De rode loper moet terug

| 5 maart 2018

Een paar berichtjes van afgelopen tijd. Van ING Economisch Bureau: al zes kwartalen achter elkaar daalt het aantal woningverkopen in Amsterdam. Reden: er is te weinig aanbod. En dat terwijl de voorraad koopwoningen in Amsterdam in tien jaar is gegroeid van 90.000 naar 125.000. Een berichtje van Dynamis: ‘Het aantal voor verkoop beschikbare woningen bevindt zich op het laagste niveau sinds begin 2008’. Capital Value: ‘Het woningtekort bereikt niet eind 2018 het hoogtepunt, maar loopt tot 2020 nog verder op naar mogelijk 235.000 woningen’.

Logisch dat de Tweede Kamer aandringt op aanvullende maatregelen om tot een versnelling van de productie van woningen te komen. Logisch ook dat aandacht wordt gevraagd voor meer middeldure huurwoningen omdat dat segment te vaak ontbreekt. Logisch ook dat de NEPROM de Minister adviseert om de woningbouw aan te jagen. Maar tegelijkertijd is er onmiskenbaar ook een neiging bij sommige gemeenten en provincies om, nu de vraag naar woningen weer groter is, terug te vallen op stapeling van eisen die voor de crisis zo gewoon was. Op het terrein van de duurzaamheid zijn de regels in sommige gemeenten weer sky high. Grondprijzen en kostenverhaal lijken soms bedoeld om rode cijfers van de afgelopen zeven jaar in één klap ongedaan te maken. En parkeereisen zijn soms zo hoog dat lijkt alsof de discussie over ander autogebruik aan die gemeenten voorbij is gegaan.

Creatief
In de crisistijd was er veel provinciale en gemeentelijke bereidheid om, als er dan eindelijk weer eens een corporatie of ontwikkelaar een plan aandurfde, voor zo’n plan de rode loper uit te leggen. Eigen regels bleken vaak creatief te interpreteren, vindingrijk te omzeilen of met de vijf-vinger-theorie terzijde te kunnen worden geschoven. Er vond, vooruitlopend op de toen nog in wording zijnde Omgevingswet, een ‘bestuurlijke afweging’ plaats.

Blijf ontslakken, ook nu!

Impliciet of expliciet: wij vinden het zo belangrijk dat dit woningbouwproject doorgaat dat andere belangen voor dit algemeen belang moeten wijken. In heel wat gemeenten heb ik met deze ‘ontslak-aanpak’ mogen helpen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de zogenaamde Kruimelregeling, soms kantje-boord, maar uiterst tevreden als dan binnen acht weken een omgevingsvergunning kon worden afgegeven.

Oude gewoonten
Dat tij lijkt te keren. Nu er weer bouwers en corporaties en ontwikkelaars aan de deur kloppen om voor soms onverwachte locaties woningbouwvoorstellen te doen, worden te vaak weer oude bureaucratische rituelen van stal gehaald. Voor dat gebied moet eerst een visie worden ontwikkeld, is een veel voorkomende reactie. Gevolg: een jaar of soms langer geen concrete vooruitgang.

Op het terrein van de duurzaamheid zijn de regels in sommige gemeenten weer sky high

Voor het opstellen van een anterieure overeenkomst moeten we deskundigheid inhuren. We zijn ons beleid inzake de parkeernormen aan het herschrijven; kom over een half jaar nog maar eens terug. We willen gasloos maar moeten nog op wetgeving wachten om dat te kunnen eisen. We kunnen nog niks zeggen over het kostenverhaal omdat we nog wel enige tijd met de rekensommen voor de infra en inrichting bezig zijn. 

Belangenafweging
Juist nu hebben we gemeenten en provincies nodig die rode lopers uitleggen. Die durven aan belangenafweging te doen. Die zien dat we het ons niet kunnen permitteren om op de traditionele wijze weer lijstjes van ambtelijke afdelingen af te vinken en pas een groen licht geven als alle vinkjes zijn gezet. Bij gemeenteraadsverkiezingen en de daarop volgende collegevorming zou het daar om moeten gaan. Er is een onbedwingbare neiging bij provincies en gemeente om onevenredig veel tijd te besteden aan het bedenken van beleid. Wij hebben een aantal gemeenten gevraagd om een lijst te maken van al hun beleidsstukken in het ruimtelijke domein. In Zaanstad telde dat op tot 130 beleidsstukken, nog exclusief de bestemmingsplannen. In Ede kwam men tot dik in de 70. Het bleken geen uitzonderingen. In beide genoemde gemeenten heeft de inventarisatie geleid tot fors schrappen. Met gezond nadenken over wat je met je gemeente wilt, is niks mis. Maar de overdreven aandacht voor fraaie beleidsdocumenten gaat ten koste van ‘praktisch doen’.

En als we iets aan de zeer verontrustende woningnood willen doen, dan moeten aan de slag: praktisch doen en de rode loper weer uit.

Jos Feijtel, adviseur wonen