Daar is de provincie!

| 9 december 2021

In alle discussies over een minister, een ministerie van Ruimte en een langetermijnvisie op de ruimtelijke inrichting van Nederland hebben we de provincie gemist. Misschien naïef gedacht, omdat provincies zelden de voorpagina van de landelijke krant halen tenzij er politiek gerommel is.

Door Mike Duijn (GovernEUR) en Henk Puylaert (H2Ruimte). Beeld Provinciehuis Utrecht door Provincie Utrecht team media.

Recent heeft de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies Geef richting, maak ruimte gepubliceerd: verplichte kost voor iedereen die iets met planologie en (regionale) ruimtelijke ontwikkeling heeft. Dit advies inventariseert wat nodig is om te komen tot een voortvarende en zorgvuldige aanpak van de ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat. Het advies kijkt naar álle overheidslagen en private en maatschappelijke partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming, sturing en uitvoering van het beleid voor de ruimtelijke ordening.

Veel grote maatschappelijke opgaven komen in de regio samen; daar is regie op nodig


In dit advies is de provincie prominent aanwezig. Terecht constateert het advies dat vele grote maatschappelijke opgaven gemeentegrensoverschrijdend zijn. Ze komen in de regio samen. Op dat niveau is regie nodig. Die regionale regie ontbreekt nu grotendeels. Er zijn heel veel regionale samenwerkingsverbanden waar gemeentebestuurders nauwelijks greep op hebben, afspraken zijn veelal vrijblijvend en, het allerbelangrijkste, de democratische legitimering schiet tekort.

De Rli kiest er niet voor om het Huis van Thorbecke te verbouwen (4e bestuurslaag). Ze beveelt aan ‘om de provincie veel beter te benutten, zowel inhoudelijk als procesmatig.’ Provincies kunnen juist in de afstemming tussen (samenwerkende) gemeenten een belangrijke rol spelen. Ze kunnen bovendien de provinciale doelen vertalen in te behalen resultaten op regioniveau en ervoor zorgen dat een integraal perspectief wordt gewaarborgd op de opgaven die binnen een regio spelen. En, niet onbelangrijk: ‘Door het debat over deze optelsom van opgaven in de Provinciale Staten te voeren, is ook de democratische legitimatie (beter) gewaarborgd.’

In het advies klinkt een stevige waarschuwing door (blz. 58-59): ‘Wanneer de provincies bij de grote ruimtelijke opgaven die nu voorliggen hun sturende rol niet snel oppakken, is het wellicht tijd voor een andere bestuurlijke inrichting van Nederland. Een eventuele herindeling is dan niet uitgesloten. Het is dus voor provincies erop of eronder: ze zullen zich de komende periode scherper moeten positioneren en profileren.’

Provincies zullen zich de komende periode scherper moeten positioneren en profileren


Waar het advies op vele punten gedegen analytisch is onderbouwd, is er weinig aandacht voor het antwoord op de vraag waarom de provincie de afgelopen decennia niet geslaagd is in de nu toegeschreven opdracht. Voor de gemeente analyseert het advies dit wel grondig: gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel mede als gevolg van jarenlange bezuiniging na de crisis van 2008-2013, en een uitdijend takenpakket door decentralisatie en nieuwe opgaven, zoals de energietransitie, dat niet in verhouding staat tot de ambtelijke capaciteit. Bezuiniging en nieuwe opgaven zijn argumenten die waarschijnlijk ook voor de provincie gelden.

We zien in onze ruimtelijke praktijk nog een aantal andere patronen. Taken zijn en worden, met komst de Omgevingswet, gedecentraliseerd naar gemeenten. Voor de resterende provinciale taken ontbreekt het provincies aan uitvoeringskracht. Grote gemeenten gaan hun eigen gang en hollen, met hun directe toegang tot ‘Den Haag’, de rol van de provincie uit. Voor kleine gemeenten is de provincie nog te vaak boeman in plaats van helper. Al zien we dit de laatste jaren duidelijk ten goede veranderen. Ook zien we regelmatig dat provincies zich als bestuurslaag wil profileren en de eigen mening koste wat kost staande wil houden in plaats van een bemiddelende rol te spelen. De meerwaarde van de provincie is juist die bemiddelende, faciliterende rol, gebaseerd op principes van redelijkheid en billijkheid, in plaats van die ‘eigenwijze’ bestuurslaag te willen zijn.

De Rli stelt dat de uitdagingen waarvoor we staan om meer onderlinge samenwerking tussen overheden vragen, niet alleen vanuit de eigen verantwoordelijkheid maar ook met respect voor de verantwoordelijkheid van de ander. De spijker op zijn kop, maar in het advies nauwelijks uitgediept. Dat is jammer, omdat hier een sleutel voor succes kan liggen. Een verandering in de bestuurscultuur is niet alleen voor het nieuwe kabinet en de rest van de Haagse politiek relevant, maar ook voor de wijze waarop de samenwerking regionaal inhoud krijgt: elkaar helpen en versterken boven eigen belang voorop. Het vraagt een nieuwe generatie bestuurders en politici, aangespoord door burgers, die verder dan hun eigen straatje willen kijken. Wie durft?

Met een minister van Ruimte maar zonder financiële slagkracht en een adequaat personeelsbestand bij provincies, gemeenten én waterschappen komen we niet uit de ruimtelijke en andere crises


Gelukkig draagt de Rli veel (zinvolle) oplossingsrichtingen aan om te komen tot een voortvarende en zorgvuldige aanpak van de ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat. Van een minister van Ruimte met een budget tot voldoende extra financiële middelen voor de decentrale overheden voor de uitvoering van nieuwe opgaven. We willen daaraan toevoegen dat zeker voor de uitvoering van bestaande taken voldoende middelen beschikbaar moeten zijn voor de decentrale overheden. Met een minister van Ruimte maar zonder financiële slagkracht en een adequaat personeelsbestand bij provincies, gemeenten én waterschappen komen we niet uit de ruimtelijke en andere crises!

Het vraagt ook van provincies om zich goed te positioneren op de eigen taken en grote maatschappelijke opgaven en te laten zien wat zij te bieden hebben. Als het daadwerkelijk erop of er onder is voor de provincie, zoals de Rli stelt, dan vraagt dit zeker van het Rijk dat het de provincies waar mogelijk helpt. Helpen kan betekenen dat zaken aan (samenwerkende) provincies worden overgelaten. Denk aan locatiekeuzen voor woningbouw, natuur, bos en regionale energievoorziening. En de provincies zouden die zaken met durf moeten aanpakken in nauwe samenwerking met partijen in de regio. Ook dat is deel van de nieuwe bestuurscultuur.