Back to the future met Ruimte voor de Rivier

| 12 december 2018

auteurs Anne-Geer de Groot, Arie-Jan Arbouw, Annika Hesselink (allen Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)

Omgevingsveiligheid in de geest van de Omgevingswet

Het programma Ruimte voor de Rivier is klaar en houdt op te bestaan. Een moment voor reflectie, in de geest van de Omgevingswet. Want het programma heeft zich gepresenteerd als een mogelijk inspirerend voorbeeld van wat een andere manier van werken op kan leveren. Aldus bleek bij de Regiosessies Omgevingsveiligheid, georganiseerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 12, december 2018. Deze eindejaarseditie is helemaal gewijd aan de invoering van de Omgevingswet. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem nu een abonnement.

Anders werken
De Omgevingswet is veel meer dan een juridische oefening. Overheden moeten anders gaan denken en werken. Tijdens de regiosessies Omgevingsveiligheid stond een nieuwe werkcultuur onder de Omgevingswet centraal. Een cultuur van luisteren naar elkaar, meedenken met elkaar en sámen werken: iets voor elkaar doen, coalities vormen om verschillende doelen te bereiken/belangen te waarborgen.

De voormalige Hoofdingenieur Directeur Ruimte voor de Rivier formuleerde het als volgt: ‘Het programmadoel stond voor mij altijd voorop en daarbij probeerden we andere mensen mee te krijgen. Dat werkt niet als je je eigen doel bovenaan zet. Het werkt beter om iets te vinden waar de ander mee naar huis kan gaan; ik noem dat common ground vinden. Ik zocht naar gemeenschappelijke mogelijkheden.’ Die mogelijkheden bleken er volop te zijn.

Bij Ruimte voor de Rivier betrokken bestuurders en ambtenaren moesten eraan wennen om zich open en samenwerkingsgericht op te stellen. Dat is eerst best eng, net als leren zwemmen: je kon al pootjebaden en drijven met bandjes. Maar wat een trots en plezier heb je als je kunt zwemmen!

Zo’n andere werkcultuur biedt mogelijkheden voor:

  • een integrale benadering van de leefomgeving;
  • meer bestuurlijke afwegingsruimte;
  • meer nadruk op participatie en samenwerking;
  • en de benadering vanuit de initiatiefnemer.

Vervolgens spiegelen we Ruimte voor de Rivier met deze mogelijkheden aan de andere manier van werken onder de Omgevingswet.

Integrale benadering
Ruimte voor de Rivier betekende een grote stap voorwaarts bij de integrale benadering van het rivierengebied. Waar waterveiligheid decennia geleden alleen tot dijkversterkingen leidde met weinig oog voor bewoners, monumenten en landschap, is de filosofie van Ruimte voor de Rivier: voorkomen dat de hoogwaterstanden steeds verder stijgen met inachtneming van de omgeving, letterlijk en figuurlijk. Het accent verschoof daardoor van dijkverbetering naar rivierverruiming met grote ruimtelijke impact. Dit klinkt als een groot risico, echter de ruimtelijke benadering bood juist kansen om het gebied gezamenlijk her in te richten. Juist om recht te doen aan het bijzondere rivierenlandschap is de ruime doelstelling ruimtelijke kwaliteit (namelijk economische, ecologische en landschappelijke versterking) toegevoegd. Dit leverde een veel integraler manier van kijken op. Eerst in de keuze voor maatregelen (in de vorm van uiterwaardvergravingen, dijkterugleggingen, krib- en kadeverlagingen, dijkverbeteringen, verwijdering van obstakels, ontpoldering en de aanleg van een hoogwatergeul) en vervolgens in het ruimtelijk ontwerp en de uitvoering van de maatregelen. Hierdoor kwam er voldoende ruimte voor bestuurlijke afweging.

Ruimte voor de Rivier is van iedereen, dat maakt de aanpak succesvol

Bestuurlijke afwegingsruimte
Samenwerking en bestuurlijke interactie tussen betrokkenen van verschillende niveaus (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) stond centraal bij Ruimte voor de Rivier. Bij de start van het programma heeft de regio een zwaarwegend advies gegeven over het door het Rijk vastgestelde maatregelenpakket. Vervolgens waren gemeenten, provincies, waterschappen en ook het Rijk zelf de initiatiefnemers van de planvorming, en zij realiseerden de projecten. Bestuurders waren de boegbeelden en besluitvormers van de projecten, waar een veelheid aan belangen voor regio en Rijk in verweven en verwezenlijkt zijn. Daarmee was er veel ruimte voor bestuurlijke afweging, telkens wel binnen de gestelde kaders van de te behalen waterstandsdoelstelling (onafhankelijk getoetst door Deltares), de ruimtelijke kwaliteit (onafhankelijk getoetst door een Q-team), het rijksbudget en de middelen die regionale partijen zelf bereid waren erin te steken.

Participatie en initiatief
Bij Ruimte voor de Rivier lag sterk de nadruk op participatie en samenwerking. De omgevingsmanagers kenden alle bewoners en stakeholders in de gebieden. Er is geprobeerd voor bewoners en (boeren)bedrijven tot passende oplossingen te komen, zoals de boerderijen op terpen in de Noordwaard en de omvorming van een melkveehouderij tot pannenkoekenboerderij bij Vianen. Gebieden zijn toegankelijk gemaakt voor recreatie met wandel- en fietspaden en recreantenhavens. Er is samengewerkt tussen veel overheden, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningverlening en handhaving. Per project is een vergunningenoverleg in het leven geroepen onder leiding van de provinciaal of rijkscoördinator. Hiermee zijn vergunningplichtige activiteiten op elkaar afgestemd. Dit overleg ging in de realisatiefase naadloos over in het handhavingsoverleg.

Lokale initiatieven zijn waar mogelijk omarmd en ondersteund. Zo is het projectgebied van de Overdiepse Polder op initiatief van de lokale boeren ingericht op het behoud van hun bedrijfsvoering. Elders is een ‘natuurderij’ mogelijk gemaakt die het beheer van uiterwaarden nabij Deventer op zich heeft genomen.

Alle overheidslagen hebben laten zien wat samen bereikt kan worden

In de geest van
Was dit bij Ruimte voor de Rivier allemaal van tevoren helemaal uitgedacht? Zeker niet. Het kwam erop neer dat steeds samen de volgende stap moest worden gezet met als vast uitgangspunt een gezamenlijke open blik, gericht op verhoging van de waterveiligheid én de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is bij Ruimte voor de Rivier gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Alle overheidslagen hebben laten zien wat samen bereikt kan worden.
De werkwijze onder de Omgevingswet wordt ondersteund door een wettelijk stelsel met een eenduidige set aan instrumenten. Het nieuwe stelsel stelt de betrokken partijen nog beter in staat om in te spelen op belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatbestendig houden van Nederland, en in te spelen op de dynamiek in de leefomgeving.

 

Boerderij op een terp in de Overdiepse Polder.