Discriminatie en segregatie

| 16 juni 2020

Is er in Nederland sprake van structurele discriminatie? De kranten staan er bol van, de experts op tv zijn niet aan te slepen, sociale media exploderen.

Voetballen in georganiseerd verband is een stoomcursus geografie: door jarenlang de voetbalvelden van stad en regio te betreden, krijg je naast topografische kennis van je omgeving inzicht in het profiel van de clubs en de verwevenheid met de plekken waar de velden liggen. Ik heb jaren gevoetbald, enkele jaren in een Surinaams team, waarvan we met vier blanke studenten deel uitmaakten. Een heerlijke tijd, één keer kampioen geworden, met een kampioensfeest in de Bijlmer. Maar ook een enkele keer zware vormen van discriminatie meegemaakt, waarbij in één geval een Surinaamse teamgenoot in elkaar is geslagen door teamleden van een ploeg bestaande uit ‘autochtone’ Amsterdamse taxichauffeurs. Geen houden aan, begeleid door de meest weerzinwekkende discriminerende verwensingen. Discriminatie bestaat, ook in Nederland, daarvan hoeft niemand me te overtuigen. En de voetballerij is niet veel veranderd, heb ik de stellige indruk.

Discriminatie heeft een ruimtelijke component: menging, of vanuit een ander perspectief, segregatie

In de NRC van afgelopen zaterdag verhaalt Robert Vuijsje over zijn twaalfjarig zoontje dat speelt op een onderhoudsstellage nabij zijn woning in Amsterdam; Amsterdam Zuid wel te verstaan. Het zoontje ‘ziet er Marokkaans uit’, aldus Vuijsje. Plots een buurtbewoner die zijn windbuks op de jongen richt met de woorden ‘jij hoort hier niet’. Terechte commotie alom, mediation, en de verontschuldiging van de buurtbewoner dat hij bang was voor inbrekers. ‘Het had niets met de huidskleur van Vuijsjes’ zoon te maken.’ Een schoolvoorbeeld van etnisch profileren, en bezopen dat je een wapen richt op een jonge jongen. Maar, had de man hetzelfde gedaan als het voorval plaats zou hebben gevonden in de Oude Pijp, een vooroorlogse wijk in Amsterdam waar de bevolking bestaat uit een mix aan etniciteit, opleidings- en inkomensniveau?

Ik weet het niet, want ik ken die man niet, maar ik acht de kans beduidend kleiner omdat een belangrijk ‘motief’ ontbreekt: in de Oude Pijp hoort een Marokkaans uitziende jongen van 12 er namelijk wel degelijk bij.

Discriminatie heeft een ruimtelijke component: menging, of vanuit een ander perspectief, segregatie. In de naoorlogse uitbreidingswijken heeft zich, minder manifest dan in bijvoorbeeld de Franse banlieues, maar wel degelijk sluipenderwijs toenemend, een proces van segregatie voorgedaan. De naoorlogse woonwijken uit de functionalistische bouwperiode zijn niet interessant voor stedelijk georiënteerde huishoudens. Zij die het zich kunnen permitteren, verkiezen meer gemengde woonbuurten. Dat resulteert erin dat mensen met minder keuzemogelijkheden (niet-westerse migranten, laagopgeleiden, langdurig werklozen) zijn aangewezen op deze ongewilde plekken. Bijgevolg ontstaan probleemaccumulatiegebieden, gekenmerkt door schooluitval, criminaliteit, gezondheidsproblemen, nog hogere werkloosheid, nog onaantrekkelijkere woonwijken enzovoort. Dit werkt etnisch profileren in de hand!!

Etnisch profileren en verdampend talent is een uiterst giftige combinatie!

In probleemaccumulatiegebieden wordt talent veel minder snel ontdekt, en als het al ontdekt wordt slecht onderwezen, en als het al goed onderwezen wordt slecht voorbereid op de arbeidsmarkt omdat het economisch leven in die woonbuurten amper ontwikkeld is. Het talent verdampt. Etnisch profileren en verdampend talent is een uiterst giftige combinatie!

Daar kunnen, nee moeten wij als ruimtelijke ordenaars iets aan doen. Wat dan? Ten eerste weg blijven uit politiek correcte maar polariserende discussies. Ten tweede vanuit sociaaleconomisch perspectief vol inzetten op menging van bevolkingstypen en functies. Ten derde de naoorlogse gebieden zo snel en goed mogelijk aansluiten op de vooroorlogse stad; qua ontwerp, programma, ov-verbindingen en stadsstraten.

Het eerste is blijkens de sociale media de laatste weken buitengewoon moeilijk gebleken. Het tweede is in ons werkveld en op academisch niveau nog steeds onderwerp van discussie. Het derde stuit hardnekkig op weerstand van erfgoedspecialisten en gentrificationverfoeiers. Nog steeds, en aan de orde van de dag.

Gebrek aan tolerantie vindt zijn oorsprong in het feit dat we elkaar niet zien in het leven van alledag, is een belangrijk topic van de sociologe Lyn Lofland. De probleemaccumulatiegebieden in de functionalistisch ontworpen monofunctionele woongebieden vormen bovendien de basis voor discriminatie op grond van etnisch profileren. Ruimtelijke condities spelen een bepalende rol. En nou niet aankomen met het verwijt van fysisch determinisme. Snel aan de slag.

Jos Gadet