De erlenmeyer van de woningbouw

| 21 april 2020

Het belang van transformeren neemt toe. De transformatie van verschillende verouderde bedrijventerreinen draagt bij aan de enorme woningvraag. Tegelijkertijd schetsen de economen een nieuw dilemma: de woningbouw zou bedrijven uit de stad drukken, met economische problemen tot gevolg. Een dilemma dat mogelijk onnodig de rem zet op de woningbouw. Wonen en economie gaan prima hand in hand, zolang we oog hebben voor de juiste verhoudingen.

Veel bedrijvigheid is prima te combineren met wonen

Wonen, werken en recreëren scheiden was in de vorige eeuw gebruikelijk. Zo konden we de overlast van bedrijven beperken en was de woonomgeving gezonder. Deze strikte scheiding is inmiddels achterhaald. Veel bedrijvigheid is prima te combineren met wonen. Veel productieprocessen zijn schoon en we treffen meer maatregelen om overlast tegen te gaan. Sterker nog: mengen is in. Het maakt gebieden dynamischer en je kunt functies als parkeerplekken veel slimmer inzetten.

Amsterdam wil in Amstel III 10.000 woningen bouwen, met behoud van het oppervlak bedrijvigheid. Alkmaar ziet in zijn Kanaalzone ruimte voor 20.000 woningen en voor 450.000 vierkante meter bedrijvigheid. Prima ambities. Schieoevers Noord in Delft hoor ik vaak als voorbeeld waar woningbouw bedrijvigheid wegduwt. Een groot kabelbedrijf in dat gebied combineert inderdaad slecht met wonen. Andere functies als de Gamma, Beter Bed of een klimmuur kunnen prima onder of naast woningen. Het gaat dan om de juiste ingrediënten en om de verhouding, net als bij een chemische reactie. Een verkeerd ingrediënt zorgt voor een explosie. Bij goed mengen ontstaat een nieuw mooi evenwicht.

Functiemenging gaat om de juiste ingrediënten en om de verhouding

De gebieden die nu veelal in de belangstelling staan voor transformatie zijn door veroudering en verrommeling slecht geschikt voor moderne bedrijvigheid. Dat is een mooie grondstof voor een nieuw mengsel. Uit onderzoek dat afgelopen december is uitgekomen van het EIB en Buck, blijkt dat de bedrijfstakken groothandel, detailhandel en horeca en de zakelijk dienstverlening de grootste ruimtegebruikers op bedrijventerreinen zijn. Functies die meestal prima mengen met wonen, zeker in de juiste verhoudingen en met het belangrijke ingrediënt communicatie.

Ik nodig ook graag de economische collega’s uit om samen over het mengen na te denken. We kennen al voorbeelden. In Albert Whars in Londen komen 230 woningen boven op een betoncentrale. En in Meatpacking District in New York zit een deel van de oorspronkelijke vleesverwerkende industrie nog in de hippe, gemengde wijk. In Nederland gaat dit nog schoorvoetend. Wonen bovenop bouwmarkten gebeurt al. In Nijmegen wonen studenten boven poppodium Doornroosje. Het College voor Rijksadviseurs heeft de Metro Mix gemaakt, met handvatten voor mixen. En de VNG heeft de oude bedrijven en milieuzonering al overboord gegooid, omdat bedrijven zoveel verschillen en we dus beter per locatie kunnen kijken hoe we wonen en werken kunnen combineren. Een aantal ingrediënten en delen van het recept hebben we dus al. Ingrediënten als locatie, woningvraag, omgeving en type bedrijf moeten we per mengsel slim inzetten. Laten we samen het goede mengsel maken!

Jop Fackeldey