De natuurinclusieve stad: snoeien om te groeien

| 20 november 2020

Bij transities denken we vaak aan vernieuwing: nieuwe technologieën en nieuwe manieren van denken, doen en organiseren. Het is vaak een positief verhaal over opbouw en innovatie. Het volgt een herkenbaar pad: iets begint met radicaal nieuwe manieren van denken en doen, waarna alternatieven zich verbinden, en zichtbaar en toegankelijk worden voor een grote groep. Langzamerhand kristalliseert zich iets uit wat lijkt op een nieuw normaal.    

Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Want het nieuwe normaal komt altijd in de plaats van het oude. Bestaande praktijken, technologieën en sectoren moeten worden uitgefaseerd. Een proces dat nooit zonder slag of stoot verloopt, op weerstand stuit en soms zelfs ronduit leidt tot chaos. In transitiewetenschappen spreekt men daarom van de X-curve van transities, van onderzoeksinstituut DRIFT, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen patronen van opbouw en afbraak.

In de stad zien we de afgelopen jaren inspirerende experimenten met natuurinclusief bouwen en stadsnatuur. Er duiken belangrijke lijstjes met tips en checklists op van de nieuwe manieren van denken en doen die ons dichter bij die natuurinclusieve stad brengen. Denk aan de aanleg van groene daken, nestkasten voor vogels of insecten, het verbinden van groenblauwe structuren, een entreesteen voor vleermuizen in de spouw en halfbestrating als bron van voedsel.

Maar hebben we het met elkaar wel genoeg over de bestaande praktijken en technologieën die we juist willen uitfaseren? En over welke zaken hebben we het dan wanneer we het hebben over natuurinclusief bouwen? Waar stuit het op weerstand en waar zijn we het al met elkaar eens?

Bladblazers, hysterisch bermbeheer en asfalt uitfaseren graag!

Laat ik een schot voor de boeg doen en drie dingen noemen die we wat mij betreft vanaf morgen moeten uitfaseren:

  • Bladblazers. In Duitsland geldt al een sterk advies tegen het gebruik van bladblazers. Als je de onderbouwing hiervoor hoort, klinkt het logisch: een half uur bladblazen met een tweetaktmotor staat gelijk aan 6.255 km asfalt vreten in een Amerikaanse Ford pick-up, 104 decibel aan geluid en bovendien blaast het in slechts enkele seconden het voedsel en onderdak van verschillende vogels en insecten weg. Slecht voor de biodiversiteit in de stad dus. Verbieden lijkt niet mogelijk vanwege Europese regels en mededingingswetgeving. In Nederland hoor ik nog weinig gemeenten die het volledig de ban uitdoen. Behalve ‘optimalisaties’ zoals ‘emissieloos handgereedschap’.
  • Hysterisch bermbeheer, oftewel zo vaak maaien dat geen enkel kruid of bloem de kans krijgt om te overleven en een thuis te bieden aan insecten en kleine dieren. Veel gemeenten en provincies doen al aan ecologisch bermbeheer, maar de guerrilla ‘maai-me-nietje’ bordjes door heel het land doen vermoeden dat veel publieke gazonnetjes nog genadeloos worden gekortwiekt.
  • Asfalt, de laatste verliezer. Arnhem pakt de koppositie en gaat de komende jaren tien procent van het asfalt verwijderen om ruimte te maken voor groen.

Snoeien om te groeien!

Lisa Olsthornconsultant bij Over Morgen