Bestemmingsplan ‘Buitengebied Westerveld’ vernietigd
Een houdbaar bestemmingsplan landelijk gebied

| 22 oktober 2014

bPRAKTIJK houdbaar bestemmingsplan 2 kopie

De gedeeltelijke vernietiging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Westerveld’ door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op 6 augustus j.l. (201207794/1/R4) laat zien hoe gemeenten en adviesbureaus worstelen met de regels en de ontwikkelingsmogelijkheden in het landelijk gebied. In dit artikel onderzoeken adviseurs van BügelHajema Adviseurs de uitspraak en de mogelijkheden voor een bestemmingsplan dat wel ontwikkelingsmogelijkheden biedt en dat niet in strijd is met de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw).

Uit het planMER en de passende beoordeling bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Westerveld’ (zie ruimtelijkeplannen.nl) blijkt dat zonder de in het bestemmingsplan opgenomen aanvullende regels een significant negatief effect op Natura 2000‐gebieden door stikstofdepositie niet is uit te sluiten. Op grond van de Nbw moet dit wel. Om deze effecten uit te sluiten zijn in het bestemmingsplan regels opgenomen op grond waarvan
het aantal stuks vee op een agrarisch bedrijf alleen kan toenemen als hierdoor geen negatief effect op Natura 2000-gebieden is.

De uitspraak
De ABRvS heeft de regels voor wat betreft de uitbreidingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven in haar uitspraak vernietigd. De belangrijkste overwegingen hiervoor zijn hierna uiteen gezet.

Een(significant) negatief effect op een Natura 2000‐gebied vanwege een bestemmingsplan moet, bij het vaststellen van het plan, door de gemeenteraad kunnen worden uitgesloten.
Op grond van de in het bestemmingsplan van Westerveld opgenomen gebruiksregel is het gebruik, waarbij sprake is van een toename van de ammoniakemissie, als strijdig gebruik aangeduid als hierdoor ook sprake is van een negatief effect op een Natura 2000‐gebied. Echter:

  • het handhaven van het bestemmingsplan is een taak van het college van B en W. Op grond van de gebruiksregel moet het college beoordelen of er sprake is van een negatief effect op een Natura 2000‐gebied door stikstofdepositie. Dit is onjuist volgens de ABRvS. Uit de Nbw (artikel 19j) volgt namelijk dat de gemeenteraad vóór de vaststelling moet beoordelen of sprake is van een negatief effect. Deze beoordeling kan niet verplaatst worden naar het college en het moment van handhaven.
  • de gebruiksregel is van toepassing op ‘de uitbreiding van de bestaande veestapel’. Maar uit de regels wordt niet duidelijk wat bestaand is.
  • dat een negatief effect op Natura 2000‐gebieden bij het vaststellen van het bestemmingsplan is uit te sluiten, moet ook blijken uit de onderbouwing. Voor het bestemmingsplan betekende dit dat uit de passende beoordeling had moeten blijken dat dit effect kon worden uitgesloten. In haar uitspraak haalt de ABRvS het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. aan, waarin is opgemerkt dat ‘in alle onderzochte alternatieven dergelijke effecten niet zijn uit te sluiten’.
Een significant negatief effect op Natura 2000‐gebieden moet uitgesloten zijn
Noodzakelijk om eigen regels in een bestemmingsplan op te nemen

Het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de Nbw is al in strijd met de wet zelf. Door het opnemen van een dergelijke regeling in het bestemmingsplan is dan ook sprake van een herhaling van regels.
Op zichzelf is de herhaling van regels niet een probleem voor de ABRvS, echter:

  • door het opnemen van regels overeenkomstig de Nbw, is het handhaven van de Nbw ook een taak van het college geworden. Dit is niet mogelijk (zie ook hierna).
  • een ander probleem is dat het antwoord op de vraag of er sprake is van strijdig gebruik afhankelijk blijft van het feit of een vergunning op grond van de Nbw is verleend. Hierdoor is vooraf niet te bepalen welk gebruik strijdig is met het bestemmingsplan, waardoor het plan rechtsonzeker is.

Het beoordelen of een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd is met de Nbw, is ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning een recht van Gedeputeerde Staten (GS). Het verplaatsen van dit recht naar het college van BenW is dan ook in strijd met de Nbw.
De ABRvS concludeert dat het college de taak heeft om bij het verlenen van een omgevingsvergunning een negatief effect op een Natura 2000‐gebied te voorkomen. Dit is niet juist volgens de ABRvS. Het beoordelen of een aanvraag in strijd is met de Nbw, is een recht van GS.

Bestemmingsplan buitengebied Leeuwarden, waarin negatieve effecten voor Natura  2000-gebieden wel zijn uitgesloten.  Beeld Gemeente Leeuwarden

Bestemmingsplan buitengebied Leeuwarden, waarin negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden wel zijn uitgesloten. Beeld Gemeente Leeuwarden

De lessen
Wat leren we van de uitspraak van de ABRvS over het bestemmingsplan Westerveld? 1. De gemeenteraad moet, bij het vaststellen van een bestemmingsplan op basis van voldoende onderbouwing een (significant) negatief effect op Natura 2000‐gebieden kunnen uitsluiten.
2. De gemeenteraad moet, om een negatief effect op Natura 2000‐gebieden te voorkomen, een eigen stelsel van regels in een bestemmingsplan opnemen. Het herhalen van de regels van de Nbw is niet voldoende en (mogelijk) in strijd met de Nbw.

Pier Wiebe Rienstra en Anke Hiemstra
BügelHajema Adviseurs

Het volledige artikel is te lezen in ROm 10, oktober 2014

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Een significant negatief effect op Natura 2000‐gebieden moet uitgesloten zijn
Noodzakelijk om eigen regels in een bestemmingsplan op te nemen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *