Krachten onvoldoende benut bij planning
De supermarkt als stadmaker

| 18 februari 2015

Hoewel beleidsmakers denken dat hun detailhandelsbeleid effectief is, blijkt dat de supermarkt zijn eigen pad volgt: die van de klant en de beschikbare ruimte. Dat verschilt van stad tot stad. Reden om het uniforme beleid om te buigen naar stedenbouwkundig raffinement. De supermarkt is overal. We benutten haar krachten echter onvoldoende bij het maken van de stad. De supermarkt is een stadmaker tegen wil en dank, een super stadmaker, betoogt Paul Kurstjens.

Ontwerptekening voor Leidsche Rijn

Ontwerptekening voor Leidsche Rijn

Al geruime tijd maakt de overheid detailhandelsbeleid dat ruimtelijk neerslaat in een winkelstructuur. Grosso modo zijn daarin altijd twee ruimtelijke elementen van het allergrootste belang, te weten: concentratie en hiërarchie. Dat wordt doorgaans nader verfijnd met allerlei benaderingen van bezoekersmotieven en winkeltyperingen op basis van assortiment en branchering. Hiermee ontstaat een kaartbeeld, een stadsplattegrond, met winkelcentra in compacte dan wel langgerekte vorm waaruit solitaire winkels steevast zijn weg gefilterd. Die zijn namelijk ongewenst. Dit detailhandelsbeleid heeft internationaal veel lof geoogst, want, anders dan bijvoorbeeld in Frankrijk, zijn in Nederland geen hypermarché’s aan de stadsrand of in de wei opgedoken. We hebben een mildere vorm daarvan gekregen, de PDV’s en GDV’s.

Een supermarkt in een overdekt winkelcentrum in Utrecht

Een supermarkt in een overdekt winkelcentrum in Utrecht

De afgelopen jaren is er echter iets dramatisch gebeurd in winkelland; de economische crisis heeft toegeslagen en sociale media hebben ons koopgedrag beïnvloed. Leegstaande winkels bezorgen ons ongemak en prikkelen de angst voor verpaupering van hele straten en winkelgebieden. Zie het rapport van Platform 31: Winkelgebieden van de toekomst. En dan neemt Europa ons ook nog eens de bevoegdheid af om beleid te voeren op basis van branchering of assortiment (Europese Dienstenrichtlijn van 2009). Alleen op basis van ruimtelijke overwegingen mogen we nog detailhandelsbeleid voeren. Eindelijk gaan economen en stedenbouwkundigen bij elkaar zitten om nieuw beleid te maken zou je denken, ware het niet dat gemeentebesturen momenteel helemaal niet happig zijn op welk soort ruimtelijk beleid dan ook.

Supermanoeuvres
Wanneer we de focus van supermarkten op doelgroepen en afzetmarkten, op prijs/kwaliteit verhoudingen, op assortiment en service even laten voor wat het is en ons puur richten op het ruimtelijke gedrag, dan vallen een aantal zaken op (gebaseerd op veldonderzoek in Utrecht, Tilburg en Rotterdam).

Een supermarkt in een Utrechtse straat

Een supermarkt in een Utrechtse straat

  • In de ruimtelijke hiërarchie van stadscentrum, stadsdeelcentrum, wijkcentrum, buurtcentrum en PDV/GDV locatie, legt het buurtcentrum het loodje. De buurtsupers verdwijnen massaal en de buurtsuper die overblijft, heeft het doorgaans moeilijk. De supermarkt die kleiner is dan pakweg 500m2 bvo heeft buiten het stadscentrum weinig kans van slagen. Dit geldt niet voor de gespecialiseerde kleine supermarkt. De loopafstand naar een supermarkt is hierdoor gemiddeld genomen toegenomen, maar de keuze in assortiment is gegroeid.
  • Na een vrij lange periode van een eenzijdige gerichtheid op autobezitters in de woonwijken heeft de supermarkt nu ook de fietser en haastige voetganger ontdekt. De supermarkt zoekt het stadscentrum op, met alle bevoorradingsperikelen van dien. Voor de haastige voetganger is de heel kleine supermarkt ontwikkeld (ToGo-formule) en de fietser wordt verwend met een grotere supermarkt met bijbehorende stallingproblemen.
  • De supermarkt heeft zich een maatschappelijke rol aangemeten die varieert van het geven van onderwijs (Jumbo Academy) tot postzaken – inclusief geldopname – en buurtinformatie via een prikbord. De voorruimte van een supermarkt is daarmee uitgegroeid tot een semi-openbaar gebied.
  • De supermarkt is een stabiele publiekstrekker geworden omdat voedsel c.q. dagelijkse levensmiddelen vooralsnog weinig ontvankelijk lijken voor internetwinkelen. De overige winkels willen maar wat graag dichtbij een supermarkt zitten om mee te profiteren van de clientèle. Dat maakt de supermarkt niet zelden tot het episch centrum van een winkelgebied alhoewel ze ruimtelijk vaak aan de rand zitten vanwege de frequente bevoorrading en de nabijheid van het bezoekers parkeren.

Solitaire supermarkt in Rotterdam

Solitaire supermarkt in Rotterdam

Super inbedding
De ene supermarkt is de andere niet. Dat geldt voor het assortiment, de prijs/kwaliteitverhouding en voor de doelgroep maar zeker ook voor de ruimtelijke inbedding van het supermarktgebouw in de stad. Na bestudering van menige detailhandelsnota en gesprekken met veel abtenaren die daar mee bezig zijn, durf ik de stelling aan dat de ruimtelijke inbedding van supermarkten meer invloed heeft op de vitaliteit van winkelgebieden dan het uniforme detailhandelsbeleid dat in elke stad uitgaat van de ingrediënten concentratie en hiërarchie.

Daarvoor heb ik in de vergelijking tussen de steden Utrecht en Tilburg onderscheid gemaakt in een drietal inbeddingstypen, te weten:

  • de terreinsuper;
  • de winkelcentrum/mallsuper;
  • straat/pleinsuper.

Dit onderscheid correspondeert met het volgende onderscheid in ruimtebeleving en –gebruik:

  • particulier, waarbij de supermarkt over een eigen parkeerterrein beschikt;
  • collectief, waarbij de supermarkt de semi-openbare ruimte deelt met andere winkels;
  • openbaar, waarbij de supermarkt direct aan een openbaar ruimte ligt.

Paul Kurstjens
KuRbiN, urban discovery – www.kurbin.nl

Het volledige artikel is te lezen in ROm 1/2, 2015

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *