De wet van de remmende voorsprong?

| 16 juni 2020

‘Parijs maakt een heuse fietsrevolutie mee’, kopte de NRC onlangs. In de Franse hoofdstad heeft de Corona crisis een groot aantal Fransozen verleid tot het nemen van de fiets om van A naar B te komen. Fietsers hebben vervolgens door snelle aanpassingen op de weg meer ruimte gekregen, auto’s minder. Ook in Berlijn zien we een vergelijkbare groeispurt. In Brussel is zelfs de hele stad binnen de ring vanaf begin mei omgedoopt tot ‘woonerf’, waardoor voetgangers overal voorrang hebben. Auto’s mogen niet harder dan 20 kilometer per uur rijden. Fietsers en wandelaars krijgen zo de ruimte om op veilige afstand van elkaar gebruik te maken van de openbare ruimte.

In Nederland lijkt een dergelijke versnelling niet aan de orde en zie ik in de openbare ruimte helaas nog weinig grote veranderingen. Is dat omdat we vinden dat we er in Nederland al best warmpjes bij zitten? Met onze ‘auto te gast’ fietsstraten is de fietser al koning van het asfalt en het woonerf is in Nederland uitgevonden. Toch bekroop mij al in de eerste weken van de lockdown het gevoel dat we het op straat, met name als voetganger, niet voor het zeggen hebben. Slalommend tussen de geparkeerde auto’s, stoep af, weg op, maakte ik mijn dagelijkse wandelingetje door de wijk.

‘Onze publieke ruimte brengt nog altijd grote offers aan de auto’

Het recent verschenen boek Het recht van de snelste van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet zette mijn denken verder op dat spoor. Zien we in Nederland in deze coronatijd de wet van de remmende voorsprong? In Nederland is immers de afgelopen decennia met succes grootschalig ingezet op ruimte geven aan de fietser, of zoals Thalia Verkade het zo mooi zegt: ‘achter onze 37.000 kilometer aan fietspad en achter onze woonerven zit een volksopstand tegen de auto’. Toch brengt onze publieke ruimte, onze leefomgeving, nog altijd grote offers aan de auto en de wens van velen om deze voor je huis in de openbare ruimte te kunnen parkeren. Met tot gevolg dat we nu zigzaggend over straat lopen om de 1,5 meter te kunnen bewaren tot onze buurtgenoten en op een stoeltje voor de deur tegen geparkeerde auto’s aankijken.

‘Geef de straat terug!’. De Fietsersbond doet vanuit hetzelfde besef via een nieuwe campagne een oproep aan alle inwoners van Nederland om radicaal anders na te gaan denken over de inrichting van onze straten. De urgentie dat dit de tijd is om versneld werk te maken van een veiligere, prettigere en groenere publieke ruimte wordt dus ook in Nederland gevoeld!

‘Maak deze zomer van jouw straat tijdelijk een Vakantiestraat’

Ook van het idee van een tijdelijke ‘vakantiestraat’ deze zomer, in het leven geroepen door Derk Loorbach van DRIFT, wordt werk gemaakt. Jorn Wemmenhove van Humankind heeft de handschoen opgepakt en de ambitie uitgesproken om in de zomermaanden 200 tot 300 straten in heel Nederland om te toveren tot Vakantiestraat: het echte vakantiegevoel, maar dan gewoon in jouw straat. Geen of minder auto’s, speelplekken, picknickbanken, een badmintonnet, parasols, bedenk het. Experimenteerruimte voor de straat van de toekomst. Ik zie dat wel zitten. Dat hem dat in zijn eentje niet gaat lukken, lijkt me evident. Dit valt of staat met een meebewegende gemeente, misschien wel een wethouder als ambassadeur en een groep enthousiaste buren. Nu iedereen in Nederland zijn buren in lockdowntijd veel beter heeft leren kennen moet dat een eitje zijn toch?

Lisa Olsthoorn