Brede samenwerking voor aanpak vakantieparken

| 30 november 2018

Tussen de zes- en negenduizend mensen hebben voor langere of korte tijd hun vaste woon- en verblijfplaats op een vakantiepark, gelegen in een van de elf gemeenten op de Veluwe. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek van het kennisinstituut Platform31 dat samen met de elf gemeenten de permanente bewoning in kaart heeft gebracht. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het programma Vitale Vakantieparken om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van permanente bewoning op de Veluwse vakantieparken. Minister Ollongren van BZK heeft het rapport donderdag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Uit het onderzoek komt naar voren dat het gaat om ouderen en jongvolwassenen bewoners met een alternatieve woonbehoefte of levensstijl, spoedzoekers en arbeidsmigranten. Maar ook om kwetsbare groepen die zoeken naar een toevluchtoord vanwege persoonlijke problemen. Gezamenlijk bewonen ze tussen de drie- en vijfduizend recreatie-objecten.

Motivatie

De getallen zijn tot stand gekomen op basis van gegevensverzameling uit de Basisregistratie Personen (BRP), gesprekken met gemeenteambtenaren, wijkagenten, welzijnswerkers en interviews met bewoners. De belangrijkste reden waarom mensen naar een vakantiepark verhuizen, is dat zij hun specifieke woonbehoeften beter zagen vervuld in een recreatiewoning dan in het aanbod op de reguliere markt. Toegankelijkheid en betaalbaarheid speelden daarbij een rol, maar vaak ook persoonlijke woonwensen en omstandigheden. Reguliere woningen zijn te duur, beperkt voorradig of voldoen niet aan de woonwensen of leefstijl.

Actie-agenda

Met andere woorden: onrechtmatig wonen op een vakantiepark is over het algemeen een individuele keuze die wordt aangewakkerd door onderliggende ontwikkelingen, zoals het beperkte aanbod op de reguliere woningmarkt aan specifieke of snel toegankelijke woonvormen, veranderingen in het sociaal domein, ouderen die langer thuis wonen en de flexibele economie die leidt tot een toename van arbeidsmigranten en zzp’ers. Oplossingen liggen mogelijk in een alternatief aanbod van flexibele en tijdelijke woonvormen. In de actie-agenda vakantieparken van Rijk, provincies, gemeenten en andere (maatschappelijke) organisaties, worden diverse mogelijkheden samengebracht voor een integrale aanpak door betrokken partijen.

Actie-agenda

Voor initiatieven die bijdragen aan de afspraken in de actie-agenda vakantieparken is voor provincies 1,1 miljoen euro beschikbaar voor de periode 2019-2020.

Naast de 1,1 miljoen euro voor provincies stelt minister Ollongren een bijdrage van 400.000 euro beschikbaar voor het project Ariadne, een aanpak in Gelderland waarbij gemeenten, politie, provincie, Openbaar Ministerie en het programma Vitale Vakantieparken nauw samenwerken. Daarnaast stelt de minister in totaal 450.000 euro beschikbaar aan de Brabantse gemeenten Reusel-de Mierden, Meijerijstad, Bergeijk, Rucphen, Oosterhout en Bernheze. Met de bijdrage moet de integrale handhaving worden versterkt, waarbij expliciet aandacht is voor een oplossing voor de bewoners.

Met de agenda gaan Rijk, gemeenten, provincies, de RECRON en maatschappelijke organisaties samen actief de kansen oppakken die de vakantieparken bieden. En voorkomen dat vakantieparken afglijden. Voor parken waar dit al gebeurt, moet een perspectief voor de toekomst komen. Met aandacht voor de mensen die er wonen en de betrokken ondernemers.

De inzet van de actie-agenda bestaat uit vijf hoofdlijnen:
– Vakantieparken aantrekkelijk houden
– Passende oplossingen voor mensen die nu op de parken (permanent) wonen
– Voorkomen van excessen en uitbuiting van kwetsbare groepen
– Inzet op veilige parken zonder criminaliteit en ondermijning
– Voor de toekomst kijken of het combineren van maatschappelijke functies van vakantieparken mogelijk is

Minister Ollongren steunt ook pilots als gemeenten van een vakantiepark bijvoorbeeld een woonwijk willen maken. Of combinaties daarvan als mogelijke oplossing voor mensen die snel woonruimte nodig hebben en niet kunnen wachten tot een regulier huis beschikbaar komt. Het ministerie gaat ook alle bestaande kennis verzamelen en delen tussen regio. Denk aan goede voorbeelden met pilots.