Coronavirus en ruimtelijke ordening: minder kantoren, nog meer Third Places?

| 25 mei 2020

Cities have always been the fireplaces of civilization, whence light and heat radiated out into the dark
(Theodore Parker, 1810-1860)

Dit citaat van de Amerikaanse predikant Theodore Parker is een elegante beschrijving van de stad, een bejubeling die ook bij economen en sociologen van voor en na Parker in wetenschappelijke termen te lezen valt. Terecht, want de stad heeft voorspoed, tolerantie, kortom civilisatie gebracht. Opmerkelijk is dat de stad toch behoorlijk wat criticasters kent. Kritiek is altijd goed, maar het is van alle tijden dat de stad gezien wordt als bron van kwaad en ellende. Soms direct, soms omfloerst, soms in academische termen. Ook in de huidige pandemie.

Dichtbevolkte steden zijn volgens velen een van de oorzaken van de covid-19 crisis. Met de beelden van New York op het netvlies ontkomen we moeilijk aan die gedachte. De echte oorzaak is natuurlijk een gemuteerd virus dat van dier op mens is overgedragen, iets wat al eeuwenlang bij tijd en wijle gebeurt. In de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad van 2 mei jl. wordt gesteld dat biodiversiteit een belangrijke rol speelt bij zoönosen (infectieziekten overgedragen van dier op mens): heel veel verschillende organismen in compacte setting.

Dichtheid in de natuur doet er dus wel degelijk toe. Maar anders dan de natuur, is de mens vindingrijk. Natuurlijk spelen stedelijke dichtheden een belangrijke rol bij het verspreiden van ziekten, maar ook bij het ‘overwinnen’ ervan.

‘Hoge dichtheden in steden zijn juist een zegen als antwoord op pandemieën’

Doug Saunders stelt dat hoge dichtheden in steden juist een zegen zijn als antwoord op pandemieën: infrastructurele aanpassingen, draagvlak voor medische voorzieningen, snelle groepsimmuniteit (The Globe and Mail: In a pandemic, big cities are islands of safety, 30 maart 2020). Dat is wat betreft covid-19 bevestigd door twee Chinese onderzoekers in hun artikel Urban Density Is Not an Enemy in the Coronavirus Fight: Evidence from China. En op CityLab viel enkele weken geleden te lezen dat ‘in New York, density saves lives too’. Statistisch onderzoek wijst uit dat het aantal doden in New York als gevolg van corona niet opweegt tegen het aantal doden dat niet gevallen is door meer bewegen, lagere zelfmoordcijfers, betere gezondheidszorg, openbaar vervoer (openbaar vervoer betekent namelijk veel lopen, geen gebruik maken van de auto, en dus minder doden door auto-ongelukken), bike lanes, voetgangersgebieden.

De geschiedenis leert dat steden gezondheidscrises hebben beantwoord met inventieve maatregelen, waaronder ruimtelijke zoals rioolsystemen, parken, openbaar vervoer en waterleidingen, die toegepast werden in de stad. Maar nooit, bijna nooit, was het antwoord de stad te ontvluchten. Bijna nooit? Alleen de Garden City Movement (1898), ook een reactie op de slechte volksgezondheid in de steden, zocht haar heil buiten de stad, met alle sociale en economische gevolgen van dien. Deze door Jane Jacobs ooit als ‘lariekoek’ omschreven beweging, ligt aan de basis van het anti-stedelijk denken dat zich vanaf 1900 onuitroeibaar in de Nederlandse stedenbouw genesteld heeft.

En ligt nu weer op de loer! Als directe, begrijpelijke, maar naïeve en impulsieve reactie op de ellende van vandaag de dag. Als gehaaide demagogie van de weilandbouwers. Als academische denkrichting van de rijksbouwmeester: ‘Misschien [wonen we] minder in een appartement in de Randstad, en meer in een verbouwde boerderij in de Achterhoek, in contact met de natuur.’

‘Als je veel verschillende mensen dicht bij elkaar zet, dan worden oplossingen bedacht’

Aylin Bilic, publiciste in onder meer NRC Handelsblad, kopte niet zo lang geleden: ‘Stop met religieus gezwets over Moeder Natuur’, en hekelde de virulente houding dat ‘de natuur boos op ons is’ en dat ‘Moeder Natuur wraak op ons neemt’. De natuur neemt geen wraak, want weet niet wat goed of slecht is. In mijn optie is de natuur een zinloze en toevallige chaos die ons par accident met deze ellende heeft opgescheept. De natuur biedt ook geen oplossing. De natuur is namelijk niet vindingrijk. Ik deel Bilic’ opvatting dat de natuur niet moreel is, niet immoreel, maar volstrekt amoreel. Mensen zijn wèl moreel of immoreel, en in elk geval vindingrijk. Tenminste, als je veel verschillende mensen dicht bij elkaar zet, dan worden oplossingen bedacht. De stad is de constructiefste habitat voor die mens.  

Volgens de Canadese urbanist Brent Toderian is niet dichtheid maar drukte het probleem in een pandemie als deze. Het verminderen van drukte wordt dè uitdaging voor de stedelijke ruimtelijke ordening.

Eén oplossing doemt als vanzelf op. Bedrijven (en overheidsinstellingen zouden dat ook moeten doen) vragen zich nu al af waarom nog te investeren in traditionele kantoren. Een hoop dure kantoorruimte blijkt nutteloos. Een niet te veronachtzamen deel van het werk van kenniswerkers en creatieven kan immers thuis worden gedaan. Dat is nu wel overduidelijk gebleken.

‘Een hoop dure kantoorruimte blijkt nutteloos’

Waarom reistijd besteden om naar je werk te gaan om daar e-mails te beantwoorden en aan een rapport te schrijven om daarna weer reistijd te besteden aan de retourtocht? Dat kan thuis ook. Scheelt vervoersbewegingen en spitsdrukte in het openbaar vervoer. Voor een niet onaanzienlijk deel van het werk blijft interactie essentieel. Maar dat kan efficiënter bij aanbieders van flexibele werkplekken en vergadercentra als Tribes, Regus, Spaces, WeWork en gemeentelijke vergaderlocaties als de Voormalige Stadstimmertuinen in Amsterdam. Eventuele tijd tussen meetings wordt in Third Places als de ‘hippe’ koffietenten doorgebracht, die in aantal zullen groeien, meer gespreid over de stad. Deze ontwikkelingen waren al gaande maar komen nu in een heftige versnelling (The Future of Offices, The Economist, May 9th 2020).

Het geeft mensen ook meer mogelijkheden werk-, zorg- en vrijetijd efficiënter aan te wenden.

Bijvoorbeeld om flexibel en op gevarieerde tijden boodschappen te doen in de buurt. Dat schept gelegenheid afstand te nemen van de winkelcentra-dictatuur, en te investeren in spreiding over (meerdere) winkelstraten en winkels?

Elke pandemie heeft tot verbeteringen in steden geleid. Ook nu liggen de kansen voor het oprapen.

Jos Gadet  
J.Gadet@amsterdam.nl