De Ladder van behoud

| 13 juli 2016
Bas van Horn

Bas van Horn

Wat is behoefte? De behoefte van de een is de behoefte van de ander niet. Of verstedelijking. Wat vinden we verstedelijkt gebied en wanneer zijn ontwikkelplannen een aantasting van het buitengebied? Ondanks Wro, Bro en een prachtige handreiking van het ministerie worden ze bij de Raad van State horendol van de Ladder voor duurzame verstedelijking. RO-publicisten hebben er de vingers blauw aan geschreven. Daarom wordt alles nu anders (maar niet heus).

Nadat het frame van de ‘verrommeling’ een doorslaand succes was geworden (wat we in onze vakantielanden pittoresk vinden, heet thuis verrommeld) werden ook de ‘verstening’ en zelfs de ‘verpaarding’ gemunt. Begrippen die bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen direct als ‘ongewenst’ afserveren zonder te beargumenteren wat er mis is met bijvoorbeeld een paardenbak op een boerenerf. Het is anders dan vroeger en dat is genoeg.

Hoewel iedereen die ooit een ballonvaart maakte met eigen ogen heeft kunnen zien hoe leeg ons land in feite is, hebben we besloten dat het vol is en steeds lelijker wordt. Het Rijksprogramma ‘Mooi Nederland’ moest ons bewust maken van onze ruimtelijke rijkdom en het tij keren. In landschapsarchitect Adriaan Geuze stond een mediagenieke landschapspopulist op.

Het kon haast niet uitblijven of er zou na de SER-ladder tegen onnodige aanleg van nieuwe bedrijventerreinen ook een meer algemene Ladder tegen verstedelijking komen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is er nu een paar jaar en het is – mede dankzij de mogelijkheden tot juridisch gechicaneer- een machtig wapen tegen verandering gebleken.

Wie wars is van nieuwerwetsigheden – of zijn nering als middenstander in de stad bedreigd ziet door detailhandel, leisure, horeca en recreatie aan de buitenrand of net daaroverheen – bracht niet zelden de Ladder in stelling. De Ladder werd de Ladder van behoud omdat we het opkomen voor ruimtelijke kwaliteit vooral zien als het tegengaan van verandering.

Dat was precies de bedoeling (want we zijn tegen ‘verrommeling’), maar ook niet, want we zijn voor ruimtelijke ontwikkeling en flexibiliteit. Daarom wordt de Ladder een beetje aangepast. Het actuele en regionale karakter van de behoefte mag buiten beschouwing blijven en er hoeft bij flexibele planvormen niet langer twee keer, maar slechts een keer een onderbouwing van de behoefte aan de ontwikkeling gegeven te worden. Jawel, ook dat is progressie.

Maar wie zijn flexibiliteit zoekt in globale bestemmingsplannen, komt nog altijd bedrogen uit. Bij een globaal bestemmingsplan moet namelijk voor alle functies die het plan mogelijk maakt de behoefte worden beschreven. Dat is al heel erg, want er moet dus van alles onderzocht worden over functies die zelfs nooit serieus zullen worden overwogen. Maar het is nog veel erger.

De behoefte aan globaal bestemmen wordt mede ingegeven door een besef van onkenbaarheid. Nieuwe technologische en sociale ontwikkelingen hebben ruimtelijke consequenties, die we nog niet kunnen overzien. Geen idee wat een opkomst van ‘prosumenten’ (thuisproducerende consumenten met een 3D-printer) voor de inrichting van de woonomgeving gaat betekenen. En is ‘woonomgeving’ niet een ouderwets begrip als uit oogpunt van veiligheid en milieu nog maar heel weinig functiescheiding nodig is?

Toch kon ook in de vernieuwde Ladder het verplicht zoeken naar de behoefte aan gekende en ongekende ruimtelijke functies kennelijk niet worden aangepakt. Dat schijnt te maken te hebben met de bredere systematiek van Wro en Bro. Het probleem wordt dus doorgeschoven naar een nadere uitwerking onder de Omgevingswet. De Ladder van duurzame verstedelijking blijft ondertussen vooral de Ladder van behoud.

Bas van Horn
Tekst en advies voor de leefomgeving

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *