Zoeken naar de koppeling van waterveiligheid- en kwaliteit
Adaptief ontwerpen en ontwikkelen in de delta

| 3 juni 2015

Onder de titel ‘Integrated Planning and Design in the Delta’ heeft een consortium van drie universiteiten en een aantal kennisinstituten, ingenieurs- en ontwerpbureaus een aanpak ontwikkeld waarmee het mogelijk wordt grote (systeem-)schaal en kleine (project-)schaal, en lange termijn en korte termijn, aan elkaar te koppelen. Het onderzoek is toegespitst op de Zuidwestelijke delta van Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, met een focus op het gebied rondom het Haringvliet.

Onzekerheden
Het Haringvliet kampt met verschillende lange termijn onzekerheden. Wellicht moet dit bekken in de toekomst in staat zijn om tijdelijk veel meer water te bergen dan nu het geval is. Het ‘worst-case-scenario’ is het samenvallen van een langdurige piekafvoer van de rivieren met een stormvloed op zee. Het Haringvliet kan dan langdurig geen water lozen op zee, terwijl de rivieren extreme hoeveelheden water blijven aanvoeren. Het vergroten van de bergingscapaciteit kan plaatsvinden door de bestaande dijken te verhogen, of door tijdelijk delen van het ingepolderde land langs het Haringvliet ook te gebruiken voor waterberging, of door ook andere waterbekkens zoals Volkerak-Krammer en Grevelingen te gebruiken voor tijdelijke waterberging. Aan alle opties zitten voor- en nadelen; een definitief besluit zal pas op termijn worden genomen. Een andere lange termijn onzekerheid betreft de vraag wat de gevolgen precies zullen zijn van het ‘kierbesluit’ voor de Haringvlietsluizen, Vanaf 2018 zullen deze sluizen permanent op een ‘kier’ worden gezet om de vismigratie tussen zee en rivieren te bevorderen en om in het Haringvliet weer een getijdemilieu te creëren. In welke mate dit ertoe zal leiden dat het Haringvliet weer brak wordt in plaats van zoet, is zelfs met de knapste computermodellen niet te berekenen. Vooral veel boeren op de eilanden, die gebaat zijn bij een goede zoetwatervoorziening, slaan deze ontwikkeling met argusogen gade.

Nederland, Rotterdam, 2014. Foto; Freek van Arkel / Hollandse Hoogte

Nederland, Rotterdam, 2014. Foto; Freek van Arkel / Hollandse Hoogte

Tegelijk zijn er voor de randen van het Haringvliet tal van initiatieven voor nieuwe gebieds- en natuurontwikkeling, die op de korte termijn kunnen starten. De vraag naar een mogelijke combinatie van lange termijn onzekerheden en korte termijn initiatieven is hier zeer opportuun.

Scenario’s
Het ‘omgaan met onzekerheid’ vereist een nieuwe manier van anticiperen op mogelijke ruimtelijke
ontwikkelingen in de toekomst. Door de historische evolutie van de regio te analyseren, is meer kennis over de richting van die ontwikkelingen te verkrijgen. Een belangrijk relict van die evolutie betreft de binnendijken op de eilanden, die ooit zijn aangelegd als cruciale elementen in het proces van drooglegging van opgeslibd land. Wanneer nieuw land aangeslibd was en weer omdijkt werd, ontstond een nieuwe buitendijk en verloor de eerste dijk zijn waterkerende functie. Dit proces is vele keren herhaald, met als gevolg dat in de loop der eeuwen een labyrint van binnendijken is ontstaan. De meeste initiatieven voor gebieds- en natuurontwikkeling richten zich de laatste tijd juist op de zones tussen de huidige primaire waterkeringen en de direct daarachter gelegen oudere binnendijken blijken. Met deze kennis is het mogelijk gebiedspecifieke toekomstscenario’s voor de regio op te stellen.

De zones tussen buiten- en binnendijken zullen in het geval van sterke economische groei te maken krijgen met een grote druk. In het geval van zwakke groei of krimp zal de druk minder zijn. Ook ten aanzien van de toekomstige waterbergingsopgave beschikken deze zones over een grote flexibiliteit, of liever: adaptiviteit. Een vergroting van de bergingscapaciteit van het Haringvliet is in deze zones op te lossen met zowel een substantiële verhoging van de dijken als met een ‘ontpoldering’ van het gebied tussen huidige primaire en secundaire dijk.

Raamwerk
In het IPDD-onderzoek is de informatie die uit het terug- en vooruitkijken naar boven kwam digitaal toegankelijk gemaakt op kaartbeelden. Via grote maptables waren deze zichtbaar te maken en konden ze verder worden bewerkt. Dit resulteerde in het ‘Delta Envisioning Support System’ waarmee meteen te zien is welke effecten bepaalde aanpassingen hebben voor de deelsystemen. En dus wat maatregelen van de ene actor voor gevolgen hebben voor de andere actoren.
In praktijk zijn er al diverse initiatieven die direct aansluiten op de voorgestelde aanpak. Op dit moment onderzoeken Wereldnatuurfonds, Havenbedrijf Rotterdam, PBL en TU Delft de mogelijkheden om delen van het raamwerk te ontwikkelen voor met name de gemeente Goudswaard aan de zuidwestkant van de Hoeksche Waard en op de noordrand van het eiland Goeree-Overflakkee. Voor deze aanpak om tot een ‘adaptief raamwerk’ te komen is ook internationaal belangstelling, onder meer vanuit Bangladesh, Taiwan en Vietnam.

Han Meyer
Hoogleraar Stedenbouwkundig Ontwerpen TU-Delft
onderzoeksleider van het IPDD project v.j.meyer@tudelft.nl

Het volledige artikel is te lezen in ROm 6, 2015

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *