De beste stuurlui staan aan wal

| 11 mei 2016

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus schrijft in de Germanica: Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber. Hier kom je alleen indien het je vaderland is.

Als je pech had, dan werd je als Romein naar het noorden gestuurd, waar kou en ontberingen wachten. Daar waar bierdrinkende Germanen in staat bleken de Romeinse opmars te stuitten. Weliswaar met een stevig handje hulp van de natuur. Zo bouwden de Romeinen aanlegplaatsen voor hun schepen om enige tijd daarna tot de ontdekking te komen dat de grillige stroom al meanderend een andere route had genomen en de oever zich had verplaatst.

Ook nu staat de oever in hernieuwde belangstelling en dat is niet verwonderlijk. Op de grens land en water daar ligt het! De mogelijkheid om je klein te voelen, te verbinden, te mijmeren. Of het nu op de dijk is of in de stad, de scheidslijn tussen vast en vloeistof heeft een magische aantrekkingskracht. Vreemd genoeg is niet elke oever in trek. Ondanks inspanningen om aangenaam verpozen te faciliteren, is er soms geen mens te ontdekken. Letterlijk aan lager wal geraakt. Is het uitzicht de oorzaak? De voorzieningen, de bereikbaarheid? Het gemis van een bankje?

Niet alle oevers zijn in trek

Niet alle oevers zijn in trek

En daar waar er geen rekening gehouden is met dit dagelijks vertier, mag de waterkant zich met regelmaat in een levendige belangstelling weten.

Kademuur Gent

Kademuur Gent

Neem deze kademuur in Gent, een harde technische oplossing voor het scheiden van land en water. Deze is veranderd in een openbare rustplaats waar menigeen een broodje wegwerkt, een praatje maakt of zijn gedachten ordent. Heeft de ontwerper dit ooit voor ogen gehad? Gedroomd misschien dat dit zou kunnen gebeuren? Of hier in Berlijn waar onze nationale trots Heineken de mensen in de ligstoelen van het nodige vocht voorziet. Een trefpunt van jewelste.

Trefpunt nabij Reichstag Berlijn

Trefpunt nabij Reichstag Berlijn

En hoe zit het dan met de landelijke oever? Ook in dijkverbeteringsprojecten staat, naast het doorrekenen op veiligheid en normen, de beleving steeds meer benoemd als randvoorwaarde. Maar wat verstaan we dan onder die beleving? Verlaten we het traditionele beeld van dijk met asfaltweg van 4 m breed waar, weliswaar tot grote hinder van fietsers en omwonenden, de motoren en auto’s de sokken van je voeten rijden? En voor wat dan en hoe kan dat er dan uitzien? Stranden, ligstoelen, haventjes, vispaaiplaatsen, fietspaden, lammetjes? Een oer-Hollandse uitstraling, moet toch toeristen aantrekken. Het opnieuw uitvinden van onszelf! Wonen aan het water wonen tussen vast en vloeistof? Moderne dijkwoningen bouwen? Woningen die het voorrecht van een overweldigend uitzicht slechts tot privilege van enkelen maakt? Nee, zo een opzet raakt kant noch wal.

uiterwaarden2176kopie

Uiterwaarden Lexmond

Hoe we de dijken in de toekomst ook vormgegeven, laat het vooral een plek blijven waar je kunt blijven mijmeren. Juist in deze opgaaf ligt de noodzaak visionair de verschillende werkvelden zoals techniek, omgevingspsychologie of geofilosofie (zie in dit verband Rene ten Bos: Water uitgave Boom 2014) te koppelen. Betrekken van disciplines die eerder dit domein niet hebben betreden. Dat lijkt mij een uitstekende zaak, want u weet: de beste stuurlui staan aan wal.

Fred Bransen is als programmamanager ruimtelijke kwaliteit/consultant werkzaam bij adviesbureau Tauw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *