Duurzame energie en erfgoed kunnen elkaar versterken

| 2 september 2016

Nederland staat voor de opgave om zijn energiewinning op korte termijn te verduurzamen. De komst van windmolen- en zonneparken zal een groot effect op ons cultuurlandschap hebben. Erfgoed kan daarbij voor inspiratie en draagvlak zorgen en zelfs profiteren van de energietransitie. ‘Als het hier lukt om duurzame energie een plek te geven, lukt het overal.’

De bewoners van Nagele hebben een visioen. 60 jaar na het ontstaan van hun dorp – een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen – willen ze zichzelf opnieuw als proeftuin op de kaart zetten. Ter compensatie van een nieuw windmolenpark langs de rand van de Noordoostpolder krijgt de gemeenschap 20 jaar lang 10.000 euro.

De Vereniging Dorpsbelang wil dat ‘aangewaaide’ geld grotendeels besteden aan de aanleg van zonnepanelen op enkele gebouwen. Het project is de eerste stap in een veel grotere ambitie om Nagele te laten uitgroeien tot een levend laboratorium voor duurzame energie. ‘Naast de platte daken kunnen ook op de velden buiten het dorp zonneparken komen. Bovendien staan verderop enkele koelhuizen waarvan de restwarmte kan worden benut’, legt Dorpsbelang-voorzitter Rutger Bergboer uit.

Nederland, Ballum, 07-03-'16; Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland is het grootste van Nederland. Foto: Kees van de Veen

Nederland, Ballum, 07-03-’16; Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland is het grootste van Nederland.
Foto: Kees van de Veen

De bewoners denken op termijn ook aan de aanleg van een fietspad dat energie kan opwekken richting Schokland, het nabijgelegen werelderfgoed. Leegstaande monumenten, zoals de gereformeerde kerk van architectenbureau Van den Broek en Bakema, zouden zich prima lenen voor de opslag van zonne-energie. Nagele wordt op die manier weer het modernste dorp van het land.

Forse opgave

Nagele is niet het enige dorp waar bewoners plannen hebben voor het opwekken en opslaan van duurzame energie. In allerlei plaatsen hebben burgers de afgelopen jaren coöperaties opgericht om stroom uit wind- en zonkracht te winnen. Toch moet er nog veel meer gebeuren om de energievoorziening in Nederland te verduurzamen. Zo is in het Energieakkoord afgesproken dat al in 2020 14 procent van onze energie uit niet-fossiele bronnen moet komen. Dat aandeel ligt op dit moment nog niet op de helft. In 2050 moet bovendien de uitstoot van kooldioxide ten opzichte van 2013 met 80 tot 95 procent zijn gedaald.

Voor welke schone energievormen ook wordt gekozen, de overgang naar een andere energievoorziening zal een enorm effect op onze omgeving hebben. ‘Om de aardgasbel van Slochteren te vervangen zijn minstens 20.000 windmolens nodig van 200 meter hoog’, vertelde Meindert Smallenbroek, directeur Energie en Omgeving bij het Ministerie van Economische Zaken, op een recente bijeenkomst van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) over de ruimtelijke gevolgen van de energietransitie. ‘En dan heb ik het nog niet eens over alle kabels en leidingen die de energie naar de afnemers moeten brengen.’

Landschapsarchitect Dirk Sijmons van bureau H+N+S toonde later op de middag met een fascinerende animatie aan dat al die windmolens onmogelijk naar de Noordzee verbannen kunnen worden. Zelfs met 25.000 exemplaren in de territoriale wateren van alle Noordzeelanden is nog maar 10 procent van hun gezamenlijke elektriciteitsbehoefte gedekt. Omdat we richting decentrale vormen van energiewinning gaan, zullen naar zijn overtuiging de gevolgen van de transitie dan ook overal in het land zichtbaar zijn.

Vijf eeuwen energiewinning

Voor beleidsmakers en bestuurders is er één troost: Nederland is in de afgelopen eeuwen voortdurend op de schop gegaan om onze honger naar energie te stillen. Dat blijkt onder meer uit de digitale tijdlijn die de RCE ontwikkelde om de ruimtelijke effecten van vijf eeuwen energiewinning in beeld te brengen. Bovendien hebben veel van die ingrepen gebouwen en gebieden opgeleverd die we nu om hun schoonheid waarderen.

Denk aan de uitgestrekte veenplassen die in de zestiende eeuw in West-Nederland en Midden-Friesland ontstonden door de grootschalige turfwinning. Of aan de windmolens bij Kinderdijk die nu op de werelderfgoedlijst staan. ‘Bij hun introductie stond ook niet iedereen te juichen’, vertelde Henk Baas, hoofd Landschap bij de RCE, bij de presentatie van de tijdlijn. ‘Maar nu koesteren we die plassen en windmolens als een icoon van het Nederlandse landschap.’ Hij wees er ook op dat sommige vormen van energiewinning slechts een tijdelijk effect op het landschap kunnen hebben. Zo is van de steenkoolwinning in Zuid-Limburg weinig meer te zien.

Ontwikkelprincipes

Bij het realiseren van de energietransitie kan het cultuurhistorische landschap ook een inspiratiebron zijn. Eeuwenoude hakhoutbosjes en houtsingels kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor de energiewinning uit biomassa. Bovendien kan erfgoed helpen om draagvlak voor de ingrepen te krijgen. Om gemeenten en provincies hierin te ondersteunen, presenteerde de RCE op de bijeenkomst een handreiking met enkele ontwerpstrategieën en ontwikkelprincipes op basis van gerealiseerde praktijkvoorbeelden. Zo adviseert de organisatie om windmolens en zonneparken zoveel mogelijk in snel veranderende landschappen te bouwen, zoals bedrijventerreinen of infrastructuurknooppunten.

De winning van getijdenstroom of de teelt van gewassen voor bio-energie passen door hun schaal en karakter beter bij langzaam evoluerende landschappen, zoals het Gelders rivierengebied.
De handreiking adviseert om bij het inpassen van nieuwe energiebronnen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande functies en verkavelingspatronen of infrastructuurlinten. Het maakt de acceptatie bij omwonenden groter en kan het landschappelijke beeld extra versterken. De lijn van windturbines langs de IJsselmeerdijk tussen Lelystad en Ketelbrug is daar een mooi voorbeeld van.

Energielinies

Duurzame energiebronnen kunnen ook in een ander opzicht het cultuurhistorische landschap een impuls geven. Zo kunnen nieuwe windmolens ervoor zorgen dat een polder zijn eeuwenoude structuur behoudt en niet wordt volgebouwd met woningen of bedrijven. In een prikkelende workshop lieten twee ontwerpbureaus zien dat zelfs bij (potentiële) werelderfgoederen, zoals de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, mogelijkheden liggen voor de energietransitie.

‘Duurzame energiebronnen kunnen als verdienmodel worden gebruikt om de monumenten in stand te houden en de samenhang tussen de onderdelen te versterken’, denkt Ro Koster van RO&AD architecten. Tot het einde van het jaar gaat hij met een collega van bureau H+N+S op zoek naar innovatieve concepten om de potenties van ‘energielinies’ in kaart te brengen. Hij realiseert zich dat alleen met een goed verhaal en een sterk ontwerp draagvlak voor dit soort ingrepen te vinden is. ‘Maar als het hier lukt om duurzame energie een plek te geven, lukt het overal.’

De handreiking Energie, erfgoed en ruimte (inclusief tijdlijn) van de RCE is te vinden op www.handreikingerfgoedenruimte.nl.

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte

Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? Onder de naam Visie Erfgoed en Ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.kiezenvoorkarakter.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaves.