Aanpassen is het nieuwe ontwikkelen

| 2 juli 2020

We leven in bizarre tijden. Een virus waar we een paar maanden geleden met enige verbazing naar keken als een exotisch verschijnsel, beheerst nu al enige tijd ons leven volledig. Het is verleidelijk om uitspraken te doen dat hierdoor onze steden zullen veranderen. Dat willen we natuurlijk graag geloven, maar wat wordt de nieuwe werkelijkheid? Daarvoor weten we nu nog te weinig. Hoe snel hebben we een vaccin? Wat is de kans op herhaling? Hoe kunnen we in de toekomst verspreiding tegengaan? Is de anderhalvemetersamenleving blijvend? Veel onzekerheden. En toch ook kansen. Stedelijke transformatie wordt nog harder nodig. We kunnen ons niet meer veroorloven stedelijke ruimte onbenut te laten.

Nederland groeit en is geen eiland. En dus maakt de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland van alles mee. Kent u deze nog? Lekkerkerk maakte dat we vanaf 1980 met bodemverontreinigingen om moesten gaan. Het leek een onoverkomelijk probleem dat de ontwikkeling volledig zou blokkeren We zouden alles schoonmaken. Continu moesten we onze visie bijstellen. Het goede nieuws: het bleek oplosbaar! Velen, zelfs onder ons vakgenoten en bestuurders, weten niet waar Lekkerkerk voor stond.

We kennen natuurlijk meer gebeurtenissen met een impact op onze plannen

Maar ook recent met PFAS hetzelfde beeld. Ineens hadden we met een onoverkomelijk probleem te maken voor de woningbouw. Inmiddels weten we hoe daarmee om te gaan. En stikstof. Nederland op slot. Daar zijn we nog niet uit, maar stap voor stap komen we verder. En we kennen natuurlijk meer gebeurtenissen met een impact op onze plannen. De crisis in 2008. Of de aantallen migranten, waardoor bevolkingsprognoses elk jaar weer hoger uitvallen. Wat te denken van de doelen rondom het Klimaatakkoord, die zorgen voor schuring en discussie over de benodigde maatregelen.

Ook in de toekomst zullen we op dit soort ontwikkelingen moeten inspelen. Zoals we in het kader van klimaatadaptatie inspelen op heftiger regens en meer hitte. Dat het komt, weten we. De mate waarin blijkt telkens lastig te voorspellen.

Ook circulair bouwen komt vanachter de horizon steeds dichterbij. Hoe en wat, dat weten we nog niet precies. En wat te denken van emissieloos bouwen? Twee jaar geleden was dit een bouwwijze voor de duurzaamheidsfreaks. Door de stikstof is het ineens een veel normaler onderwerp.

En wat gaat corona uiteindelijk betekenen voor onze gebiedsontwikkeling? Nu kunnen we het nog niet overzien, maar over vijf jaar weten we het.

Wat kunt u hiermee? De norm is adaptief ontwikkelen. Beseffen dat iedereen zich continu moet aanpassen. Plannen niet vastzetten, maar oog hebben voor flexibiliteit is het devies. Sommige ontwikkelingen kunnen we zien aankomen. Andere overvallen ons, ook dat is een haast onvermijdelijk gegeven. Maar we kunnen hierop wel inspelen door op verschillende niveaus met elkaar in gesprek te blijven én keuzes te durven maken.

De huidige tijden vragen stuurmanskunst. Wat betekenen ontwikkelingen voor ons land als geheel? En hoe vertaal je die naar regio’s en steden? En wat is de impact op specifieke gebieden precies? Het is de kunst te blijven doorbouwen, keuzes te maken en continu te reflecteren. Je moet blijven inspelen op de ontwikkelingen, maar tegelijkertijd voorkomen dat plannen kapotgestapeld worden met ambities. Want dan gebeurt er nooit wat. Wat uit bovenstaande blijkt: het is geen vastomlijnd plan. Daarom ook hier mijn oproep: doe het samen! Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl: het proces als voertuig om meters te kunnen maken!

Jop Fackeldey

Jop Fackeldey is voorzitter van het programma Stedelijke Transformatie, een samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, ontwikkelaars, bouwers en investeerders. Hij schrijft in ROm een maandelijkse column over de urgentie, knelpunten en oplossingen, over goede en minder goede voorbeelden. Meer informatie: www.stedelijketransformatie.nl