naast gewoond? Ik zie verdomd weinig gentrifiers in het buurthuis, in de openbare bibliotheek, tijdens inspraakmomenten. In tegendeel, in hun schaarse vrije tijd staan ze in het weekend met 20.000 lookalikes op een festivalterrein.
Maar uit een recensie van Gadet van het boek van Floor Milikowski (Van wie is de stad) begreep ik dat je van Gadet niet te veel mag verwijzen naar de stad als pretpark. Begrijpelijk, want een echt betrokken planoloog maakt zich wel druk om de keerzijde van het succes van Amsterdam.

Natuurlijk worden buurten ‘levendiger’ met volle terrassen, maar ik zie in een stad als Amsterdam ook dat complete straten van karakter veranderen: winkels eruit, horeca erin; bewoners eruit, vakantieverhuur erin.

 Sociale cohesie is ook dat de mensen die de stad besturen en inrichten, zich betrokken voelen bij de bewoners’

‘Sociale cohesie wordt sociaal steviger, maar ruimtelijk losser,’ stelt Jos. Maar uitleg wat ‘sociaal steviger’ is en ook het bewijs dat het fenomeen bestaat, ontbreekt. Als leek (nou ja, psycholoog, journalist en ervaringsdeskundige als het gaat om wonen in meerdere dorpen en steden) zou ik ‘lossere verbanden’ eerder associëren met minder cohesie. Wellicht is het asociale gedrag dat ik veelvuldig zie in de stad – en dat strekt zich uit van gemeenteambtenaren tot aan snorscooterrijders – niet in omvang toegenomen ten opzichte van tien, twintig of veertig jaar geleden. Wel iets van de laatste tijd is dat een grote groep stedelingen niet meer wenst te worden aangesproken op asociaal gedrag (wanneer heeft Gadet eigenlijk voor het laatst iemand in de stad aangesproken op asociaal gedrag?). Deze groep denkt op de eerste plaats vooral aan zichzelf.

Maar toch stelt Gadet dat die lossere verbanden niet zijn toe te schrijven aan gentrificatie. Nee, het is de eerder ‘geschetste sociaaleconomische dynamiek’ die voor lossere verbanden zorgt. Juist dankzij gentrification leven de stadsbuurten langzaam weer op, concludeert Gadet. Hij gaat voorbij aan de discussie over vertrutting, die blootlegt dat een deel van de stedelingen klaar is met asociaal gedrag (niet rekening houden met elkaar), en waarbij steeds weer wordt geconstateerd dat asociaal gedrag niet wordt gecorrigeerd door bijvoorbeeld handhaving. Een tweede groep roept over vertrutting en een derde groep ontwikkelt inspraaksessies, nieuwe regels, voorschriften, bijeenkomsten. Sociale cohesie is ook dat de mensen die de stad besturen en inrichten, zich betrokken voelen bij de bewoners. Niet alleen in woord, maar ook in daad. Helaas leggen steeds meer bewoners feilloos bloot dat Amsterdam bestuurd wordt door de vierde macht. Is dat sociale cohesie of is dit wat Gadet bedoelt met ‘lossere verbanden’?

’Kijk wat minder naar concepten, en wat meer naar menselijk gedrag’

Veel gehoord, maar inmiddels een beetje sleets, is dat ondernemers iets aan het succes van deze stad vol sociale cohesie toevoegen. Dus knuffel die ondernemers! Dat doet Gadet dan ook. Zo vindt hij het positief dat ondernemers de topografische benaming van hun buurt in hun branding gebruiken. Ja, in het Amsterdamse Hallenkwartier komen mensen dichter tot elkaar en bekommeren ze zich meer om elkaar. Gelooft u het? Ook hier geldt: verwar slimme branding niet met sociale cohesie. Tot slot zet Gadet de Duitse geograaf Klaus Brake op een podium. ‘De buurt wordt gemengder, is niet meer alleen woonbuurt, maar ook plek voor werk, voorzieningen, vrije tijd en zorgfuncties (school, kinderopvang).’ Kortom, ‘sociale cohesie in stadsbuurten zal toenemen’ zo sluit Gadet af.

Maar wat hij opsomt, zijn functies. Hij begaat daarna de fout dat hij op zijn minst impliceert (maar volgens mij denkt hij het ook echt) dat die functies voor sociale cohesie zorgen. Ook het combineren van functies is slechts een vorm, je moet die niet verwarren met een resultaat zoals ‘sociale cohesie’. Aan de Zuidas worden ook functies gecombineerd, maar zie je ‘s avonds geen hond op straat. In West worden mensen steeds vaker hun bed uitgedreund omdat ook daar functies worden gecombineerd: evenemententerreinen in woonbuurten. In steeds meer stadsdelen eisen beleggers, vakantieverhuurders, ondernemers en toeristen de ruimte op – letterlijk en figuurlijk en ten koste van de leefbaarheid. Gadet verwart ‘losser’ en ‘levendige buurten’ met sociale cohesie. Is het wensdenken vol vage planologentaal en kijkt Gadet vanuit zijn bubbel te veel naar de stad als een artist impression? Laten we eerlijk zijn: we wonen in een mooi, maar soms stinkend chemisch reactievat, niet in een jpeg of pdf. Mijn tip voor Gadet: kijk wat minder naar concepten, en wat meer naar menselijk gedrag.

Erik Bouwer
(@stadsbewoner)