De kracht van een goed verhaal

| 12 december 2018

Auteurs Huub Hooiveld, Gerard Hendrix/ planvanhuub@gmail.com, gerardhendrix@hx.nl 

Opmaat voor de NOVI
Begin 2019 presenteert het kabinet de concept-NOVI, waarin de hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefruimte zijn vastgelegd. ROm biedt ruimte aan vakgenoten om het debat te voeden met hún visie over waar het naartoe moet en wat daarvoor nodig is. Bijdragen zijn welkom: marcel.bayer@romagazine.nl

Hoe we bewoners verbinden met de NOVI

Als we de grote opgaven waar Nederland voor staat succesvol willen aanpakken, moeten we veel meer de verbinding zoeken met de directe leefomgeving van de burger. Vooralsnog slagen we er helemaal niet of te weinig in om dat voor elkaar te krijgen. We blijven te veel hangen in framing en verkeerde beeldvorming, vinden Huub Hooiveld en Gerard Hendrix van Agrarische Erfgoed Nederland. Met de ervaringen van een toneelstuk laten zij zien hoe dat beter kan.

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 12, december 2018. Deze eindejaarseditie is helemaal gewijd aan de invoering van de Omgevingswet. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem nu een abonnement

Dit jaar presenteerde Agrarisch Erfgoed Nederland (AEN) de interactieve theatervoorstelling Boerderij in de Buurt. Het stuk is inmiddels twintig keer gespeeld, op diverse plekken in Nederland. Het theater is onderdeel van het driejarenprogramma van AEN, waarin erfgoed in relatie tot de omgeving centraal staat. Agrarisch erfgoed kan van betekenis zijn voor de grote opgaven in het landelijk gebied, zoals de veranderende landbouw, demografische ontwikkeling en energietransitie.

De voorstelling gaat over de bewoners van twee boerderijen. In de ene wordt geboerd, in de andere wonen ‘burgers’, een stel van wie de ouders al jarenlang in een caravan op het erf wonen. Zij proberen de schuur verbouwd te krijgen tot woonhuis, maar de uitbreidingsplannen en stankcirkel van de buren laten dat niet toe. Een gebiedsmanager van de gemeente probeert te bemiddelen, maar tot overmaat van ramp komt ook nog de buurt in opstand.

Ingebakken beeldvorming
Voordat de laatste scène wordt gespeeld, vindt discussie plaats met het publiek. Circa vijftig mensen per voorstelling, zowel boeren als burgers. Die discussie levert steevast opmerkelijke uitkomsten op, die ook in het licht van de Omgevingswet van betekenis zijn. Deze vraagt een grotere betrokkenheid van bewoners en gebruikers bij het beleid voor de leefomgeving. Dat betekent zowel iets voor bewoners en gebruikers als voor de overheid, want we signaleren veel framing, meestal op basis van ingebakken en achterhaalde vooronderstellingen, die de echte toenadering in de weg staat.

De NOVI is pas echt vernieuwend als partnerschap op het allerlaagste schaalniveau gestalte krijgt

  • Tussen boeren en burgers bestaan veel vooroordelen. De boeren hebben het over ‘stadsen’ die geen mestgeur kunnen verdragen aan hun gevoelige neusjes. De burgers zien boeren als de grote milieuvervuilers, zonder oog voor landschap.
  • Dat leidt tot de vraag: Van wie is het platteland eigenlijk? Van de boer, die er van oudsher woont en er z’n brood verdient? Of van de burger, die er weliswaar later is komen wonen, maar als bewoner er toch ook rechten aan ontleent. En hoe zit dat met de consument of de recreant? Heeft die er nog iets over te zeggen? De vanzelfsprekende opvatting dat het platteland van de boeren is, is geen gemeengoed meer. Maar wordt nog niet door iedereen erkend.
  • De belangen op het platteland worden steeds groter. Er zijn minder boeren, maar de bedrijven die overblijven groeien. Ze worden geavanceerder qua technologie en bedrijfsvoering, de investeringen nemen toe. Tegelijkertijd worden de belangen en de eisen van een goed en gezond leven voor de burger steeds dwingender.
  • Die verschillende belangen vertroebelen de discussie. Belangen spelen in elk gebied, maar komen vaak niet open en bloot op tafel. In plaats daarvan wordt in termen van grote thema’s als natuur en economie gepraat.
  • Communicatie is vaak zenden, pr in plaats van in gesprek en het echte verhaal. Open dagen als ‘Kom in de kas’, et cetera lijken meer gericht op marketing dan op het horen van het persoonlijke verhaal van het bedrijf. Ook verklaarde tegenstanders van de intensieve veehouderij, zoals Wakker Dier, bedienen zich van deze tactiek.
  • De overheid is voor velen degene die niets goed doet. Ze begrijpt niets van de landbouw, doet moeilijk over nieuwe functies op het platteland en procedures duren lang. De vergunning is alweer achterhaald als je ’m eindelijk hebt gekregen.
  • Er is een groot gebrek aan kennis. Wat zijn de mogelijkheden voor woningsplitsing, voor kangoeroe-wonen of een plattelandswoning? Hoe zit het met de fosfaatregeling? En andere Europese regelgeving? Hoe zit het ruimtelijk beleid in elkaar? Wat zegt een bestemmingsplan? Het is complex en daarmee werk voor specialisten geworden. Dat maakt de discussie niet makkelijker.

Een aansprekend verhaal
Er is nog een hele weg te gaan als we echt met elkaar in gesprek willen over onze leefomgeving. De grote uitdaging is hoe we dat voor elkaar krijgen, en in het bijzonder hoe we de verhalen van bewoners en gebruikers van het landelijk gebied verknopen met de omgevingsvisies die we daarvoor opstellen. Bij zoiets abstracts als de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geldt dat net zo goed. Daarom sluiten we aan bij het pleidooi van Friso de Zeeuw in ROm 7-8 (juli-augustus 2018) voor de cruciale verbinding tussen integraal strategisch beleid en uitvoering. In feite is dat een oproep voor een aansprekend verhaal voor Nederland. Een verhaal dat zich lokaal goed laat vertalen en perspectief biedt voor concrete uitvoering.

Natuurlijk, het omgevingsbeleid wordt al lang niet meer gemaakt in Den Haag en dat is maar goed ook. Maar als we de laatste versie van de NOVI erop naslaan, dan lezen we wel iets over vier prioriteiten maar niets over waar ze vandaan komen of waar ze toe leiden. We missen een aansprekend verhaal over toekomstig Nederland, vertaald in robuuste concepten. Een verhaal dat van het Rijk is én van provincies en gemeenten. Een verhaal waarin meerdere opgaven samenkomen en waarin bewoners en bedrijven zich herkennen bij de uitvoering.

De zoektocht naar het ‘van-onderop’-domein

De Zeeuw onderscheidt drie domeinen waar we volgens hem de koppeling van beleid en uitvoering in de NOVI opnieuw moeten maken en wat moet leiden tot een drietal uitvoeringsagenda’s: een nationale, een regionale en een perspectiefgebieden-agenda.

Wij komen vanuit de praktijk met een vierde domein dat een agenda vraagt: de gemeenschapsagenda. Oftewel de ‘van onderop’-agenda. Dat is de agenda van het gebied zelf. Waarin alles is geborgd wat het gebied zelf belangrijk vindt. De NOVI spreekt zich daar in operationele zin nauwelijks over uit. Maar wij denken, met de ervaring van de Boerderij-in-de-Buurt-discussies, dat een NOVI pas echt vernieuwend is en gaat werken als partnerschap op het allerlaagste schaalniveau gestalte krijgt. Natuurlijk is dit vooral een lokale opgave, maar ook provincie en het Rijk kunnen hierin iets betekenen.

Mensen van vlees en bloed
Willen we daadwerkelijk tot uitvoering komen dan zullen we grote maatschappelijke opgaven moeten verbinden met de directe leefomgeving, met het leven van stads- en plattelandsbewoners, aan wat zij daarin belangrijk vinden.

Er is niet eens zoveel voor nodig, als er maar gevoel is bij de urgentie van de opgaven, er ruimte is voor eigen invulling en men het gevoel heeft serieus te worden genomen door de overheid. Dan komen er prachtige dingen tot stand als een supermarkt die door het dorp zelf wordt gerund, een windmolen van bewoners zelf of een collectief zonneveld. Er zijn dorpen die hun eigen voedselvoorziening weten te organiseren of een project met deelauto’s starten, of die zelf een plan maken voor herstructurering van de intensieve veehouderij in hun buurt. Dat lukt als de echte belangen op tafel komen en dromen mogen worden uitgesproken.

Soms zijn er mensen nodig die voor deze verbinding zorgen, zoals gebiedsmanager Saar uit het toneelstuk. Mensen van vlees en bloed. Geen instituties of loketten. Noem ze coaches of verbinders. Dat kan enorm helpen. En laten we erop letten dat niet elk gebied in hetzelfde format wordt gedwongen van het verplicht opstellen van een gemeenschapsagenda, omdat de overheid dit zo graag wil. Als er een aansprekend verhaal is, nationaal, regionaal en lokaal, dan komt de ‘van onderop’-agenda vanzelf.

Huub Hooiveld is planoloog en lid van het dagelijks bestuur van Agrarisch Erfgoed Nederland, Gerard Hendrix is geograaf en erfgoeddeskundige en adviseur van Agrarisch Erfgoed Nederland.