De doorbraak is er: uiterlijk eind dit jaar nieuwe woningbouwlocaties, óók buitenstedelijk

| 29 april 2020

De uitgestelde aanvullingsbrief op de NOVI van het kabinet is nu dan toch verschenen. Namens maar liefst acht bewindslieden schrijft Minister Ollongren dat het kabinet kiest ‘voor het sturen op de ontwikkeling van het hele stedelijke netwerk Nederland door nieuwe woon- en werklocaties te koppelen aan infrastructuur, met name OV’. De vrijblijvendheid gaat er af. Het Rijk gaat er bovenop zitten. Voor het eerst zet het kabinet op papier dat tegelijkertijd ook woningbouwlocaties worden aangewezen aan de randen van de steden.

De minister zet er druk op: voor de zomer moeten de betrokken overheden een gezamenlijk beeld hebben over tempo en aantallen per regio. Daarbij moeten ze het uitgangpunt hanteren van een plancapaciteit van 130 procent om planuitval op te kunnen vangen. Ze citeert het Planbureau voor de Leefomgeving dat heeft becijferd dat 35 tot 75 procent van de woningbouwbehoefte tot 2050 binnenstedelijk is te realiseren. Citaat: ‘Het maakt tegelijkertijd duidelijk dat ook uitbreiding van onze steden nodig is’.

Samen met de medeoverheden wordt in woondeals en regionale verstedelijkingsstrategieën de taakstelling vastgesteld. Die moeten eind van dit jaar gereed zijn. Letterlijk: ‘Daarin zorgen we voor voldoende plancapaciteit, bouwsnelheid en keuzes over de juiste locaties, in samenhang met beslissingen over infrastructuur, werklocaties en publieke en private voorzieningen’. Per regio dus kwantificeren wat binnen de bestaande stedelijke contour is te realiseren. ‘De verschillen per regio zijn te groot om daar een generiek landelijk getal aan te geven. Menging van functies aan de stadsranden, bijvoorbeeld met ‘groen wonen’, dient te worden verkend.’ Er is dus werk aan de winkel en het moet allemaal snel.

Bevolking groeit veel sneller

De haast van de minister zal mede ingegeven zijn door het laatste debat in de Tweede Kamer waar veel partijen en ook de tijdelijke vervangster minister Van Veldhoven een aantal malen het woord ‘woningnood’ in de mond namen. Maar in haar brief schrijft ze ook dat de haast is ingegeven door de recente CBS-prognoses over de bevolkingsgroei. ‘Deze laat zien dat de bevolkingsgroei in Nederland stijgt naar 18,5 miljoen in 2030, 19 miljoen in 2039 en 19,6 miljoen in 2060. Deze toename is groter dan de huidige omvang van Den Haag, Rotterdam en Amsterdam samen’. Wat een verschil in typering van de situatie ten opzichte van de huidige Rijksbouwmeester die een paar jaar geleden nog vond dat we voldoende woningen hadden in ons land.

Beleidsmakers inpeperen

De minister wil het de beleidsmakers in ons land blijkbaar zwaar inpeperen: ‘Voor 2030 moet er op elke 7 tot 8 huizen in Nederland één huis bijkomen. Voor steden als Amsterdam en Den Haag en de regio’s Utrecht en Groningen is de verhouding zelfs 1 op 5.’

Binnen 10 jaar moet er gemiddeld 13,5 procent woningen bijkomen. In een aantal regio’s zelfs 20 procent. Dat is ongekend. Alle dagdromers worden ruw wakker geschud door de minister. De befaamde 1 miljoen extra benodigde woningen zijn volgens deze brief niet pas nodig in 2040 maar al 2035. Inclusief de opgave om te zorgen voor 30 procent extra plancapaciteit wegens uitval van plannen, moeten dus locaties worden voorbereid voor 1,3 miljoen woningen. Dat zijn 90.000 woningen per jaar!

Meer sturing van het rijk

‘Het rijk kiest ervoor meer te sturen op ontwikkeling van het hele Stedelijke Netwerk Nederland’. Op het enige kaartje dat de brief bevat, wordt enigszins duidelijk wat daarmee wordt bedoeld. Naast de Randstad ligt de nadruk op het brede midden van Nederland: de lijn Amersfoort, Zwolle, Arnhem-Nijmegen en de Brabantse stedenrij. De uitwaaiers op het kaartje gaan naar de regio’s Groningen en Leeuwarden; in het zuiden naar de regio Limburg, en in het noordwesten naar de regio Alkmaar. Ook in de uitwaaierregio’s moet er sprake zijn van een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en omgevingskwaliteit. Vreemd dat hier de regio Hoorn er niet bij staat, waar juist enorme mogelijkheden zijn om te bouwen aan bestaand OV. Maar dat kan regionaal natuurlijk nog wel worden ingebracht. Alle uitwaaierregio’s zijn voorzien van een verbindingspijl die aangeeft dat die regio’s een versterking moeten zijn voor en samenwerking met de nabijgelegen hoog stedelijke gebieden. Anders gezegd: de regio Alkmaar moet een stuk overloop vanuit de MRA opvangen.

Per regio direct mogelijkheden in beeld brengen.

In haar aanwijzingen om duidelijk te maken hoe er moet worden gewerkt, is de minister helder: ‘De bouwopgave gaat om het sturen op voldoende aantallen in een hoog tempo dat aansluit op de kwalitatieve behoefte nu en in de toekomst (ook met het oog op vergrijzing), en kwalitatieve herstructurering van de bestaande voorraad waar dat nodig is.’ Dat moet volgens de minister dan samengaan met: betaalbaarheid, verbetering omgevingskwaliteit, versterken en herstructureren van werklocaties, gezonde leefomgeving en vermijden van ongunstige locaties vanuit waterhuishouding of bodemdaling.

Om elk misverstand uit te sluiten: ‘Van belang is deze stappen per regio direct, gezamenlijk en in samenhang in beeld te brengen, zodat duidelijk is wat de ruimte en (financiële) mogelijkheden per regio zijn en welke concrete acties moeten worden ondernomen.’

Regio’s buiten het brede midden moeten mee in Omgevingsagenda’s

Ook de gebieden buiten het brede midden van Nederland hebben aanzienlijk ontwikkelpotentieel volgens de brief. Het kabinet wil overal het ontwikkelpotentieel benutten. Elke regio’s vraagt om een specifieke strategie. Het Rijk formuleert samen met overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en bewoners per regio een integraal toekomstperspectief en bijbehorende ontwikkelstrategie om de kracht van deze gebieden verder te benutten. Dat komt te staan in de Omgevingsagenda’s. In alle vijf de landsdelen is inmiddels een start gemaakt met het werken aan bouwstenen daarvoor, schrijft de minister. ‘Uiterlijk najaar van 2021 moeten de Omgevingsagenda’s voor heel Nederland gereed zijn.’

Is er dan niks te zeuren?

Al met al een mooie brief die op veel punten aangeeft dat de rijksoverheid weer meer regie naar zich toetrekt en meer sturing gaat geven. Valt er dan niks te zeuren? Jawel, voor wie had verwacht dat nu al een aantal grote woningbouwlocaties zou worden ‘aangewezen’ is de brief teleurstellend. Maar als de stoere toon van de brief wordt volgehouden om een paar provincies die nog steeds op de rem staan nu te overrulen, dan heb ik er alle vertrouwen in. Als de absolute prioriteit voor woningbouw nu wordt vastgehouden, kunnen we misschien over een aantal jaren iets inlopen op het grote huidige woningtekort van meer dan 300.000 woningen. Overleggen prima, maar ook direct knopen doorhakken als dat vereist is om het tempo erin te houden. Risicospreiding is nodig: veel binnenstedelijke locaties zijn duur en ongewis. Nu al beginnen met het voorbereiden van extra locaties dus. De tijd dringt.

Jos Feijtel