Bouw Nederland de crisis uit

| 13 mei 2020

Er was kritiek op de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vorig jaar: vaag, onduidelijk en onsamenhangend. Nu komt de minister met een brief met getiteld ‘regie en keuzes’. Dan is natuurlijk de vraag of het Rijk inderdaad keuzes maakt en meer regie neemt. Waar dat het hardste nodig is – de woningbouwproductie – valt dat tegen.

De vraag naar woningen is zeer groot. Elke professional in ons vakgebied weet dat deze enorme  bouwopgave niet alleen met binnenstedelijk bouwen kan worden opgelost. Volgens de minister heeft binnenstedelijk bouwen de voorkeur, maar ‘alleen in de binnensteden bouwen is niet voldoende om aan de vraag te volgen en het woningtekort in te lopen’. Vervolgens somt de minister op dat ook ‘aan de randen van de centrumstad, maar binnen het bestaande stedelijk gebied’ kan worden gebouwd. Als dat onvoldoende blijkt, dan komen ‘de plekken binnen of direct aan het bestaande bebouwde gebied binnen de stedelijke agglomeratie’ aan de beurt. En als dat nog steeds niet voldoende is dan kan het ‘in bepaalde regio’s noodzakelijk zijn ook andere plekken in beeld te hebben’.

Het Rijksbeleid van het afgelopen decennium bestond decentralisatie van de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Ministers verkondigden de misvatting dat Nederland eigenlijk wel ‘af’ was, onder het motto ‘woningbouw, dat is geen taak meer van het Rijk, dat kunnen provincies, gemeenten en de markt verzorgen’. Ook voor de woningbouw gold: een decentralisatie, zonder de benodigde budgetten, dus een bezuiniging.

In de afgelopen jaren is dan ook het departement wat zich met Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting bezig hield weg-georganiseerd. VROM is opgeheven, Ruimtelijke Ordening is samengevoegd met Infrastructuur & Milieu, Volkshuisvesting is naar Binnenlandse Zaken verhuisd en fors ingekrompen. En nu is Ruimtelijke Ordening weer gevoegd in Binnenlandse Zaken. De verantwoordelijkheid voor het bouwen van woningen is gedecentraliseerd naar de provincies en de gemeenten, zonder middelen. De minister probeert nu weer enigzins regie te nemen.

In 2013 publiceerde de tijdelijke commissie Huizenprijzen het rapport “Kosten Koper”. De Tweede Kamer had de commissie opdracht gegeven te onderzoeken hoe prijzen en kosten van woningen in Nederland tot stand komen. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat het beleid was van de overheid om schaarste te creëren. De crux was de onjuiste aanname dat de hogere grondopbrengsten – veroorzaakt door schaarste – Rijksbijdragen overbodig zouden maken. Over inzetten van schaarste zei Wim Derksen (vml. Directeur Ruimtelijk Planbureau) destijds: ‘Je kan in de steden wel meer bouwen, maar dan moet je er wel heel veel geld bijleggen. Of je moet overal nieuwbouw verbieden, dan stijgen de prijzen zodat je in de steden in herstructureringsgebieden kan bouwen. Maar dat is pervers.’ Het mechanisme dat Derksen pervers noemt, was dus onderdeel van het Rijksbeleid.

Mede door het jarenlang onvoldoende regie voeren, is momenteel wederom schaarste het gevolg. Des te meer reden voor effectieve regie door de Rijksoverheid. De minister schrijft er over: ‘regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. Kortom: het voortouw nemen in onze gezamenlijke opgave.’ Maar wat betekent dat in de praktijk? In de gebieden met de grootste bouwopgave werkt het kabinet samen met de medeoverheden in woondeals en regionale verstedelijkingsstrategieën. Daarnaast is het kabinet ‘in overleg met provincies (en gemeenten) over de vormgeving van de leefomgeving vanuit het perspectief van één overheid’. Dit wordt gekoppeld aan het initiatief van de NEPROM (in samenwerking met een groot aantal publieke en private partijen), de zogeheten NOVI-alliantie, om Regionale Investeringsagenda’s op te stellen. ‘Voor de zomer zullen de betrokken overheden een gezamenlijk beeld hebben over tempo en aantallen per regio’. De vraag is hoe deze RIA’s zich verhouden tot recent gesloten Woondeals; de minister zegt daar niets over.

De minister schrijft dus dat de voorkeur binnenstedelijk bouwen is. De grote steden en de provincies kunnen tevreden zijn over de voorkeur van het kabinet voor binnenstedelijk bouwen. Zij zijn tegen het bouwen buiten de stad. Het kabinet houdt dus de lagere overheden te vriend, maar de woningbouwproductie wordt onvoldoende geholpen. Daarom is het een goede zaak dat private partijen een plek aan tafel krijgen om RIA’s op te stellen. Kunnen private partijen – in die regionale overleggen – voldoende positie krijgen zodat het dogma van hoogbouw en binnenstedelijke bouwen voldoende wordt losgelaten om een versnelling in de woningbouw te krijgen en de jarenlange achterstanden in te lopen?

Dat zou een goede zaak zijn. Want bouwen buiten de stad is nu, met een imploderende corona-economie, hard nodig. Woningbouw heeft onbetwist een groot effect op de economische groei, direct en indirect. Dus wat is nu echt nodig? Locaties aanwijzen door het Rijk en geld beschikbaar stellen voor infrastructuur en grondaankoop, zowel voor binnen de stad als er buiten. Stimuleer de economie en los tegelijkertijd een urgent en steeds groter wordend maatschappelijk probleem op!

Bouwen aan de rand van de stad? Doe het voor de BV Nederland, doe het voor de onderwijzers en verplegers.

Gregor Heemskerk, partner en senior adviseur bij de adviesgroep Ruimte, Wonen en Economie