De nota Belvedère: bestemming bereikt?

| 4 oktober 2017

In 1999 zag de nota Belvedère het licht. De beleidsnota die gaat over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. Doel was om cultuurhistorie niet meer alleen te conserveren, maar ook te ontwikkelen.

Achttien jaar later vraag ik me af of we niet al klaar zijn. Of we alle doelstellingen gehaald hebben. Ik vraag me dat steeds vaker hardop af en dat bevalt me wel, ondanks de meewarige blikken die me soms toegeworpen worden.

‘Behoud door ontwikkeling’ was in 1999 het credo. Monumentenzorg was altijd gericht op behoud en nu moesten we de omslag maken naar ontwikkeling. Het gebouw zelf was niet langer het uitgangspunt, het ging er nu om hoe je het kunt gebruiken. Zo ontstond meer ruimte om het gebouw aan te passen aan de behoefte van de gebruiker. Het gebouw was niet meer alleen een hoop stenen, het ging leven, het ging stralen. Koffiedrinken in een voormalig fabrieksgebouw. Een museum in een bunker.

De monumenten die we tot die tijd beschermden, waren vooral kleinere objecten als woonhuizen, molens en boerderijen. Tegenwoordig zijn het enorme complexen als fabrieksterreinen en militaire structuren, die vaak hun functie hadden verloren. Door de leegstand kwamen ze in een neerwaartse spiraal. Zelf was ik jarenlang betrokken bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In afwachting van een nieuw gebruik zag ik menig fort aftakelen. Die tijd is voorbij. Het grootste deel van de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft nu een nieuwe gebruiker gevonden en is gerestaureerd. Hetzelfde geldt voor fabrieksterreinen en loodsen, al dan niet met een beschermde status. En waar in het verleden nog weleens erfgoed onder de sloophamer verdween, kan ik mij dit nu nog nauwelijks voor de geest halen. De publieke opinie laat het simpelweg niet meer toe.

Erfgoed is een factor van betekenis geworden in de ruimtelijke ontwikkeling. Vaak zijn grote sommen geld nodig om deze gebouwen en complexen weer op te knappen. Dat geld kon onmogelijk alleen vanuit publieke middelen opgebracht worden. Na 1999 konden ook particulieren participeren in erfgoedprojecten. Daarmee staat de nota Belvedère aan de basis van vele herbestemmingen van forten, fabriekshallen, kerken en andere in onbruik geraakte objecten.

Wat kunnen we leren van het verleden? Nog niet zo lang geleden braken we onze binnensteden af. Dat zijn grote fouten geweest. Ik zie dat niet snel meer gebeuren. Maar toch. We moeten niet op onze lauweren rusten. Een van de trendlijnen waar ik een lans voor wil breken, is het inzicht om de sense-of-place te behouden en aan de basis te laten staan van ontwikkelingen: Kiezen voor Karakter! Want karakter is iets dat je kunt voeden. Eerst beschermden we alleen het gebouw, met de nota Belvedere namen we het weer in gebruik, maar nu moeten we ook kijken naar de verdere omgeving. Hoe houden we het karakter van een gebied in stand?

Zijn we dus klaar? Hebben we onze doelstellingen behaald? Ja. Daarom is het nu tijd om de volgende slag te maken. Niet alleen naar het gebouw kijken, maar daar voorbij. En daarbij moet het woord ‘karakter’ leidend zijn.

Frank Buchner

Frank is Adviseur Erfgoed en Ruimte en programmaleider van het thema ‘Transformatie van de stad en in krimpgebieden’ binnen het programma Erfgoed en Ruimte.