Kansen duurzame bodemenergie onbenut door regelgeving en gebrek aan capaciteit
De opmars van de warmtepompen

| 26 juni 2018

Als de regels niet snel worden versoepeld en boorbedrijven het tempo van de woningbouwopgave niet weten bij te benen, leggen ook gesloten, comfortabele en duurzame bodemenergiesystemen het straks af tegen de minder duurzame maar makkelijker te installeren én veel goedkopere luchtwarmtepompen. Het jaarlijks aantal geïnstalleerde open WKO-systemen is inmiddels al met 99 procent gereduceerd.

Dit artikel verschijnt in ROm 7-8, juli-augustus 2018

Sinds het verschijnen van het rapport ‘Groen licht voor bodemenergie’ (2009) van de Task Force WKO, zet ik jaarlijks de bodemenergiegegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op een rijtje, speciaal voor woningbouw. Voor kantoren immers is warmte-koudeopslag (WKO) een vrijwel standaard techniek. Voor kantoren loopt het aantal systemen dat jaarlijks wordt aangelegd min of meer gelijk op met het aantal kantoren dat door de vastgoedsector en de bouw wordt opgeleverd. Maar voor woningen ligt dat anders. Dat levert interessante inzichten op, waarover ik al eens eerder berichtte in onder meer Vastgoedjournaal (2015) en in het vakblad Bodem (2016). Maar omdat per 1 juli aanstaande de aansluitplicht op het gasnet voor nieuwbouwwoningen verdwijnt en ook in het Klimaatakkoord – en in het bijzonder de sectortafel Gebouwde Omgeving onder leiding van Diederik Samsom – een grote rol is weggelegd voor bodemenergie, is het goed daar opnieuw bij stil te staan.

WKO-systemen van de kaart geveegd

Uit de jongste gegevens van de Haagse statistici blijkt namelijk dat, aanvankelijk ingegeven door de vastgoedcrisis, sinds 2010 het aantal collectieve WKO-systemen met open bronnen waarop woningen worden aangesloten, alleen maar is afgenomen. Van 2647 WKO-systemen in 2010 naar nog maar 47 systemen in 2017. Dat is een reductie van bijna 99 procent!

 Sinds 2010 aantal WKO-systemen voor woningbouwdoeleinden met 99 procent gereduceerd

Daarvoor in de plaats zijn individuele bodemwarmtewisselaars gekomen. Gesloten systemen dus; meestal één per woning en vaak meerdere per woongebouw. Aanvankelijk een goed alternatief voor WKO, maar ook daarvan namen de systemen vervolgens de aantallen fors af.
Ondertussen worden de gesloten bodemenergiesystemen ingehaald door de veel goedkopere luchtwarmtepompen. Dat blijkt uit figuur 2, waarvan de gegevens ook afkomstig zijn van het CBS en waarin het aantal gereedgekomen woningen met bodemwarmtepompen wordt vergeleken met woningen met een luchtwarmtepomp.

Woningen in Nederland met open of gesloten bodemenergiesystemen. Bron: CBS, bewerking Stratego Advies.

Tien jaar geleden, aan het begin van de vastgoedcrisis, was het aantal jaarlijks in gebruik genomen woningen met een bodemsysteem en bijbehorende warmtepomp (bodem-WP) groter dan woningen met luchtwarmtepompen (lucht-WP). Echter, door de crisis heeft een omslag plaatsgevonden en hebben luchtwarmtepompen een hoge vlucht genomen. En sinds het herstel van de woningmarkt lijkt een duidelijke voorkeur te bestaan voor luchtwarmtepompen. Daardoor bedraagt het jaarlijks aantal opgeleverde woningen met een luchtwarmtepomp thans het viervoudige van de woningen met een bodemenergiesysteem.

Gedifferentieerde markt

Er treedt onmiskenbaar differentiatie op in de markt. Dat valt niet zozeer op te maken uit de CBS-statistieken, maar blijkt uit aanvullende gesprekken met projectontwikkelaars, bouwers en installateurs. Luchtwarmtepompen lijken vooral te worden toegepast bij bijvoorbeeld rijtjeswoningen, terwijl het luxere segment van twee-onder-eenkapper en vrijstaande woningen eerder wordt voorzien van bodemenergiesystemen. Dat heeft te maken met verschil in kosten en met de bereidheid en de mogelijkheid van kopers om te betalen voor de duurzame en comfortabele koeling die bodemenergie met zich meebrengt.

Met dat in het achterhoofd zijn er een paar dingen om in de gaten te houden. Het eerste is de ergernis van de bodem- en warmtepompsector, waaronder de Dutch Heat Pump Association en BodemenergieNL, dat door de manier waarop door de toezichthouder met regelgeving wordt omgegaan ‘installateurs te veel aan de leiband worden gelegd om de grootschalige toepassing van bodemgebonden warmtepompen mogelijk te maken’.

Volgens recent verschenen evaluatieonderzoek gaat het daarbij vooral om de verplichte erkenningsregeling (kwaliteitsborgingssysteem), de interferentietoets oftewel het berekenen van de mogelijk nadelige invloed op andere bodemenergiesystemen, en de opgave van het te verwachten energierendement, de zogeheten Seasonal Performance Factor (SPF). ‘Hierdoor kiezen veel installateurs ervoor om alleen luchtwarmtepompen te verkopen’, zo valt te lezen op de website van zowel BodemenergieNL als de Dutch Heat Pump Association.

Onvoldoende boorcapaciteit

Maar volgens projectontwikkelaars komt daar nog iets bij, namelijk de beschikbare boorcapaciteit. Die is naar het schijnt onvoldoende om te voorzien in de behoefte van projectontwikkelaars, bouwers en installateurs. Ook daardoor gebeurt het dat voor luchtwarmtepompen gekozen wordt waar een bodemenergiesysteem gewenst is.

Expert duurzame energie Jos de Vries van ’s lands grootste woning- en gebiedsontwikkelaar BPD bevestigt dat. ‘Als wij kiezen voor bodemenergie, dan kan dat vaak niet doorgaan omdat we te maken hebben met maandenlange wachttijden, waardoor projecten in de wacht gaan. En dat willen we niet.’

Van gas los

Het roept de vraag op wat er gebeurt als straks, conform de Nationale Woonagenda, jaarlijks 75.000 woningen moeten worden ontwikkeld en gebouwd in plaats van ruim 60.000 afgelopen jaar. Alleen dat al betekent dat er extra capaciteit nodig is van bijna 25 procent, wil althans bodemenergie haar aandeel voor het verwarming van nieuwbouwwoningen vasthouden. Bovendien moeten die woningen vanaf 1 juli 2018 gasloos zijn, wat de druk op de beschikbare boorcapaciteit alleen maar vergroot. De bodemenergiesector zal dus aan de bak moeten, wil hij bodemenergie als duurzaam en comfortabel alternatief kunnen aanbieden voor gasloze woningbouw.

Vergelijking van het aantal woningen verwarmd met bodem- en luchtwarmtepompen. Bron: CBS, bewerking Stratego Advies.

Wanneer geen warmtenet voorhanden is, dan is een all electric-woning, verwarmd (en gekoeld) met een warmtepomp, een voor de hand liggende oplossing. Echter, als boorbedrijven niet in staat zijn voldoende capaciteit te ontwikkelen, zien projectontwikkelaars en woningcorporaties zich gedwongen daarbij te kiezen voor luchtwarmtepompen in plaats van bodemsystemen. Dat is weliswaar een prima alternatief voor aardgas, maar je moet dan niet verbaasd zijn dat deze woningen in de toekomst veel meer energie gaan gebruiken dan nu uit de sommetjes blijkt (zie kader). En daarmee is dan een duurzamer alternatief niet letterlijk, maar wel figuurlijk de grond in geboord.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat laat in een Kamerbrief van 26 april 2018 weten dat ze de in dit artikel beschreven belemmeringen in de regelgeving omtrent bodemenergiesystemen wil wegnemen. Dat gebeurt in intensief overleg met onder meer de in dit artikel genoemde organisaties BodemenergieNL en Dutch Heat Pump Association. De potentie van de Nederlandse bodem om energie te leveren is enorm. Bovendien kunnen bodemenergiesystemen een belangrijke schakel vormen richting gasloze wijken. Benutting daarvan, zo is de bedoeling, wordt bevorderd binnen de ‘versnellingstafel duurzame decentrale warmteopwekking’ die in het kader van het Klimaatakkoord wordt georganiseerd.

Bas van de Griendt
Stratego Advies

Koelen met een warmtepomp

Koelen met een warmtepomp (WP) kan op twee manieren: actief en passief. Hoe een WP koelt heeft te maken met het gekozen systeem en wat voor type bron je gebruikt, bodem of lucht.

Bodemwarmtepompen koelen passief. Dat betekent dat je alleen gebruikmaakt van de circulatiepomp en de koude die in het grondwater zit. De compressor, die je voor verwarming gebruikt om warmte uit het grondwater te halen, heb je hiervoor niet nodig. Door het water eenvoudigweg rond te pompen wordt een woning al gekoeld.

Lucht-lucht- en lucht-waterwarmtepompen koelen actief. Daarvoor heb je vaak een extra module nodig die het mogelijk maakt de warmte- of koudestroom in de warmtepomp om te draaien. In veel gevallen wordt die door ontwikkelaars, bouwers en installateurs niet standaard aangeboden. Dat betekent extra investeringskosten en bovendien extra energiegebruik.