Dit moet je óók weten als je aan een klimaatpanel denkt

| 1 oktober 2020

‘Geef burgers via panels stem in klimaatbeleid’, kopte het NRC vorige week. Een interessante oproep. Politicus Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatakkoord, besteedt heel specifiek aandacht aan participatie. Hij neemt een mismatch waar: er lijkt sprake van groeiende weerstand tegen klimaatmaatregelen, terwijl uit (onder meer) het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de zorg over het klimaat breed leeft.

Wat gaat er mis?
Aan het klimaat-thema lijkt het NIMBY-syndroom te kleven (‘not-in-my-backyard’). Wanneer mensen in algemene zin gevraagd wordt of ze voorstander zijn van bijvoorbeeld een windmolen zeggen ze ‘Ja’. Wanneer blijkt dat het in hun directe leefomgeving is, verandert de teneur, en zegt het merendeel vaak ‘Nee’. De weerstand erop wordt in de media in elk geval breed uitgemeten.

En dan is er nog die andere oorzaak waar Nijpels naar refereert. “De overheid is tot nu toe tekortgeschoten in het vinden van aansluiting bij de burger”, schreef het PBL een maand geleden. Dat lijkt niet per sé een gebrek aan participatie, maar wel een gebrek aan kennis en vaardigheden hoe deze participatie is af te stemmen op inwoners.

‘Zoals eigenlijk altijd maakt niet het middel maar de aanpak het verschil’

Een burger- of klimaatpanel, betrokken inwoners die regelmatig door de gemeente worden bevraagd, is dus volgens Nijpels de oplossing. “Zij verkleinen de afstand tot besluitvorming en vergroten de steun voor lastige maatregelen.” Een digitaal kanaal inzetten om inwoners te betrekken is inderdaad de juiste richting. Of een klimaatpanel dan de juiste oplossing is voor de mismatch die hij ziet, is maar zeer de vraag. Zoals eigenlijk altijd maakt niet het middel, maar de aanpak het verschil.

Waar zit de angel?
Inwoners betrekken is lastig, een vak apart, zo weten wij uit ervaring. Ook met een burgerpanel kun je behoorlijk de plank misslaan. Afstemmen of ‘aansluiten bij de burger’ is een belangrijke hygiënefactor. Niet om meteen draagvlak te creëren, maar om mensen überhaupt te bereiken. Het is de vraag wíe je in het klimaatpanel hebt zitten. Dikke kans dat het diegene is die normaal gesproken toch al betrokken is.

Wie niet betrokken is, kan zomaar uitgesproken tegen zijn. En het debat en het nieuws vervolgens domineren. Zo werkt het spelletje. Weerstand is, met alle digitale middelen die voorhanden zijn, in deze tijd snel georganiseerd. Wat je moet willen is daarom een beeld krijgen van de houding en welwillendheid van álle mensen. Dat kan met een burgerpanel, maar de voorwaarde is dan dat je een representatieve vertegenwoordiging hebt. En dat is bij een panel vaker lastig te organiseren.

Wat is ‘the way to go’?
Alles start bij de wetenschap over de profielen van de inwoners in jouw gemeente. Een segmentatiemodel zorgt ervoor dat je weet wie je inwoners zijn. En dat je er zicht op hebt of je mensen uit alle geledingen betrekt. Met het Citisens-model is bijvoorbeeld van elke postcode het type betrokkenheid bekend, welke houding dit profiel heeft tot de energietransitie en wat de communicatie-voorkeuren zijn.

‘Bij veel groepen inwoners is veel te winnen als het gaat om vertrouwen’

Hoe mooi is het als je zo vroeg mogelijk in het proces van de energietransitie een infrastructuur van betrokkenheid kan aanleggen? Via een digitale enquête stel je iedereen in de gelegenheid om zich te laten horen. Met een campagne sluit je aan op de voorkeuren van de inwoners om élk profiel te bereiken. Zo kun je alle mensen betrekken bij de energietransitie. En natuurlijk vraag je daarna hoe mensen betrokken willen blijven.

Ten slotte nog dit: een succesvol klimaatbeleid heeft volgens Nijpels alles te maken met vertrouwen. We weten dat juist mensen die moeilijk te bereiken zijn, weinig vertrouwen in de overheid hebben. Je staat al meteen 2-0 achter als je al een vraag stelt. Daarom is het extra belangrijk om je in de voorbereiding op de energietransitie niet alleen op de usual suspects te richten. Bij veel groepen inwoners is veel te winnen als het gaat om vertrouwen. Dat begint met het betrekken en stellen van vragen aan het begin van het traject.

Harmen van Doorn, onderzoeker en adviseur bij Citisens