Bereikbaar

| 7 maart 2019

Eindelijk staat het dossier bereikbaarheid hoger op de nationale politieke agenda. En dan niet alleen de bereikbaarheid van de Randstad voor de personenauto en de vrachtwagen. Nee, het inzicht is nu tot in het Torentje doorgedrongen dat verdichting en verduurzaming van stedelijke gebieden onlosmakelijk zijn verbonden met verbetering van de bereikbaarheid.

De G4 trok aan de bel, zoals dat vorig jaar ook al gebeurde met een miljardenclaim van de burgemeesters van de grote steden voor forse investeringen in het wegennet en vooral in hoogwaardig OV. De opgaven voor woningbouw, mobiliteit en duurzaamheid zijn immens. Dan kan het niet bestaan dat de verantwoordelijke ministers louter een welwillend oor bieden, en hier en daar een ‘fooitje’.

Verdere verstedelijking vraagt om ingrijpende verbeteringen en uitbreiding van infrastructuur voor met name ‘schoon’ verkeer, om te voorkomen dat de zaak volkomen vastloopt.
Veel duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen, is er nog niet, maar het Rijk toont tenminste ‘absolute bereidheid’ (minister Kajsa Ollongren) tot samenwerking om de verstedelijking in de Randstad in goede banen te leiden. ‘Het is voor het eerst dat het Rijk zich medeverantwoordelijk maakt voor de ruimtelijke ontwikkeling in de grote steden zelf’ verzuchtte de Utrechtse wethouder Klaas Verschuure na het overleg tegen NRC.

Er komt een bestuursakkoord tussen de G4 en het Rijk, mede over de financiering. Er is geen enkel politiek taboe, wordt gezegd, dus zelfs het anders beprijzen van mobiliteit is een optie. Onder druk wordt alles vloeibaar, zullen we maar zeggen.

Initiatieven voor lokaal vervoer in het landelijke gebied weinig levensvatbaar

Een heel andere verhaal is de bereikbaarheid tussen landelijk en stedelijk gebied. De verschraling van het OV in het landelijk gebied is zorgwekkend en heeft samen met de krimp, vergrijzing en schaalvergroting in de landbouw ernstige gevolgen voor het voorzieningenniveau, de vitaliteit en het leefklimaat. In deze eerste editie van ROm (ROm 1-2, februari 2019) in het nieuwe jaar hebben we ruim aandacht gegeven aan deze uitdaging. Het ministerie van BZK, samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten P10, stedennetwerk G40 en Platform31 werken samen en met partners aan het stimuleren van verbinding tussen platteland en stad. Vanuit het idee dat gezamenlijk betere oplossingen gevonden kunnen worden voor maatschappelijke vraagstukken en ongelijkheid tussen gebieden wordt verkleind.

De afgelopen jaren is er op veel plaatsen in het land geëxperimenteerd en ervaring opgedaan met uiteenlopende oplossingen voor concrete, lokale vervoersvragen. Initiatieven kwamen van overheden, bedrijven en burgers. Hoe succesvol veel initiatieven ook bleken, ruim tweederde kon nooit boven het experimentele stadium uitkomen door gebrek aan financiering en menskracht. Nogal wat initiatieven hangen af van vrijwilligers, en die zijn in de vergrijzende krimpgebieden steeds minder voorhanden. Waarom dan niet slim verbinden van doelgroepen en financiële potjes, bijvoorbeeld door de dienstverlening te verbreden naar meerdere doelgroepen, zoals voor scholieren én ouderen?

Dé oplossing bestaat niet, maar ligt in een slimme combinatie van maatregelen

Mobility as a Service (MaaS)-platforms kunnen uitkomst bieden in het zichtbaar en toegankelijk maken van het vervoersaanbod en het tegengaan van de versnippering. Binnen het MaaS-concept worden alle mogelijke vormen van vervoer gecombineerd aangeboden op een ‘digitale marktplaats’ voor mobiliteit. Omdat er in dunbevolkte gebieden vaak onvoldoende massa is om MaaS commercieel interessant te maken, is een rol weggelegd voor de overheid om kennisontwikkeling aan te jagen. Samenwerking tussen gemeenten is daarbij cruciaal. Provincies en de rijksoverheid kunnen dergelijke samenwerking stimuleren, bijvoorbeeld door kennisdeling aan te jagen

Dé oplossing bestaat niet, maar ligt in een slimme combinatie van maatregelen. Soms groot, soms klein, soms door overheden gestuurd, soms uit de samenleving zelf. Soms betrekking hebbend op mobiliteit, soms op heel ander terrein. De gezamenlijke provincies in Noord-Nederland hebben via het programma ‘Anders benutten’ aangegeven hoe zo’n combinatie eruit kan zien.

 

Marcel Bayer
marcel.bayer@romagazine.nl