Blijvende mobiliteitsverandering

| 15 april 2020

Vaak schrijven wij in onze visies en aanpakken dat mobiliteit verandert, steden veranderen en behoeftes van mensen veranderen. En dat is ook zo. In het pre-corona tijdperk verstedelijkten onze steden, verduurzaamden onze daken, barstte het OV uit z’n voegen en stonden we met z’n allen veel te lang in de file. En oh ja, even leek het erop dat ‘laadpaalfile’ zich zou manifesteren als serieuze kandidaat voor het Dikke van Dale-woord van 2020.

We schrijven ook dat gedragsverandering het meeste kans van slagen heeft bij een ‘ingrijpende’ verandering. In het geval van mobiliteit is dat bijvoorbeeld een verhuizing of een nieuwe baan. Ook dat klopt nog steeds. Maar welke kansen voor gedragsverandering ontstaan er onder de huidige omstandigheden dan wel niet? Over ingrijpende veranderingen gesproken! De wereld staat op z’n kop en na vier weken moet ik mij bepaalde momenten nog steeds in m’n arm knijpen om te beseffen dat we echt in deze situatie zitten. We zitten inmiddels vijf weken thuis en de bizarre statistieken vliegen ons dagelijks om de oren. Zo ook in mijn mobiliteitsbubbel:

  • 95 procent minder treinreizen
  • 50 procent minder wegverkeer
  • 90 procent van de KLM-vloot aan de grond
  • Nederland koploper thuiswerken

Mega interessant vind ik het om vooruit te kijken naar het post-corona tijdperk en wat dan de status van de mobiliteit is. Want welke positieve dingen beklijven er? Gaan we meer thuiswerken dan voorheen en heeft dit een gunstig effect op de dagelijkse druk op onze infrastructuur? Worden werkgevers flexibeler nu we ons in korte tijd zo hebben weten aan te passen aan dit tijdelijke nieuwe normaal? En wat betekent dat voor werk- en onderwijstijden, werkplekken, ons reisgedrag?

‘Duurt deze crisis lang genoeg om een blijvende gedragsverandering teweeg te brengen?’

Want nu blijkt dat de meest duurzame mobiliteit toch echt géén mobiliteit is. Het mag best een tandje minder dan hiervoor.

Mobiliteit zien we als iets vanzelfsprekends en is te goedkoop geworden. Dat juichen we onterecht toe. Treffend voorbeeld is de snelle opkomst van steeds beter betaalbare private-lease auto’s. Goed nieuws voor autofabrikanten, leasemaatschappen en voor consumenten die nu eindelijk een nieuwe auto kunnen rijden. Maar slecht nieuws voor veel deelauto-initiatieven die nu vaker duurder uit lijken te vallen dan privé een auto leasen. Want als je niet hoeft te delen, krijg je voor je gevoel toch meer auto voor je geld. Zonde want deelauto’s moeten ervoor zorgen dat er uiteindelijk mínder auto’s rondrijden.

Stelt de coronacrisis ons in staat om kritisch te kijken naar onze feitelijke reisbehoefte? We weten het nog niet. Stel dat er een positief effect is, dan nog bestaat het risico dat de 1,5 meter samenleving waarover gesproken wordt ons juist alleen maar meer de auto induwt. Veilig op afstand in onze eigen cocon. Dat zou dramatische gevolgen voor het OV-systeem hebben, want dat leent zich nou eenmaal niet voor die 1,5 meter regel. Dus elk aanvankelijk positief effect zou hierdoor weer dubbel en dwars teniet worden gedaan.

‘Kunnen we dat ‘wij-denken’ in de post-corona tijd een klein beetje in stand houden?’

Ik heb geen glazen bol maar ik denk hier veel over na, en velen met mij. De manier waarop we ons nu in het algemeen belang toch vrij netjes aan de gestelde maatregelen houden geeft ergens hoop. Kunnen we dat ‘wij-denken’ in post-corona tijd een klein beetje in stand houden? Of wijzen we straks toch allemaal naar elkaar als iedereen weer z’n eigen draadje oppakt waar die ‘m begin maart heeft laten liggen? Ik houd hoop terwijl ik weet dat politiek en werkgevers hiervoor toch vooral aan zet zijn.

Voor als ze meelezen, of überhaupt voor iedereen: Realiseer je dat de luchtkwaliteit nog nooit zo goed is geweest. De wereld staat stil maar blijkt ook op vele fronten nog opvallend goed door te kunnen draaien, soms met kunst- en vliegwerk, maar met simpele oplossingen. We passen ons aan wanneer de context om ons heen daar om vraagt. De afgelopen weken hebben we laten zien hoeveel er mogelijk is, zonder mobiliteit.

Haye Bijlsma
haye.bijlsma@overmorgen.nl