De verbouwing

| 10 december 2020

Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende verbouwing. Een miljoen woningen erbij, transities vanwege duurzaamheid, bereikbaarheidsvraagstukken en door corona bijvoorbeeld onzekerheden over de binnensteden. Het is goed dat het Rijk met de Nationale Omgevingsvisie is gekomen. Een analyse van wat er aan ons gezamenlijke huis moet gebeuren. Een soort bouwcatalogus. De vraag is of de verbouwing gaat lukken, wat eerst moet, de kelder of de zolder, en hoe het huis er na verbouwing uitziet.

Door Jop Fackeldey. Hij is gedeputeerde in Flevoland en voorzitter van het programma Stedelijke Transformatie, een samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, ontwikkelaars, bouwers en investeerders. Hij schrijft in ROm een maandelijkse column over de urgentie, knelpunten en oplossingen, over goede en minder goede voorbeelden. Voor meer informatie: www.stedelijketransformatie.nl.

In de Nationale Omgevingsvisie staan 21 (!) nationale belangen benoemd. De meeste zijn overigens niet echt origineel: een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften, beperken van de klimaatverandering of een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Iets met open deuren en intrappen. Maar, die samenhang is belangrijk. Grootschalige woningbouw kan niet zonder een samenhangende visie met mobiliteit of duurzaamheid. En besluiten in het sociaal domein over langer zelfstandig thuis wonen zijn van grote invloed op de vraag naar type woningen.

We hebben dus een verlanglijstje. Dan maak je een uitvoeringsplan. Je kijkt in je portemonnee. Je gaat, niet onbelangrijk, overleggen met je mede-huisbewoners. Dat overleg met de medebewoners begint goed. We hebben hetzelfde beeld bij dat mooie vernieuwde huis. Beelden over wie wat moet doen verschillen. Ieder heeft immers zijn eigen specialisme. We hebben te maken met ministeriële verantwoordelijkheid en niet met een collegiale verantwoordelijkheid op Rijksniveau. Maar we zetten voorzichtige stapjes. Bij de Woningbouwimpuls is aandacht voor maatschappelijke waarden. Bij de tweede ronde proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken is gekeken naar bijdragen aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie. We zijn er nog niet: de R in MIRT komt bijvoorbeeld nog nauwelijks tot uiting.

‘Door slim gezamenlijk te investeren, kun je meerdere doelen dienen’

Dan de uitvoering. De Uitvoeringsagenda van de NOVI is nog niet echt af. Hierin volgt een opsomming van grotendeels bestaande instrumenten. Het is een beetje alsof je voor een grote verbouwing in jouw huis de klusjesman vraagt die de badkamer wel eens heeft vernieuwd. Beter kun je naar een ander bedrijf kijken die meer en andere dingen kan. Dit geldt ook voor de verbouwing van Nederland: dit moet op een andere manier dan we nu werken. Hierbij moeten we juist op zoek naar de samenhang.

En tenslotte de financiering. Een verbouwing van deze omvang betaal je met zijn allen. En dat zou zo maar eens kunnen lukken, als we echt allemaal bereid zijn bij te dragen. Een initiatief met potentie zijn de Regionale InvesteringsAgenda’s (RIA’s). Vanuit de binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen zien we dat het logisch is om regionaal te kijken. De woningmarkt, vervoersbewegingen en economische vraagstukken manifesteren zich regionaal. Elke regio heeft andere vraagstukken. Denk aan mate van groei, mate van vergrijzing, economisch potentieel, type mobiliteit. Het is daarom logisch om regionaal te kijken naar de prioriteiten voor investeringen en de samenhang hiertussen. Door slim gezamenlijk te investeren, kun je meerdere doelen dienen. Zodat we niet elke kamer apart verbouwen, maar het hele huis goed kunnen aanpakken.