De werkelijkheid trekt zich niks aan van de stadsideologie

| 4 maart 2021

Op 22 februari jl. schreef Jos Gadet, hoofdplanoloog bij Gemeente Amsterdam, een artikel met als kop: ‘De stad blijft trekken’. Honderden jaren geschiedenis leert volgens hem dat de stad zich na elke crisis weer herstelt. Daar zit de suggestie in dat zo’n herstel niet zou gelden voor niet stedelijke gebieden. Ik ben een Zeeuw en weet toch echt zeker dat die provincie er na de watersnoodramp – echt wel een crisis te noemen – erin is geslaagd om zichzelf weer op de kaart te zetten. Een paar dagen na het artikel van Gadet komt het CBS met zeer duidelijke cijfers: het vertrek van inwoners uit de Randstad zet door.

Dat was al een aantal jaren het geval voor de binnenlandse verhuisstromen. Maar nu expats en andere buitenlandse migranten in veel kleinere aantallen naar Amsterdam komen, is er ook in absolute getallen spraken van minder inwoners. Als je gelooft dat de stad het ultieme ideaal is voor iedereen, dan valt het niet mee om te erkennen dat de werkelijkheid zich daar niet naar gedraagt.

De stadsideologen wringen zich in allerlei bochten om die werkelijkheid anders te framen. Gadet neemt alvast een voorschot: steden komen er na een crisis altijd sterker uit. Maar volgens anderen moet de uitstroom uit de stad gerelativeerd worden: er zitten wel erg veel vijftigers en zestigers bij. En: sommigen daarvan hadden al een tweede huis op het platteland. Pogingen om de ernst van de situatie te verbloemen.

‘Amsterdam blijft het ontkennen, maar is een krimpgemeente’

Maar de situatie is echt wel ernstig. Van de mensen die nog wel naar de Randstad verhuizen, is een fors deel jongeren/studenten. Als de corona is overwonnen, kunnen we daarbij wel weer een toename van expats verwachten. Kleine huishoudens. En boven in de demografische piramide heeft Amsterdam te maken met vergrijzing. Ook daardoor stijgt het aantal eenpersoonshuishoudens. Het woningbouwbeleid van Amsterdam voegt zich daarnaar en er worden dus veel kleine woningen gebouwd. In hoog tempo ontstaat zo een stad waar voor meerpersoonshuishoudens, maar zeker voor kinderen nauwelijks plaats meer is. Willen we zo’n soort stad? Het aantal basisscholen in Amsterdam neemt al jaren af. Willen we een stad waar kinderen de grote uitzondering zijn?

Ter voorkoming van misverstanden: ik gun iedereen die graag in de stad wil wonen daar een plek. Maar voor een flink deel van de mensen die dat zouden willen, is de stad niet meer haalbaar, want niet betaalbaar en voor een huurwoning kom je niet of moeizaam aan de beurt. Ieder z’n voorkeur maar er zijn objectieve onderzoeken die laten zien dat er ook nadelen zijn van het wonen in de stad. Gemiddeld overlijden mensen in de grote stad een paar jaar eerder. Er zijn significant meer psychische problemen en meer gezondheidsproblemen. Het aantal bomen in de stad is ook relatief klein. Daarover horen we de stadsideologen maar heel weinig. De relatie tussen deze negatieve verschijnselen en de dichtheid van de stad, zou onderwerp moeten zijn van grondig onderzoek.

‘Onderzoek nodig naar de relatie stedelijke dichtheid en slechtere gezondheid’

Natuurlijk is nog niet precies te voorspellen wat het effect op de woonwensen van mensen zal zijn als corona voorbij is. Maar die extra kamer om van huis uit te werken, blijkt toch wel heel erg plezierig als je die hebt en heel erg lastig als je die niet hebt. Meer thuiswerken in te toekomst lijkt toch waarschijnlijk. Dat betekent dat die extra kamer wenselijk is. Die is er vaak niet in Amsterdam. En dat betekent ook dat afstand van huis tot werk minder belangrijk wordt. En dus is wonen buiten de (rand)stad aantrekkelijker want ruimer en meer woning voor je geld.

De trek uit de stad is de overheersende trend. Dat roept nieuwe uitdagingen op in de regio’s waar mensen naartoe trekken. In de koopsector zien we in de ontvangende regio’s stedelingen die een hoge prijs hebben gekregen voor hun woning die ze in de stad verlaten. In de ontvangende regio kunnen ze daardoor meer overbieden dan de regionale woonzoekenden. Voor die regio’s geldt: als ze ‘verdringing’ willen voorkomen, zullen ze extra woningen moeten bouwen. En daarmee ontstaat een nieuwe overloop, net als vijftig jaar geleden ingegeven door een wens tot meer woonruimte voor minder geld in een ruimere omgeving.

Jos Feijtel, adviseur wonen