De nieuwe demografische werkelijkheid

| 20 december 2018

De urgentie voor de woningbouw mag zeker niet verslappen. Er mag zelfs een tandje bij. De eerdere verwachtingen over groei van inwonertal voor Nederland blijken namelijk keer op keer door de werkelijkheid te worden ingehaald. Zijn we toch ongemerkt op weg naar 19 miljoen inwoners of zelf meer?

Afgelopen dinsdag presenteerde het CBS haar jongste bevolkingsprognose. En weer bleek de groei naar boven bijgesteld. Sinds de CBS prognose uit 2016 is het land blijvend geconfronteerd met een onverwacht snelle bevolkingsgroei.

De 17 miljoenste inwoner die het CBS in maart registreerde was hoogstwaarschijnlijk een immigrant en geen baby. De natuurlijke bevolkingsaanwas in Nederland is nog maar beperkt en blijft in feite in de plus door kinderen van ouders die zelf uit het buitenland komen. Toch zal het inwonertal begin 2019 circa 300.000 hoger liggen dan drie jaar daar voor. Tegelijkertijd is er aanhoudend sprake van krapte op de woningmarkt. Langere wachtlijsten voor sociale huurwoningen, stijgende huurprijzen en stijgende prijzen op de markt voor koopwoningen. Dat voedde het debat over de extra woonvraag voor de toekomst, maar vooral ook over de vraag waar deze woningen moeten komen en welk type woningen we eigenlijk nodig hebben voor de toekomst, bovenop wat er al is.

Langzaam wennen aan hogere cijfers?

Tegen  eerdere verwachting in groeide in 2018 de bevolking met circa 104.000 zelfs nog iets sterker dan in 2017. Vooral het migratiesaldo tikt weer aan. De stijging zit vooral bij de arbeidsmigranten. Het Centraal Planbureau voorspelt voor komende jaren een aanhoudende economische groei met bijbehorende krapte op de arbeidsmarkt. Arbeidsmigranten, gezinsherenigers, asielmigranten, studenten en andere toestromers zullen de bevolkingsgroei blijven aanjagen. Zeker op middellange termijn blijft de bevolkingsgroei daardoor in een hogere versnelling staan dan voorheen gedacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek verwacht nu dat al in 2029 de 18 miljoenste inwoner wordt geteld.

Urbanisatie, kleiner wonen en klontering van woningen, ook verticaal, bepalen de trend voor 2019 en daarna

In 2060 zouden er uiteindelijk 18,6 miljoen mensen in Nederland kunnen wonen. Daarbij gaat het CBS er van uit dat het migratiesaldo na 2030 toch fors lager zal teruglopen en rond 2060 zal uitkomen op circa 26.000 per jaar. Die nieuwe demografische werkelijkheid laat enigszins onderbelicht dat we langzaam aan schuiven naar steeds hogere aantallen. Die tendens geldt overigens ook voor het aantal huishoudens.  Prognosemakers baseren hun hypothesen voor komende jaren mede op feiten uit voorgaand jaren. Dat geldt ook voor migratiestromen. En die migratiefeiten blijken telkens te worden ingehaald door de werkelijkheid. Zie onderstaande tabel:

Prognose 2010: 17,1 mln in 2030, piek van 17,8 rond 2040, daarna krimp
Prognose 2012: 17,6 mln in 2030, piek van 17,9 in 2060, geen krimp
Prognose 2014: 17,7 mln in 2030, 18,1 mln in 2060
Prognose 2016: 17,8 mln in 2030, 18,2 mln in 2060
Prognose 2018: 18,0 mln in 2029, 18,6 mln in 2060

Woningvoorraad

De nieuwe cijfers maken duidelijk dat de huidige aandacht die er is voor uitbreiding van de woningvoorraad niet moet verslappen, integendeel. Er is eerder sprake van een opwaartse druk op de vraag dan tot nog toe gedacht. Bovendien zal bij de bouw van nieuwe huizen nog meer aandacht moeten komen voor de alleenwonenden. Wat de actuele cijfers ook benadrukken: de bevolkingsgroei concentreert in een beperkt aantal provincies en in stedelijke gebieden. Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant en Gelderland vingen in 2018 het grootste deel van de groei op. Urbanisatie, kleiner wonen en klontering van woningen, ook verticaal, bepalen de trend voor 2019 en daarna.

En na 2029?

Het CBS blijft voorzichtig en benadrukt dat een prognose veel onzekerheden kent. Of het nu gaat om jaarlijkse fluctuaties in het aantal migranten of de stijging van de levensduur. Rekening houdend met alle onzekerheden zou de bevolking na 2029 nog verschillende paden kunnen volgen, ofwel zowel kunnen groeien als krimpen. Het inwonertal in 2060 ligt zo gezien volgens het CBS ergens tussen de 17,3 miljoen en 19,9 miljoen. Die uitkomst is echter vrijwel geheel afhankelijk van de trends in migratie. Voorlopig lijkt mij het margegebied aan de bovenkant van 18,6 miljoen echter meer in overeenstemming met de werkelijkheid dan het margegebied aan de onderkant van 18,6 miljoen. Voor dat laatste zou het migratiesaldo over een langere termijn gezien sterk terug moeten vallen om in 2060 een stuk lager uit te komen dan op 26.000 per jaar. Of dat reëel is? Het Marrakech-akkoord is vast niet meegenomen in de prognoses.

Jan Latten