Auteur-archief: ROmagazine

gemeente Zwolle
Senior planoloog

 

Functie:                                               Senior Planoloog
Dienstverband/uren:                    32-36 uur per week
Werk- en denkniveau:                  WO
Afdeling:                                            Ruimte en economie
Vacaturehouder:                             Godelieve Wijffels

 

Sluitingsdatum: 27 februari 2019

Dit zijn wij
Een natte voetenkaart voor klimaatadaptie, social coins om schulden af te lossen én de slimste binnenstad. Zo doen we dat in Zwolle. Samen met onze 126.000 inwoners, want we geloven dat het leven beter wordt als we met elkaar optrekken.
We zetten vol in op het versterken van de (inter)nationale positie van de stad en de regio. Het gaat Zwolle voor de wind, waardoor er veel ruimtelijke initiatieven op verschillende schaalniveaus op ons afkomen. Verstedelijking, energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit zijn prominente opgaven.
Bij de afdeling Ruimte en Economie is een veelkleurig en betrokken team van 25 beleidsmedewerkers actief. Zij adviseren het college over economie, toerisme, duurzaamheid, mobiliteit, water, groen, wonen en ruimtelijke ordening. Jij gaat aan de slag binnen het team Ruimte.

Dit ga je doen
Maandagochtend sta je direct op scherp tijdens de Morning stand-up. In een half uurtje worden de highlights belicht. Wat speelt er binnen de afdeling? De gebiedsvisie Zwarte Water-zone geeft de mogelijkheid om buitendijks een aantrekkelijk woon- en werkgebied te creëren. Zwolle gaat haar gezicht naar het water keren. ‘We gaan er iets iconisch van maken,’ zegt een collega enthousiast,‘ Maar de bewoners van de naastgelegen wijk Holtenbroek willen hier nog wel met de hond wandelen. Gaat dat samen?’
Met twee koffie in je hand loop je het kantoor van de wethouder binnen. Fijn dat je in Zwolle rechtstreeks contact met het bestuur hebt. In je advies heb je de ambities voor de kantorentransformatie van Oosterenk in beeld gebracht, alle belangen benoemd en prioriteiten gewogen. Jouw advies is onder meer dat de projectontwikkelaar ‘mee’ betaalt aan de noodzakelijke verbetering  van de openbare ruimte.
Nu naar de projectgroep omgevingsvisie, waar diverse disciplines bij betrokken zijn. In de Spoorzone staan nieuwe ontwikkelingen op stapel. Hoe gaan we inwoners betrekken vanuit hun leefstijl en in een vroeg stadium? En hoe vertaal je deze gebiedsontwikkeling straks in het nieuwe omgevingsplan?
De ochtend is omgevlogen. Tijdens de lunch praten collega’s over de sneeuw die op komst is en over de Zwolse stedelijkheid. Gaat dit per definitie over hoogbouw of vooral om een levendige stad met hoogteaccenten en veel groen?
Er is een ontwikkelaar die op zijn kavel appartementen wil realiseren. Dan kun je op Google Maps kijken of er gewoon even naartoe rijden op de circulaire Zwolle-fiets, gemaakt van herbruikbare materialen. Daarna rijdt je naar huis door ‘jouw stad’, waar de sneeuw zachtjes neerdaalt en je bent blij dat je in Zwolle voor écht mooie ontwikkelingen mag gaan. Klimaat adaptief natuurlijk, want daar hebben we veel in te doen als stad in de IJssel Vecht-delta.

Dit ben jij
Je hebt een WO opleiding planologie met de nodige werkervaring en weet hoe de hazen lopen bij de overheid. Je vormt je snel een breed beeld van de opgaven die Zwolle heeft. Die spelen allemaal mee, bij alles wat je denkt en doet.De stad verandert. Daar heb je een visie op en daar ga je voor. Je geeft vorm aan nieuw beleid en bent trekker van locatie- en gebiedsontwikkelingen. Als goed verteller weet je een ‘lang’ verhaal ‘kort’ te brengen met de broodnodige kwinkslagen en mensen te inspireren. Dat vind je ook terug in je schriftelijke adviezen. Het gaat om de kern.Onderhandelen zit in je bloed. Vanuit de inhoud ben je een sterke partner voor onder meer woningbouwcorporaties, ontwikkelaars, investeerders en andere private partijen.

Dit bieden wij
Een salaris van maximaal € 5.520,- (maximum schaal 12) bruto per maand bij een volledige werkweek van gemiddeld 36 uur per week. Het salaris is afhankelijk van opleiding en ervaring. Daarnaast ontvang je 17,05% van je salaris in de vorm van een individueel keuzebudget (IKB) waarmee je een deel van je arbeidsvoorwaarden naar eigen wens kunt inrichten.

Meer weten?
Laat weten wie je bent en wat je wilt. Bel of mail voor meer informatie met Arjen Vedder,
038 4982903, a.vedder@zwolle.nl, Paula Bijlsma, 038 4982176, p.bijlsma@zwolle.nl of Saskia Engbers, 038 4982426, s.engbers@zwolle.nl. Solliciteer via  https://www.zwolle.nl/senior-planoloog

Planning
De eerste sollicitatiegesprekken zullen plaatsvinden op dinsdag 5 maart 2019 in de ochtend. Een eventueel tweede gesprek zal worden ingepland op woensdag 13 maart 2019, ook in de ochtend.

 

Gemeente Gooise Meren
Beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling

Ruimtelijke ontwikkelingsvraagstukken in de juiste banen leiden. Met visie en daadkracht.
In nauwe samenwerking met 2 planjuristen werk jij als beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling voor de gemeente Gooise Meren. Een ambitieuze gemeente waar wonen, werken en ondernemen centraal staan. Werken voor de gemeente Gooise Meren is kijken vanuit een duurzaam perspectief en een positieve grondhouding naar diverse vraagstukken en initiatieven. In jouw geval op het gebied van Ruimtelijke Ontwikkeling. In een organisatie die steeds meer opdrachtgestuurd werkt, ben jij in de lead als het gaat om het creëren van een fijne leefomgeving voor al onze inwoners. Bouwen aan een mooiere en duurzame Gooi- en Vechtstreek; dat is waar jij het voor doet, vanuit Bussum.

Beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling

Als beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling ken en verken jij de kaders
In onze gemeente is er ruimte. Ruimte voor ideeën van onze inwoners om ons ruimtelijk gebied in te delen. En deze ideeën, de ene nog ambitieuzer dan de andere, krijg jij onder ogen. Je adviseert particuliere initiatiefnemers in ruimtelijke projecten over de inpasbaarheid binnen het bestemmingsplan. Uiteraard breng jij de te volgen ruimtelijke procedures daarin naar voren. Maar er is meer dan dat. Want met 60.000 inwoners is Gooise Meren de gemeente waar jij vanuit juridisch perspectief kijkt en daarnaast het klantbelang helder hebt. Jij geeft je rol vorm door het:

  • adviseren van collega’s en het gemeentebestuur over ruimtelijke vraagstukken en procedures.
  • begeleiden van uiteenlopende ruimtelijke initiatieven en planprocedures. Je overlegt hierover met plantoetsers en planjuristen.
  • behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures. Je treedt op als vertegenwoordiger van de gemeencte in deze procedures.
  • opstellen van beleidsnotities. Ook actualiseer en/of uniformeer je het beleid.
  • overleggen met en adviseren van het bestuur over de zaken die je in behandeling hebt.

Jij hebt het in huis
Om de functie van beleidsadviseur je helemaal eigen te maken zoek je actief de samenwerking op met mensen binnen én buiten de organisatie. Je beweegt je makkelijk in een omgeving die volop aan het ontwikkelen is en kent het klappen van de zweep als het op projectmatig werken aankomt. Je hebt een behoorlijke vrije rol en werkt gericht naar je doelen toe. Verder breng je mee:

  • ten minste een bachelordiploma in een ruimtelijke en/of juridische richting.
  • ervaring met het begeleiden van ruimtelijke procedures, bijvoorbeeld in een eerdere functie als beleidsadviseur.
  • ervaring in een politiek-bestuurlijke organisatie is een pre.

Aangenaam, wij zijn gemeente Gooise Meren
De gemeente Gooise Meren is een aantrekkelijke woon- en verblijfomgeving binnen de regio Gooi en Vechtstreek. Een gemeente met een hoog voorzieningenniveau voor wonen, recreëren, werken en ondernemen. In de gemeente wonen en leven bijna 60.000 inwoners, die vanuit dit gebied hun bijdrage leveren aan het economische, culturele en wetenschappelijke kloppend hart van de Randstad. Samen wonen, werken, ondernemen en recreëren in een groen en historisch gebied, dat is de missie van de gemeente Gooise Meren. Je maakt deel uit van de beleidsafdeling Mens en Omgeving, waar 50 collega’s binnen het fysieke en sociale domein werken.

Wat wij jou bieden
We geven je de mogelijkheden om je te blijven ontwikkelen en de vrijheid om je eigen werkzaamheden vorm te geven. Wij bieden jou een baan die ertoe doet in de mooiste gemeente van het Gooi! En er is meer:

  • een brutomaandsalaris tot € 4.225 bruto bij een 36-urige werkweek (schaal 10 CAR UWO), afhankelijk van je opleiding en werkervaring.
  • een jaarcontract voor 36 uur per week. Zijn we blij met elkaar? Dan krijg je na 1 jaar een vaste aanstelling.
  • vakantiegeld (8%), eindejaarsuitkering (6%) en een levensloopbijdrage.
  • een Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB kan naar eigen keuze ingezet worden. Bijvoorbeeld voor extra verlof, vakantie-uren, maar kan ook uitbetaald worden op het moment dat het jou uitkomt.
  • uitstekende opleidingsmogelijkheden.
  • een reiskostenvergoeding.

Enthousiast?
Ben jij die beleidsadviseur die de kaders van Ruimtelijke Ontwikkeling kent? Solliciteer dan nu en stuur vóór 3 maart 2019 je cv met een korte motivatie via de sollicitatiebutton. De gesprekken vinden plaats in de week van 11 maart.

Vragen over deze vacature kan je stellen aan Henk Groen, afdelingshoofd Mens en Omgeving, via 06 – 12 98 59 81. Het opvragen van een referentie kan onderdeel zijn van de selectieprocedure.

Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld.

De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland
Een NOVI in samenhang

auteur Wil Borm/bormdekkers@casema.nl
De schrijver is secretaris van Adviesgroep Borm & Huijgens, die adviseert op het terrein van integraal waterbeheer.

Opmaat voor de NOVI
Binnenkort presenteert het kabinet de concept-NOVI, waarin de hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefruimte worden vastgelegd. ROm biedt ruimte aan vakgenoten om het debat te voeden met hún visie over waar het naartoe moet en wat daarvoor nodig is. Bijdragen zijn welkom: marcel.bayer@romagazine.nl

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dient niet alleen samenhang te geven, maar ook in samenhang te zijn samengesteld. De Rli wijst daar nog maar eens op in zijn advies afgelopen november. Eerder, bij de invoering van de Omgevingswet eind juni, was de strekking van het manifest van koepelorganisaties IPO, VNG en UvW eveneens ‘Werk als één overheid’. Maar wie het Kabinetsperspectief NOVI leest, moet constateren dat het allerbelangrijkste thema, een klimaatbestendig Nederland, veel te weinig integraal doorwerkt in de visie.

Dit artikel verscheen eerder in ROm 1-2, januari-februari 2019, ROm is gratis voor ambtenaren. Wordt nu abonnee!

Meer dan de helft van Nederland brachten we beneden de zeespiegel, waardoor ons land tot de gebieden behoort waar de bevolking het meeste risico loopt bij zeespiegelstijging. We zullen het water in toenemende mate blijven keren, bergen en bemalen. Het tijdstip waarop de peilstijging voor de Noordzeekust in een versnelling komt is niet te voorspellen. Wanneer de ruimtelijke ordening dan niet is aangepast, kan het te laat zijn.

Water in een circulaire economie
De mens is onderdeel van de wereldomvattende natuur en zijn leefomgeving is beperkt tot gebieden met voldoende zoet water. Minder dan een tienduizendste van het water op aarde is zoet oppervlaktewater, waarvan veel leven en welvaart afhankelijk is. Naar schatting worden halverwege deze eeuw meer dan vijf miljard mensen getroffen door zoetwatertekort.
Alle reden om in dichtbevolkte delta’s zuinig om te gaan met het zoete water, te streven naar een circulaire eco-economie en verzilting effectief te bestrijden. Maar zolang het merendeel van de rivieraanvoer wordt verbruikt om tegendruk te bieden aan het indringende zout via de Nieuwe Waterweg, worden de zoetwatertekorten nijpender.

Waterveiligheid in het geding
Voor zeewaterveiligheid is een krachtige en aangroeiende kust van belang. Rijkswaterstaat is dan ook op zoek naar alternatieven om een systeemsprong in de kustbescherming te bewerkstelligen. Zowel de stormvloedkering in de Oosterschelde als de Haringvlietsluizen zijn niet berekend op een meter zeespiegelstijging. Een gesloten of afsluitbare kustlijn is voorwaarde voor zeewaterveiligheid. Als we niets doen, zijn we straks weer terug bij af, met sombere vooruitzichten. Ingenieur Frank Spaargaren – onder wiens supervisie de stormvloedkering in 1986 afkwam – wees hier op in BN/De Stem (3 maart 2017).
Voor rivierwaterveiligheid ontbreekt vooralsnog een nationale noodberging die extreem hoge rivieraanvoeren gedurende stormopzet kan opvangen. De ruimte hiervoor vinden we alleen op zee.

Voorlopig is terughoudendheid bij ruimtelijke ordening op zee gewenst

Mocht zich onverhoopt een watersnoodramp voordoen, dan zijn we daar nauwelijks op voorbereid. Vitale functies dienen bij voorbaat veiliggesteld te zijn.
Met zandsuppleties, dijkverhogingen en een vlotte doorstroming redden we het niet en maatregelen om klimaatverandering te vertragen zijn marginaal vergeleken met grote systeemmaatregelen.

Het huidige Deltaprogramma is een eerste aanzet voor de opdracht van de tweede Deltacommissie om ons duurzaam te beschermen tegen en samen te werken met het water.
Hoe de overheid de bovenbeschreven problemen gaat oplossen, blijft vooralsnog de vraag.
Een stijgende zeespiegel en een land dat steeds verder daalt, samen met extremen in riviergedrag en een grotere kans op stormen met orkaankracht, maken dat het de hoogste tijd wordt voor een totaalplan voor een klimaatbestendig Nederland.

Mobilisatie van alle expertise
Bij het ‘Waterschap Nederland’ zijn in de eerste plaats de waterschappen (UvW), de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de landelijke politiek, de samenstellers van het Deltaprogramma en Rijkswaterstaat betrokken. Ook kennisinstituten en adviesraden spreken terecht een woordje mee. Daarnaast spelen de belangen van onder meer landbouworganisaties, industrie, natuurbeheer, woningbouw en recreatie.

Men moet en kan het alleen eens worden op basis van kennis van zaken en een wetenschappelijke grondslag. Daarom zal de taak om te komen tot een masterplan voor klimaatbestendigheid moeten worden toevertrouwd aan een team van deskundigen.
Alle mogelijke expertise dient hierbij gemobiliseerd te worden.
Een doorlopende kust en grensoverschrijdende rivieren maken internationale samenwerking meer dan gewenst. Zodra er voor de lange termijn gekozen wordt voor een landelijke systeemkeuze, heeft dit cruciale gevolgen voor een NOVI.

De impact van een landelijke systeemkeuze
Zonder een voorkeur uit te spreken, illustreren we hier de impact van een grote structurele maatregel voor de lange termijn. Als voorbeeld nemen we de Haakse Zeedijk, een kilometers brede klimaatdijk zo’n 25 km ver in zee. Deze dijk omsluit een aantal bekkens, waarin het peil rond 0 NAP gehandhaafd blijft.
De bekkens vormen een ruime nationale noodberging, verbeteren de zoetwatervoorziening, verminderen de verziltingsdruk, scheppen veilige binnenkustvaart, optimaliseren de concurrentiepositie van de havens en bieden mogelijkheden voor natuur en recreatie.
De zeedijk beschermt de huidige kust, creëert wegen voor het vrachtvervoer en geeft ruimte aan nieuwe infrastructuur. Tal van projecten, zoals containertransferia, een nationaal vliegveld boven zeeniveau en duurzame energieopwekking en -opslag kunnen meeliften met de planrealisatie. Bestaande en geplande windturbineparken in zee bemoeilijken de nog nader te bepalen en aan te leggen infrastructuur. Voorlopig is daarom terughoudendheid bij ruimtelijke ordening op zee gewenst.

Beeld en bron Adviesgroep De Haakse Zeedijk

Schematische weergave van de Haakse Zeedijk (zwart: primaire dammen, rood: zeesluizen).
Zeeschepen hoeven hoogstens eenmalig te schutten. De Maasvlakte en Europoort blijven (voorlopig) in open verbinding met zee. Spuisluizen handhaven het waterniveau in de bekkens op 0 NAP en over ruim een eeuw wordt er ook uitgemalen. Het rivierwater stroomt vrij in de bekkens via open/afsluitbare keringen (blauwe pijlen). Drijvende golfdempers bevorderen zandaanwas en voorkomen afslag. Samenwerken met de ondiepe zeebodem en de zand aanvoerende stromingen vormt de basis van deze tweede kustlijn. Beeld en bron Adviesgroep De Haakse Zeedijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tijd van vrijblijvendheid en ongeremde groei is voorbij

Een groot voordeel van deze ‘boezem in zee’ is dat de rivieren op het huidige peil blijven en niet meestijgen met de zeespiegel, waardoor de bestaande landelijke infrastructuur de komende eeuwen niet aangepast hoeft te worden.
Een stapsgewijze aanleg van de Haakse Zeedijk begint met kustbescherming door drijvende golfdempers en de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg (Plan Sluizen).
De voormalige zeegaten worden als eerste toegevoegd aan de nationale noodberging, doorstroming met zoet water verbetert de milieukwaliteit en de zoetwatervoorraden worden uitgebreid.

Daadkrachtige en kundige aansturing
Als opmaat naar de NOVI presenteerde Adviesgroep Borm & Huijgens in augustus 2018 de nota De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland. In november 2018 verscheen het rapport Hoogste tijd voor het maken van een masterplan waterveiligheid van dr. ir. Gerd Kamerling c.s. dat enkele plannen voor de lange termijn vergelijkend in beeld brengt. Hij geeft aan dat we verantwoorde keuzes dienen te maken, waarbij elke stap een afgerond project is binnen het grote geheel. Onze strijd voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening moeten en kunnen we winnen.

Harde keuzes zijn daarbij onvermijdelijk. Geen bestaande visie, innovatie, conservatieve aanname, vermeend natuurbelang, bestemming of bescherming blijft overeind als deze conflicteert met de algemene belangen. De tijd van vrijblijvendheid en ongeremde groei is voorbij. Men zal gebonden zijn aan de eenmaal gekozen koers, ontwikkeld door een team met deskundigheid op alle gebied. De drive tot aanpassing aan de klimaatverandering is bij betrokkenen alom aanwezig en men wacht op een daadkrachtige aansturing door de overheid. De NOVI biedt, op basis van het masterplan klimaatbestendigheid, de overheid de kans om een stevig fundament voor de toekomst te leggen.

 

Infrastructuurfonds niet openbreken, maar versnellen en aanvullen

We kennen Co Verdaas, de nieuwe hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, als een bedachtzaam iemand. Wijs, zaken goed afwegend en wars van populaire stokpaardjes. Deze keer lijkt die wijsheid hem in de steek te laten. Hij pleitte recentelijk op Gebiedsontwikkeling.nu, in ROm en op Stadszaken.nl voor het openbreken van het MIRT, het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. De daarin tot 2031 vastgelegde afspraken over het vergroten van het van de capaciteit van wegen, spoor en waterwegen zouden volgens hem allemaal opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden. Dat zou een ernstige breuk zijn in het vertrouwen waarop provincies en gemeenten mogen rekenen. De Rijksoverheid zou zich dan opnieuw ‘onbetrouwbaar’ tonen. Afspraak is afspraak is blijkbaar niet meer belangrijk.

Verdaas vraagt terecht aandacht voor de bekostiging van aanvullende infrastructuur die nodig is voor de nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Je kunt twisten over de vraag hoeveel woningen we in onze steden erbij willen proppen. Maar dat een groter deel binnenstedelijk zal worden gebouwd dan we een aantal jaren geleden nog dachten, staat vast. Dat eist extra binnenstedelijke infrastructurele voorzieningen. Het regelen van goede mobiliteit is ook daar voorwaarde voor een verantwoorde woningtoevoeging, evenzeer als dat vroeger voor VINEX-locaties heeft gegolden. Maar nu een pleidooi houden om, ten koste van de tot 2031 aangewezen projecten voor verbetering van het landelijke infranet, het geld aan te wenden voor andere zaken, is wel heel onverstandig. Vanwege de genoemde betrouwbaarheid én omdat het niet kan gaan om de vraag of-of, maar omdat het gaat om en-en.

Langere termijn infra-afspraken zijn juist belangrijk

Op de argumentatie van Verdaas dat het ‘niet zo slim’ is om met het MIRT-zaken vast te leggen tot 2031 valt wel het nodige af te dingen. Juist als het gaat om infrastructuur moet je ver vooruit zaken vastleggen. We weten allemaal dat een nieuw spoor, een verdubbeling van wegen ongelooflijk veel voorbereidingstijd vergt. Tien jaar aanloop is niet ongebruikelijk. Veel van de MIRT-projecten zullen in voorbereiding zijn. Nu weer stoppen gaat ten koste van veel voorbereidingsjaren en veel voorbereidingsgeld. Juist bij infrastructuur gaat het erom dat overheden op elkaar moeten kunnen rekenen. Openbreken van de lange termijnafspraken is daarom zeer onverstandig. Eerder zou er sprake moeten zijn van versneld uitvoeren van deze projecten.

G4 krijgen elk jaar 375 miljoen euro ‘onbenoemd’ geld

Naar aanleiding van het geheime overleg tussen de burgemeesters van de G4 en het kabinet schreef ik dat de G4 niet moeten zeuren en snel voor eigen rekening en risico moeten beginnen met de binnenstedelijke extra mobiliteitsvoorzieningen. Daarbij gaf ik aan dat de vier grote steden samen elk jaar 250 miljoen euro uit het Gemeentefonds krijgen waar geen echte, onderzochte kosten tegenover staan. Dat was fout. Ik vergat dat over die 250 miljoen euro ook nog de uitkeringsfactor moet worden toegepast. Het jaarlijkse bedrag dat ter beschikking staat voor onbenoemde kosten is dus 375 miljoen euro. Omgerekend naar een investeringsmogelijkheid gaat het hierbij toch al gauw richting 5 à 6 miljard euro. Me dunkt daar kan al aardig wat van worden gedaan.

G4 hebben de laagste belastingtarieven

Maar er is meer. Alle vier de grote gemeenten blinken uit in extreem lage belastingtarieven. Vroeger beargumenteerden ze dat vaak met het gegeven dat de vele sociale huurders moesten worden gespaard. Maar woninghuurders betalen al geruime tijd geen OZB meer. Bij woningen is er alleen een eigenarenheffing overgebleven. Uit het overzicht van Coelo (Centrum voor Onderzoek Lagere Overheden) blijkt dat de G4 extreem lage belastingtarieven heffen.

Grafiek Coelo: Kerngegevens belastingen grote gemeenten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit het overzicht hierboven blijkt zonneklaar dat de vier grote gemeenten ver onder het landelijke gemiddelde liggen met hun tarieven. Amsterdam heeft zelfs het allerlaagste tarief van Nederland. Geen misverstand: elke gemeenteraad beslist autonoom over de hoogte van de OZB-tarieven. Maar als een gemeente zo weinig van z’n woningeigenaren vraagt dat ze als gevolg daarvan alsmaar op de Rijksoverheid moeten leunen, is er sprake van een scheve situatie.

Alleen al Amsterdam kan elk jaar 200 à 300 miljoen euro extra ontvangen bij gemiddeld landelijk tarief

Het gaat niet om geringe bedragen. Amsterdam bijvoorbeeld heeft in 2018 bijna 860.000 woningen met een gemiddeld belastingtarief van 142 euro per woning. Opbrengst: ruim 122 miljoen euro per jaar. Als Amsterdam de tarieven zou optrekken naar het gemiddelde niveau van het land ontvangen ze bijna 200 miljoen euro meer, elk jaar weer. Gaan ze naar het niveau van Nijmegen dan ontvangt Amsterdam elk jaar 455 miljoen euro meer dan nu. Hoe dan ook zou Amsterdam zonder uit de pas te lopen en zonder de eigen burgers zwaarder te belasten dan gemiddeld in het land, zomaar een aantal honderden miljoenen euros meer aan belastinginkomsten kunnen innen om een groter aandeel te bekostigen in de verbetering van de binnenstedelijke infrastructuur. Wachten op anderen is niet nodig. Ter voorkoming van misverstanden: Amsterdam wordt niet afgeroomd door een lagere bijdrage uit het Gemeentefonds als ze een dergelijke belastingverhoging doorvoert. Afroming vindt wel plaats bij toevoeging van waarde door bijvoorbeeld nieuwe woningen (dat mag wel eens ter discussie komen) en bij hogere waardestijging dan gemiddeld. Maar op het totaal van de inkomsten heeft dat nauwelijks effect. Immers hogere waarden kunnen ook leiden tot hogere ozb opbrengst.

Intussen kan het natuurlijk ook niet helemaal andersom zijn: dat de steden alles betalen. Rijk, provincies, regio’s en marktpartijen hebben zeer grote belangen bij een verantwoorde wijze van verstedelijking. Emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling, prof. mr. Friso de Zeeuw rekent in de Volkskrant van 15-10-18 voor hoe een eerste grove verdeling van de extra kosten er uit zou kunnen zien. Als er realistische plannen op tafel komen dan is volgens hem niet 10 maar 8 miljard euro nodig. Door de uitbreiding van woningen en bedrijven in de buurt van nieuwe en verbeterde OV-verbindingen te realiseren, kan een miljard euro worden bespaard op parkeerplaatsen. Gemeenten en provincies kunnen volgens De Zeeuw 4 miljard euro bijdragen. Voor het Rijk resteert dan 3 miljard euro. Rijk, provincies en gemeenten zullen dus uiteindelijk alle aan de bak moeten om het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Pensioenfondsen zijn om begrijpelijke redenen eerder afgehaakt. Maar vast staat dat de grote steden financieel in staat zijn om het voortouw te nemen en daarmee anderen over de streep te trekken.

Jos Feijtel

joz.feijtel@gmail.com

Transformatie op de fiets

Onlangs was ik in Parijs ter voorbereiding van een studiereis voor projectontwikkelaars. Ik was er jaren niet meer geweest. Druk vond ik het. Met veel lawaai en auto’s om me heen. Maar plots waren deze verdwenen. Mijn ervaren reisgezel loodste me fietsend het centrum uit, koersend op de arrondissementen langs de Périphérique. Om de leefbaarheid en gezondheid in de binnenstad te verbeteren, besloot de Parijse burgemeester Anne Hidalgo enkele jaren geleden een kilometers lange autoweg langs de Seine af te sluiten voor autoverkeer en ruim baan te geven aan voetgangers en fietsers. Een ingrijpende en omstreden maatregel. Maar wel een die het verblijf langs de oevers van de rivier heel veel aangenamer maakt zo bleek toen we bij de tuinen van het Louvre fietsend de voormalige autotunnel in doken. Rijdend naar het licht vervolgden we onze fietstocht langs de Seine tussen joggende Parijzenaars, fietsende forenzen en slenterende toeristen in de februari zon. Met uitzicht op Île de la Cité en de Notre Dame.

Om de leefbaarheid en gezondheid in de binnenstad te verbeteren, besloot de Parijse burgemeester Anne Hidalgo enkele jaren geleden een kilometers lange autoweg langs de Seine af te sluiten voor autoverkeer en ruim baan te geven aan voetgangers en fietsers. Het komt de leefbaarheid ten goede.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Bereikbaarheid en goede verbindingen tussen stadsdelen zijn essentieel voor de leefbaarheid van groeiende steden als Parijs’

Op de fiets maakten we een ronde langs binnenstedelijke transformatiegebieden bij onder meer Rives de Seine en Rive Gauche, gebieden die aansluiten op OV-knooppunten als aanjagers van nieuwe stadswijken. Dat bereikbaarheid en goede verbindingen tussen stadsdelen essentieel zijn voor de leefbaarheid van groeiende steden als Parijs werd hier maar al te zeer duidelijk. Op bezoek bij Société du Grand Paris zien we de enorme operatie waarvoor deze organisatie staat om noodzakelijke verbindingen tussen de verschillende stadsdelen aan te leggen en te verbeteren. Door de veelheid van Parijse gemeenten vooral een bestuurlijke opgave, zo liet onze gesprekspartner weten. Maar de druk op de stad kan alleen worden opgelost door gebiedsontwikkelingen bij knooppunten en goede bereikbaarheid met OV, zo gaf ze aan.

Ook in Nederland zien we de toenemende aandacht voor ontwikkelingen rond OV-knopen. De stad krijgt zo steeds meer centra met nieuwe verblijfsplekken. De uitdaging is om hier aantrekkelijke plekken te maken met een eigen karakter. Dit kan door voort te bouwen op de identiteit van het gebied. Gebieden die vrijkomen voor ontwikkeling liggen veelal op terreinen van voormalige fabrieken of in spoor -en kanaalzones. Bij uitstek vaak plekken met erfgoed en monumentale panden die gebieden karakter geven en met een nieuwe invulling toekomst bieden. Zo is het bij Rive Gauche in Parijs mooi om te zien hoe de school voor architectuur zich heeft gevestigd in een herontwikkeld monumentaal industrieel pand tussen moderne woongebouwen in. Oud en nieuw gaan hand in hand en maken gebieden aantrekkelijk. Het maakt bovendien de ontwikkeling van de stad zichtbaar. Zo zijn er talloze voorbeelden van de aantrekkingskracht van monumentale panden die waarde geven voor het gebied er om heen, inclusief de nieuwbouw.

‘Oud en nieuw gaan hand in hand en maken gebieden aantrekkelijk’

Verblijven in oude panden in een nieuw jasje is populair. Met veel lof is er de afgelopen weken geschreven over de LocHal in de Tilburgse spoorzone, waar de voormalige locomotiefhal is getransformeerd naar een multifunctionele ontmoetingsplek met onder meer de bibliotheek. Tijd om binnenkort een kijkje te nemen. Maar eerst stap ik over een paar weken in Utrecht op de fiets voor een ronde langs binnenstedelijke transformatiegebieden in mijn thuisstad. Als onderdeel van het kennisevent Bouwen aan plekken met identiteit. Dan met erfgoedprofessionals en gebiedsontwikkelaars, vaak gezien als tegenpolen maar met de opgaven die voor ons liggen wat mij betreft als partners. Om samen te werken aan duurzame gebiedstransformaties, met oog voor het verleden en blik op de toekomst.
Paul Splinter

p.splinter@the-missinglink.nl

 

 

Ouderen een gat in de markt?

Deze maand lanceerde het kabinet de stimuleringsmaatregel wonen en zorg. Doel is het aanjagen van nieuwe vormen van wonen en zorg voor ouderen. Maar wie zijn de ouderen? En wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk van gebiedsontwikkeling? Krijgen we in Nederland net als in de VS speciale dorpen voor 70+?

Ouder worden is het begin van een laatste levensfase, waarin het arbeidzame leven wordt afgerond. De huidige generatie ouderen is opgegroeid in een tijd van de wederopbouw, een tijd van het aangaan van wederzijdse verplichtingen. Een generatie opgegroeid met het ‘ oans bin zunig’ motto. Ooit slim ingezet in de reclame voor margarine met een vrouw in Zeeuwse klederdracht. Na de wederopbouw volgde een stijgende lijn in welvaart en werd de samenleving steeds individualistischer. Maar sinds het einde van de vorige eeuw is onder premier Wim Kok de overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving in gang gezet.

Communities als mooi concept voor het langer zelfstandig wonen van ouderen

Ook in gebiedsontwikkeling is participatie niet meer weg te denken. Of het nu gaat om binnenstedelijke nieuwbouw, het klimaatakkoord of gezonder leven. Het betrekken van burgers staat hoog op de agenda. Wat betekend dit voor de vergrijzingstrend? De oproep aan ouderen om te verhuizen uit de grote hypotheekvrije woning, maar ook (huur) appartementen zonder lift horen we steeds vaker. Waar de AOW leeftijd nu op 66 jaar staat, verschuift dit gaandeweg naar 70-75 jaar. En kijkend naar de demografische cijfers de komende decennia neemt dit aantal 70 plussers fors toe.

Gaat deze groep opzoek naar een andere woonvormen? Diverse onderzoeken laten zien dat er een mismatch is in de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling naar leeftijd en het huidige woningaanbod. Na het individueel tijdperk horen we nu steeds vaker het belang van communities. Een concept dat mooi aansluit bij het langer zelfstandig wonen van ouderen. Naast de sociale dimensie, dragen gedeelde (zorg) voorzieningen bij aan de betaalbaarheid. Maar laten we niet vergeten dat veel ouderen van dit moment gezonder en fitter zijn dan hun ouders op dezelfde leeftijd. Veel ouderen peinzen er niet over om te verhuizen, ze wonen prima en betaalbaar of met een afgeloste hypotheek zelfs gratis. Al is er ook een groep kwetsbare ouderen met een extra zorgvraag. En kan een fitte oudere van de ene op de andere dag een zorgbehoevende oudere worden. Waarbij hij of zij door gebrek aan beschikbare voorzieningen in de nabijheid plotseling naar een onbekend stadsdeel of zelfs een andere gemeente voor een verpleeghuis moet verhuizen.

‘De nog onderbelichtte uitdaging voor het huisvesten van ouderen ligt op delen van ons platteland’

Dit alles overziend is het niet verwonderlijk dat ouderenhuisvesting in het stedelijk gebied steeds hoger op de agenda staat bij provincies, gemeenten, corporaties en beleggers. Gericht op een forse toevoeging van binnenstedelijke appartementen in de betaalbare middenhuur. Wooncomplexen met ruimte voor gedeelde voorzieningen, geschikt voor ouderen, maar indien nodig eenvoudig aan te passen voor een jongere doelgroep. Als dit lukt is het gebrek aan zorgpersoneel overigens waarschijnlijk nijpender dan de beschikbaarheid van woningen. De nog onderbelichtte uitdaging voor het huisvesten van ouderen ligt op delen van ons platteland.

Kijken we naar 2040, dan wonen hier relatief veel ouderen mede als gevolg van wegtrekkende jongeren. Een zwaartepunt van deze krimpende bevolkingstrend zien we in het gebied langs de grens met Duitsland en in de noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Waar een ouder iemand in het stedelijk gebied eenvoudig zijn huis kan verkopen, is dat hier een stuk lastiger zo niet onmogelijk. De kans op eenzaamheid neemt toe en het aanbieden van gemeenschappelijke zorgvoorzieningen ligt hier een stuk lastiger. Wellicht krijgen we naar Amerikaans model enkele 70+ dorpen. Maar reisafstanden blijven groot en het openbaar vervoer is beperkt. Bij benodigde dagelijkse zorg moet vader of moeder plots 25-50 km verhuizen naar de plek met een zorg of verpleeghuis waar een kamer vrij is.

‘Bieden deze gebieden kansen voor de energietransitie?’

Concluderend, ja de vraag naar woningen voor ouderen is een gat in de markt en de vraag zal de komende jaren zeker stijgen. Naast nog enkele verpleeghuizen, gaat het om woningen voorzien van het gemak van een lift, aanbod van maaltijden plus persoonlijke zorg zoals een kapper en het doen van de was. In sterke economische regio’s, waar succesvol gestuurd wordt op realisatie van het segment middenhuur zal deze transformatie zich geleidelijk voltrekken. Maar op het platteland ontwikkeld zich een ander gat. Gebieden met een groot gebrek aan passende woningen en zorgvoorzieningen. Bij verkoop woningen die men aan de straatstenen niet kwijt kan. Bieden deze gebieden kansen voor de energietransitie? Met de protesten in de Veenkoloniën tegen de windmolens in ons achterhoofd wordt zo’n oplossing in deze krimpgebieden niet altijd enthousiast ontvangen. Met de blik vooruit het zien als vluchtoord bij een snel stijgende zeespiegel? Accepteren we gebieden met een fors aantal woningen in verval en steeds meer eenzame bejaarden? We horen weinig ouderen protest. De hoogste tijd om dit ‘gat in de markt’ met de provinciale verkiezingen hoog op de agenda te zetten.

Agnes Franzen

A.J.Franzen@tudelft.nl

https://www.mijngezondheidsgids.nl/aanbod-woningen-voor-ouderen-nog-te-beperkt/

http://romagazine.nl/data-analyse-wijst-uit-nu-al-te-veel-eengezinswoningen/20472

 

 

5 keer fake news in de energietransitie
‘Waterstof het beste alternatief’ en ander fake news in de energietransitie

Berichten over de energietransitie vliegen ons steeds vaker om de oren. Waar ik een aantal jaar geleden nog moest uitleggen wat mijn werk inhoudt en nee ‘’het is geen hobbyisme dat alleen maar geld kost’’, zie ik steeds meer mensen geïnteresseerd krantenberichten lezen over de innovaties en uitdagingen die ons te wachten staan. Samen met de trend van verduurzaming is de trend van ‘fake news’ ook iets dat ons bezighoudt en deze twee samen, zo denk ik, maakt voor een interessant artikel.

Door Sven Ringelberg. Ringelberg is Teamleider team verduurzaming bestaande woningvoorraad bij adviesbureau Balance.  Dit bericht verscheen eerder op Stadszaken.nl 

Hieronder behandel ik 5 voorbeelden van fake news. De energietransitie leent zich al sinds de jaren 60 voor grappige, soms frustrerende fake-newsberichten. Waar een deel van deze misinformatie van alle tijden is, zie je dat anno 2019 alleen al het volume aan informatie verwarrend kan werken. Note: dit artikel is natuurlijk een opiniestuk en vooral bedoeld om gesprekken op gang te brengen. Met ‘fake news’ bedoel ik daarom standpunten die wat mij betreft op wensdenken zijn gebaseerd, of in sommige gevallen echt foutieve informatie bevatten.

Gezellige mensen stoken kolen (1964)

Met de vondst van het Slochteren gas werd Nederland een gasland. In recordtijd werden bestaande installaties aangepast en verdween het stoken op kolen steeds meer naar de achtergrond. Waar in 1963 nog 55% van de Nederlandse huishoudens op kolen stookte, was in 1969 80% van diezelfde woningen aangesloten op het gasnet. Geen wonder dat de ‘kolenlobby’ steeds meer op hete kolen zat en op slimme manieren haar product wilde promoten.

De meest stevige reactie kwam in 1964 toen de ‘Stichting Vaste Brandstoffen’ in een serie haar klanten liet vertellen een voorkeur voor kolenvuur te hebben. Het meest bekende voorbeeld is die van het voorbeeld hiernaast waarin mevrouw De Jong duidelijk haar mening gaf over het aardgas: ‘’Ik was er helemaal niet voor die omschakeling op aardgas. Per slot van rekening jagen ze je maar op kosten.’’

Met deze advertentie sloeg de kolenlobby de plank echter mis, uit onderzoek bleek dat de meeste mensen vonden dat de advertentie te ver ging (belasterend naar gasleveranciers) en niet paste bij de slogan ‘gezellige mensen stoken kolen’. Bij een gebrek aan zakelijke voordelen richtte de campagne van de kolenlobby zich vooral op gezelligheid en leefwarmte van haar product. Maar zelfs de Kolenkrant die als tegenhanger van de Aardgaskrant werd gelanceerd kon niet voorkomen dat het aantal huishoudens met een kolenkachel terugliep tot minder dan 15% in 1975.

Verbod op de Cv-ketel (2018)

Toen ik las over de kolenlobby moest ik gelijk denken aan de tsunami aan berichtgeving in maart 2018, de Cv-ketel zou zijn langste tijd gehad hebben. Dat dit uiteindelijk ging om een manifest van o.a. Uneto VNI (nu Techniek Nederland), Gasunie en Greenpeace, dat deed er niet meer toe. Met titels als: ‘’Binnen drie jaar verkoopverbod voor cv-ketels’’ en ‘’Het doodsvonnis van de cv-ketel is geveld’’ ontstond er lichtelijke paniek bij bewoners en groot eigenaren.

Direct was er een tegenreactie vanuit Vereniging Eigen Huis, die vond de actie onvoldoende doordacht en pleitte voor ‘een integrale aanpak’ in plaats van te focussen op losse maatregelen. Een begrijpelijke reactie, want vanuit de hardwerkende Nederlander was weinig begrip. Voor veel mensen is een Cv-ketel een grote investering en de installatie die voor warmte in het huis zorgt. Onzekerheid creëren over deze ketel zonder te komen met een integraal helder verhaal en bijbehorende plug and play opties is minstens onhandig te noemen. Hierbij komt ook nog de trias-energeticadiscussie, moeten we niet eerst beginnen met isoleren? Nuance: in het kader van het klimaatakkoord was dit natuurlijk een van de vele luchtballonnen.

 

 

 

 

 

Hoe reageerde de consument op het ‘afpikken’ van de Cv-ketel? Nou, het ziet ernaar uit dat gezellige mensen in dit geval dus Cv-ketels kopen (met een knipoog naar de kolenlobby). 425.000 stuks in 2017 om precies te zijn en ik verwacht een stevig aantal in 2018. Ondanks de verbazing van Natuur & Milieu is dit natuurlijk te voorspellen. Met onduidelijkheid over de exacte klimaatmaatregelen, een hoop kabaal in de krant, wat doe je dan als consument? Je denkt eens na hoe oud je Cv-ketel eigenlijk is en misschien vervang je die dan wel om te voorkomen dat dat later niet meer mag. Dezelfde trend was zichtbaar bij het verbod op de gloeilamp. Ondanks dat het uitfaseren van de Cv-ketel logisch is, is de communicatie hierover van doorslaggevend belang.

Waterstof is het beste alternatief voor aardgas in woningen (1973 – heden)

Bij iedere bewonersavond, politieke bijeenkomst en training krijg ik dezelfde vraag: ‘’Waterstof gaat toch uiteindelijk de oplossing worden voor het verwarmen van onze woningen?’’ Ik dacht eerst dat deze fascinatie met waterstof een recent verschijnsel was, tot ik op zoek ging naar oude krantenknipsels. Al in 1973 wordt gesproken over waterstof als alternatief voor aardgas, met de oliecrisis van die tijd en uitspraken van de Club van Rome kreeg dit meer aandacht. Ook uit deze krantenberichten spreekt hetzelfde centrale voordeel: Je hoeft maar een paar kleine aanpassingen te doen, net als bij de introductie van aardgas. In meer recente berichten wordt dit argument ook aangehaald, zoals in het AD op 12 februari. In dit artikel stelt hoogleraar Ad van Wijk dat we voor watrestof onze bestaande gasinfrastructuur kunnen gebruiken. Omdat waterstof gemakkelijker ontsnapt, moeten de leidingen wel gecoat worden of vervangen door plastic. Van Wijk vergelijkt deze operatie met het huis-aan-huis aanpassen van verwarmingsketels, toen heel Nederland werd aangesloten op Gronings gas.

Als we dit zo lezen lijkt er in ons denken weinig gebeurd te zijn de afgelopen 45 jaar. Nog steeds lijkt waterstof de magische redder. Deels is dit ook het geval. Van Wijk maakt terecht opmerkingen dat we nu veel te lokaal denken en dat bij productie van veel energie op de slimme plekken (bijvoorbeeld: de Sahara en de Noordzee) we deze energie kunnen omzetten in waterstof. Deze waterstofdiscussie negeert wel een aantal essentiële punten:

  1. Waterstof is nu niet zo haalbaar, bewezen en (grootschalig) toegepast als alternatieve technologieën.
  2. Waterstof is op korte termijn niet op grote schaal duurzaam voorhanden.
  3. Rendement van waterstof met verliezen van ~40% maakt extra opwek noodzakelijk en hiermee inzet van schaarse ruimte. Het PBL waarschuwt nu al voor ruimtegebrek op de Noordzee op termijn.

Hierbij komt dat we geen tijd meer hebben, als we onze Co2 doelstellingen serieus nemen. We moeten de komende jaren beginnen met Co2 reductie om kans te houden de opwarming van de aarde tegen te gaan, zie mijn artikel ‘Energietransitie in één generatie?’. Waterstof, een prachtige oplossing, vooral voor de Noordelijkse provinciesen met een focus op de industrie. Een oproep aan de politiek hier vooral lef te tonen.

Uit de aflevering van Tegenlicht gisteravond ‘Deltaplan Waterstof‘ komt ook die noodzaak om lef te tonen naar voren. 15 miljard is onze gas infrastructuur waard. Het zou natuurlijk fantastisch zijn om deze infrastructuur (deels) te benutten voor waterstof transport. Een recent rapport van Kiwa geeft aan dat het geschikt maken van het huidige gasnet voor waterstof circa 700 miljoen zou kosten. Een prima investering, zeker als op langere termijn blijkt dat toch een deel van de bestaande woningvoorraad gebruik moet maken van waterstof. Denk hierbij vooral aan monumentale panden in gebieden waar geen (rest)warmte beschikbaar is en waar all electric toepassingen onbetaalbaar zijn.

De energietransitie kan woonlastenneutraal (2017 – heden)

Dit is een beetje mijn stokpaardje. Sinds een aantal jaar hoor ik vanuit diverse hoeken dat de energietransitie in de gebouwde omgeving ‘woonlastenneutraal’ kan/moet. Tot mijn verbazing stond het ook zo in het klimaatakkoord. Ik heb hier al een uitgebreid artikel over geschreven. Kortom, ik geloof niet in woonlastenneutraal en vind dit verkeerde verwachtingen scheppen naar eigenaren en huurders. Zeker sinds de lancering van het klimaatakkoord lijkt niemand hierin te trappen. De teneur is nu: De burger betaalt de kosten. Deels is ook te verwachten en logisch, al is het niet populair om te schrijven. We willen 100% comfort, 100% duurzaam voor 100% dezelfde maandlasten.

Natuurlijk kan de gebouw gebonden financiering hierbij helpen en dan kom je in theorie een heel eind richting woonlastenneutraal. Probleem is dat dit lijkt uit te gaan van een gezonde nul-situatie. Pak woning X voeg daar 35.000 euro aan klimaatkosten aan toe en u bent klaar. De lagere energielasten en een stukje aflossing van de lening geven u samen nul, dus woonlastenneutraal. De realiteit van de Nederlandse woningvoorraad is anders: asbestverbod 2024, funderingsproblemen, achterstallig onderhoud, trend naar kleiner wonen tegen hogere kosten en woningcorporaties met onvoldoende middelen.

Er is geen draagvlak voor de energietransitie/klimaatakkoord (2019)

Nu het klimaatakkoord is opgeleverd, doorgerekend wordt door het PBL en de gevolgen langzaam doordringen tot politici en burgers ontstaat discussie over het draagvlak. Zeker met recente berichten vanuit Dijkhoff (VVD) en het CDA lijkt een meerderheid voor het akkoord in zijn huidige vorm in gevaar te komen. Het centrale argument tegen het huidige akkoord is: De burger krijgt een te groot deel van de rekening gepresenteerd.

Maar hou zit het nou daadwerkelijk met het draagvlak voor die energietransitie en het klimaatakkoord? Uit eerdere peilingen komt naar voren dat 73% van de Nederlanders het tegengaan van klimaatverandering (zeer) belangrijk vindt. De meeste mensen hebben van het Klimaatakkoord gehoord, maar geven wel aan bedreigingen voor de Nederlandse economie (en hun portemonnee) te zien. Uit andere onderzoeken blijkt dat er draagvlak is, Nederland is een gematigd land. Er is wel een groei in polarisatie met een toename van mensen die vinden dat Nederland juist minder aan het klimaat moet doen (van 6% naar 13%). Zoals I&O Research dan ook beschrijft ‘we zitten op een tipping point’, het is nu het moment om leiderschap te tonen en door te pakken. Dan zullen de maatregelen geaccepteerd worden door een meerderheid van de Nederlanders.

Er is dus draagvlak, maar dit moet gekoppeld gaan met leiderschap en bewustzijn voor mensen hun portemonnee. In Nederland creëren we nu onze ‘self fulfilling prophecy’ door te blijven hangen en geen keuzes te maken. Onduidelijkheid doet af aan draagvlak en wordt afgestraft door kiezers. Op het moment van schrijven beschouw ik de stelling (er is geen draagvlak voor de energietransitie) als fake news, maar dit kan gemakkelijk veranderen op de verkiezingen van 20 maart.

 

Waterschap AA en Maas
Adviseur Watersysteem

Onze organisatie
Werken met water wordt steeds belangrijker. Voor nu en morgen. Het vraagt om kennis, ambitie en innovatief vermogen om de kwaliteit en de veiligheid van het water te waarborgen en duurzame oplossingen te ontwikkelen. In het oosten van Brabant zorgt Waterschap Aa en Maas voor veilig, voldoende, schoon en natuurlijk water. Wij zijn een ambitieuze organisatie die het maatschappelijk belang optimaal wil dienen. We leveren dagelijks een hoog niveau van betrouwbaarheid en staan tegelijkertijd, met het oog op de toekomst, steeds weer voor nieuwe uitdagingen.

De buitenwereld is sterk veranderd. De noodzaak voor samenwerking is groter dan ooit. In de visie van onze organisatie wordt “de klant centraal” als één van de drie belangrijke pijlers genoemd, naast de excellente uitvoering van onze kerntaken en de ontwikkeling van medewerkers. Onze omgeving professionaliseert, belanghebbenden worden mondiger en netwerken uitgebreider.

Het district Raam maakt deel uit van de directie Watersystemen & Kering van Waterschap Aa en Maas. De districten zijn de voordeur van het waterschap. Vanuit de districten wordt het relatiebeheer inhoud gegeven en vindt het operationele waterbeheer plaats. Ook vervullen de districten de opdrachtgeversrol voor de inrichtingsprojecten en zijn ze actief bij calamiteiten.

Voor de versterking van district Raam zijn we op zoek naar een enthousiaste, proactieve

Adviseur Watersysteem
(schaal 10) (1,0 fte)
(36 uur per week, standplaats Cuijk)

Wat ga je doen
De komende jaren staat het waterschap voor ingrijpende optimalisatieopgaven in haar beheergebied.  Het wil daarnaast actief werken aan de eigen in- en herinrichtingplannen en de opgaven van partners.

De adviseur watersysteem krijgt een belangrijke taak om deze opgaven te stroomlijnen, draagt bij aan de totstandkoming van beleid en is in staat om beleid en praktijk bij elkaar te brengen en te werken aan een toekomstbestendig onderhoud.  Hij/zij krijgt een rol als accountbeheerder namens het waterschap, bijvoorbeeld bij grotere gemeenten.

Je speelt de rol van ’spin in het web’ om ontwikkelingen op te zoeken, te volgen, te verbinden en samen met specialisten van het waterschap te vertalen in adviezen en oplossingen om daarmee optimalisaties, nieuwe inrichting en innovaties te kunnen realiseren. Je gaat zelf op zoek naar oplossingen en bent in staat om hierbij ook buiten de gebaande paden te treden. Je hebt daarbij oog voor de fase na inrichting: hoe kan de nieuwe situatie effectief en efficiënt worden beheerd en onderhouden.

Je ondersteunt het afdelingshoofd en werkt samen met de gebiedsadviseur bij de voorbereiding van bestuurlijke overleggen en bent verantwoordelijk voor de coördinatie en advisering met betrekking tot het waterbeheer in (een deel van) het district. Je bent in staat om vanuit verschillende belangen te denken en te doen, op zoek te gaan naar meerwaarde, te onderhandelen en weerstanden te overwinnen.

Als adviseur watersysteem voel je je ‘eigenaar’ van het gebied en zoek je van daaruit verbinding met collega’s van verschillende afdelingen bij het waterschap en die van de partners in het gebied. Je bent in staat om de goede vragen te stellen en om je eigen standpunt goed naar voren te brengen. Je kunt je snel aanpassen aan wisselende omstandigheden en je kunt onder druk zorgen voor een afgewogen besluit. In gezamenlijkheid worden meerjarige opgaven in beeld gebracht en werk je mee aan de realisatie van deze opgaven. Het gaat daarbij om opgaven op het gebied van zowel het watersysteem als de waterketen.

Jouw achtergrond
Je hebt een relevante HBO- of academische opleiding voltooid en beschikt over gedegen kennis/ervaring van ruimtelijke ontwikkeling en integraal waterbeheer. Je beschikt over goede sociale, communicatieve en organisatorische vaardigheden en bent een resultaatgerichte verbinder. Je toont je daarin een doorzetter en bent organisatiesensitief. Projectmatig kunnen werken en denken is een vereiste.

Je salaris
Afhankelijk van opleiding en ervaring bedraagt het bruto jaarsalaris inclusief Individueel Keuzebudget (IKB) maximaal € 61.240,- bij een volledig dienstverband van 36 uur per week (schaal 10 van de salarisschalen waterschapspersoneel).

Onze secundaire arbeidsvoorwaarden zijn uitstekend. Zo ontvang je een Individueel Keuze Budget (IKB) en hebben wij een solide pensioenregeling. Het IKB is een toeslag van 20% (inclusief 8% vakantiegeld) op je bruto jaarsalaris en kun je gebruiken voor het kiezen van een aantal arbeidsvoorwaarden. Zo kun je bijvoorbeeld extra verlof kopen of er voor kiezen dit bedrag uit te laten betalen.

Daarnaast ontvang je een tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer.

Omdat wij persoonlijke ontwikkeling en vitaliteit belangrijk vinden, krijg je een Persoonsgebonden BasisBudget (PBB) van € 5000,- per vijf jaar.

Meer informatie en sollicitatie
Heb je vragen of opmerkingen bel dan naar Diana van der Beek, afdelingshoofd District Raam, telefoonnummer 06 – 53 69 21 84.

Ben je enthousiast? Zorg dan dat je sollicitatiebrief en CV uiterlijk 25 februari  2019 binnen is bij het cluster P&O. Dit kan via deze link. De sollicitatiegesprekken vinden plaats op vrijdag 1 maart a.s.

Voor de veiligheid van waterschap Aa en Maas, vragen wij alle nieuwe medewerkers een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te leveren. Tijdens de selectieprocedure zal dit verder besproken worden.

 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

 

gemeente Vlaardingen
Teammanager Stedelijke Ontwikkeling

Vorig jaar herdachten wij de slag bij Vlaardingen die in 1018 plaats vond.

Een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis! Vlaardingen is geschiedenis, havens, haring, water, groen, historie en sociaal aan de Nieuwe Maas!

Kom jij bij de afdeling Stedelijke ontwikkeling deel uit maken van onze toekomst als:

Teammanager Stedelijke Ontwikkeling
36 uur | Vlaardingen

 

De functie
Wij zoeken een teammanager die omgevingsbewust is. Je biedt ruimte aan je medewerkers en hun initiatieven. Je toont leiderschap en houdt overzicht. Je creëert kaders en zorgt voor flow.
Je bent multi-inzetbaar op het gebied van wonen, ruimtelijke ordening, vastgoed, economie en projectmanagement binnen de overheid. De aankomende omgevingswet zie je als een kans die je actief pakt door samen met je collega’s midden in de Vlaardingse samenleving te staan.

Binnen de afdeling Stedelijke Ontwikkeling werk je actief, volwaardig en vol lef mee aan een mooi, ontwikkelend, bruisend en duurzaam Vlaardingen. Samen met je collega-teammanagers en het afdelingsmanager stuur je de afdeling aan.

Onze afdeling
Onze afdeling Stedelijke Ontwikkeling opereert in een dynamische omgeving. Participatie en duurzaamheid hebben een belangrijke impact op ons werk met tal van stakeholders en vaak uiteenlopende belangen. Ontwikkelingen volgen elkaar snel op en de bestuurlijke context speelt een grote rol. De bestuurlijke vernieuwing waar ons bestuur mee werkt sluit goed aan bij onze houding om ‘Ramen en deuren open te zetten’; nog meer werken van buiten naar binnen.

Met zo’n 80 mensen, verdeeld over vier teams, bouwen wij aan de toekomst van de gemeente Vlaardingen. Wij voeren het projectmanagement over meer dan 100 projecten, verspreid over alle wijken van Vlaardingen. Wij maken bestemmingsplannen en beleidskaders en overleggen met woningbouwcorporaties over huisvesting op lange termijn. Daarnaast, faciliteren wij bedrijfsterreinen bij nieuwe beheervormen, verlenen vergunningen voor evenementen en bouwprojecten en werken wij met betrokken burgers aan hun wijk en realiseren nieuwe voorzieningen.

Je profiel

  • Als teammanager draag je de verantwoordelijkheid voor de opgaven binnen het team. Je coachende manier van leidinggeven geeft vertrouwen en ruimte doordat er een goede balans is tussen loslaten en sturen. Je stimuleert de samenwerking, ook over de grenzen van het team heen, bevordert het teamgevoel en je weet hierbij het maximale talent uit medewerkers te halen. Je hebt continue aandacht voor de professionele ontwikkeling van de medewerkers en het team als geheel;
  • Je bouwt aan vertrouwen en stelt je verbindend, coöperatief en betrokken op. Je laat verbondenheid zien om de teamdoelstellingen te behalen. Het ‘goede gesprek’ ga je aan als het nodig is. Je geeft constructieve feedback en je kan deze ook ontvangen;
  • Door vooruit te denken behaal je successen. Dit doe je door een heldere koers uit te stippelen, realistische doelen en resultaten af te spreken, te denken in oplossingen en rekening te houden met de verschillende belangen binnen en buiten de organisatie;
  • Kansen zie je volop en je durft verantwoord risico te nemen bij de uitvoering van opgaven. Om dit succesvol te doen ben je gedreven, verbindend, benaderbaar en zichtbaar;
  • Je toont lef, laat zien dat je beslissingen durft te nemen en weet deze om te zetten in een heldere koers;
  • Je hebt affiniteit, kennis van en ervaring met de onderwerpen van Stedelijke Ontwikkeling.

Competenties en kwaliteiten
Je beschikt over HBO/WO werk- en denkniveau. Je wordt enthousiast van ons profiel en voelt de ideeën opborrelen. We verwachten uitstekende communicatieve vaardigheden en veel inzet.

Ons aanbod
Als je bij ons werkt, maak je gebruik van een modern kantoor dat van alle gemakken is voorzien. Onze werkplekken zijn flexibel en aangenaam: ruim, open en licht. Ook thuiswerken behoort tot de mogelijkheden.

Deze functie is binnen ons functiegebouw ingedeeld in salarisschaal 12. Het salaris is afhankelijk van je opleiding en ervaring en bedraagt maximaal € 5.520,- bruto per maand bij een volledige werkweek van 36 uur. Verder ontvang je naast je salaris ook een vrij besteedbaar budget via het Individueel Keuze Budget (IKB). Je kunt hiermee keuzes maken die passen bij jouw levensfase, persoonlijke wensen en doelen. Het IKB bedraagt 17,05% van je salaris.

Informatie en sollicitatie
Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Ad Hekman, afdelingsmanager Stedelijke Ontwikkeling, telefoon  010-2484000.

Een assessment kan onderdeel uitmaken van de sollicitatieprocedure. Voor deze functie wordt gelijktijdig in- en extern geworven.
Word jij enthousiast van deze Vlaar-dingen? Solliciteer dan direct via deze link
We ontvangen je sollicitatie graag vóór 1 maart 2019.

 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

 

 

 

Gemeente Krimpenerwaard
Beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening

 

 

Ben je een specialist op het gebied van ruimtelijke ordening? Is de rol van aanspreekpunt en klankbord je op het lijf geschreven? Dan zijn wij op zoek naar jou!

Beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening
(36 uur per week)

 

Algemeen
De gemeente Krimpenerwaard is een gemeente met 55.666 inwoners, bestaande uit elf kernen en een oppervlakte van ruim 164 km². Een gemeente die staat voor ruimte, rust en groen met een hoog voorzieningenniveau. De gemeente wil zich stevig positioneren in de regio en een sterke verbinding aangaan met de omgeving. Dit betekent dat wij de samenwerking zoeken met onze inwoners, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld, buurgemeenten en medeoverheden.

Voor onze afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) zijn wij op zoek naar een beleidsmedewerker ruimtelijke ordening met een juridische achtergrond voor 36 uur per week. Wij zoeken een enthousiaste persoonlijkheid met een jonge mindset met passie voor de omgeving. Je bent een ondernemend type die niet vies is van hard werken en flexibel inzetbaar is. Verder is het je drive om resultaten te boeken. Je bent een verbinder die graag meewerkt aan het verbeteren van de woon-, werk- en leefomgeving. Als het nodig is, kom je tot creatieve oplossingen.

Wat doe je?
In de functie van beleidsmedewerker ruimtelijke ordening behandel je juridische vraagstukken op het terrein van de ruimtelijke ordening. Je bent specialist op gebied van ruimtelijke ordening en de rol van aanspreekpunt en klankbord is je op het lijf geschreven. Daarnaast zorg je voor integratie van de doelstellingen van de gemeente en zie je erop toe dat deze worden nageleefd. Je informeert en adviseert collega’s, initiatiefnemers en burgers in het proces rondom RO-procedures. Verder draag je zorg voor het ontwikkelen van ruimtelijke instrumenten zoals bestemmingsplannen en andere RO-kaders. Ook behandel je juridische vraagstukken op het terrein van de ruimtelijke ordening en zorg je voor inhoudelijke ondersteuning bij procedures bij de  rechtbank of raad van state. Je hebt kennis van en ook werkervaring met relevante wet- en regelgeving en procedures en het toepassen hiervan binnen het brede terrein van de ruimtelijke ordening.

Wie ben je?
Je hebt een afgeronde HBO/WO-opleiding, denk aan planologie/juridische opleidingen. Daarnaast beschik je over een meerjarige en recente werkervaring binnen een gemeentelijke organisatie in een soortgelijke functie. Je hebt kennis van bestuursrecht, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wabo. Je bent omgevingsbewust, politiek-bestuurlijk sensitief en in staat om de gemeente te vertegenwoordigen in netwerken en samenwerkingsverbanden, waaronder de regio Midden-Holland. Je beschikt over uitstekende communicatieve vaardigheden in woord en geschrift. Je bent proactief, vindingrijk en werkt zelfstandig.

Salaris
Naast inhoudelijke uitdagingen bieden we je een prima arbeidsvoorwaardenpakket.

Het salaris bedraagt, afhankelijk van opleiding en ervaring, maximaal € 4.225,- bruto per maand (functieschaal 10) bij een 36-urige werkweek.

Meer informatie
Enthousiast geworden? Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Tanja van Düren, coördinator van het team RO & Vergunningen. Zij is bereikbaar via telefoonnummer  14 0182

Solliciteren op de vacature beleidsmedewerker ruimtelijke ordening
Herken jij jezelf in bovenstaand profiel? Dan nodigen wij je van harte uit om te reageren.

Stuur je CV en motivatie vóór 24 februari 2019 via onze sollicitatiepagina t.a.v. afdeling P&O van gemeente Krimpenerwaard. Wij reageren dan zo snel mogelijk: http://krimpenerwaardbanen.nl/vacatures/beleidsmedewerker-ruimtelijke-ordening.html

 

Acquisitie naar aanleiding van de vacature wordt niet op prijs gesteld.