Een ‘verhalenkamer’ voor persoonlijke herinneringen
Een dijk met karakter

| 6 maart 2017

De komende jaren worden verspreid over Nederland honderden kilometers aan waterkeringen en een paar honderd sluizen en gemalen vernieuwd. Draagvlak en de kwaliteit van deze ingrepen zijn te vergroten met kennis over de historie van een plek. Twee waterschappen lieten zich afgelopen najaar op een congres over waterveiligheid en erfgoed inspireren tot een andere aanpak van hun project.

Een flink deel van Nederland kan bij een dijkdoorbraak onder water komen te staan. Daarom hebben we in de afgelopen eeuwen een ingenieus stelsel van dijken, dammen, sluizen en gemalen aangelegd. Om deze waterkeringen en kunstwerken klimaatbestendig te maken, zijn er in het Deltaprogramma nieuwe veiligheidsnormen vastgelegd. In 2050 moeten alle waterstaatswerken aan die strengere eisen voldoen. Rijkswaterstaat en de waterschappen voeren hiervoor samen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) uit. Zo zullen de komende jaren binnen HWBP-3 bijna 750 kilometer aan waterkeringen en circa 275 kunstwerken worden aangepakt. Welke dijkvakken en gemalen het eerst aan de beurt zijn, hangt af van de conditie van de waterstaatswerken zoals die vastgesteld zijn tijdens de zesjaarlijkse toetsingsronden. De laatste dateert van 2011.

WSRL-MolenkadeWk01-ceesvdwal_8

Dijkdenkers en verhalenkamer
Met het ingaan van nieuwe normen per 1 januari van dit jaar is ook de Gelderse Grebbedijk opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Rijkswaterstaat verwacht dat de dijk in de toekomst niet meer is opgewassen tegen de voorspelde hogere waterafvoer. Waterschap Vallei en Veluwe is daarom in januari begonnen met een eerste verkenning. ‘We zijn nu bezig met de veiligheidsanalyse. De precieze opgave is nog niet bekend. Wel kijken we met allerlei stakeholders welke andere zaken we in dit project mee kunnen nemen. We worden afgerekend en betaald op het veilig maken van de waterkering, maar we zijn benieuwd wat er allemaal nog meer mogelijk is’, vertelt omgevingsmanager Mandy Lingeman van het waterschap.

Omdat bij de versterking ook natuur en cultuurhistorie een rol zullen spelen, bracht Lingeman haar project in op het symposium over water, erfgoed en ruimte dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) op 23 november hield. Ze vertelde er over de ‘dijkdenkers’, een groep lokale personen die met het waterschap over de opgave meedenkt en veel kennis over het gebied bezit. Het waterschap is ook van plan om een ‘verhalenkamer’ in te richten waar iedereen zijn persoonlijke herinnering of belevenis kan achterlaten. ‘Voor mij was de bijeenkomst in de eerste plaats een bevestiging dat we met deze instrumenten op de goede weg zijn. Daarnaast heb ik veel dingen gehoord die ik in ons project mee kan nemen. Zo suggereerden verschillende deelnemers meer uit te gaan van het historisch verhaal van een gebied en minder te focussen op de aanwezigheid van bijzondere objecten. Zo kunnen we een grotere groep mensen in het achterland bij de vernieuwingsopgave betrekken en hen meer bewustmaken van hun kwetsbaarheid op het gebied van waterveiligheid.’

 

Verleden met toekomst verbinden
Voor Ellen Vreenegoor, programmaleider Water en Erfgoed binnen de RCE, klinken de woorden van Lingeman vertrouwd in de oren. ‘Als je de geschiedenis van een gebied van begin af aan in je opgave meeneemt, kun je het verleden en de toekomst van een plek beter met elkaar verbinden. Stakeholders begrijpen dan waar ze vandaan komen en hoe dat wordt verbonden met waar ze naartoe gaan.’ Vreenegoor geeft als voorbeeld de Maasdijk tussen Ravenstein en Lith en de tegenovergelegen Waaldijk bij Varik-Heeselt. ‘In de Romeinse tijd was dat een bijzondere plek, omdat de twee rivieren elkaar daar bijna raakten. Er werden drie tempels gebouwd. Met die historische kennis kun je een oplossing voor de waterveiligheid bedenken die is ingebed in de logica van het gebied. Dat levert een beter ontwerp en meer draagvlak voor een ingreep op.’

Een helder verhaal
Arjen de Gelder van Waterschap Rivierenland was ook aanwezig op het RCE-symposium in november. Hoewel zijn project geen onderdeel uitmaakt van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, moet de Molenkade bij Groot-Ammers (Alblasserwaard) ook worden vernieuwd. ‘De stabiliteit van deze regionale kering laat te wensen over en sommige delen moeten een halve meter omhoog.’ Eind vorig jaar werden alle voorbereidingen afgerond en begin januari is een aannemer aan de slag gegaan met de versterking.

Toch zit De Gelder nog met een paar vragen. Zo staan er op de kade vier monumentale molens die via een afwateringssloot zijn verbonden met de achterliggende polder. In het ontwerp wordt deze sloot verlegd, maar de verbinding met de molens blijft behouden zodat deze kunnen blijven functioneren. Bij één exemplaar is wel het probleem dat een drinkwaterleiding in de weg ligt en daarvoor alleen tegen hoge kosten een oplossing kan worden gevonden. Op het symposium stelde De Gelder de vraag hoe ver je moet gaan om dit soort monumenten te behouden. Uit de discussie kwam naar voren dat het verstandig kan zijn om zichtbaar te maken waarom iets niet in stand kan blijven. ‘Als zo’n drinkwaterleiding het onmogelijk maakt om een molen in bedrijf te houden, kun je dat probleem in het landschap accentueren met bijvoorbeeld een kunstwerk. Dan vertel je op een heldere manier het verhaal achter je keuze en kan er bij omwonenden meer begrip ontstaan voor wat je daar doet.’

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? In het programma Visie Erfgoed en Ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.erfgoedenruimte.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaven.