Auteur-archief: ROmagazine

Senior Adviseur Economie en Innovatie

Senior Adviseur Economie en Innovatie
36 uur | Enschede

Vergroten van de Twentse innovatiekracht. Boeien en binden van technisch talent. Aandacht voor ondernemerschap in relatie tot en aanvullend op wat de veertien Twentse gemeenten zelf doen op het gebied van innovatie. Verbinden en versterken van de verschillende samenwerkingspartijen. Durf jij deze uitdaging aan te gaan?

Interesse? Lees dan snel verder!

Jouw werkdag
Als senior adviseur economie en innovatie werk je aan het verder uitbouwen en verstevigen van de Twentse economie. Je bent verantwoordelijk voor beleidsadvisering op het gebied van met name Innovatie en het strategisch adviseren van het bestuur, de bestuurscommissie en portefeuillehouders. Dit alles doe je ten behoeve van de positionering van Twente als vitale hightech regio. Je voert het beheer van het regionaal fonds voor kredieten aan het MKB, je bent accounthouder voor het regionale Innovatiefonds Twente en geeft uitvoering aan de regionale bestuursopdracht. Je bent accounthouder namens Regio Twente voor Novel-T en legt verbinding tussen de Twentse gemeenten en het regionale Innovatie ecosysteem. Jij weet visies en lange lijnen vast te houden en weet strategische advisering samen te laten gaan met inhoudelijke dossiers. Je bent een sterke netwerker en richt je blik naar buiten, zonder de interne samenwerking en verbinding te verliezen.

Jouw kwaliteiten
Om succesvol te zijn in deze functie herken je jezelf in de volgende kwaliteiten:

  • Sterk in beleidsinhoudelijke advisering op het gebied van Economie en Innovatie;
  • In staat om bestuur & management strategisch te adviseren;
  • Vermogen om Twente als innovatieve hightech regio verder te kunnen uitbouwen;
  • Initiatiefrijk, je zet ideeën om in plannen, en doelen in resultaten;
  • Samenwerkingsgericht met een groot omgevings- en organisatiebewustzijn;
  • Beschikking over een makkelijke pen. Stukken van jouw hand zijn helder, sterk en duidelijk.

Jouw team
In het team economie adviseren 15 professionals de Twentse gemeenten over de versterking van de sociaal economische structuur van de regio. Twente als innovatieve hightech regio vraagt onder andere om inzet op ondernemerschap, het vergroten van de innovatiekracht en boeien en binden van talent. Daarnaast is de bereikbaarheid van Twente, waarmee we ook bijdragen aan het vestigingsklimaat, onderdeel van ons takenpakket. Verder zetten we in op het verbeteren van de regionale arbeidsmarkt zodat we de vraag naar arbeidskrachten kunnen beantwoorden. Ook dragen we bij aan de versterking van Twente als logistieke hotspot en Twente als sterke toeristisch recreatieve regio. Daarbij is de circulaire economie integraal onderdeel van de inzet. Het aantrekken van nieuwe en internationale bedrijven voor Twente blijft op onze agenda.

Wat wij vragen

  • Afgeronde relevante opleiding op WO niveau;
  • Minimaal 5 jaar werkervaring in een soortgelijke functie;
  • Actueel netwerk op het gebied van innovatie/economie in Twente/Oost-Nederland;
  • Aantoonbare ervaring met strategische trajecten;
  • Ervaring met investeringsinstrumenten (fondsen) is een pré;
  • Ervaring met bestuurlijke processen;
  • Je kunt een Verklaring Omtrent het Gedrag overhandigen.

Wat wij bieden

  • Verantwoordelijk en maatschappelijk belangrijk werk in een team van professionals;
  • Ruimte voor nieuwe initiatieven en ideeën en eigen ontwikkeling;
  • Een goed salaris, afhankelijk van ervaring, minimaal € 4.022,- en maximaal € 5.520,- bruto per maand (schaal 12) op basis van een 36-urige werkweek;
  • Het Individueel Keuze Budget van 17,05%, de mogelijkheid voor collectiviteitskorting op een zorgverzekering bij IZA, CZ of Menzis, deelname aan een actieve personeelsvereniging en een moderne werkplek;
  • Een aanstelling bij Regio Twente voor in eerste instantie de duur van twee jaar voor 36 uur per week. 

Ja, ik wil deze baan!
Als jij deze baan graag wilt, vertel dan in een filmpje van hooguit 1 minuut iets over jezelf en waarom jij geschikt bent voor deze functie. Het filmpje moet de extensie .avi, .wmv of .mov hebben. Deze stuur je samen met je CV en motivatiebrief door te klikken op deze link. Vragen? Sandra van der Steen (Manager Economie) helpt je graag. Telefoonnummer: 053 – 487 6566 (secretariaat leefomgeving).

Als je wordt uitgenodigd, vragen wij aan jou om je op creatieve wijze te presenteren en jouw bijdrage op het gebied van Economie / Innovatie binnen team Economie voor de regio Twente in maximaal tien minuten aan ons duidelijk te maken. Dat mag op allerlei manieren. Wij laten ons graag verrassen!

Solliciteren kan tot en met zondag 4 november 2018. De gesprekken vinden plaats op maandag 12 november 2018.

Voor deze vacature wordt gelijktijdig zowel intern als extern geworven.

 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature stellen wij niet op prijs.

 

 

Waterstof goed alternatief voor peperdure isolatie

Door Kasper Baggerman

Voor bestaande woningbouw is waterstof een aantrekkelijk alternatief voor all-electric, waar peperdure isolatie voor nodig is. Met kleine ingrepen is een woning snel waterstof-klaar, zegt hoogleraar Ad van Wijk. Burgers moeten dan wel eerst gerustgesteld worden, want het element H2 heeft geen al te beste reputatie.

 

Dit is een verkorte versie van het artikel ‘Waterstof heeft de toekomst,’ uit vakblad ROm. ROm is gratis voor ambtenaren ruimte, infrastructuur en milieu bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Word nu abonnee.

 

Nederland is zeven miljoen bestaande woningen rijk, die de komende jaren van het gas af moeten. Voor nieuwbouwwoningen wordt vaak voor de all-electric aanpak gekozen, maar dit is een zeer kostbare opgave. Veel oude huizen zijn niet maximaal geïsoleerd, terwijl dit wel een vereiste is voor all-electric.Eerder dit jaar berekende corporatiebranchevereniging Aedes dat het verbeteren van alleen al 2,1 miljoen corporatiewoningen haar leden meer dan €100 miljard zou kosten.

‘Met kleine ingrepen is een woning snel waterstof-klaar’, zegt Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft. ‘In theorie is waterstof voor alle woningen, oud én nieuw, een optie. Je kunt waterstof gebruiken om energiesystemen te balanceren en je kunt het gebruiken zoals we nu aardgas gebruiken. Dan kun je er dus vrij simpel een woning mee verwarmen. Maar als directe vervanger van aardgas is waterstof echter vooral aantrekkelijk voor oudere woningen.’

Energie-expert Jan Pereboom van JP-Energiesystemen: ‘Oude panden all-electric maken is erg duur en daardoor inefficiënt. Per woning kost dit zo’n 50.000 euro. Waterstof biedt de mogelijkheid om minder rigoureus te isoleren. Je kiest dan voor een basisisolatie, wat afhankelijk van de te nemen maatregelen ongeveer 8.000 euro kost. De resterende benodigde warmte haal je uit groen waterstof.’

Niet voor nieuwbouw
Pereboom vervolgt: ‘Waterstof is een aantrekkelijke vervanger van aardgas voor bestaande woningbouw. Met relatief kleine technische ingrepen kun je een oude woning duurzaam maken.’ Van Wijk beaamt dit: ‘Je hoeft alleen maar je cv-ketel en je kooktoestel aan te passen. Zo moet je bijvoorbeeld zorgen voor grotere gaatjes in je branders, want in één kubieke meter waterstof zit één derde van de energie in een kubieke meter aardgas. Een nieuwe brander installeren kost je maximaal een half uurtje.’

Voor nieuwbouwwoningen is waterstof een minder voor de hand liggende optie. ‘Eigenlijk is waterstof helemaal geen aantrekkelijke keuze voor nieuwbouwwoningen. Een nieuwe woning kun je namelijk erg energiezuinig en goed geïsoleerd bouwen. Je hebt weinig warmte nodig en daardoor is all-electric een goede keuze,’ stelt Pereboom. ‘Je hoeft ook geen rekening te houden met de capaciteit van het elektriciteitsnet, omdat je toch nieuwe infrastructuur aanlegt.’

Balanceren van energieproductie en –vraag
Indirect kan waterstof echter wel een rol spelen bij all-electric nieuwbouwwoningen, omdat het kan helpen met het opvangen van energie. Met elektrolyse (zie kader: Groen waterstof met elektrolyse) wordt elektriciteit omgezet in waterstof en weer terug.  Het gas vervult dan in feite de rol van (efficiëntere en goedkopere) batterij en kan pieken en dalen in de stroomvoorziening opvangen. Wind- en zonne-energie zijn namelijk wisselvallig: soms waait het hard of schijnt de zon fel en is er een stroomoverschot, andere keren is het juist windstil of bewolkt en is er een stroomtekort. Ook is er grote seizoensvariatie in de vraag naar en het aanbod van energie voor verwarming. In de winter hebben we meer (elektrisch opgewekte) warmte nodig, maar schijnt de zon minder. Opslag van waterstof in de zomer en gebruik in de winter voor dat er altijd voldoende stroomtoevoer voor all-electric woningen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hinder van Hindenburg
Zomaar waterstof naar bestaande woningen pompen, is nu nog geen optie. Wettelijk mag er namelijk maar 0,5 procent waterstof worden bijgemengd in de aardgasleidingen. Daarmee lijkt de wet achter te lopen op de realiteit. Ad van Wijk: ‘Experimenten op Ameland laten zien dat 18,6 procent bijmenging nu probleemloos kan, zonder dat bestaande cv-ketels of branders aangepast moeten worden.’

Naast hinder van wetgeving heeft waterstof een imagoprobleem. Het gas heeft de naam gevaarlijk te zijn. De oorzaak van die angst vinden we ruim 80 jaar terug in de tijd, bij de ramp met de LZ 129 Hindenburg, een reusachtige zeppelin gevuld met waterstof. In 1937 vliegt het gevaarte van Frankfurt naar Lakehurst, een stadje vlakbij New York City. De vlucht verloopt rustig en probleemloos, maar bij de landing gaat het mis. De zeppelin vat vlam en ontploft. Resultaat: 36 doden en decennialange imagoschade voor waterstof. De Hindenburg ontplofte, dus waterstof moet wel hartstikke gevaarlijk zijn, zo redeneerde men.

‘Een fabeltje!’ Van Wijk is stellig. ‘De brand werd evengoed veroorzaakt door het zeer brandbare omhulsel van de ballon.’ ‘Waterstof brandt onzichtbaar, dus een dergelijke vuurzee zie je niet als waterstof de enige brandstof is,’ vult Pereboom aan.  Volgens hoogleraar Van Wijk  is waterstof in een woning zelfs veiliger dan aardgas. Daar noemt hij twee redenen voor: ‘Allereerst is waterstof het lichtste element dat er is. Bij aardgaslekken zie je dat het gas zich ophoopt in een ruimte, waarna het ontploft als er een vlam bij komt. Bij waterstof gebeurt dit niet, want het vervliegt heel snel. Het stijgt op in de lucht en dan is het weg. Daarnaast loop je bij waterstof niet het risico op koolstofmonoxidevergiftiging, de grootste doodsoorzaak bij gebruik van aardgas voor verwarming.’

Volgens hoogleraar Van Wijk moeten we de angst voor waterstof echter niet negeren en bagatelliseren: ‘De perceptie van het gas blijft van belang.’ Pereboom sluit zich hier bij aan: ‘Communicatie naar bewoners is erg belangrijk. Daarbij moet je uitkijken voor een welles-nietes discussie. Je wilt niet met een aantal experts tegenover bewoners staan en alleen maar je eigen standpunten herhalen.’

Eén van de puzzelstukjes
‘Waterstof is de sleutel tot de energietransitie,’ zei tafelvoorzitter Ed Nijpels stellig bij de presentatie van de Hooflijnen van het Klimaatakkoord. De eerste projecten met waterstof krijgen nu vorm, maar angst en wetgeving vormen barrières. Volgens Pereboom is het gas dan ook niet dé oplossing van de energietransitie: ‘Het is één van de vele alternatieven. Ik zie het zo: als de hele energietransitie een puzzel is van honderd stukjes, is waterstof één van die stukjes. Het speelt een relatief kleine rol en is een aanvulling op groene elektriciteit. Als we heel Nederland elektrisch willen maken, zouden we de capaciteit van het elektriciteitsnet met een factor tien moeten vergroten. Waterstof kan die druk verminderen.’ Uit het klimaatakkoord blijkt, ondanks de woorden van Nijpels, een vergelijkbaar sentiment. Voor de gebouwde omgeving geldt: energie uit waterstof dient vooral als aanvulling op energie uit geothermie.

Ad van Wijk ziet wel een glansrijke toekomst voor het gas: ‘Je zou waterstof per schip vanuit bijvoorbeeld Australië of de Sahara naar Nederland kunnen transporteren. Nu is elektriciteit uit verre streken halen geen rendabele optie, omdat de kabels die daarvoor nodig zijn te duur en inefficiënt zijn. Met waterstof omzeil je dat probleem en krijg je heel goedkope energie. Waterstof kan de elektriciteitsmarkt globaal maken. Er zal een wereldmarkt ontstaan, zoals we die nu met olie hebben.’

Groen waterstof met elektrolyse
Als we in het kader van de energietransitie over waterstof spreken, hebben we het over ‘groene’ waterstof, oftewel waterstof opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Fossiel ‘grijze’ waterstof wordt nu al op grote schaal uit aardgas geproduceerd en gebruikt in de industrie, maar is niet milieuvriendelijk genoeg om te voorzien in de verduurzamingsopgave. Een derde optie is ‘blauwe’ waterstof, waarbij de CO2 die vrijkomt bij de productie van grijze waterstof wordt opgeslagen en vastgehouden in lege gasvelden. Dit is een tussenoplossing. Groene waterstof is het einddoel.
Groene waterstof opwekken doe je met elektrolyse. Dat is een chemisch proces waarbij water wordt opgesplitst in zuurstof en waterstof door er elektriciteit door te laten lopen. Twee watermoleculen worden één zuurstofmolecuul en twee waterstofmoleculen (2H2O -> O2 + 2H2). Hoogleraar Ad van Wijk: ‘Je hoeft het waterstof dan alleen maar op te vangen. Het is een heel simpel proces. Je kan het bij wijze van spreken in elk scheikundelokaal doen.’

 

Grote ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen vragen om ambitie
Sturen op duurzame en inclusieve groei

auteurs Jos van Heest en Maarten Kruger – adviseurs bij Bureau BUITEN / jos.vanheest@bureaubuiten.nl

 

Zoek de balans tussen de sociale ondergrens en het ecologische plafond

Goede internationale treinverbindingen vragen serieuze aandacht

De grote ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen in ons vakgebied – toenemende regionale verschillen in Nederland, duurzame verstedelijking en de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit – vragen bij uitstek om nationale sturing in een nationale visie. Bureau BUITEN, adviseurs op het gebied van ruimtelijke economie en duurzaamheid, buigt zich over de vraag hoe de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) kan bijdragen aan een meer inclusieve en duurzame economische groei van ons land.

Dit artikel verscheen eerder in ROm 10, oktober 2018. Voor een proefabonnement….

 

Opmaat voor de NOVI
Eind dit jaar presenteert het kabinet de concept-NOVI, waarin de hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefruimte worden vastgelegd. ROm biedt ruimte aan vakgenoten om het debat te voeden met hún visie over waar het naartoe moet en wat daarvoor nodig is. Bijdragen zijn welkom: marcel.bayer@romagazine.nl

 

Minister Ollongren geeft zelf in haar Kamerbrief van 13 april 2018 aan: ‘In het gedecentraliseerde stelsel van het omgevingsbeleid pakt het Rijk weer een actieve rol. Geen ingreep in de afgesproken verdeling van verantwoordelijkheden, maar wel een nadrukkelijke inzet van het Rijk om in samenwerking doelen te halen.’ De NOVI heeft dus als doel om hoofdlijnen en ambities voor de inrichting van Nederland in 2050 te schetsen, waarbij regionale en lokale overheden in staat worden gesteld om eigen afwegingen te maken.

Kate Raworth omschrijft de uitdagingen met betrekking tot inclusieve en duurzame economische groei treffend in haar boek Doughnut Economics (2017). Hierin roept zij economen en beleidsmakers op om van de eenzijdige focus op economische groei af te stappen. Volgens haar moet beleid niet gericht zijn op oneindige groei, maar op het vinden van een balans tussen de ‘social foundation’ – een sociale ondergrens – en de ‘environmental ceiling’ – het ecologisch plafond. Een dergelijk toekomstbewust gedachtegoed zou ons inziens meer in de NOVI verwerkt mogen worden dan nu blijkt uit de formulering van de strategische opgaven. Bovendien is het voor het behalen van de Sustainable Development Goals (SDG) en het Parijs-akkoord simpelweg noodzakelijk dat het Rijk sturing gaat geven. Nederland staat nog laag op veel duurzaamheidslijstjes, terwijl we met onze kenniseconomie vol innovatiekracht een goede uitgangspositie hebben. Illustratief was de ‘klimaatzaak’ in 2015, waarin de rechter oordeelde dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen.[1] Natuurlijk zijn er op lokale schaal al veel goede initiatieven gaande en pakt de markt steeds meer op, maar zonder sturing van het Rijk gaan we het niet redden.

Niet alleen de ‘planet’-kant van de SDG is van belang, maar ook aan de ‘people’-kant is nog een slag te slaan. De ongelijkheid tussen mensen en tussen regio’s in Nederland groeit en ook de OESO pleit in haar Economic Outlook voor meer inclusieve groei in Nederland.[2] Hoewel ingrijpen van het Rijk op dit gebied vooral een politieke discussie is, zien wij wel degelijk redenen om te streven naar inclusieve groei en de noodzaak om hier met de NOVI op in te zetten. Ongelijkheid kan immers tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen vergroten (hoog- versus laagopgeleid, autochtoon versus allochtoon, stad versus platteland) en leidt tot een onderbenutting van menselijk kapitaal en economisch potentieel[3].

De belangrijke aanknopingspunten om met de NOVI te sturen op duurzame en inclusieve groei zetten wij hieronder op een rij.

Duurzame economische groei
In de startnota van de NOVI wordt terecht aandacht besteed aan de spanning tussen een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving en ruimte voor economische ontwikkeling. Er wordt hierbij vooral aandacht geschonken aan de aard van deze spanning. Een visie over de manier waarop hiermee op landelijk schaalniveau moet worden omgegaan ontbreekt echter nog. De eerder aangehaalde denkwijze van Kate Raworth vormt hierbij een goede inspiratiebron. Focus in de NOVI niet eenzijdig op economische groei, maar zoek steeds de balans tussen ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving.

  • Ontwikkel een visie en strategie voor de (ruimtelijk) economische ontwikkeling van Nederland én geef voldoende aandacht aan de kwaliteit van de leefomgeving. Deze zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dus vragen om een integrale benadering.
  • Het is hierbij denkbaar dat het Rijk negatieve impact op onze leefomgeving zwaarder gaat belasten, voor zowel private als particuliere partijen.

Energietransitie
Uit de strategische opgaven blijkt dat het Rijk het ruimtelijke aspect van de energietransitie serieus neemt. Ook hier ontbreekt echter nog de visie. De ruimte die nodig is voor een succesvolle transitie naar duurzame energie vraagt om een regisseursrol van de nationale overheid. Op welke energiebronnen gaan we inzetten? En welke ruimtelijke implicaties heeft dat?

  • Gebruik de NOVI voor het stellen van kaders voor een nationale strategie energietransitie.
  • Verplichtingen aan provincies opleggen om bepaalde duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Hierbij kan het Rijk al met de provincies meedenken door bepaalde zones aan te wijzen die voor zonneweides of windmolens geschikt zouden zijn.
  • Investeren in duurzame mobiliteit vormt een belangrijke kans waar in de NOVI aandacht aan besteed zou moeten worden. Investeren in goede (internationale) treinverbindingen kan auto- en vliegverkeer doen afnemen. Hoewel de Fyra een hoofdpijndossier is, verdienen goede internationale treinverbindingen serieuze aandacht. Ook richtlijnen vanuit het Rijk voor een vernieuwend locatiebeleid, gericht op het bevorderen van Transit Oriented Development (TOD), past in deze lijn.

Circulaire economie
Nederland wil in 2050 circulair zijn. Kringlopen moeten worden gesloten en grondstoffen optimaal hergebruikt. De transitie naar de circulaire economie is ingezet, maar er wordt tegelijkertijd nog druk onderzocht wat precies moet gebeuren om circulair te worden.
Gezien het belang van dit onderwerp, de haast om dit te realiseren en de verschillende domeinen die erin samenkomen, biedt de NOVI een uitstekend platform om een nationale lijn uit te zetten.

  • Het Rijk is serieus bezig met de transitie naar een circulaire economie. Met het opstellen van vijf transitieagenda’s worden de ambities concreter gemaakt op de korte, middellange en lange termijn. Voor een dergelijk belangrijke transitie met grootschalige ruimtelijke, sociale en economische implicaties, is het van belang om een duidelijke nationale visie op te stellen die in de NOVI naar voren komt.
  • Een grote barrière voor de transitie naar een circulaire economie is dat het erg moeilijk is om businessmodellen sluitend te maken. Om de transitie te versnellen kan het Rijk circulariteit subsidiëren of lineariteit belasten.

Economische kansen voor alle regio’s
Zonder aan de leidende positie van de Randstad en Eindhoven op het gebied van economische groei, innovatie en bereikbaarheid te willen of kunnen tornen, kan de NOVI wél bijdragen aan de economische vitaliteit van de rest van Nederland.

  • Digitale bereikbaarheid is van groot belang voor de economische vitaliteit van het platteland. Lokale overheden spannen zich in om private initiatieven voor breedbandinternet te faciliteren, maar het ontbeert hen veelal aan kennis over financiering(smodellen). Het Rijk kan in de NOVI het belang van snel internet in het buitengebied benoemen, kennisdeling stimuleren en financiële instrumenten ter beschikking stellen voor ‘probleemgebieden’ waar de markt de aanleg van snel internet niet oppakt.
  • Het borgen van de leefbaarheid is van groot belang voor (toekomstige) krimpgebieden. Het Actieplan Bevolkingsdaling uit 2016 bevat hiertoe een breed palet aan beleidsmaatregelen op alle bestuurlijke schaalniveaus. Het Rijk kan in de NOVI het belang van leefbaarheid in krimpgebieden benadrukken en – in lijn met het Actieplan Bevolkingsdaling – expertise en financiële middelen ter beschikking stellen.[4]
  • Investeringen in grensoverschrijdende verbindingen (via weg, spoor en water) dragen bij aan de internationale concurrentiepositie van onze mainports én aan de economische vitaliteit van grensregio’s als Twente, Oost-Groningen, Limburg. Een goed voorbeeld is de tramlijn Maastricht-Hasselt, die vanaf 2024 forenzen over de Nederlands-Belgische grens zal vervoeren.
  • Een visie op innovatieve oplossingen voor efficiënt openbaar vervoer buiten de Randstad en in rurale gebieden. Denk aan vervoer ‘on demand’, mobiliteit delen en zelfrijdend vervoer.

Woningbouwopgave en inclusieve steden
Ook binnen de Randstad en in de grote steden kan de NOVI bijdragen aan inclusiviteit.

  • Een inclusieve visie op de woningbouwopgave. Bijvoorbeeld met kwantitatieve richtlijnen om bij nieuwbouwplannen te voorzien in een breed palet aan koop- en huurwoningen in diverse segmenten op basis waarvan gemeenten zelf een afweging maken.
  • Gebiedsgericht investeren in menselijk kapitaal – via onderwijs – en arbeidsmarktbeleid – op wijk- en stadsniveau om economische ongelijkheid terug te dringen en bij te dragen aan inclusieve groei.
  • Inzet op binnenstedelijk bouwen nabij multimodale knooppunten (TOD) en op excellente multimodale netwerken (snelfietspaden, HOV) binnen en tussen steden, zodat óók zonder auto voldoende banen te bereiken zijn. Dit vraagt om een gezamenlijke visie van Rijk, provincies gemeenten in de NOVI op de koppeling tussen ov en woningbouw in de grote steden, en om bereidwilligheid van het Rijk om nieuwe ov-ontwikkelingen (financieel) te steunen. Voorbeelden van investeringen zijn een uitbreiding van het metro-/HOV-netwerk in Amsterdam – om de 40.000 à 70.000 woningen die met het programma Haven-Stad worden toegevoegd te ontsluiten – en een tweede intercitystation in Utrecht, waarvoor de Provincie en Gemeente Utrecht een beroep op het Rijk doen.

In deze bijdrage schetsen wij waarom het belangrijk is dat het Rijk een actieve rol neemt in de duurzame en inclusieve groei van Nederland en hoe dit in de NOVI kan worden ingebed. Toenemende regionale verschillen in Nederland, duurzame verstedelijking en de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit zijn vraagstukken die de markt onvoldoende oppakt en waar nationale sturing nodig is. Gemeenten en provincies zijn niet altijd in staat om in het landsbelang te handelen. Bovendien vraagt het behalen van doelen zoals de SDG’s om een regisserende rol van de overheid. Veel van de vraagstukken waar wij op ingaan, staan wel in de startnota, maar missen nog het ambitieniveau en de concreetheid die nodig is om provincies en gemeenten een goed handelingsperspectief te bieden. Wij hopen dat het Rijk in 2019 een gebalanceerde, toekomstgerichte en concreet uitgewerkte Nationale Omgevingsvisie publiceert, waarmee de nationale duurzame en inclusieve groeiambities kracht wordt bijgezet.












[1] De uitspraak in hoger beroep wordt in oktober van dit jaar verwacht.
[2] Zie De verdeelde triomf - Verkenning van stedelijk‑economische ongelijkheid en opties voor beleid. PBL, 2016 en Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Zie http://www.oecd.org/eco/outlook/netherlands-economic-forecast-summary.htm en http://www.oecd.org/inclusive-growth/#introduction
[3] Joseph Stiglitz, 2012, in ‘The Price of Inequality: How Today's Divided Society Endangers Our Future’.
[4] Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/03/18/actieplan-bevolkingsdaling

Plinten vullen gaat van au

Stadsstraten, straten die verschillende delen van de stad met elkaar verbinden en een belangrijke verkeersfunctie vervullen maar tegelijkertijd aantrekkelijk zijn voor verblijvers, vormen belangrijke bouwstenen voor stadsontwikkeling. De wereldberoemde Amsterdamse grachtengordel bijvoorbeeld is opgehangen aan stadsstraten. De radialen zoals de Utrechtsestraat en Vijzelstraat zijn immers de straten die de grachten aaneenrijgen en waar winkels en kroegen verblijvers aantrekken. Als deze straten in de 19de-eeuw worden verlengd (Van Wou- respectievelijk Ferdinand Bolstraat) wordt De Pijp als uitbreidingsgebied als vanzelf aan de bestaande stad gebreid.

Winkelstraatmanager is een vak!
Een elementair beginsel van stedenbouw zou je zo zeggen: simpel en doeltreffend. Stadsstraten zijn geleiders van stedelijkheid. In de naoorlogse stadsuitbreidingen is de vanzelfsprekendheid van dit beginsel verlaten. De rest is weliswaar geschiedenis, maar de negatieve effecten van deze paradigma shift zijn nog steeds virulent. Ook bij stedelijke inbreiding anno nu wordt het verlengen van stadsstraten als voor de hand liggende kans niet altijd gegrepen. Het blijft in dit verband onbegrijpelijk dat het ‘doortrekken’ van de Spaarndammerstraat als stadsstraat niet ten grondslag lag aan de recente stedelijke verdichting in de Houthavens aan het Amsterdamse IJ.

Maar goed, in Amsterdam heeft het gemeentebestuur inmiddels de Visie Stadsstraten vastgesteld. En ook in Rotterdam en Den Haag worden stadsstraten weer bepalend in de stedenbouwkundige ontwerpen. Maar nu doet zich een ander probleem voor: de ruimte voor commerciële en publieke voorzieningen in die stadsstraten worden wel gerealiseerd, maar die ‘plinten’ worden niet altijd gevuld? Waarom staan vele ruimtes (lang) leeg?
Deze vragen vormen de basis van het ‘plintenonderzoek’ waarmee we in Amsterdam gestart zijn.
Na enkele interviews met stedenbouwkundigen, ontwikkelaars, beleggers en winkelstraatmanagers is duidelijk geworden dat echt iedereen het belang van plinten wel degelijk inziet, maar dat niemand zich er verantwoordelijk voor voelt. Mede daardoor wordt de ‘vulling’ als een eindmorene naar de laatste fase van het ontwikkelproces geduwd waar het als een zware steen op de maag blijft liggen.
Er worden meerdere oorzaken aangewezen door de geïnterviewden, evenals een scala aan instrumenten hoe een soepelere ontwikkeling van plinten tot stand kan komen. Daar kom ik een andere keer graag op terug.

Stadsstraten zijn geleiders van stedelijkheid
Hier wil ik de aandacht vestigen op een specifiek instrument dat door veel actoren is aangedragen: de winkelstraatmanager! Dat betekent dat we Nel de Jager, de grondlegger van dit instrument, moeten benaderen. Met veel plezier, want zij weet met scherpe opvattingen ons vizier op het juiste perspectief in te stellen.
Zij benadrukt dat het kernprobleem ligt bij ontwikkelaars die plinten meestal te duur vinden in combinatie met een (lokale) overheid die (te) streng op de regels toeziet. De rol van een winkelstraatmanager is dan die van een mediator dan wel oliemannetje of -vrouwtje. Een mediator met gedegen kennis van zaken, met een opdracht van overheid of ontwikkelaar, maar wel in een onafhankelijke rol. ‘Je moet een grote mond kunnen opzetten tegen je opdrachtgever, en dwingende adviezen geven. In de Nederlandse afrekencultuur is de onafhankelijke positie van een winkelstraatmanager blijkbaar noodzakelijk.’

Niemand voelt zich verantwoordelijk voor de plinten
Vervolgens moeten we hippe termen als beleving en branding van ons af laten glijden. Het gaat volgens Nel de Jager niet om beleving, maar om uitstraling. Uitstraling zorgt ervoor dat bewoners en bezoekers worden getriggerd, uitgenodigd. Uitstraling betekent je onderscheiden van andere plinten en straten, gebaseerd op lokale kwaliteiten (fysieke alsook sociaaleconomische). Ketens helpen vaak niet bij die uitstraling, want de plintinvulling van ketens ziet er allemaal hetzelfde uit. Bovendien zijn ketens enkel geïnteresseerd in hun eigen ideeën, in niet in ideeën voor een uitstralend effect op de straat. ‘Ondernemers ondernemen met hun onderneming, niet met de straat. Ondernemers hebben veel blinde vlekken.’ Een winkelstraatmanager moet daar voortdurend op bedacht zijn. ‘Je moet winkeliers continue overtuigen dat het ook anders kan. Dat ze zich moeten openen naar de straat, open moeten staan voor nieuwe gedachten en ontwikkelingen, en eens afleren alleen nog maar zelf hun etalages in te richten. Daarmee onderschatten ze de impact die etalages kunnen hebben op bezoekers. ‘Een etalage is in feite al een visitekaartje en als daar een half jaar dezelfde spullen in staan of zodanig opgesteld dat je door de bomen het bos niet ziet, dan triggert dit natuurlijk niet. Leer eens van De Bijenkorf die steeds wisselende etalages heeft en daarbij kiest voor externe etaleurs.’

’Het gaat niet om beleving, maar om uitstraling’
Branding is ook zo een term die averechts werkt. ‘Branding betekent brandmerken. Denk bijvoorbeeld aan de gele M van McDonalds. Al zou de naam er niet bij staan, iedereen kent en herkent dit beeldmerk. Van een brandmerk kom je nooit meer af. Een straat kun je niet brandmerken, een straat is dynamisch en aan verandering onderhevig. Een straat is geen merk’. Plinten moeten zich, ook bouwkundig, gemakkelijk kunnen aanpassen aan de dynamiek van stedelijke commerciële en publieke voorzieningen. Pratend over het ontwerp van plinten snijdt De Jager ook het ontwerp van straten aan. ‘Neem nou het Oosterdok in Amsterdam. Je wordt nergens door getriggerd. Bovendien is het voor de bezoeker daar een constant gevecht tegen wind en verkeer. Dat betekent dat je in het ontwerp van je straat rekening moet houden met zichtlijnen, wind en verkeerscirculaties.’ Deze factoren bepalen het succes van plinten.

Alle betrokkenen bij het ontwikkelen van plinten moeten zich realiseren dat interactie van bewoners, bezoekers en ondernemers het gezamenlijke doel is. Dat betekent volgens De Jager ook dat je plinten niet moet afplakken. Als je dat als ondernemer of dienstverlener wel meent te moeten doen, dan moet je niet in een stadsstraat of winkelstraat gaan zitten. ‘Je bouwt geen open plinten opdat de ondernemer deze vervolgens dichtzet.’ Belangrijk is de opvatting van Nel de Jager dat we dan ook moeten oppassen met plinten voor bijvoorbeeld zorg waarbij de plinten vanwege privacy worden dichtgezet of sportfaciliteiten waarbij de indeling dusdanig is dat hele delen van de plinten hun transparantie verliezen. Het is de ‘kunst’ in de gaten te houden dat er geen of slecht lopende winkelconcepten in een stads- of winkelstraat ontstaan. ‘Geen zieltogende winkeltjes met een onneembare drempel!’ Uiteindelijk moet je streven naar individuele pareltjes die echter met elkaar tot een snoer aaneen geregen worden en op die wijze met elkaar een goede en levendige plint vormen.

‘Geen zieltogende winkeltjes met een onneembare drempel!’
Natuurlijk heeft internet een verstorende werking op het traditionele winkelconcept. Maar het moet ook weer niet overdreven worden, aldus De Jager: ‘Websites worden gebruikt om te kijken!’. Ondernemers moeten wel veel dynamischer zijn, sneller dan voorheen nieuwe concepten voor oude voorzieningen bedenken. ‘Een winkel is vooraleerst een ontmoetingsplek. Dus nadenken over interessante pick up points.’ Een barbier combineren met een kappersopleiding, interessante lezingen met een wijntje drinken bij de boekhandel. Een kleine koffiecorner bij de sigarenboer.
Dat betekent dat de regelgeving zich daaraan moet aanpassen. ‘Regels zijn zeker nuttig, maar alleen als ze werken. Regels die alleen maar afremmen en belemmeren zijn in deze tijden wellicht geen behulpzame regels.’

De winkelstraatmanager is een belangrijk instrument bij het op gang brengen en levendig houden van plinten. De tools van de winkelstraatmanager zijn ‘mond en kennis die je moet kunnen etaleren!’. Het is voortdurend kennis bijspijkeren, blijven proberen de dynamiek te herkennen en erkennen, en blijven zoeken naar het onderscheidend vermogen. ‘De Damstraat in Amsterdam krijg je niet meer in zijn oorspronkelijke gedaante terug. Dan kun je blijven streven naar dat oude beeld of meegaan in de dynamiek van nu. In die straat is er veel food bijgekomen en daar kun je dus de grootste buiten food market van maken. Onderken dat, en stel du moment je kwaliteitseisen. Afsluiten voor verkeer bijvoorbeeld. Als het een vreetboulevard is, maak er dan vreetboulevard eerste klas van.’

‘Regels zijn zeker nuttig, maar alleen als ze werken’
Als je nadenkt over plinten in stadsstraten moet je ook ander culturen begrijpen. ‘Etnisch ondernemerschap is immers geen Hollands ondernemerschap, maar biedt wel kansen’, aldus De Jager. Etnische ondernemers kunnen de uitstraling van een straat versterken, maar etnisch ondernemerschap vergt ook iets van de betreffende ondernemer. De Jager verwijst naar de inderdaad prachtige Tegenlicht uitzending van 7 november 2017. Daarin volgen we Najah Aouaki, econoom, die de etnische ondernemers in de Amsterdamse Javastraat stimuleert tot cross cultureel ondernemen. De producten zijn wel onderscheidend, maar de uitstraling van de winkel is dat meestal niet. Najah Aouaki helpt de ondernemers zich te positioneren in de dynamiek van deze stedelijke winkelstraat. Zij behoedt hen voor verdringing, stimuleert hen tot meedeinen op de huidige gentrificatie-golven, waardoor de Javastraat zich nadrukkelijk onderscheidt van andere straten in soortgelijke buurten in Nederland. Najah Aouaki is econoom, maar ziet zich vooral als ‘aanpakker’.

Nel de Jager en Najah Aouaki zijn academici die de stad doorgronden, de dynamiek proberen te duiden, de straat op gaan, het debat niet schromen. Zij zeggen de bestuurder, ambtenaar, ondernemer, ontwikkelaar waar het op staat. Ze leunen op kennis, gebruiken hun mond, en pakken aan.

Kortom, een winkelstraatmanager wijs je niet uit de losse pols aan in je ambtenarenapparaat, winkelstraatmanagement is een professie. Een professie die hard nodig is: van de Zuidas tot de Saroleastraat in Heerlen. Bestuurders moeten daarom vertrouwen tonen, hebben en houden in die professie.

 

Jos Gadet

J.Gadet@amsterdam.nl

Een gemiste kans met de NOVI

Eigenlijk was ik op zoek naar de artist impression van de klimaattafels die ik in de media langs had zien komen, gemaakt door het Ministerie van EZ en Klimaat. Op rijksoverheid.nl zou ik de heldere tekening zonder twijfel in een oogwenk  kunnen vinden. Eenmaal op de website viel mijn oog op iets anders: het kabinet had ‘richtinggevende keuzes’ gemaakt over hoe we met de ruimte in Nederland willen omgaan. Ik schoot overeind: was de Nationale Omgevingsvisie al gepresenteerd? Had ik zitten slapen en discussieerde half Nederland zich inmiddels suf over alle ruimtelijke dilemma’s en knelpunten?

Koortsachtig zocht ik op het internet naar krantenberichten over de NOVI en vond op solarmagazine.nl een berichtje over de kijk van het kabinet op zonneweides. Ook zorgkrant.nl had aandacht besteed aan de nota: een goede toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte bleek opgewaardeerd tot een nationaal belang. Daar bleef het bij. Van enige opwinding over moeilijke maar onontkoombare keuzes geen spoor.

Volledig gebrek aan media-aandacht over de NOVI
Doorklikkend naar de website van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kwam ik erachter dat het ook niet om de echte NOVI ging maar een voorloper. Dat verklaarde misschien het nagenoeg ontbreken van aandacht in de vaderlandse pers. Toch zet het kabinet in haar notitie de politieke richting uit voor drie urgente opgaven: de energietransitie, de toekomstige verstedelijking en de verduurzaming van de landbouw. Waarbij de nieuwbouw van 75.000 nieuwe huizen misschien wel urgent is, maar geen omslag in doen en denken vraagt. Met een Brexit en rentestijgingen in het verschiet kan de woningvraag onverwachts weer als een plumpudding in elkaar zakken.  Alleen de energietransitie en verduurzaming van de landbouw vragen om radicale keuzen met grote effecten op de ruimte in ons land.

Het kabinet wil deze opgaven volgens de nota aanpakken door functies slim te combineren, beter te kijken naar de mogelijkheden en eigenschappen van afzonderlijke regio’s en moeilijke keuzes niet uit te stellen. Dat zijn wel erg veel open deuren waar niemand op tegen kan zijn. Wie inzoomt op de drie urgente thema’s, komt wel iets meer te weten over het belang dat het kabinet hecht aan CO2-opslag op zee, of haar voorkeur voor bouwen binnen bestaand stedelijk gebied. Maar echte keuzes worden er niet gemaakt. Of je moet het vermijden van een discussie over de inkrimping van de veestapel als een ‘richtinggevende uitspraak’ zien.

Échte keuzes worden er niet gemaakt
Dat beloofd weinig goeds voor de echte NOVI die inmiddels is doorgeschoven naar het begin van 2019. Met de Nationale Omgevingsvisie wil het kabinet anderen inspireren en helpen om lastige knopen door te hakken. Met een zielloos beleidsstuk gaat dat niet lukken, laat staan dat burgers in de pen klimmen om hartstochtelijk voor of tegen een voorstel stelling nemen. Het is nog niet te laat, maar voor een echte discussie over de toekomstige inrichting van ons land is meer nodig dan de open deuren en losse flodders in deze notitie. Een gemiste kans.

 

Jaco Boer

mail@jacoboer.nl

 

 

Programme Manager

POSITION SUMMARY:
ULI Netherlands is seeking a full-time Manager to support the development of the Urban Land Institute in the Netherlands. Based in Amsterdam, this is a pivotal role for someone with ambition, enthusiasm, and a hands-on and can-do attitude. The post-holder will work to strengthen the mission and values of ULI through sound organisational and management skills with an entrepreneurial approach.

The Manager facilitates ULI Netherlands’s programme of work, consistent with the Institute’s overall goals,
as determined by the ULI Europe Executive Committee, CEO, ULI Europe Director, Business Development & Member Networks, ULI Netherlands Chair, and Executive Committee. The Manager’s main responsibility is to advance the National Council, administering all aspects of coordinating programs, developing marketing and communications strategies for membership involvement, sponsorship support toward the advancement of goals, and other objectives. The Manager will benefit from strong links with ULI Europe’s team, but will mainly work by himself or herself, and will manage internal and external resources to optimise ULI’s impact and influence in the Netherlands and beyond.

For more information, please visit www.uli.org and https://europe.uli.org/councils/national-councils/uli-netherlands/.

SPECIFIC RESPONSIBILITIES:
The Manager will work with the ULI Netherlands Chair and Executive Committee, all standing and new committees/councils of the Netherlands National Council, ULI members, and ULI European staff, on the following main focus areas:

Programme of Activities

  • Proactively lead the delivery of a programme of work for ULI’s members, as defined by the ULI Netherlands Executive Committee. This includes planning and organising conferences, forums, meetings, programmes, publications, and Advisory Services activities.
  • Support the development of new strategies to constructively impact local and regional development issues and land use policies.
  • Proactively develop content relevant for the members and the wider land use and real estate industries in the Netherlands and beyond.

Business Development and Account Management

  • Proactively manage the relationships with existing and prospective corporate members to retain existing members, further increase membership, and encourage upgraded memberships by ensuring ULI Netherlands’s membership is relevant to the needs of existing and prospective members.
  • Continuous development and execution of a comprehensive sponsor recruitment and retention programme that engages the ULI Netherlands Executive Committee and integrates these efforts with all programmes and initiatives of the National Council and beyond.
  • Develop and maintain relationships and strategic alliances with other nonprofits, associations, academic institutions, cities and public-sector representatives, and other appropriate agencies.

Other Activities
Communications and PR

  • Develop and execute a communication strategy for ULI Netherlands, in close cooperation with public relations and communications colleagues in London.

Operations

  • Closely monitor the finances and budget of the Netherlands National Council in consultation with the Europe CEO and Director, Member Networks, plus the ULI Netherlands Chair, including monthly reports, quarterly reforecasts, and annual budget preparation to maintain and strengthen the financial health of the organisation.
  • Direct and execute the operations of the National Council and implementation of the National Council’s programme of work by handling logistics and sourcing and supervision of any third-party contractors and partners.

SKILLS & ATTRIBUTES:

  • Five years of relevant work experience. Experience should include work within the Dutch real estate, property, or urban regeneration industry; and/or private, public, nonprofit, and/or volunteer organisations; and/or experienced events and/or communications manager. Experience relating to real estate, regeneration, or property/economic development preferable.
  • Computer skills in Microsoft Office (Word, Excel, and Outlook) and PowerPoint. Knowledge of Photoshop or graphic design skills, a plus.
  • ​Experience working with and managing volunteers.
  • Highest level of honesty and integrity.
  • An entrepreneurial and creative project manager who is able to quickly switch between and connect strategic and practical day-to-day issues.
  • Experience in running business operations; ability to effectively manage complex processes and work to deadlines. Ability to prioritise tasks and handle multiple tasks concurrently and completely, with responsible follow-through.
  • Strong organisational and time management skills with proven record of project execution.
  • Ability to build effective working relationships with people at all levels, including but not limited to public- and/or private-sector leaders, politicians, educators, public officials, etc.
  • Ability to communicate effectively, in both oral and written forms, in Dutch and English.
  • Highly motivated professional who is eager to develop further and thrives in a vibrant environment.
  • Ability to travel internationally. This position requires occasional visits to ULI’s regional office in London and attendance of other key European ULI Meetings.

EDUCATION:

  • A relevant degree or professional qualification is desirable.

APPLICATION INSTRUCTIONS:
To apply, please follow this link with a CV and covering letter (including photograph) detailing how your experience and personal qualities meet the requirement of the role as outlined.

No relocation reimbursement is offered at this time.

Projectleider groot onderhoud

Ben jij de projectleider met passie die we zoeken? 

Projectleider groot onderhoud
36 uur | Zwolle

Ben jij samenwerkingsgericht, daadkrachtig, kun jij op inspirerende wijze leiding geven aan jouw projectteam en heb je binding met het realiseren van projecten? Kom ons dan versterken! Als projectleider zorg jij er voor dat de infrastructurele projecten op goede wijze worden gerealiseerd. De infrastructurele taken voeren we uit binnen de kaders van ons asset management systeem.

Wat ga je doen?
Vanuit jouw deskundigheid en talenten:

  • geef je uitvoering aan projectopdracht voor de voorbereiding en uitvoering van groot onderhoudsprojecten;
  • geef je leiding aan het projectteam met o.a. experts, toezichthouder, contractadviseur, rayoninspecteur en ondersteuners en bewaak je de onderlinge raakvlakken binnen het projectteam;
  • beoordeel je de kwaliteit van de geleverde diensten en werken;
  • stimuleer je een constructieve samenwerking binnen het project en een optimale afstemming met de interne en externe stakeholders;

Je past de vastgestelde processen toe, toont eigenaarschap en verantwoordelijkheid, je kunt loslaten, maar ook aanspreken en escaleren. Je zorgt dat het project in control blijft. Met de groep projectleiders binnen de eenheid houd je regelmatig intervisie en doe je aan kennisuitwisseling. Van jou wordt naast het projectleiderschap ook een ambassadeursrol verwacht binnen en buiten de provinciale organisatie.
We zoeken een collega voor 36 uur per week.

Je team
Het team Assetmanagement en Bodemsanering draagt zorg voor de instandhouding van de provinciale infrastructuur en het uitvoeren van bodem- en asbestbodemsaneringen. Het team bestaat uit projectleiders, medewerkers technisch beheer en toezichthouders, ondersteuners en contractspecialisten. Het team bestaat uit 37 medewerkers.

Wat breng jij mee?
Neem jij de verantwoordelijkheid voor het bereiken van projectresultaten binnen vooraf gestelde randvoorwaarden als tijd en geld? Ben jij een verbinder die zorgt voor een goed samenwerkend team? En ben jij de natuurlijke sparringpartner tussen de opdrachtgever, de lijn organisatie en het project? Dan zijn we op zoek naar jou!

We zoeken iemand met:

  • Een civieltechnische (of vergelijkbare) afgeronde opleiding op hbo niveau;
  • Minimaal 5 jaar relevante werkervaring als projectleider van infrastructurele projecten;
  • Aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van RAW contracten en interesse in UAV-GC contracten en;
  • Aantoonbare kennis en ervaring om in een politiek-bestuurlijke omgeving te werken;
  • Een ondernemende en klantgerichte insteek, die goed kan samenwerken met collega’s uit de eenheid, medeoverheden en marktpartijen;
  • Uitstekende communicatieve vaardigheden, zowel mondeling als schriftelijk;
  • Een proactieve, zakelijke, creatieve en doortastende houding.

Wat bieden wij jou?
Jij krijgt voor deze functie – afhankelijk van je ervaring – een salaris van minimaal 2.811,95 en maximaal 4.418,79 (schaal 10, inclusief arbeidsmarkttoelage) bij een 36-urige werkweek. Daarnaast krijg je een Individueel Keuze Budget van circa 22% van je jaarsalaris waar onder andere je vakantiegeld, eindejaarsuitkering en bovenwettelijk verlof is ondergebracht. Je bepaalt zelf – binnen grenzen – wanneer en waarvoor je het budget inzet.
De provincie Overijssel biedt je een uitdagende en inspirerende werkomgeving. Wij zijn een moderne werkgever met betrokken, ondernemende en vakkundige medewerkers. Werken op basis van je talenten vinden wij belangrijk, daarom wordt je takenpakket daar zo veel mogelijk op afgestemd. Je krijgt bij ons veel ruimte om jezelf verder te ontwikkelen door middel van cursussen en opleidingen, je hebt hiervoor een Persoonlijk Ontwikkelbudget (POB) van 5000,- per 5 jaar tot je beschikking. Samen met je collega\’s werk je binnen een informele werksfeer waar je ook kunt flexwerken.
Bekijk onze werkomgeving op www.werkenbijoverijssel.nl. 

Jouw plek binnen onze organisatie
Je gaat samen met ca 250 collega’s aan de slag bij de eenheid Wegen en Kanalen, één van de acht eenheden binnen de provincie. Samen met je collega\’s draag je bij aan een veilige en vlotte verkeersafwikkeling en een gezond leefmilieu in de provincie. Dat begint bij een goede zorg voor de provinciale infrastructuur. Dit betekent de verantwoordelijkheid voor het bouwen en beheren van de provinciale wegen, vaarwegen en objecten zoals bruggen en sluizen. Daarnaast is de eenheid WK verantwoordelijk voor bodem- en asbestsanering binnen risicovolle gebieden.
De provincie Overijssel is een toonaangevende overheidsorganisatie met een volledig digitale beleidscyclus en een modern arbeidsvoorwaardenbeleid. Het provinciehuis is ingericht op basis van het Nieuwe Werken. Jij en je collega\’s zorgen voor een maximale levensduur van wegen, vaarwegen en objecten door de uitvoering van infrastructurele voorzieningen en het benodigde onderhoud (via uitbesteding aan derden). Jouw eenheid bestaat naast het team Leiding uit de teams Investeringen & Realisatie, Assetmanagement & Bodemsanering, Programmamanagement, Ontwikkeling & Expertise, Vaarwegbeheer & Installaties en Wegbeheer & Verkeer.
Meer informatie over de provincie Overijssel vind je op www.overijssel.nl.

Meer informatie over deze vacature
Tijdens de selectie zul je kennismaken met een aantal medewerk(st)ers van het team.

Voor vragen over de functie en procedure kun je contact opnemen met Sander Dresken, teamleider WKIR op 038 499 7104. Solliciteer direct door te klikken op deze link.

Je kunt solliciteren tot 26 oktober 2018.

 

Provincie Overijssel maakt voor de invulling van deze vacature geen gebruik van een Werving & Selectiebureau of andere Intermediair. Acquisitie naar aanleiding van deze vacature is niet gewenst.

 

 

Voorbereider / Bestekschrijver Constructief

Voorbereider / Bestekschrijver Constructief
32-36 uur | Amsterdam

De functie
De Voorbereider / Bestekschrijver Constructief verricht tekenwerkzaamheden, doet voorbereidende werkzaamheden en schrijft RAW / UAV bestekken t.b.v. constructieve projecten, zoals bruggen, kademuren en steigers. De werkzaamheden en inzet kunnen per project verschillen, dit is afhankelijk van de capaciteitsvraag voor het project.

De werkzaamheden van de Voorbereider / Bestekschrijver Constructief bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Het verrichten van tekenwerkzaamheden voor constructieve projecten, in de fasen Voorontwerp, Definitief Ontwerp, Bestekstekeningen en detailtekeningen in 2D of 3D;
  • Het opstellen van RAW / UAV bestekken voor constructieve projecten;
  • Voorbereidende en ondersteunende werkzaamheden t.b.v. het project.

Wij vragen
Je hebt een hbo werk- en denkniveau en beschikt over een Civieltechnische opleiding, met aantoonbare constructieve ervaring (minimaal 3 jaar op hbo niveau of minimaal 5 jaar op mbo niveau) op het gebied van tekenwerk met Autocad of Revit software en met het schrijven van RAW / UAV bestekken.

Competenties

  • Inventiviteit;
  • Kunnen samenwerken in teamverband;
  • Resultaatgerichtheid;
  • Analytisch denkvermogen;
  • Omgevingsbewustzijn;
  • Klantgerichtheid;

Wij bieden

  • Afhankelijk van je opleiding en werkervaring bedraagt het salaris minimaal € 2.591,- ( startsalaris schaal 9) en maximaal € 4.225,- (uitloopsalaris schaal 10) bruto per maand op basis van 36 uren per week.
  • De gemeente Amsterdam kent prima opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden plus een goed pakket secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze secundaire arbeidsvoorwaarden bestaan o.a. uit opname in het ABP-pensioenfonds, een maandelijkse bijdrage in de ziektekostenverzekering en per 1 januari 2017 het Individueel Keuzebudget. Dit is een vrij besteedbaar budget. Je kunt bijvoorbeeld zelf beslissen wanneer je het budget wil laten uitbetalen en hoeveel extra verlof je nodig hebt.

De organisatie

Gemeentelijke organisatie
De gemeentelijke organisatie bestaat uit vier clusters, een bestuurs- en concernstaf en zeven bestuurscommissies (stadsdelen). De stadsdelen besturen samen met de gemeenteraad, burgemeester en wethouders de stad Amsterdam. De clusters Ruimte en Economie, Sociaal, Dienstverlening en Informatie en Bedrijfsvoering bestaan uit afdelingen die expertise hebben op een specifiek terrein, zoals sport, jeugd of parkeren. Zij werken beleid uit tot stadsbrede kaders waarbinnen de stadsdelen het uitvoerende werk kunnen doen. Ook bieden zij directe ondersteuning aan bewoners die dit nodig hebben, bijvoorbeeld op het gebied van participatie of werk. De stadsdelen houden zich onder andere bezig met de inrichting van straten en pleinen, groen en parken, inzamelen van huishoudelijk afval en welzijnswerk in de buurt. Ze zorgen ervoor dat wat ze doen, past bij de behoeften in hun stadsdeel en bij het beleid voor de hele stad. Meer informatie over de gemeentelijke organisatie is te vinden op https://www.amsterdam.nl/

De opdrachtgever(s)
Amsterdam groeit en bloeit. De gemeente investeert jaarlijks honderden miljoenen in de openbare ruimte. Het Ingenieursbureau van de gemeente is hét projecten- en adviescentrum van de stad en zet alle ambities om naar de praktijk. Het bureau staat voor projectrealisatie, advies en inkoop binnen de grond-, weg- en waterbouw waarbij de passie ligt bij de complexiteit van stedelijke gebieden. Vakinhoudelijke expertise, betrouwbaarheid en kennis van de stad Amsterdam zijn de kracht van het Ingenieursbureau. Ben je net zo ambitieus als Amsterdam? Reageer dan snel.

Meer weten? www.amsterdam.nl/ingenieursbureau

Al deze opgaven vragen om structuur, inzicht in kritieke paden elementen, passende stuurinformatie, doordachte processen, orde en overzicht op financieel gebied; ofwel, volwassen projectbeheersing. Alleen dan kan het Ingenieursbureau als ‘projectencentrum’ van de stad de wensen van het bestuur en onze opdrachtgevers betrouwbaar, voorspelbaar en binnen de afgesproken kaders realiseren. Het werkveld Projectbeheersing speelt een belangrijke rol in het ingenieursbureau. De veelvoud aan diverse projecten, vraagt om een frisse aanpak; realistisch, werkbaar en van toegevoegde waarde voor de projectleiders en opdrachtgever(s). Voor nu en de toekomst. Het Ingenieursbureau is, in opdracht van de eigenaren in de stad, verantwoordelijk voor de integrale voorbereiding, contractering en realisatie van alle projecten in de openbare ruimte van Amsterdam, ter waarde van jaarlijks honderden miljoenen euro’s. Dit verschilt van grote, langlopende projecten (met contractwaarden van > € 100 miljoen) tot meer standaard, kortlopende projecten van veel kleinere omvang.

De afdeling ‘Constructies & Waterbouw’ is een afdeling binnen het Ingenieursbureau met (technisch) projectleiders, specialisten, voorbereiders, directievoerders en toezichthouders constructies en waterbouw.

Informatie
Neem voor meer informatie over de functie of procedure contact op met Bies Autar, Voorbereider Constructies & Waterbouw IB, bereikbaar via b.autar@amsterdam.nl en/of per mobiel: 0611377582.

Sollicitaties
Heb je belangstelling voor deze functie? Reageer dan uiterlijk 12 november 2018 door te klikken op deze link.

De gemeente Amsterdam wil een diverse en inclusieve organisatie zijn. Een organisatie die ruimte biedt aan iedereen en die de kracht van de diversiteit van medewerkers gebruikt om betere resultaten te halen voor de stad. Talent als basis, diversiteit als kracht. We streven ernaar dat het personeelsbestand een afspiegeling is van de beroepsbevolking van Amsterdam met al haar aanwezige verschillen. Vacatures staan open voor iedereen, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. #LI-POST

Acquisitie wordt niet op prijs gesteld.

 

Bootcamp ‘Nieuwe infra voor de leefbare stad’ (12 nov)

Gratis pitch training én ontmoet de innovatiekoppen van de infrawereld

Speciaal voor studenten en net afgestudeerden

Alles komt samen in de stad en die stad raakt vol. Dat ervaren we dagelijks: volle treinen, filerijden op de snelweg, geen vrije parkeerplek te vinden, zoeken naar ruimte om rustig te spelen en te recreëren, en de straten liggen open voor werk aan de talloze kabels en leidingen. Hoe houden we de stad een fijne plek om te wonen, werken en recreëren?

Dat ga jij bedenken tijdens de Bootcamp ‘Nieuwe infra voor de leefbare stad’ op 12 november in Amersfoort. Je verdiept je in de infravraagstukken waar de 6 grote infrabeheerders van Nederland voor staan. Waar hebben zij nog niet aan gedacht in relatie tot verstedelijking? Jij gaat op zoek naar de blind spots van de infrawereld.

Meld je direct aan via www.kennislabvoorurbanisme.nl


WAAROM JE DIT NIET MAG MISSEN

  1. Je ontmoet de knappe koppen van de innovatie-afdelingen van de 6 grootste bedrijven in de infrasector, een unieke kans om je netwerk uit te breiden.
  2. Je krijgt een podium op het InfraTrends Congres (15 november in Delft) om jouw beste oplossing voor de toekomst van de stad te delen met de belangrijkste infrabeheerders van Nederland.
  3. Je krijgt een pitch training en leert een briljante Pecha Kucha presentatie te geven.
  4. En je maakt kans op 1000 euro per team!

Deelnemen aan de Bootcamp is gratis voor studenten en net afgestudeerden. Meld je aan vóór 29 oktober 2018. Kijk voor alle informatie op  www.kennislabvoorurbanisme.nl.

We organiseren deze Bootcamp in opdracht van NGInfra.

Masterclass De Gelukkige Stad (december/februari)

Masterclass De Gelukkige Stad

– Hoe ontwerp, beleid en beheer bijdragen aan gelukkige gebruikers

Nu met € 100,- decemberkorting

Iedereen streeft naar geluk. En de openbare ruimte kan daaraan bijdragen. Geluk in deze context is geen zweverig begrip, maar meetbaar en te koppelen aan concrete stedelijke factoren die bijdragen aan het geluk van de gebruikers. In de 1-daagse ontwerpmasterclass ‘De Gelukkige Stad’ leert u over geluk en sfeer vertaald naar de ruimtelijke omgeving, en hoe u dit in een ontwerp kunt toepassen.

LEREN: U leert over wat geluk en sfeer inhoudt, op basis van wetenschappelijk onderzoek en in relatie tot ruimtelijk ontwerp
INZICHT: U krijgt inzicht in de ontwerpspecificaties voor geluk en sfeer in de stad
DOEN: U gaat een 3D-ontwerp maken van (een deel van) de gelukkige stad

VOOR WIE:
Voor professionals die zich dagelijks bezighouden met de fysieke leefomgeving, in zowel ontwerp als beheer. Zoals ontwerpers, beheerders en beleidsmakers die werkzaam zijn bij gemeenten, maar ook stedenbouwkundigen, adviseurs en landschapsarchitecten uit de private bedrijfstak.

DATA: 1-daagse masterclass op 10 december 2018 of 4 februari 2019
LOCATIE: Paulus Borstraat 41 in Amersfoort
TIJD: 9.30 – 17.00 uur, ontvangst en koffie vanaf 9.00 uur.

DEELNAMEKOSTEN:
€ 450 excl. BTW. Meldt u zich aan voor de sessie op 10 december 2018 dan ontvangt u € 100,- korting op de deelnamekosten. Voor de sessie op 4 februari 2019 betaalt u het reguliere tarief van € 450 excl. BTW.

DIRECT AANMELDEN