Droge voeten, kostenoptimalisatie en versterking van het landschap

| 26 juni 2013

Slimme samenwerking rond stedelijke wateropgave


De stedelijke wateropgave is door Gemeente Emmen, Waterschap Velt en Vecht en Waterschap Hunze en Aa’s op een innovatieve manier aangepakt. De opgave is niet per plangebied opgelost maar gekoppeld aan een totaalvisie op de waterstructuur. In een slim samenwerkingsproces kwamen maatregelen in beeld die kosteneffectief zijn en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit opleveren. Bovendien wordt voor nieuwe plannen bovenplanse compensatie mogelijk gemaakt. Deze beleidsvoorbereiding moet leiden in een –door de gemeenteraad vast te stellen- Structuurvisie Water.

Het klimaat verandert. Om nu en in de toekomst droge voeten te houden, moeten we op zoek naar ruimte voor water. Rond de eeuwwisseling hebben alle overheden in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) vastgelegd welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdpad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. Het waterbeleid van de 21ste eeuw (WB21) gaat ervan uit dat ieder gebied ‘zijn eigen broek moet ophouden’. Water mag niet afgewenteld worden op lagergelegen gebieden.

Vier gemeenten hebben dit beleid in 2009 samen met waterschap Velt en Vecht vertaald naar een Lokaal Bestuursakkoord Water (LBW). Hierin is vastgelegd op welke locaties de landelijke wateropgave van 12 miljoen m³ (het bergingstekort voor het landelijk gebied) opgelost gaat worden.

Procesaanpak

Het LBW geeft aan dat de stedelijke wateropgave nadere uitwerking krijgt. Hiervoor heeft Gemeente Emmen het initiatief genomen tot samenwerking met waterschappen Velt en Vecht en Hunze en Aa ´s. Inhoudelijk vertrekpunt was de ruimte die de provinciale Omgevingsvisie bood: ‘In uitzonderlijke gevallen waarbij het niet mogelijk is noodzakelijke bergingsruimte binnen het stedelijk gebied te vinden, kan in overleg met het waterschap een oplossing buiten het stedelijk gebied worden onderzocht.’ Dit proces is ingestoken vanuit het besef dat de partners gezamenlijk iets kunnen bereiken dat ieder van de partijen alleen niet kan bereiken, namelijk een integrale oplossing. Immers, de stedelijke wateropgave vraagt ruimte, ruimte waar de gemeente over gaat, terwijl het waterschap aan de lat staat voor het nemen van inrichtingsmaatregelen. Daarom is gekozen voor een procesaanpak in plaats van een projectaanpak. Essentie van een proces is dat het resultaat niet van tevoren wordt dichtgetimmerd. In gezamenlijkheid is bepaald welke stappen nodig zijn en genomen zullen worden. Door beelden en verwachtingen met elkaar te delen, gezamenlijk kennis en informatie te vergaren, te bediscussiëren, aan te vullen en opnieuw te bespreken heeft een proces van joint fact finding geleid tot vertrouwen en draagvlak. Beelden, meningen en standpunten zijn teruggebracht naar betrouwbare en getoetste feiten. Dit heeft geleid tot besluitvorming met draagvlak. Alle relevante disciplines (ruimtelijke ordenaars, juristen, rioleurs, planeconomen, hydrologen, ecologen, stedebouwkundigen, beleidsadviseurs) zijn bij het proces betrokken en de beslissers (managers, bestuurders) hebben een heldere rol gekregen. Zo is een brede integrale afweging ontstaan. Een projectteamlid verwoordde: ‘ de implementatie heeft hierdoor grotendeels al tijdens de planvorming plaatsgevonden, iedereen voelt zich al eigenaar’.

Marieke Ekelenkamp
procesregisseur/projectleider Make Sense Project- en procesmanagement

Het volledige artikel is te lezen in ROm 6, juni 2013

Neem een (gratis) abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *