De Omgevingswet en de burger

| 31 maart 2016
Marcel Bayer

Marcel Bayer

Als de overheid wil dat de Omgevingswet daadwerkelijk leidt tot een grotere betrokkenheid van de burger zal ze daar de nodige condities voor moeten creëren. Tot op heden is daar in het proces naar de invoering van de wet weinig tot niets aan gedaan, dus ligt er nog een forse klus om te zorgen voor een adequaat omgevingsbestel dat burgers prikkelt. Dat hen vroegtijdig informeert, op tijd bij de plannen en besluitvorming betrekt en ook laat zien dat hun ideeën en initiatieven ertoe doen.

Dat is de kern van het advies ‘Niet buiten de burger rekenen!’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De opdracht daarvoor kwam van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in de aanloop naar de Nationale Omgevingsagenda, voorloper van de Nationale Omgevingsvisie.

Met chirurgische precisie fileren de onderzoekers in het advies, dat is geschreven in de vorm van een essay, de wetstekst en de Memorie van Toelichting. Ze kijken kritisch naar de uitgangspunten en vooronderstellingen, en vooral naar de voorwaarden die nodig zijn zodat de burger ook écht de grotere verantwoordelijkheid kan oppakken die hem door de overheid in de Omgevingswet zelf wordt toebedacht.

Het essay is scherp, prettig geschreven en uiterst relevant voor iedereen die bij de implementatie van de wet en de totstandkoming van de agenda en de visie is betrokken.

Wat de onderzoekers van het SCP naar voren brengen, doet vrezen voor de toekomst. De maatschappelijke verankering van het omgevingsrecht staat onder druk als de overheid niet zorgt voor de beschikbaarheid van up-to-date informatie over de omgeving, die voor iedereen toegankelijk is. In de Memorie van Toelichting wordt het belang van ‘volledige, objectieve en begrijpelijke informatie’ expliciet genoemd als voorwaarde om het vertrouwen in de overheid bij de burger te versterken. Met Ruimtelijkeplannen.nl en de digitale ontsluiting van de Laan van de Leefomgeving wordt nadrukkelijk geïnvesteerd in die informatievoorziening.

Maar er zijn technische, organisatorische en financiële kwesties die de komende twee jaar moeten worden opgelost. Gemeenten en provincies staan voor een immense opgave om vrijwel tegelijkertijd de ambtelijke organisatie ‘omgevingswetproof’ te maken en te zorgen dat alle relevante data voor de fysieke leefomgeving beschikbaar komen voor burgers. En dan hebben we het nog niet eens over de vraag wie het gaat betalen, waar VNG en IPO momenteel met de rijksoverheid over steggelen.

Het SCP vraagt zich af of alle burgers gemakkelijk de weg naar de ‘digitale laan’ zullen kunnen vinden en benutten. Dat vergt actieve betrokkenheid van de overheid, zo schrijven zij. Complicerende factor daarbij is dat de overheid meerdere rollen speelt: opsteller van de omgevingsvisie, beslisser voor omgevingsbesluiten, initiatiefnemer van omgevingsplannen, toezichthouder op naleving van de nieuwe regels en tot slot eindverantwoordelijke voor het hele omgevingsbestel.

Niet alleen voor de overheid zelf, maar vooral ook voor de burger moet glashelder zijn wanneer de overheid welke rol speelt. Net zo goed als dat duidelijk moet zijn vanuit welke rol burgers bij de besluitvorming betrokken zijn: als initiatiefnemer, medeopsteller (bijvoorbeeld van de omgevingsvisie) of belanghebbende. Dat vraagt om het inzetten van verschillende strategieën en instrumenten.

Naast de kwaliteit en beschikbaarheid van de informatie moet de overheid garanderen dat burgers zich kunnen laten horen, zich gehoord voelen en laten zien dat wat ze inbrengen serieus wordt genomen. Dit vergt goede antennes en oog voor wat in de samenleving speelt – kennis van hetgeen burgers en ondernemers bezighoudt. Het vraagt bovenal om goed inzicht in maatschappelijke en ruimtelijke processen.

Participatie van de burger is niet overal en voor iedereen vanzelfsprekend. De tendens van scherpere segregatie in stedelijke regio’s, tussen stad en platteland en tussen groei- en krimpgebieden leidt tot verschil in behoefte en ongelijke mogelijkheden om te participeren. De overheid moet er als hoeder van het bredere maatschappelijke belang voor waken dat actief meedoen in het debat en de besluitvorming niet alleen het voorrecht wordt van de beterbedeelden qua kennis, kapitaal en netwerk.

Onlosmakelijk daarmee verbonden is de mogelijkheid van kritische waarheidsvinding, een rol die vanouds is voorbehouden aan de pers. Maar juist de lokale pers heeft het moeilijk. Dus vraagt dit van de overheid extra transparantie, volledige informatieverstrekking en neutrale communicatie. Sterker, het vraagt op gevoelige dossiers dat de overheid zelf maatschappelijke weerstand organiseert.

Kunnen en willen bestuurders, beleidsmedewerkers en niet te vergeten volksvertegenwoordigers dit wel? Zijn zij in staat een open houding aan te nemen, eerlijk te communiceren, heel actief het debat te zoeken en alle belanghebbenden daarbij te betrekken? In ieder geval is duidelijk dat we er niet komen met de liberale houding van de laatste tijd om het vooral aan de samenleving over te laten.

Marcel Bayer
Hoofdredacteur ROm

Klik hier voor meer blogs van Marcel Bayer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *