Virus keert links en rechts

| 15 april 2020

Er komt een moment dat we een punt zetten achter de lockdown. Niet per se omdat het virus overwonnen is, maar omdat we de economie niet eindeloos op de handrem kunnen houden. Wordt alles dan weer als voorheen? Waarschijnlijk niet, maar toch anders dan sommigen nu hopen.

De coronacrisis wordt niet het kantelpunt waarop ons de schellen van de ogen vallen. Niet het moment waarop we stoppen met het gesleep van spullen over de hele wereld. Gelukkig maar, want dankzij dat gesleep zijn we in staat medisch noodzakelijke apparaten en medicijnen, voedings- en beschermingsmiddelen naar hier te halen als dat nodig is. Ook als we straks wel meer greep gaan houden op vitaal onderzoek en meer van eigen bodem gaan eten, blijft dat nodig. De buitenlandse handel behoedt ons voor een onbetaalbare of zwaar versoberde zorg en een dieet van suikerbieten en tulpenbollen.

‘De pandemie is geen straf voor onze intensieve veeteelt’

De pandemie is ook geen straf voor onze intensieve veeteelt en kleinschaligheid is dus niet de oplossing. Sterker nog, zo lang we niet allemaal vegetarisch worden, geeft een intensieve vleessector het minste mens-diercontact en dus minder kans op virussen die van dier op mens overdraagbaar zijn. Kleinschaligheid en meer ‘verbinding met de natuur’ klinkt fijn, maar is risicovol in een moderne samenleving waarin we wereldwijd steeds meer mensen een menswaardig bestaan gunnen.

COVID-19 gaat mogelijk wel onze ruimtelijk-politieke verhoudingen veranderen. In Amerika heeft het virus zijn plek in de maatschappelijke tweedeling al gevonden. COVID-19 is het probleem van de grote stad en de Democraten die er leven. De Republikeinen op het platteland hebben nergens last van. Of toch in ieder geval minder dan de New Yorkers.

Bij ons is corona nog niet op die manier ingedeeld in de cultuurstrijd tussen stad en platteland. Hier kiezen de volkse, rechtse partijen – populair buiten de grote steden – voor harde, duidelijke maatregelen van een strenge overheid tegenover de genuanceerde, wetenschappelijke aanpak van de regering. Sinds er een bijna-lockdown van kracht is, luwt de kritiek van rechts. Die ontwikkeling is fijn voor het draagvlak en de effectiviteit van overheidsmaatregelen, maar kan op termijn een fase blijken in een omkering van posities.

De stad is mateloos populair, verdichting versterkt dat nog eens.’

Ons geld wordt verdiend in de grote steden en ook vernieuwing in kunst en cultuur komt uit de stad. Wageningen, de TU Twente en Veldhoven leveren innovatie in wetenschap en techniek, maar verder is het toch ook hier de grote stad die het beeld bepaalt. Daarom willen we er wonen en leven we dicht op elkaar. Dat geeft draagvlak voor algemene en heel unieke voorzieningen. Van de Noord-Zuidlijn tot de winkel met een reusachtig aanbod van verschillende notenpasta’s en pindakazen, om het maar eens hoofdstedelijk in te vullen. De stad is mateloos populair. Verdichting zwengelt dat proces nog eens aan.

Verdichting heeft te veel voordelen om er straks niet mee door te gaan. Het krijgt wel met nieuwe uitdagingen te maken. Er zijn al vragen over milieu en klimaat in de verdichte stad. Hoe houden we ruimte voor groen en water tegen fijnstof en hittestress? Hoe organiseren we een energieneutrale stad? Daar komen met het virusdrama nog eens nieuwe gezondheidsvragen bij. Want draagvlak voor fysieke voorzieningen is draagvlak voor besmetting.

Naast aandacht voor nieuwe issues bij ruimtelijk ontwerpers, komen veel antwoorden van slimme technologie. Duurzame energieoplossingen vragen om constante monitoring van vraag en aanbod tot in de meterkast van de woning. Zo zijn er veel ‘slimme’ oplossingen die data uit de persoonlijke levenssfeer vragen. En daar komt straks slimme screening van de gezondheid bij.

‘Ondertussen groeit de waardering voor de effectiviteit van moderne autoritaire (stad)staten’

De toekomst is aan de verdichte stad en de concurrentie tussen de steden is mondiaal. Ondertussen groeit de waardering voor de effectiviteit van moderne autoritaire (stad)staten. Of het nu gaat om de economie, klimaat en milieu of de bestrijding van een gezondheidscrisis zoals we die nu beleven. Om mee te blijven doen, gaan we steeds een beetje meer meebuigen richting Zuid-Korea en Singapore. De jonge, hoger opgeleide kenniswerkers – links-liberaal en groen – zullen er het minste moeite mee hebben. Ze hebben ‘niets te verbergen’ en zijn gezond.

De lager opgeleiden, de ouderen en de plattelanders hebben niks te winnen bij een ‘slimme’ overheid die precies bijhoudt waar ze zijn en hoe het met ze is. Op het plattelandserf en in de laagbouwbuitenwijken, bemoeit men zich met de eigen zaken. Dat geeft ook geen problemen, want er is meer ruimte per persoon. Rechts zal van de weeromstuit met zijn kiezers meegaan, van voorstander van een sterke overheid naar een libertaire en wantrouwende houding. Eigenlijk zoals dat in Amerika nu al is.

Bas van Horn
basvanhorn@gmail.com