Een degelijke visie met de juiste prioriteiten en uitgangspunten
Duurzaam, weinig sociaal en niet concreet

| 26 juli 2019

Auteur Jos van Heest

Jos van Heest is adviseur ruimtelijke economie en duurzaamheid & energie bij Bureau BUITEN.

De concept-Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt perspectief voor een duurzame en inclusieve economie met duidelijk prioriteiten en kaders. De uitwerking in concreet beleid moet nog plaatsvinden en daarbij rijst de vraag of de rijksoverheid niet te veel afwentelt op lagere overheden.

Dit artikel is eerder verschenen in ROm 7-8, juli-augustus 2019. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. Word nu abonnee!

Nederland gaat duidelijk toewerken naar een duurzame, klimaatbestendige leefomgeving en een toekomstbestendige en concurrerende economie in 2050. De NOVI prioriteert en geeft richting in relevante thema’s waar het nationale beleid over de fysieke leefomgeving zich op gaat richten. Met de prioriteiten en doelen die de nationale omgevingsvisie stelt, zullen weinig mensen het oneens zijn. De uitvoering is echter minder goed uitgewerkt. Waar een van de afwegingsprincipes van de NOVI is om zo min mogelijk af te wentelen op toekomstige generaties, moet de NOVI ervoor waken dar er te veel wordt afgewenteld op de regionale en lokale overheden.

De grote ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen in ons vakgebied – toenemende regionale verschillen in Nederland, duurzame verstedelijking en de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit – vragen bij uitstek om nationale sturing. In ons artikel Sturen op duurzame en inclusieve groei in ROm 10, oktober 2018 gaven wij concrete aanknopingspunten voor de vormgeving hiervan. De kaderstukken voor de NOVI die er toen lagen, lieten op een aantal vlakken te wensen over. In dit artikel ligt de focus op de vraag of de omgevingsvisie op dat vlak nu concreter is en in hoeverre de sturing op een inclusieve en duurzame economie is geland.

Duidelijke kaders
De concept-NOVI is een degelijk stuk met een goede basis. De vier prioriteiten die centraal staan, dekken de relevante thema’s en opgaven. Ook de afwegingsprincipes zijn sterk. Daarnaast wordt onderkend dat fysiek en sociaal onlosmakelijk verbonden zijn. Dit zijn allemaal uitgangspunten waar wij ons allemaal prima in kunnen vinden en een goede basis voor een visie vormen.

Voor bepaalde thema’s staan in de NOVI duidelijke kaders. Duidelijke richtlijnen bijvoorbeeld voor de opwekking van duurzame energie: windmolens komen zo veel mogelijk op zee, windmolens op land worden zo veel mogelijk geclusterd en zonnepanelen komen bij voorkeur op daken en gevels van gebouwen, daarna in onbenutte plekken in bebouwd gebied, voordat wordt besloten om zonnepanelen in natuur- en landbouwgebieden te plaatsen. Ook de agendering van veenproblematiek is terecht en relevant. Net als de verbreding van MIRT-agenda’s naar Omgevingsagenda’s.

‘Als het Rijk het niet doet, moeten de regio’s en gemeenten het maar doen’

Duurzame economische groei heeft duidelijk een plaats gekregen in de concept-NOVI. De eerste van de vier integrale prioriteiten – ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ – geeft al aan dat duurzaamheid een belangrijk thema is. De tweede integrale prioriteit – ‘duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland’ – sluit nog beter aan bij onze oproep om de NOVI aan te grijpen om te sturen op duurzame economische groei.

In de uitwerking van de prioriteiten komen veel van de thema’s naar voren die van belang zijn voor een duurzame (en inclusieve) economie. Een duurzaam vestigingsklimaat en een goede quality of life worden verbonden aan voorwaarden voor een concurrerende economie. Daarnaast wordt behalve aandacht voor de leefomgeving in de NOVI ook de krimpproblematiek geadresseerd. Hierbij onderschrijft de omgevingsvisie dat grensoverschrijdende samenwerking bij kan dragen aan het verbeteren van de sociaaleconomische situatie aan beide zijden van de grens. Mobiliteit is nog zo’n aspect dat bij kan dragen aan een duurzame en inclusieve economie en veel aandacht krijgt in de NOVI.

Inclusieve groei onderbelicht
Met de inhoudelijke uitwerking van de prioriteiten die te maken hebben met duurzame economische groei, is al met al weinig mis. De vraag die bij ons echter vaak boven komt drijven is: hoe dan? Zo wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan internationale bereikbaarheid en grensoverschrijdend openbaar vervoer, maar hoe dat precies vorm moet krijgen en of dat bijvoorbeeld het realiseren van een HSL Oost en een goed werkende HSL Zuid zou moeten betekenen, wordt in het midden gelaten. De gebrekkige uitwerking van de uitvoering geldt voor veel onderwerpen; de NOVI houdt nog veel open en laat daarmee veel over aan andere overheden en private partijen. Dat kun je terecht noemen, maar op sommige punten – bijvoorbeeld zo’n hsl – is er toch een sterke regie- en investeringsfunctie nodig van het Rijk.

Duurzame groei krijgt voldoende aandacht, maar concrete uitwerking ontbreekt’

Ondanks de aankondiging krijgt inclusiviteit nauwelijks aandacht. Inclusieve groei lijkt misschien ook grotendeels een sociale opgave die daarom niet thuishoort in een visie over de fysieke leefomgeving. Maar, zoals in de omgevingsvisie zelf al aangegeven, zijn de fysieke en de sociale leefomgeving sterk met elkaar verweven. Bovendien noemen wij in ons vorige artikel legio maatregelen in de fysieke leefomgeving die kunnen leiden tot een meer inclusieve samenleving. Met inclusieve groei bedoelen we overigens economische groei waarbij kansen gecreëerd worden voor alle groepen van de bevolking en de welvaartsgroei evenredig wordt verdeeld over de gehele bevolking. Bij groei van de welvaart gaat het niet enkel om groei van financiële middelen, maar ook om gezondheid, kwaliteit van de leefomgeving, sociale veiligheid, voedselzekerheid en ‘human capital’.

Het adresseren van ongelijkheid in steden, een inclusieve visie op de woningbouwopgave, gebiedsgericht investeren in menselijk kapitaal en economische kansen van rurale regio’s, hadden een stuk sterker gemogen in de concept-NOVI.

Concretere invulling nodig
De concept-NOVI is een degelijke visie met de juiste thematische focus, maar slaagt er niet in om duurzame inclusieve groei een concrete invulling te geven. Hoewel er nog een uitvoeringsagenda moet worden uitgewerkt, ontbreekt in de visie een antwoord op de ‘hoe-vraag’. Nu is de NOVI nog te veel een opsomming van goede doelen waarmee weinigen het oneens zullen zijn en wentelt deze door een gebrek aan keuzes te veel af op lagere overheden. Veel beleidskeuzes vragen om een concretere invulling.

Het is van belang om oog te hebben voor duurzame en inclusieve groei. De recente aandacht voor de Monitor Brede Welvaart van het CBS en het gedachtegoed over de donuteconomie zijn hoopgevend. De concept-nationale omgevingsvisie biedt nog veel ruimte voor regio’s en gemeenten om zelf keuzes te maken en zelf te sturen op duurzame en inclusieve economische groei. Laten we hopen dat de NOVI op dat gebied nog kan worden aangescherpt. Als die wens tevergeefs blijkt, moeten we regio’s en gemeenten oproepen om toekomstbestendigheid en inclusiviteit mee te nemen in beleidskeuzes in de fysieke leefomgeving.

Ook de energietransitie is een centraal thema in het nationale beleid voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld met de volgorde van de zonneladder.
Beeld Bureau BUITEN

Ook de energietransitie is een centraal thema in het nationale beleid voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld met de volgorde van de zonneladder.
Beeld Bureau BUITEN