Dromen in beton

| 8 januari 2020

Een stad van de toekomst moest het worden, op de tekentafel ontworpen door een team van wetenschappers uit allerlei disciplines. De laatste inzichten uit het buitenland en gedetailleerde cijfers over bezoekers- en reizigersstromen werden gebruikt om Utrecht een hypermodern en eigentijds winkelhart en station te geven. Bestuurders en bevolking waren enthousiast en konden niet wachten tot de eerste paal van Hoog Catharijne de grond in ging. Zes jaar daarvoor had de gemeenteraad al groen licht gegeven voor de bouw van Kanaleneiland, een revolutionaire nieuwbouwwijk die brak met alle woontradities in de vooroorlogse buurten. Met zijn brede autowegen, groene lanen en strakke ritme van portieketageflats en laagbouwwoningen wees het de Utrechters de weg naar een nieuwe levenskwaliteit.

Van dat optimisme uit die wederopbouwjaren is niets meer over. Op de fascinerende expositie in het Centraal Museum over deze twee Utrechtse iconen vertellen krantenkoppen en nostalgische foto’s en video’s hoe de stemming omsloeg, in amper  tien jaar tijd. Bij Hoog Catharijne groeide de sloop van het art-nouveaugebouw van levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht uit tot hét symbool tegen cityvorming. Voor Kanaleneiland was de komst van gastarbeiders een keerpunt in de waardering. Binnen enkele decennia gleed de modelbuurt af tot een Vogelaarwijk met veel jeugdcriminaliteit.

Beide ‘betondromen’ worden inmiddels voor honderden miljoenen ingrijpend verbouwd om het tij te keren. Des te opmerkelijker is het dat op nog geen steenworp afstand planologen en architecten opnieuw aan wijken met duizenden woningen tekenen. In de Merwedekanaalzone wil een consortium van negen ontwikkelaars de komende jaren minstens 6.000 woningen realiseren. Aan de overzijde van het water komen er op het Jaarbeurs-terrein vanaf 2023 nog eens 2.000 tot 3.000 bij. Nu gun ik alle Utrechters een eigen huis. Maar de enorme getallen en snelheid waarmee vastgoedpartijen hier het gebied tussen Hoog Catharijne en Kanaleneiland vol willen bouwen, doen mij denken aan de gestileerde maquettes en promotiefilms die ik net in het museum heb bekeken.

‘Is het slim om opnieuw in hoog tempo wijken uit de grond te stampen?’

Natuurlijk: de nieuwe woontorens en appartementencomplexen zien er op de artist impressions anders uit dan toen. En van de ergste fouten uit de wederopbouwarchitectuur – uniforme gebouwen en dode plinten – lijken de architecten te leren. Toch blijft de vraag of het slim is om opnieuw in hoog tempo wijken uit de grond te stampen. Ideeën en gewoonten die vandaag nog normaal lijken, zijn morgen al weer achterhaald. Het is een cliché, maar daardoor niet minder waar: steden die organisch groeien, zijn beter op de – onvoorspelbare – toekomst voorbereid.

@jaco_boer