Detailhandelplanning in woelige tijden

| 10 januari 2019

Inmiddels raken ruimtelijke ordenaars en ontwikkelaars er meer en meer van overtuigd dat (ondanks de schaarste aan woningen op de juiste plekken) het niet meer gaat om stapelen van woningen maar om het creëren van woonomgevingen. Die juiste plekken zijn stedelijke gemengde wijken in hoge dichtheid of groene suburbane wijken in de directe omgeving van steden.

Bij die stedelijke plekken gaat het voornamelijk om de nabijheid van veel en verschillende voorzieningen (zoals detailhandel, horeca, werkgelegenheid, kinderopvang, Third Places, cultuur). Voor de bevolking in de suburbs speelt die nabijheid geen doorslaggevende rol; by choice of uit noodzaak. Want we moeten niet vergeten dat deze suburbs deels bevolkt worden door jonge gezinnen met kinderen die door de overspannen woningmarkt in de stad, met als gevolg te kleine of te dure woningen, gedwongen zijn deze te verlaten: Gevraagd naar het voordeel van de suburbane woonomgeving valt hen meestal niets anders in dan ‘het groen’. Wat door ontwikkelaars dan weer vertaald wordt als het motief voor het verhuizen van stad naar suburb!

[streamer]Creëren van winkelomgevingen op de juiste plek

 

Wat ruimtelijke ordenaars en ontwikkelaars (nog) niet (willen) zien, is dat het bij detailhandelplanning niet gaat om het stapelen van winkels maar om het creëren van winkelomgevingen op de juiste plek. Die juiste plekken zijn stedelijke gemengde wijken in hoge dichtheid met veel en verschillende andere voorzieningen in de nabijheid.

Neem Sittard. Daar is de voormalige Steenweg, samen met de Limbrichterstraat onderdeel van het ooit bloeiende kernwinkelapparaat vanaf het station naar de Markt, onderhevig aan door de overheid in gang gezette transformatie van winkelpanden naar woningen. Sittard is, anders dan het naburige Geleen en Heerlen, een organisch gegroeid historische stadje dat zich kan aanpassen aan de grillen van de economie in het algemeen en die van winkelpubliek in het bijzonder. Dat zich in de huidige turbulente internettijden leegstand openbaart in het kernwinkelgebied is niet vreemd, en kan zeker met tijdelijke woonfunctie bestreden worden.

Winkelstraten zijn nooit af

Beter nog is die winkelruimte te vullen met andere, tijdelijke niet-woonfuncties. Sowieso zijn  winkelstraten zijn nooit ‘af’, aldus de befaamde winkelstraatmanager Zij wisselen voortdurend van karakter, zeker in de huidige snelle tijden.

Maar transformatie ‘met een afstandsverklaring, opdat er geen winkeloppervlakte meer terug kan komen’ is funest voor de Steenweg, voor het kernwinkelgebied en voor Sittard,  en onomkeerbaar. Het argument dat er zo graag mensen aan de Steenweg wonen, wordt fout geïnterpreteerd: de Steenweg is interessant omdat er (nog enkele) voorzieningen zijn! Die voorzieningen geleidelijk om zeep helpen maakt de Steenweg onaantrekkelijk (ook om te wonen), en zo ook het kernwinkelgebied respectievelijk Sittard.

Overigens is de teloorgang van winkelstraten niet enkel te wijten aan de opkomst van het winkelen via internet. Was het maar zo, dan zouden de voorzichtig herkenbare trends van afname van kopen via internet en de opkomst van ‘afhaalpunten’ voor via internet gekochte goederen vrij snel kunnen leiden tot weer florerende winkelstraten.

Dat er in het verleden op foute plekken zoveel winkeloppervlak is bijgebouwd, is misschien wel een veel grotere bedreiging voor winkelstraten in steden die bijdragen aan een gemengd milieu (een milieu dat fungeert als vestigingsmotief voor stedelijk gerichte huishoudens). Winkelcentra en malls zijn daarvan de bekende voorbeelden.

Nog steeds is Hoog Catharijne naar binnen gericht en monofunctioneel

De Nederlandse mall bij uitstek is Hoog Catharijne, toonbeeld van de fnuikende werking van overdekte winkelconcentraties. Herstructureren dus! Maar wat heeft de transitie van Hoog Catharijne nou daadwerkelijk opgeleverd? Nog steeds is het station door de mall aan het zicht van de gebruiker van de binnenstad onttrokken. Nog steeds is het een naar binnen gekeerde cumulatie van monofunctionele voorzieningen. Het station is door het sluiten van het complex om 20.00 vanuit het centrum nog ontoegankelijker geworden en enkel nog via omwegen te bereiken.

Hoeveel stadsstraten hadden ‘gevuld’ kunnen worden met het programma dat nu geconcentreerd is in deze mall. Hoeveel aantrekkelijker zouden aanpalende volksbuurten zijn geweest, met positieve spillover effecten op weer verderop gelegen woonbuurten? Hoeveel meer Nachtegaalstraten (prachtige stadsstraat buiten de Utrechtse binnenstad) had het opgeleverd? Hoezeer had Utrecht nog meer stad kunnen zijn?

Laten we er even vanuit gaan dat iedereen van goede wil is. Hoe kunnen we soortgelijke casussen dan voorkomen? Door met verschillende disciplines door onze steden en dorpen te wandelen en te schouwen, en tijdens die schouwen elkaar te wijzen op de ruimtelijke en sociaaleconomische gevolgen van de binnen onze afzonderlijke disciplines bedachte ingrepen. Dat levert begrip en ontzag voor elkaar en voor urbane en rurale plekken op. Laat dat een mooi voornemen voor 2019 zijn. Dan proost ik daar met u in vol vertrouwen op.

 

Jos Gadet