Auteur-archief: ROmagazine

Adviseur Grondzaken en Ontwikkeling

Kom meewerken aan het realiseren van onze ambitieuze en uitdagende bouwopgave. Samen met partners werk je samen aan interessante, binnenstedelijke woningbouwopgaven en leidt je projecten die leiden tot duurzamere gebouwen. Zie jij hier een uitdaging in? Dan komen we graag met je in contact.

Adviseur Grondzaken en Ontwikkeling
36 uur | Papendrecht

Wat ga je doen?
Je bent integraal verantwoordelijk voor het opstellen en de uitvoering van projectopdrachten en –plannen en geeft sturing aan (multidisciplinair) projectteams. Je weet collega’s en partners te enthousiasmeren en samen resultaten te behalen. Als adviseur en projectleider heb je veel vrijheid waarbinnen je je eigen keuzes kan maken. Het gaat om het komen tot een integrale afweging van belangen en ambities van de gemeente en haar partners. Aan jou om hier creatieve oplossingen voor te bedenken die bijdragen aan onze (woningbouw)opgave te realiseren.

Je hebt aantoonbare affiniteit met het opstellen en beoordelen overeenkomsten, zoals (ver)koop- en huurcontracten, anterieure overeenkomsten en samenwerkings-overeenkomsten. Ook zie je er op toe dat contractanten hun contractuele verplichtingen nakomen. Zo nodig behandel je claims.

Je blik is naar buiten gericht. Je voert gesprekken of onderhandelingen met diverse partijen. Dit kunnen ontwikkelaars zijn, bouwers, ondernemers, burgers, maatschappelijke organisaties (kortom: belanghebbenden), mede overheden etc. Ook binnen de organisatie vervul je een verbindende rol. Je ondersteunt en adviseert bestuur, en management, maar ook vastgoed- en planeconomen, projectleiders en andere collega’s vanuit je specifieke verantwoordelijkheid bij vakinhoudelijke vraagstukken.

Wat neem je mee?

  • Je bent een ervaren, commercieel denkende en ondernemende adviseur met gedegen kennis van gebiedsontwikkeling en overeenkomsten die in ruimtelijke projecten een rol spelen.
  • Je bent een echte netwerker die zich bewust is van zijn omgeving en daarmee moeiteloos kan aanpassen aan veranderde omstandigheden en gesprekspartners.
  • Je hebt een afgeronde Master-opleiding aangevuld met 3-5 jaar relevante werkervaring waarin je te maken hebt gehad met de verschillende fasen van het ontwikkelingsproces van ruimtelijke- en bouwprojecten. Je hebt up-to-date kennis van het contractenrecht (in ieder geval UAV-GC, concessies en samenwerkingsovereenkomsten.
  • Je bent ondernemend, resultaatgericht, commercieel, flexibel, zelfstandig, analytisch, en je stelt hoge eisen aan de kwaliteit van je eigen werkzaamheden,
  • Kennis van de juridische kaders is een pré. Dit neem je mee in een relevante juridische opleiding of door aantoonbare ervaring met het opstellen van overeenkomsten.

Waar kom je te werken?
De gemeente Papendrecht en (regionale) partners werken aan een leefbare en aantrekkelijke stad en regio. De afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling draagt bij aan de duurzame, ruimtelijke ontwikkeling hiervan. De afdeling bestaat uit circa 45 collega’s verdeeld over 3 teams; Ontwikkeling & Grondzaken, Innovatie & Beleid en Vergunningen, Veiligheid, Toezicht & Handhaving (VVTH). Het team Ontwikkeling en Grondzaken bestaat uit 7 vaste collega’s aangevuld met projectleiders voor tijdelijke opgaven.

Papendrecht, een mooie gemeente met 32.000 inwoners. Groen, rustig, maar ook dynamisch. Op de grens van stedelijk gebied en de uitgestrekte natuur van de Alblasserwaard. Pal aan de oever van een druk bevaren rivierendriesprong. Papendrecht kijkt over haar lokale grenzen heen, een sterke gemeente in een sterke regio. We maken deel uit van de regio Drechtsteden, een unieke vorm van intergemeentelijke samenwerking: samen stad aan het water.

Kijk op www.werkenvoorPapendrecht.nl voor meer informatie over werken voor onze gemeente.

Wat bieden we jou?

  • Prima arbeidsvoorwaarden en veel vrijheid om je werk in te delen.
  • Een organisatie met professionaliteit en collegialiteit;
  • Werken aan maatschappelijk relevante en spraakmakende projecten, met een bestuurlijke en politieke context;
  • Grote zelfstandigheid binnen een hecht team;

De salarisindicatie bedraagt afhankelijk van opleiding, capaciteiten en werkervaring maximaal € 4.859,- bruto per maand (schaal 11, Car/Uwo) op basis van een 36-urige werkweek.

De gemeente Papendrecht kent uitstekende arbeidsvoorwaarden op het gebied van reiskosten, flexibele werktijden, verlofregelingen en studiefaciliteiten. Daarnaast beschik je als medewerker over een Individueel Keuze Budget van 17,05% van je bruto jaarsalaris. Je beheert dit budget zelf en je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om dit (of een deel hiervan) te laten uitbetalen of er vakantie uren van te kopen.

Wij bieden je een uitdagende baan in een organisatie met volop ontwikkelingskansen. Door ons samenwerkingsverband zijn we in staat om over organisatiegrenzen heen te kijken. Ontplooiing en mobiliteit tussen de organisaties zijn hierdoor goed ingericht. Dat maakt ons een aantrekkelijke en vooral veelzijdige werkgever.

Solliciteren of meer weten?
Je kunt voor 21 december direct solliciteren via deze link. Voor meer informatie nodigen we je uit om contact op te nemen met Melle van Dijk, teamleider op telefoonnummer 078-7706279.

 

 

Werkseminar Regionale aanpak energietransitie

Nu het Klimaatakkoord er is, moeten gemeenten en provincie concreet aan de slag met de uitwerking. Daarvoor is een regionale visie en strategie onontbeerlijk, die zijn beslag moet krijgen in de Regionale Energiestrategie (RES). Maar hoe kom je tot regionale afspraken, wie zitten er aan tafel en waarover moet het gaan?

Tijdens het ROm/Stadszaken-werkseminar ‘Regionale aanpak energietransitie’ op donderdag 7 februari 2019 om 13.30 uur in Amersfoort geven we antwoord op die vragen.

U wordt door praktijkdeskundigen bijgepraat over de opgave die ons te wachten staat, hoe u energietransitie ruimtelijk kunt faciliteren en u gaat zelf aan de slag!

PROGRAMMA

De energietransitie als regionale opgave
Bij de RES gaat het om de energievoorziening van de toekomst, maar tegelijk over fundamentele economische en ruimtelijke keuzes. Bovendien sluit de RES aan bij de principes van de Omgevingswet: van onderop, met een grote rol voor participatie. ‘Het is daarom nodig dat het Rijk zich er even niet mee bemoeit en de RES ook daadwerkelijk aan de regio’s laat.’

Maar ook draagvlak en betaalbaarheid zijn van het grootste belang. ‘We kunnen in Nederland geen energie-armoede laten ontstaan.’

Jop Fackeldey, gedeputeerde Flevoland (onder meer voor klimaat, energie, duurzaamheid en energietransitie) en bestuurslid IPO met de portefeuille energie.

Energietransitie en economie gaan hand in hand
BCI presenteert een aantal concrete cases (bedrijventerreinen bij havens, grote bedrijventerreinen in Brabant) om te laten zien wat dit in de praktijk betekent, welke kansen zich voordoen en hoe je keuzes kunt maken.

Energietransitie in de omgevingsvisie
In Noord-Beveland grijpen de energietransitie en het proces naar de eerste omgevingsvisie in elkaar. Betrokken beleidsmedewerkers én de verantwoordelijke bestuurder laten zien hoe ze dat doen.

Van visie naar programma – Werken met het Dashboard Energietransitie
Presentatie van en oefenen met het Dashboard Energietransitie dat Antea Group samen met Nedgraphics en Imagem heeft ontwikkeld. Met het dashboard wordt energietransitie van visie via programma naar uitvoering inzichtelijk en voelbaar gemaakt

 

Datum: donderdag 7 februari 2019
Waar: Redactie ROm, Paulus Borstraat 41, Amersfoort (direct achter station Amersfoort)
Voor wie: beleidsmedewerkers en professionals in de ruimtelijke ordening en op milieugebied, bestuurders, ondernemers
Kosten: 50 euro voor abonnees ROm en ander uitgaven van Elba-Rec, 100 euro voor niet-abonnees

 

Back to the future met Ruimte voor de Rivier

auteurs Anne-Geer de Groot, Arie-Jan Arbouw, Annika Hesselink (allen Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)

Omgevingsveiligheid in de geest van de Omgevingswet

Het programma Ruimte voor de Rivier is klaar en houdt op te bestaan. Een moment voor reflectie, in de geest van de Omgevingswet. Want het programma heeft zich gepresenteerd als een mogelijk inspirerend voorbeeld van wat een andere manier van werken op kan leveren. Aldus bleek bij de Regiosessies Omgevingsveiligheid, georganiseerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 12, december 2018. Deze eindejaarseditie is helemaal gewijd aan de invoering van de Omgevingswet. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem nu een abonnement.

Anders werken
De Omgevingswet is veel meer dan een juridische oefening. Overheden moeten anders gaan denken en werken. Tijdens de regiosessies Omgevingsveiligheid stond een nieuwe werkcultuur onder de Omgevingswet centraal. Een cultuur van luisteren naar elkaar, meedenken met elkaar en sámen werken: iets voor elkaar doen, coalities vormen om verschillende doelen te bereiken/belangen te waarborgen.

De voormalige Hoofdingenieur Directeur Ruimte voor de Rivier formuleerde het als volgt: ‘Het programmadoel stond voor mij altijd voorop en daarbij probeerden we andere mensen mee te krijgen. Dat werkt niet als je je eigen doel bovenaan zet. Het werkt beter om iets te vinden waar de ander mee naar huis kan gaan; ik noem dat common ground vinden. Ik zocht naar gemeenschappelijke mogelijkheden.’ Die mogelijkheden bleken er volop te zijn.

Bij Ruimte voor de Rivier betrokken bestuurders en ambtenaren moesten eraan wennen om zich open en samenwerkingsgericht op te stellen. Dat is eerst best eng, net als leren zwemmen: je kon al pootjebaden en drijven met bandjes. Maar wat een trots en plezier heb je als je kunt zwemmen!

Zo’n andere werkcultuur biedt mogelijkheden voor:

  • een integrale benadering van de leefomgeving;
  • meer bestuurlijke afwegingsruimte;
  • meer nadruk op participatie en samenwerking;
  • en de benadering vanuit de initiatiefnemer.

Vervolgens spiegelen we Ruimte voor de Rivier met deze mogelijkheden aan de andere manier van werken onder de Omgevingswet.

Integrale benadering
Ruimte voor de Rivier betekende een grote stap voorwaarts bij de integrale benadering van het rivierengebied. Waar waterveiligheid decennia geleden alleen tot dijkversterkingen leidde met weinig oog voor bewoners, monumenten en landschap, is de filosofie van Ruimte voor de Rivier: voorkomen dat de hoogwaterstanden steeds verder stijgen met inachtneming van de omgeving, letterlijk en figuurlijk. Het accent verschoof daardoor van dijkverbetering naar rivierverruiming met grote ruimtelijke impact. Dit klinkt als een groot risico, echter de ruimtelijke benadering bood juist kansen om het gebied gezamenlijk her in te richten. Juist om recht te doen aan het bijzondere rivierenlandschap is de ruime doelstelling ruimtelijke kwaliteit (namelijk economische, ecologische en landschappelijke versterking) toegevoegd. Dit leverde een veel integraler manier van kijken op. Eerst in de keuze voor maatregelen (in de vorm van uiterwaardvergravingen, dijkterugleggingen, krib- en kadeverlagingen, dijkverbeteringen, verwijdering van obstakels, ontpoldering en de aanleg van een hoogwatergeul) en vervolgens in het ruimtelijk ontwerp en de uitvoering van de maatregelen. Hierdoor kwam er voldoende ruimte voor bestuurlijke afweging.

Ruimte voor de Rivier is van iedereen, dat maakt de aanpak succesvol

Bestuurlijke afwegingsruimte
Samenwerking en bestuurlijke interactie tussen betrokkenen van verschillende niveaus (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) stond centraal bij Ruimte voor de Rivier. Bij de start van het programma heeft de regio een zwaarwegend advies gegeven over het door het Rijk vastgestelde maatregelenpakket. Vervolgens waren gemeenten, provincies, waterschappen en ook het Rijk zelf de initiatiefnemers van de planvorming, en zij realiseerden de projecten. Bestuurders waren de boegbeelden en besluitvormers van de projecten, waar een veelheid aan belangen voor regio en Rijk in verweven en verwezenlijkt zijn. Daarmee was er veel ruimte voor bestuurlijke afweging, telkens wel binnen de gestelde kaders van de te behalen waterstandsdoelstelling (onafhankelijk getoetst door Deltares), de ruimtelijke kwaliteit (onafhankelijk getoetst door een Q-team), het rijksbudget en de middelen die regionale partijen zelf bereid waren erin te steken.

Participatie en initiatief
Bij Ruimte voor de Rivier lag sterk de nadruk op participatie en samenwerking. De omgevingsmanagers kenden alle bewoners en stakeholders in de gebieden. Er is geprobeerd voor bewoners en (boeren)bedrijven tot passende oplossingen te komen, zoals de boerderijen op terpen in de Noordwaard en de omvorming van een melkveehouderij tot pannenkoekenboerderij bij Vianen. Gebieden zijn toegankelijk gemaakt voor recreatie met wandel- en fietspaden en recreantenhavens. Er is samengewerkt tussen veel overheden, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningverlening en handhaving. Per project is een vergunningenoverleg in het leven geroepen onder leiding van de provinciaal of rijkscoördinator. Hiermee zijn vergunningplichtige activiteiten op elkaar afgestemd. Dit overleg ging in de realisatiefase naadloos over in het handhavingsoverleg.

Lokale initiatieven zijn waar mogelijk omarmd en ondersteund. Zo is het projectgebied van de Overdiepse Polder op initiatief van de lokale boeren ingericht op het behoud van hun bedrijfsvoering. Elders is een ‘natuurderij’ mogelijk gemaakt die het beheer van uiterwaarden nabij Deventer op zich heeft genomen.

Alle overheidslagen hebben laten zien wat samen bereikt kan worden

In de geest van
Was dit bij Ruimte voor de Rivier allemaal van tevoren helemaal uitgedacht? Zeker niet. Het kwam erop neer dat steeds samen de volgende stap moest worden gezet met als vast uitgangspunt een gezamenlijke open blik, gericht op verhoging van de waterveiligheid én de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is bij Ruimte voor de Rivier gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Alle overheidslagen hebben laten zien wat samen bereikt kan worden.
De werkwijze onder de Omgevingswet wordt ondersteund door een wettelijk stelsel met een eenduidige set aan instrumenten. Het nieuwe stelsel stelt de betrokken partijen nog beter in staat om in te spelen op belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatbestendig houden van Nederland, en in te spelen op de dynamiek in de leefomgeving.

 

Boerderij op een terp in de Overdiepse Polder.

 

De kracht van een goed verhaal

Auteurs Huub Hooiveld, Gerard Hendrix/ planvanhuub@gmail.com, gerardhendrix@hx.nl 

Opmaat voor de NOVI
Begin 2019 presenteert het kabinet de concept-NOVI, waarin de hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefruimte zijn vastgelegd. ROm biedt ruimte aan vakgenoten om het debat te voeden met hún visie over waar het naartoe moet en wat daarvoor nodig is. Bijdragen zijn welkom: marcel.bayer@romagazine.nl

Hoe we bewoners verbinden met de NOVI

Als we de grote opgaven waar Nederland voor staat succesvol willen aanpakken, moeten we veel meer de verbinding zoeken met de directe leefomgeving van de burger. Vooralsnog slagen we er helemaal niet of te weinig in om dat voor elkaar te krijgen. We blijven te veel hangen in framing en verkeerde beeldvorming, vinden Huub Hooiveld en Gerard Hendrix van Agrarische Erfgoed Nederland. Met de ervaringen van een toneelstuk laten zij zien hoe dat beter kan.

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 12, december 2018. Deze eindejaarseditie is helemaal gewijd aan de invoering van de Omgevingswet. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem nu een abonnement

Dit jaar presenteerde Agrarisch Erfgoed Nederland (AEN) de interactieve theatervoorstelling Boerderij in de Buurt. Het stuk is inmiddels twintig keer gespeeld, op diverse plekken in Nederland. Het theater is onderdeel van het driejarenprogramma van AEN, waarin erfgoed in relatie tot de omgeving centraal staat. Agrarisch erfgoed kan van betekenis zijn voor de grote opgaven in het landelijk gebied, zoals de veranderende landbouw, demografische ontwikkeling en energietransitie.

De voorstelling gaat over de bewoners van twee boerderijen. In de ene wordt geboerd, in de andere wonen ‘burgers’, een stel van wie de ouders al jarenlang in een caravan op het erf wonen. Zij proberen de schuur verbouwd te krijgen tot woonhuis, maar de uitbreidingsplannen en stankcirkel van de buren laten dat niet toe. Een gebiedsmanager van de gemeente probeert te bemiddelen, maar tot overmaat van ramp komt ook nog de buurt in opstand.

Ingebakken beeldvorming
Voordat de laatste scène wordt gespeeld, vindt discussie plaats met het publiek. Circa vijftig mensen per voorstelling, zowel boeren als burgers. Die discussie levert steevast opmerkelijke uitkomsten op, die ook in het licht van de Omgevingswet van betekenis zijn. Deze vraagt een grotere betrokkenheid van bewoners en gebruikers bij het beleid voor de leefomgeving. Dat betekent zowel iets voor bewoners en gebruikers als voor de overheid, want we signaleren veel framing, meestal op basis van ingebakken en achterhaalde vooronderstellingen, die de echte toenadering in de weg staat.

De NOVI is pas echt vernieuwend als partnerschap op het allerlaagste schaalniveau gestalte krijgt

  • Tussen boeren en burgers bestaan veel vooroordelen. De boeren hebben het over ‘stadsen’ die geen mestgeur kunnen verdragen aan hun gevoelige neusjes. De burgers zien boeren als de grote milieuvervuilers, zonder oog voor landschap.
  • Dat leidt tot de vraag: Van wie is het platteland eigenlijk? Van de boer, die er van oudsher woont en er z’n brood verdient? Of van de burger, die er weliswaar later is komen wonen, maar als bewoner er toch ook rechten aan ontleent. En hoe zit dat met de consument of de recreant? Heeft die er nog iets over te zeggen? De vanzelfsprekende opvatting dat het platteland van de boeren is, is geen gemeengoed meer. Maar wordt nog niet door iedereen erkend.
  • De belangen op het platteland worden steeds groter. Er zijn minder boeren, maar de bedrijven die overblijven groeien. Ze worden geavanceerder qua technologie en bedrijfsvoering, de investeringen nemen toe. Tegelijkertijd worden de belangen en de eisen van een goed en gezond leven voor de burger steeds dwingender.
  • Die verschillende belangen vertroebelen de discussie. Belangen spelen in elk gebied, maar komen vaak niet open en bloot op tafel. In plaats daarvan wordt in termen van grote thema’s als natuur en economie gepraat.
  • Communicatie is vaak zenden, pr in plaats van in gesprek en het echte verhaal. Open dagen als ‘Kom in de kas’, et cetera lijken meer gericht op marketing dan op het horen van het persoonlijke verhaal van het bedrijf. Ook verklaarde tegenstanders van de intensieve veehouderij, zoals Wakker Dier, bedienen zich van deze tactiek.
  • De overheid is voor velen degene die niets goed doet. Ze begrijpt niets van de landbouw, doet moeilijk over nieuwe functies op het platteland en procedures duren lang. De vergunning is alweer achterhaald als je ’m eindelijk hebt gekregen.
  • Er is een groot gebrek aan kennis. Wat zijn de mogelijkheden voor woningsplitsing, voor kangoeroe-wonen of een plattelandswoning? Hoe zit het met de fosfaatregeling? En andere Europese regelgeving? Hoe zit het ruimtelijk beleid in elkaar? Wat zegt een bestemmingsplan? Het is complex en daarmee werk voor specialisten geworden. Dat maakt de discussie niet makkelijker.

Een aansprekend verhaal
Er is nog een hele weg te gaan als we echt met elkaar in gesprek willen over onze leefomgeving. De grote uitdaging is hoe we dat voor elkaar krijgen, en in het bijzonder hoe we de verhalen van bewoners en gebruikers van het landelijk gebied verknopen met de omgevingsvisies die we daarvoor opstellen. Bij zoiets abstracts als de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geldt dat net zo goed. Daarom sluiten we aan bij het pleidooi van Friso de Zeeuw in ROm 7-8 (juli-augustus 2018) voor de cruciale verbinding tussen integraal strategisch beleid en uitvoering. In feite is dat een oproep voor een aansprekend verhaal voor Nederland. Een verhaal dat zich lokaal goed laat vertalen en perspectief biedt voor concrete uitvoering.

Natuurlijk, het omgevingsbeleid wordt al lang niet meer gemaakt in Den Haag en dat is maar goed ook. Maar als we de laatste versie van de NOVI erop naslaan, dan lezen we wel iets over vier prioriteiten maar niets over waar ze vandaan komen of waar ze toe leiden. We missen een aansprekend verhaal over toekomstig Nederland, vertaald in robuuste concepten. Een verhaal dat van het Rijk is én van provincies en gemeenten. Een verhaal waarin meerdere opgaven samenkomen en waarin bewoners en bedrijven zich herkennen bij de uitvoering.

De zoektocht naar het ‘van-onderop’-domein

De Zeeuw onderscheidt drie domeinen waar we volgens hem de koppeling van beleid en uitvoering in de NOVI opnieuw moeten maken en wat moet leiden tot een drietal uitvoeringsagenda’s: een nationale, een regionale en een perspectiefgebieden-agenda.

Wij komen vanuit de praktijk met een vierde domein dat een agenda vraagt: de gemeenschapsagenda. Oftewel de ‘van onderop’-agenda. Dat is de agenda van het gebied zelf. Waarin alles is geborgd wat het gebied zelf belangrijk vindt. De NOVI spreekt zich daar in operationele zin nauwelijks over uit. Maar wij denken, met de ervaring van de Boerderij-in-de-Buurt-discussies, dat een NOVI pas echt vernieuwend is en gaat werken als partnerschap op het allerlaagste schaalniveau gestalte krijgt. Natuurlijk is dit vooral een lokale opgave, maar ook provincie en het Rijk kunnen hierin iets betekenen.

Mensen van vlees en bloed
Willen we daadwerkelijk tot uitvoering komen dan zullen we grote maatschappelijke opgaven moeten verbinden met de directe leefomgeving, met het leven van stads- en plattelandsbewoners, aan wat zij daarin belangrijk vinden.

Er is niet eens zoveel voor nodig, als er maar gevoel is bij de urgentie van de opgaven, er ruimte is voor eigen invulling en men het gevoel heeft serieus te worden genomen door de overheid. Dan komen er prachtige dingen tot stand als een supermarkt die door het dorp zelf wordt gerund, een windmolen van bewoners zelf of een collectief zonneveld. Er zijn dorpen die hun eigen voedselvoorziening weten te organiseren of een project met deelauto’s starten, of die zelf een plan maken voor herstructurering van de intensieve veehouderij in hun buurt. Dat lukt als de echte belangen op tafel komen en dromen mogen worden uitgesproken.

Soms zijn er mensen nodig die voor deze verbinding zorgen, zoals gebiedsmanager Saar uit het toneelstuk. Mensen van vlees en bloed. Geen instituties of loketten. Noem ze coaches of verbinders. Dat kan enorm helpen. En laten we erop letten dat niet elk gebied in hetzelfde format wordt gedwongen van het verplicht opstellen van een gemeenschapsagenda, omdat de overheid dit zo graag wil. Als er een aansprekend verhaal is, nationaal, regionaal en lokaal, dan komt de ‘van onderop’-agenda vanzelf.

Huub Hooiveld is planoloog en lid van het dagelijks bestuur van Agrarisch Erfgoed Nederland, Gerard Hendrix is geograaf en erfgoeddeskundige en adviseur van Agrarisch Erfgoed Nederland.

 

 

De pieken en dalen in de woningproductie

Een woningmarkt die boomt: voor woningzoekenden betekent dat weliswaar lange wachtlijsten en vaak onbetaalbare prijzen. maar voor de markt zouden de bomen tot in de hemel groeien. Ongekend veel vraag, dus hoge (VON)prijzen. Een inhaalslag voor de bittere jaren van de crisis. Toen legde duizenden bedrijven het loodje. Veel bouwvakkers, vooral metselaars, vloerenleggers en ijzervlechters zagen hun baan verdwijnen. Toch blijkt de revival niet vanzelf te gaan. Een paar elementen die daarbij een rol spelen licht ik hieronder toe.

Door een combinatie van heel veel vraag naar woningen en beperkt aanbod stijgen de prijzen van de woningen enorm snel. Per regio verschillend, maar gemiddeld over het land hebben we te maken met prijsstijgingen van ca. 8 tot 10 procent per jaar; met flinke uitschieters in de hitteregio’s van ca. 20 procent.

Stijgende bouwprijzen

De bouwkosten stijgen ook hard. Gebrek aan arbeidskrachten en gebrek aan toeleveranciers zorgen voor bouwkostenstijgingen die we lange tijd niet hebben gekend. Het gebrek aan ‘handjes’ betekent niet alleen minder woningproductie dan waar vraag naar is. Soms gaan projecten niet door als gevolg van stijgende bouwkosten. Dat kan het geval zijn in situaties waarbij in de verkoopprijzen te weinig rekening is gehouden met intussen -al dan niet door vertraging- opgetreden stijging van de bouwkosten. Soms doet zich ook de situatie voor dat de bouwkosten zo hard zijn gestegen dat die überhaupt niet meer in de VON-prijzen zijn terug te verdienen.

Vanuit de wereld van de ontwikkelende bouwers zijn de eerste signalen hierover hoorbaar. Dat is dan aan de orde in gebieden waar de druk op de woningmarkt niet zo groot is. Stijgende bouwkosten zijn daar niet altijd meer op te vangen in stijgende verkoopprijzen. Als dit verschijnsel zich uitbreidt kan er een dubbele dip ontstaan: in de hitte-regio’s blijven de verkoopprijzen stijgen en worden woningen steeds onbetaalbaarder. In de koude-regio’s vallen projecten uit omdat er niets op is te verdienen. De marktcorrectie die naar verwachting hiervan het gevolg zal zijn: nog meer uitstroom uit de hitte-regio’s, lees stedelijke gebieden. Overigens is waarneembaar dat de onrendabele toppen voor sociale huurwoningen (ook in hitte-regio’s) door de stijging van de bouwkosten soms onhaalbaar hoog dreigen te worden.

Continuïteit in bouwstromen

Nederland is geen centraal geleide staat en bouwprogrammering vindt zeer gefragmenteerd in de regio’s plaats. Volgens de signalen in de bouwsector zou het echt een verschil maken als we in de bouw niet van die idioot hoge pieken en idioot hoge dalen zouden kennen. Daarop is geen personeelsplanning en personeelsopleiding te baseren. De mogelijkheden die de overheid heeft om een enigszins stabiele woningbouwproductie te bevorderen zijn beperkt. Ik zie er twee maar ook de invloed daarvan mag niet worden overschat.

Vooropgesteld: ook corporaties zullen geen woningen produceren als er geen vraag naar is. Maar tot halverwege de laatste crisis was de corporatieproductie in staat om een permanente stroom aan nieuwbouwwoningen op de markt te brengen. Lange tijd rond de 35.000 woningen. Halverwege de crisis is dat aantal helemaal in elkaar gezakt tot soms 14.000 of 15.000 woningen per jaar. Oorzaken: corporaties kregen een dubbel slot: geen ruimte meer voor koopwoningen en een belastingheffing die het investeren in nieuwbouw in veel situaties moeilijker maakte. Vrijwel niemand zal nog pleiten om terug te keren naar ongelimiteerde bouw van koopwoningen door corporaties. Maar wat is ertegen om corporaties de gereguleerde sociale koopwoningen te laten realiseren?

De corporatieproductie als anticyclische inzet

De vraag naar betaalbare koopwoningen en middeldure huurwoningen is heel groot. Corporaties kunnen daar een belangrijke rol spelen. En: moeten we achteraf niet concluderen dat de verhuurdersheffing weliswaar € 1,7 miljard in het laatje van de rijksoverheid brengt maar tegelijkertijd tot gevolg heeft dat de staatskas heel veel inkomsten derft van niet gebouwde woningen? Als er als gevolg van de verhuurdersheffing van € 1,7 miljard ca. 15.000 woningen minder worden gebouwd, ontvangt de rijksoverheid ca. € 1,5 miljard minder aan btw, loon- en inkomstenbelasting, etc. en lekt er fors minder geld weg naar WW en bijstand. Hoe wijs zijn we bezig? Een bewust beleid om corporaties de mogelijkheid te bieden een vaste stroom woningen te ontwikkelen zal niet tot een gelikte continue stroom aan bouwproductie leiden, maar een zekere afvlakking van de pieken en dalen moet mogelijk zijn.

Gezamenlijke programmering op regionaal niveau

In een aantal gebieden is ons land wordt er serieus geprobeerd om tussen markt en gemeente(n) afspraken te maken over de programmering van woningen. Weliswaar met vallen en opstaan maar toch. In de regio Alkmaar en in Zwolle (Concillium) bijvoorbeeld zitten overheid en marktpartijen in een permanent bouwoverleg om tafel om nauwgezet de planning van de diverse woningbouwprojecten tijdig te plannen, op elkaar af te stemmen, te monitoren en vooral waar nodig tijdig bij te sturen. De procedures voorafgaande aan het moment van realisatie worden gezamenlijk intensief gevolgd en kinken in de kabel snel gesignaleerd. Schuiven met plannen, als dat nodig is om te voorkomen dat er gaten vallen, worden transparant met alle partijen besproken. Is dit een garantie dat de planningen altijd gehaald worden? Nee, maar het geeft al veel meer zicht op en houvast bij het bestellen van de palen, dan wanneer dat moet gebeuren als na lang afwachten plotseling de omgevingsvergunning er is. Het kan een bescheiden bijdrage zijn om op regionaal niveau de capaciteit van de bouwbedrijven beter te benutten.

Maar er is meer nodig: fabriekswoningen

Innovatie in de bouw, in de vorm van steeds meer voorbereiding in de fabriek en steeds meer handelingen op de bouwplaats, is volop gaande. Steeds meer bedrijven verleggen het accent naar ‘binnen klaarmaken’. Toch gaat dat proces naar de mening van velen niet snel genoeg. Of, zoals een aannemer mij een paar weken geleden toevertrouwde: ‘als we in een piek zitten, hebben we geen tijd voor innovatie; als we in het dal zitten hebben we er geen geld voor’. De aandacht van de rijksoverheid voor de bouw-innovatie lijkt beperkt sinds het kabinet (de toenmalige minister van Economische Zaken Maxime Verhagen) de bouwsector niet wilde aanmerken als één van de tien topsectoren van de Nederlandse economie. Het ideaal van overal in het land gerobotiseerde fabrieken waar kant en klare woningen van de band rollen, gemaakt door een beperkt aantal arbeidskrachten, is nog lang niet in zicht. Laat staan fabrieken die in staat zijn alle zo zeer gewenste differentiaties in woningen aan te bieden. Het ontbreken van een langduriger garantie op de afzet in een min of meer continu stroom verhindert het doen van terug te verdienen (hoge) investeringen. Die vicieuze cirkel dient de sector in samenspraak met de rijksoverheid te doorbreken.

Jos Feijtel

joz.feijtel@gmail.com

Over gele hesjes en parochiale ruimte

De gele hesjes tonen de neveneffecten aan van een globaliserende wereld waarin steden de brandpunten zijn van de economie. Of de gele hesjes een omvangrijke beweging vormen of niet is minder belangrijk dan de vraag waar die beweging heen gaat. Lijdt het tot democratisering of is hiermee de afbraak van de democratie begonnen? Daniel Cohn-Bendit, een van de architecten van de democratiseringsgolf van na 1968 is hierover stellig: ‘Wij vochten tegen een generaal die de macht had [De Gaulle], de gele hesjes willen een generaal aan de macht helpen.’ Het is halszaak de oorzaak van de onvrede te achterhalen en wij als ruimtelijke ordenaars moeten nagaan welke ruimtelijke condities aan het ongenoegen hebben bijgedragen. Want de onvrede is gegrondvest op de tegenstelling stad en landelijke periferie. In de jaren ’70 van de vorige eeuw raakten de steden uit de gratie vanwege een suburbaniserende economie, dankzij de auto bijna direct gevolgd door een suburbaniserende bevolking. Het hielp ook nog eens dat de landelijke overheden beide processen stimuleerde.

De onvrede is gegrondvest op de tegenstelling stad en landelijke periferie

Nu is er een economisch urbanisatieproces zichtbaar, alweer gevolgd door de bevolking die nu massaal naar de stad trekt. Alleen, de overheid lijkt deze twee processen (nog) niet ten volle te ondersteunen. Misschien ligt hier wel de diepere oorzaak van bovengenoemde maatschappelijke confrontatie. Om electorale en soms romantische redenen wordt de periferie met kunst en vliegwerk overeind gehouden. In het rampzaligste geval met veel asfalt om de regio te ontsluiten en veel geld om stervende industrietakken overeind te houden.
Investeer in stedelijke verdichting, toegankelijke woningmarkten, gemengde stadsdelen en uitstekend openbaar vervoer, zou wat mij betreft een ruimtelijk advies aan Macron en Rutte zijn.

Een ander minder aan het oppervlak liggend en minder politiek correct probleem kwam mij en passant ter ore tijdens een gesprek met een docente aan een ‘zwarte’ middelbare school in een van de stedelijke achterstandswijken in ons land. Ik schrok ervan, en ben nog steeds beduusd. Of het een omvangrijke ontwikkeling is of niet, is minder belangrijk dan de vraag waar die heen gaat.

Positieve tolerantie ontstaat als gevolg van menging in de openbare ruimte en in openbare gelegenheden

Wat was er aan de hand? Het gesprek ging over het heroriënteren op de arbeidsmarkt van de docente. Ze had na jaren bevredigend leraarschap een nieuwe uitdaging nodig, en of wij goede tips hadden. Zou bijvoorbeeld het werken bij de gemeente niet iets voor haar zijn? Het was een vrolijk gesprek totdat een van ons vroeg wat nou precies de reden was voor haar changement de decor. Na lang aandringen sloeg haar antwoord in als een bom. Sinds enkele jaren geven jongens met een moslimachtergrond haar geen hand meer. Het aantal jongeren dat dit deed neemt met de jaren toe. Sinds twee jaar merkt ze dat ze haar overwicht op steeds meer klassen met voornamelijk islamitische kinderen kwijt raakt. Dat ontneemt haar de energie. We waren, als gezegd, beduusd. Een jonge docent geeft er de brui aan om een reden die we tot dan nog niet gehoord hadden.

Wat moeten wij als ruimtelijke ordenaars hier mee? Veel! Positieve tolerantie ontstaat als gevolg van menging in de openbare ruimte en in openbare gelegenheden zoals op scholen. Dominantie van een enkele groep (‘white, native and protestant’, culturele elite, studenten of moslims) verkleuren openbare plekken tot parochiale ruimtes, waarin de mores van die ene groep dwingend overheersen.  Daarvoor zijn gemengde woon-werkmilieus met een gemengde bevolkingsopbouw essentieel.
Frustrerend is dat sommige academische onderzoeken sociale menging in twijfel trekken: ‘men komt toch niet bij elkaar over de vloer!’ Maar men komt pas bij elkaar over de particuliere vloer als men elkaar in het publieke domein de weg vraagt.

 

Jos Gadet

J.Gadet@amsterdam.nl

Workshop: Zo borg je belangen in de digitaliserende gemeente (14 februari 2019)

Een maand geleden verscheen het Future City boek ‘Smart & Leefbaar – Belangen borgen in de digitaliserende gemeente’, waarin we zeven ethische dilemma’s (privacy, veiligheid, rechtvaardigheid, autonomie, controle over technologie, menselijke waardigheid en machtsevenwicht) hebben vertaald naar bestuurlijke afwegingsruimte voor gemeentebestuurders. En tot onze vreugde bleek de belangstelling groot.

Daarom organiseren we op 14 februari 2019 de workshop ‘Aan de slag met Smart & Leefbaar’. Tijdens deze workshop – die exclusief wordt georganiseerd voor bestuurders en medewerkers van gemeenten en andere overheden – laten we zien hoe u het boek kunt gebruiken om een smart-city-kader te formuleren die direct te gebruiken is, maar ook aansluit bij de eisen van de Omgevingswet. Of, in onze woorden, we leren u werken met de mengpaneelschuifjes uit het boek.

Deze workshop is exclusief voor bestuurders en medewerkers van gemeenten en andere overheden.
Er kunnen maximaal 40 mensen aan meedoen.

 


Klik hier als de popup niet werkt.

 

Programma

13.30 uur – Zaal open

14.00 uur – Ontvangst en welkom

14.15 uur – Smart? City! (en community) – Hoe wordt de stad slim en blijft ze leefbaar – Door Jan-Willem Wesselink – kwartiermaker bij de Future City Foundation

14.30 uur – Waarom de overheid nu aan de slag moet (en hoe dat uitpakt in Amersfoort) – Door Jos van Winkel – hoofd Bestuur, Strategie en Veiligheid bij de gemeente Amersfoort

14.45 uur – Smart & Leefbaar – Hoe borg je belangen in de digitaliserende gemeente – Door Anita Nijboer – partner bij Ekelmans & Meijer Advocaten

15.00 uur – Hoe gebruik je de kaders uit ‘Smart & Leefbaar’ om je (lokale) economie te versterken – Door Heerd-Jan Hoogeveen – directeur StartUp Utrecht

15.15 uur – Pauze

15.30 uur – Workshop: Aan de slag met ‘Smart & Leefbaar’

16.00 uur – Terugkoppelen en doorschakelen

16.30 uur – Netwerkborrel (tijdens de borrel is de papierenversie van het boek tegen gereduceerd tarief te koop.

 

Wanneer en waar?

Datum: 14 februari 2019, 14.00 – 16.30 uur (aansluitend netwerkborrel)

Locatie: In de kerk van ELBA\REC, Paulus Borstraat 41, 3812 TA Amersfoort

Deelname is kosteloos. 

 


Klik hier als de popup niet werkt.

Kijk voor meer informatie over Future City Foundation op www.future-city.nl.  

logo Future City

Summerschool ‘Hou de energietransitie betaalbaar voor iedereen’ (27-28 feb + 1 maart 2019)

Ga mee op summerschool -in de winter- naar Drenthe! Daar wachten ze niet op klimaatakkoorden maar werken ze nú al hard om van het gas af te komen. Qua techniek zien ze de energietransitie in het Noorden wel zitten en ook de politieke uitdagingen vinden ze niet zo spannend. Waar de Provincie Drenthe van wakker ligt, is wie straks de rekening betaalt van de energietransitie?

Hoe geven we de energietransitie eerlijk vorm, zodat alle groepen mensen in de samenleving ervan kunnen profiteren? Dat ga jij onderzoeken tijdens de summerschool ‘Hou de energietransitie betaalbaar voor iedereen’ op 27 en 28 februari en 1 maart 2019 in Drenthe.

VOOR WIE
Je bent geschikt als je nog studeert of net aan het werk bent. Je hebt een achtergrond in ruimtelijke ordening, bestuurskunde, sociaal, economisch of logistiek, of iets anders interessants, want verder out-of-the-box is ook welkom.

Deelnemen aan de summerschool is gratis voor jongprofessionals. Meld je aan vóór 1 februari 2019.
Kijk voor alle informatie op www.kennislabvoorurbanisme.nl.

Klik hier voor alle informatie en aanmelden.

Marktanalist Energietransitie

Wat is de impact van zonnepanelen op ons elektriciteitsnet? In welke gebieden gaan we in de toekomst veel elektrische auto’s tegen komen? Is waterstof de energiebron van de toekomst? Hoeveel datacenters staan er over vijf jaar? Als Marktanalist Energietransitie geef jij het antwoord.

Wat houdt de functie in?

Het energielandschap verandert de komende decennia fundamenteel, waarbij het verduurzamen van de energievoorziening een voorname rol zal spelen. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee, waarbij de snelheid van klant-, markt- en gebiedsontwikkelingen en de precieze invulling van het duurzame energiesysteem nog onzeker zijn. Om hier als bedrijf goed mee om te gaan is het van cruciaal belang om gedegen analyses en onderbouwde scenario’s van de toekomst te hebben zodat deze door vertaald kunnen worden naar impact op onze business; meer specifiek naar onze netten en klanten. Het team Markt- & Business Intelligence, waar jij onderdeel van gaat uitmaken, vervult hierin een centrale rol.

Het team maakt onderdeel uit van de afdeling Strategie & Omgeving binnen het bedrijfsonderdeel Klant & Markt en bestaat momenteel uit zeven collega’s: marktanalisten, data analisten en marktonderzoekers, die variëren in junioriteit, senioriteit en aandachtsgebied. Als Marktanalist Energietransitie ben je verantwoordelijk voor de uitvoering van marktanalyses, scenariostudies, regiostudies en forecasting. Samen met je teamcollega’s  draag je hiermee bij aan de ontwikkeling en verspreiding van inzichten uit onderzoek over onze klanten en de markt en ontwikkelingen hierin. Jij fungeert als sparringpartner voor interne klanten: je signaleert hun kennisbehoeften, ontwikkelt een onderzoeksaanpak en bent gedurende de hele uitvoering van jouw onderzoek of analyse het aanspreekpunt.

  • Je voert zelfstandig en in samenwerking met je teamleden onderzoeken en analyses uit, stelt scenario’s en prognoses op voor de midden lange en lange termijn;
  • Je stelt onderzoeksplannen op en bent in staat om deze uit te voeren, te begeleiden en aan te besteden;
  • Je volgt marktontwikkelingen op de voet en beheert de vergaarde kennis zorgvuldig en ontwikkelt waar mogelijk analyses en rapportages;
  • Je analyseert, rapporteert en presenteert de resultaten, conclusies en implicaties uit jouw onderzoek en je draagt de verworven kennis proactief uit, zodat collega’s hier optimaal van gebruik kunnen maken.

Je werkt nauw samen met je teamcollega’s om de organisatie (o.a. strategen, programmamanagers, productontwikkelaars, productmanagers en assetmanagers) van strategische inzichten te voorzien. Collega’s weten jou te vinden voor essentiële kennis en participatie in projecten. Met alle verzamelde gegevens worden scherpe analyses gedaan en relevante conclusies getrokken. Daarnaast ben jij voortdurend op zoek naar nieuwe informatie en innovatieve methoden van onderzoek. Je rapporteert aan de manager Markt & Business Intelligence.

Wat vragen we van je?

Je kunt sterk en effectief communiceren op verschillende niveaus, beschikt over uitstekende contactuele eigenschappen en zoekt de samenwerking steeds op. Je neemt op natuurlijke wijze de rol van specialist op je en bent heel vaardig in het geven van advies. Je bent in staat de klant- en marktdynamiek te begrijpen en dit over te brengen op de organisatie. Je bent analytisch sterk, beschikt over een sterk abstractie- en conceptueel vermogen en je werkt secuur en planmatig.
Verder breng je het volgende mee:

  • Een aantoonbaar academisch werk- en denkniveau. Qua opleiding verwachten wij minimaal een afgeronde universitaire opleiding, bijvoorbeeld sociale geografie, planologie, economie of (technische) bedrijfskunde;
  • 1-3 jaar relevante werkervaring, bij voorkeur in een vergelijkbare rol of als analist/consultant bij een onderzoeks- en (beleids)adviesbureau;
  • Aantoonbare kennis en vaardigheden in het opzetten, uitvoeren, rapporteren en presenteren van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeken;
  • Projectmanagement ervaring;
  • Data savvy genoeg om te kunnen sparren met data analisten, die veelal in  R met datasets werken;
  • Affiniteit met de energiesector;
  • Enige affiniteit en ervaring met Geografische Informatiesystemen (GIS) en of programmeertalen (zoals R) is een pré;
  • Kennis en ervaring met Agile werkvormen is een pré.

Wat bieden wij je?

Een uitdagende en zeer afwisselende baan bij een organisatie die volop in ontwikkeling is. Uiteraard hoort hier een prima salaris bij in schaal 9 (max €4645,- euro obv 38uur). Verder ontvang je een set aan secundaire voorwaarden die je zelf kunt samenstellen. Denk bijvoorbeeld aan het aanschaffen van extra vrije dagen of mogelijkheden voor ouderschapsverlof. Ook zijn er ruime vergoedingen voor opleidingen & trainingen. Hierbij meer informatie over onze arbeidsvoorwaarden.

Waar ga je werken?

Liander is een netbeheerder. We leggen kabels en leidingen aan en beheren het energienetwerk in uw regio. Jouw meterkast is erop aangesloten, net als de meterkast van 3 miljoen andere woningen en bedrijven. We zijn geen energieleverancier, maar maken het mogelijk dat anderen energie kunnen leveren. Meestal merk je dus helemaal niets van ons. Je drukt op het lichtknopje of zet de verwarming aan. Wij zorgen dat het werkt.

Alliander is een groot Nederlands netwerkbedrijf, dat ervoor zorgt dat miljoenen klanten dagelijks stroom en gas hebben. Voor wonen, werken, vervoer en recreatie. We staan voor een energievoorziening die iedereen onder gelijke condities toegang geeft tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Nu en in de toekomst. Dat is waar wij iedere dag samen aan werken. We bieden onze professionals ruimte voor vernieuwende en slimme ideeën. Ruimte voor jouw energie.

Contactinformatie

Standplaats: Arnhem Bellevue

Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Bas de Luij, Manager Markt & Business Intelligence, via telefoonnummer +31 6 31788 138. Voor meer informatie over de selectieprocedure kun je contact opnemen met Margriet Hendriks, Senior Corporate Recruiter, via margriet.hendriks@alliander.com

Wil je direct solliciteren, upload dan je curriculum vitae en een duidelijke motivatie via deze link.

Screeningbeleid
Alliander screent alle sollicitanten. Afhankelijk van de functie bestaat de screening uit de volgende stappen: het nagaan van referenties, het toetsen van de authenticiteit van identiteitspapieren en diploma’s, een integriteitsonderzoek en het opvragen van een verklaring omtrent gedrag. Een assessment kan deel uitmaken van de sollicitatieprocedure.

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Adviseur ruimtelijke plannen gezocht

Waterschap Aa en Maas: overheidsorganisatie van het jaar 2018!

Adviseur ruimtelijke plannen gezocht

Ben jij toe aan een stap in je loopbaan op een inspirerende werkplek? Zoek jij graag de samenwerking met collega’s en partners in jouw werkgebied? Dan kun jij één van onze nieuwe collega’s zijn, want we zoeken een Planadviseur!

plaatsingsdatum: 4 december 2018
sluitingsdatum: 21 december 2018
functiegroep: Adviseur
opleidingsniveau: HBO
contracttype: Onbepaalde tijd

Waar doe je dat?
Je gaat werken bij team Planadvies binnen de afdeling Planadvies & Vergunningen van waterschap Aa en Maas. Het team werkt aan een professionele, toekomstbestendige taakuitvoering. We werken daarbij  steeds meer van buiten naar binnen en dus in samenwerking met onze partners om de waterdoelen zo optimaal mogelijk te realiseren, waarbij alle belangen goed worden afgewogen. Dit vraagt van jou om verder te kijken dan alleen wat voor waterschap Aa en Maas belangrijk is, om zo tot het beste resultaat te komen voor (het waterbelang in) onze omgeving.

Functieomschrijving
De rol van Planadviseur is, onder invloed van de gevolgen van de komst van de Omgevingswet en veranderende dienstverlening, behoorlijk in ontwikkeling. De toekomstige taken laten zich grofweg in 2 belangrijke lijnen indelen:

  1. regie en advies in het proces tot beïnvloeding bij totstandkoming van Omgevingsvisies van gemeenten en provincie;
  2. regie en advies in het proces van ruimtelijke omgevingsplannen tot en met legalisatie van realisatie van concrete projecten.

Deze ontwikkeling gaan we aan terwijl momenteel het adviseren bij ruimtelijke plannen door middel van de watertoets de kern is van de taak. Kortom, een hele (mooie) uitdaging!

Als planadviseur ben je nu en in de toekomst ervoor verantwoordelijk dat het waterbelang expliciet en op evenwichtige wijze wordt meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen in ons werkgebied. Dit doe je onder meer door het opstellen van adviezen over ruimtelijke plannen. Je stemt daarbij af met gemeenten en initiatiefnemers. Je vertaalt het waterschapbeleid in je adviezen en vertegenwoordigt het waterschap in diverse overleggen. Je reageert bij voorkeur in het voortraject of anders in de vorm van een formele zienswijze (in voorkomende gevallen stel je beroep in tegen een vastgesteld bestemmingsplan). Hiermee voorkom je onder andere dat in vergunningverleningstrajecten onmogelijkheden ontstaan. Daarnaast ondersteun en adviseer je het bestuur van het waterschap over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot haar doelstellingen. Samen met collega-adviseurs ben je aanspreekpunt en verantwoordelijk voor een deel van ons werkgebied.

Wij zoeken iemand die verbinding maakt. Intern met vak- en gebiedsspecialisten en de collega’s van vergunningverlening. Extern vooral met mede-overheden en initiatiefnemers. Daarnaast speel je proactief in op de ontwikkelingen in je vakgebied.

Wat vragen wij van jou?
Van onze nieuwe collega vragen wij:

  • Dat je pro-actief, verbindend, ondernemend en resultaatgericht bent. Je weet de verbinding te leggen met onze partners en met je collega’s. Je hebt gevoel voor timing, affiniteit met de leefomgeving en inrichting van het landelijk gebied.
  • Dat je de waterdoelen weet te verbinden aan concrete plannen; je hebt daarom affiniteit met diverse aspecten rondom de openbare ruimte (ruimtelijke ordening, bestemmingsplannen, klimaatadaptatie, duurzaamheid etc.), milieu en met vergunningverlening.
  • Dat je bekend bent met of in ieder geval bovengemiddeld geïnteresseerd bent in de verschillende procedures in de ruimtelijke ordening en vergunningverlening en de stand van zaken met betrekking tot de nieuwe omgevingswet.
  • Dat je beschikt over een relevante opleiding op tenminste HBO niveau (bijvoorbeeld op het gebied van planologie, milieukunde, ruimtelijke ordening of bestuursrecht).
  • Dat je goede communicatieve en sociale vaardigheden hebt, gericht bent op samenwerking en actief kennis deelt.
  • Dat je flexibel, klantgericht bent en inzicht en gevoel voor politieke en bestuurlijke verhoudingen hebt.
  • Ervaring in de functie en/of ervaring bij een (gemeentelijke) overheid is een pré.

Arbeidsvoorwaarden
Afhankelijk van opleiding en ervaring bedraagt het bruto jaarsalaris, inclusief Individueel Keuzebudget (IKB), maximaal € 60.620,- bij een werkweek van 36 uur (functieschaal 10 van de salarisschalen waterschapspersoneel).
Het IKB  is een toeslag van 20% (inclusief 8% vakantiegeld) op je bruto jaarsalaris en kun  je gebruiken voor het kiezen van een aantal arbeidsvoorwaarden. Zo kun je bijvoorbeeld extra verlof kopen of ervoor kiezen dit bedrag uit te laten betalen.

Onze secundaire arbeidsvoorwaarden zijn uitstekend. Zo ontvang je een tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer en hebben wij een solide pensioenregeling.

Omdat wij persoonlijke ontwikkeling en vitaliteit belangrijk vinden, krijg je een  Persoonsgebonden Basis Budget (PBB) van € 5.000,- per vijf jaar.

Contactinformatie
Voor meer informatie over de inhoud van de functie kun je contact opnemen met Hans van Bijnen (Afdelingshoofd Planadvies en Vergunningen), telefoonnr. 073 6156883.

Ben je enthousiast geworden? Stuur dan je sollicitatiebrief en CV uiterlijk 20 december a.s. naar Waterschap Aa en Maas. Dit kan via deze link.

 

Voor de veiligheid van waterschap Aa en Maas, vragen wij alle nieuwe medewerkers een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te leveren. Tijdens de selectieprocedure zal dit verder besproken worden.